Steun de Maya’s

Geïnspireerd door mijn boek ‘Revanche in de Andes’ zijn Albert en Ruth Ducrot indertijd enthousiast geworden voor het maken van grote fietsreizen. Na zo’n tien jaar over de wereld gezworven te hebben kwamen ze hier in San Juan la Laguna, gelegen aan het meer van Atitlán, terecht. Daar vonden ze door toeval een noodlijdend centrum voor gehandicapte kinderen. Dat veranderde hun leven drastisch. In plaats van de wereld verder te verkennen zetten ze zich vanaf dat moment geheel in voor het verbeteren van de leefomstandigheden van de Mayabevolking en in het bijzonder van mensen met een handicap.

Nu, na elf jaar, hebben Albert en Ruth de organisatorische taken vrijwel geheel in handen gegeven van capabele Guatemalteken. Albert, die met zijn baan als loods in de Zeeuwse wateren een redelijk pensioen had opgebouwd, besteedt dat nu aan het helpen van de Mayabevolking. Het centrum loopt goed, maar de financiering ervan vormt het grote probleem, want Alberts pensioen is niet onuitputtelijk. Het vinden van sponsors is het wringpunt van de organisatie.

Voor het geval een van mijn lezers hier een goed idee over heeft, kan hij of zij contact opnemen met Albert en Ruth via rualdu@hotmail.com.

En mocht u, lezer, een financiële bijdrage willen leveren aan dit project, ziehier dan het rekeningnummer:

NL18INGB0002210035

t.n.v.:

Stichting Steun de Maya’s

Zuiderbaan 7

4386CK Vlissingen

 

Elke euro die daarop gestort wordt komt bij arme gehandicapte kinderen terecht, zodat die hoop kunnen krijgen op een toekomst, even zonnig als het meer van Atitlán zelf.

Stichting Steun de Maya’s. (www.steundemayas.nl)

NAMIBIE-REIS – Laatste deel

Mijn reis van vier maanden door Namibië zit er op. Helaas is mijn berichtgeving onderweg nogal mager geweest. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste zijn er in Namibië nauwelijks internetcafés en  is de wifi-verbinding, zo die al ergens bestaat, meestal belabberd. Ten tweede zit ik op reis liever op mijn fiets of ergens lekker in de zon, dan dat ik binnen met een computer aan de slag ga. Daar komt dan nog bij dat mij, eerlijk gezegd, ook wel een zekere luiheid is te verwijten.
Ik ben alweer twee weken in Nederland en neem nu, na mij door de berg post van vier maanden geworsteld te hebben en alle schuldeisers tevreden te hebben gesteld, de pen ter hand om het een en ander over het laatste deel van mijn Namibië-reis te schrijven. Daarna moet ik het nog uittypen en opsturen naar Erik Stam, mijn websitebouwer die het vervolgens op de site zet. Het kan dus nog wel even duren voordat u dit verhaaltje met foto’s te zien krijgt, maar wanneer u dit leest is het dan toch zo ver!

Ik was de vorige keer bij de Augrabies-falls in Zuid Afrika blijven steken, een mooie waterval, maar in 2002 toen ik er ook was, kwam er heel wat meer water naar beneden dan deze keer. Dit jaar had het veel minder geregend dan toen, wat slecht is voor watervallen, maar goed voor fietsers.
Bij Onseepkans reden Andries, mijn metgezel en ik Namibië weer in en na een mooie woestijntocht dicht langs de grens van Zuid Afrika kwamen we bij de zeer indrukwekkende canyon van de Fishriver, de grootste kloof van Afrika, afhankelijk van hoe je de grootte van een kloof definieert. Hij lijkt door zijn kale maar kleurige wanden op zijn grote broer in Arizona.
Seeheim, 109 km naar het noorden bestaat slechts uit een hotel met een grasveldje er voor waar je je tent kunt opzetten, iets wat wij na deze flinke etappe over gravelwegen ook deden. Ik besloot het vanaf hier een paar dagen rustig aan te doen aangezien ik een gekneusde rib had van een  onschuldig lijkende valpartij, een paar dagen daarvoor. Ik liep bij een snelheid van 4 km/uur in dik gruis vast, zette mijn voet verkeerd neer, waardoor de fiets uit balans kwam en tuimelde op de grond. Schaafwondjes en verder niks, dacht ik, maar ‘s avonds begon ik al wat te voelen aan een rechter rib. Vreselijk werd het niet maar wel zo erg dat ik moeite had om op de fiets te klimmen. Na enkele dagen werd het minder pijnlijk maar over ging het toch niet, vandaar mijn besluit om tijdelijk wat kortere etappes te rijden. Ik wilde Andries echter niet ophouden en daarom besloten we deze laatste drie weken van onze tocht elk afzonderlijk te rijden. Voor vertrek uit Nederland hadden we al duidelijk afgesproken dat we elk onze volledige vrijheid moesten houden. We spraken af via e-mail met elkaar in contact te blijven, iets wat bij voorbaat gedoemd was te mislukken gezien het vrijwel volledig ontbreken van internetcafés. Geen nood, want we zijn elk ervaren fietsreizigers die niet in zeven sloten tegelijk rijden, vooral niet in dit kurkdroge land waar het begrip ‘sloot’ onbekend is.
Helmeringhausen, waar ik drie dagen later arriveerde was een stuk groter dan Seehein, want behalve een lodge en drie huizen stond er een winkel. Een lastig traject vanwege de op veel plaatsen zandige piste volgde naar het ongeveer even grote Betta. In het minuscule en peperdure winkeltje overhandigde de kassière me een blikje ijskoude cola met de woorden: “Cadeautje van uw vriend die hier gisteren langs kwam.” Attent toch van Andries! In Windhoek zal ik hem trakteren op een cola light, want merkwaardigerwijs vindt hij die nepcola lekkerder dan echte cola.
De route naar Sesriem, 135 gravelkilometers verder naar het noorden, voerde door prachtig woestijn- en bergland, waar veel dieren, zoals spiesbokken en springbokken rondliepen. Helaas lieten de zebra’s, die hier ook moeten zitten, het vandaag afweten. Vanaf Sesriem (twee campings, benzinestation, winkel en een paar lodges) loopt een asfaltweg (ja, u leest het goed: asfalt!!) naar Sosusvlei. Dat is een van de grote toeristische trekpleisters van Namibië. Het was na die vele honderden kilometers over gravelwegen een bijzondere ervaring om weer eens zoevend over asfalt vooruit te kunnen snellen. Dat snellen was ook nodig want kamperen bij Sosusvlei was verboden. Ik moest dus in één dag heen en weer rijden, ofwel 2 x 62 km, benevens vijf uren sjouwen door dik mul zand om zowel Sossusvlei (vlei = vallei) als de daar in de buurt liggende Deadvlei te kunnen bekijken. Vooral die laatste vlei was geweldig: een opgedroogd meer met spierwitte leembodem dat fraai afstak tegen de omringende gele zandduinen. De grillige dode bomen in de witte leem droegen bij tot de bijzondere sfeer. Die bomen schijnen daar al meer dan duizend jaar te staan. Omdat hier geen leven is, afgezien van wat toeristen die er soms rondlopen, zijn er ook geen bacteriën, zodat de bomen niet kunnen verrotten. Toen ik er rond het middaguur kwam was er slechts heel weinig leven: een groepje toeristen dat het al snel voor gezien hield en terug sjokte naar de jeep, want het was ‘te heet’. ‘s Morgens vroeg en laat in de middag is er doorgaans meer leven in deze dode brouwerij maar rond het middaguur had ik er het rijk alleen.
Naar Solitaire, weer zo’n benzinepomp-camping-lodge-winkel-plek in de middle of nowhere ging het opnieuw over gravel. De Spreetshoogtepas waar ik vandaar over moest was zo steil, dat ik over de klim van vier kilometer ruim twee uur deed. Bovenaan kwam ik op een heuvelachtige hoogvlakte, een prachtig gebied vol granietrotsen. Twee dagen lang wandelde ik daar tussen al dat fraai geërodeerde steen voordat ik mijn tocht vervolgde.
Op de laatste dag voor Windhoek ging ik aan bij de Hoffnungsfeld-farm waar Andries en ik op de heenweg ook waren geweest. Van de erg gastvrije Wolfgang en Susanne Jamnik mocht ik in een comfortabel huisje op het erf logeren. ‘s Avonds mocht ik met ze mee-eten. Het zijn Oostenrijkers die hier 16 jaar geleden naartoe zijn geëmigreerd. “Een veel rustiger leven dan in het jachtige Europa en een veel fijner klimaat. Hoewel … dit jaar heeft het wel erg weinig geregend.” We spraken af dat het drie dagen later, als ik goed en wel het luchtruim zou hebben gekozen richting Schiphol, mocht gaan stortregenen: “Goed voor de boeren.”
In Windhoek trof ik in het backpakersguesthouse, waar Andries en ik aan het begin van onze tocht hadden gelogeerd, mijn fietsmakker weer. Hij had, omdat hij een paar dagen op mij voor was komen te liggen, nog een extra lus ten Westen van Windhoek gefietst.
Donderdag 26 februari namen we het vliegtuig terug naar Nederland en Vrijdagochtend kwamen we aan op Schiphol. In de middag kwam ik thuis, maar de volgende dag moest ik alweer naar Antwerpen omdat ik op de Vlaamse Fiets- en Wandelbeurs lezingen moest houden. Dat was even omschakelen!

Met deze en voorgaande nieuwsbrieven heb ik u een summiere indruk gegeven van mijn Namibië-reis. Misschien schrijf ik er te zijner tijd een dik boek over, maar eerst moet mijn boek over  Zuidoost Azië af, waaraan ik al voor mijn Namibië-reis ben begonnen. Wanneer het uitkomt is nog in het ongewisse, aangezien ik een langzame werker ben en ik me door niets en niemand laat opdrijven. ‘Luiheid’ zou je die eigenschap misschien wel kunnen noemen. Kwalijk natuurlijk, want luiheid is een heel slechte eigenschap. U zult dus nog een tijdje op dat boek moeten wachten. Zonder die luiheid zou u echter eeuwig op dat boek moeten wachten, want dan had ik na mijn studie in Delft voor een carrière in de elektrotechniek gekozen en dan had ik het natuurlijk zo druk gehad met mijn baan dat ik nooit een boek had kunnen schrijven.
Geduld dus. Het boek komt er aan….. tenzij Philips een dringend beroep op me doet en ik het alsnog druk-druk-druk ga krijgen.

Augrabies waterval Januari 2015

Hallo Erik,
Mijn laatste bericht stuurde ik vanuit de farm van de familie Visser  een km of 40 ten zuiden van Leonardsville. (aardig even te memoreren dat ik bij Leonardsville de tropen (tijdelijk) uit fietste). Bij deze gastvrije familie logeerde ik een dag om weer aansluiting te krijgen met Andries Menger, mijn fietsmaat van deze reis die een omweggetje door Botswana maakte. Omdat daar geen telefoondekking was kreeg ik geen bericht van hem en daarom fietste ik de volgende dag door naar Stampriet. Daar was dekking voor de telefoon maar er kwam op mijn mobiele apparaat geen bericht van Andries en dus fietste ik verder naar Mariental waar ik na nog een dag wachten bericht kreeg van Andries dat hij ook op weg was naar Mariental. De dag daarna ontmoetten we elkaar in Mariental. Andries had in de Caprivistrip in Noord Namibië krokodillen en nijlpaarden gezien, dus zijn tocht was wat dat betreft geslaagd. Hierna trokken we weer samen verder. We reden via Asab naar de Brukkaros krater en beklommen die te voet. Mooie uitzichten over de wijde omgeving.
Verder ging het via Keetmanshoop waar we de beroemde kokerbomen bekeken (foto’s daarvan later) en door de Grote Karasbergen naar Ariamsvalei bij de grens van Zuid Afrika. Op die route ervoeren wij erg veel gastvrijheid van boeren met wie we Nederlands konden praten. Zij antwoordden dan in het Afrikaans wat over het algemeen goed te verstaan was, maar soms tot wat misverstanden leidde. De grensovergang naar Zuid Afrika vormde geen enkel probleem. Wel een probleem was een nogal ruige gravelweg vol wasbord en gruis naar Kakamas. Vandaar weer asfalt tot waar we nu zijn: de Augrabies waterval, die we morgen gaan bekijken. Ik ben daar in 2002 ook al geweest en vraag me af of het water daar na al die tijd nog steeds valt.
Hopelijk is mijn verhaal een beetje te lezen, want ik ben me vanavond, na te veel cola, te buiten gegaan aan een glas bier en na zo’n stoot alcohol ben ik niet altijd even helder van geest.
Ik houd je op de hoogte van onze verdere avonturen, eigenlijk meer belevenissen.

Electronisch bericht voor mijn volgers

Hallo Erik,
Omdat tegenwoordig iedereen met aaipets en iepotten en apgevallen rondloopt en er overal wiefie is verdwijnen de internetcaffees, waardoor mijn berichtgeving moeizaam wordt. Ik zit nu bij een boer zo’n 180 km ten zuiden van Gobabis in Namibië en mag zijn computer gebruiken.

In Rundu schreef ik mijn laatste bericht. Andries, mijn tochtgenoot bekeek daar het weerbericht voor Botswana, waar we heen zouden gaan om hippo’s en krokodillen te zien: de hele week donderen. Elke dag regen en onweersbuien. Andries geeft daar niet om en wilde toch door. Ik vind hippo’s en krokodillen kijken leuk maar niet als ik daarvoor een hele week of langer door de regen moet fietsen, want zoals je weet ben ik een mooi-weer-fietser…. We besloten dan ook om tijdelijk elk ons weegs te gaan, Andries naar Botswana en ik naar het zuiden van Namibië waar het veel droger is. De bedoeling is dat we elkaar binnenkort weer ontmoeten, bijvoorbeeld in Keetmanshoop.
DSC01039In Rundu ontmoette ik een Zweedse fietser (Lars) die mij dankzij de website die jij voor mij hebt gemaakt, kende. Hij wilde ook in zuidelijke richting dus besloten we samen te rijden. Na zo’n 50 km vonden we een Chinese fietser (Dong) die langs de weg zat te picknicken. Hij fietste ook mee. Een paar uur later viel er een geweldige regenbui maar we konden juist in een golfplaten cafeetje schuilen. Verder heb ik tot nu toe geen druppel regen meer gehad en scheen de zon hoofdzakelijk, dus ideaal voor een mooi-weer-fietser. Middagtemperaturen tussen de 33 en 40 graden.
We fietsten naar Grootfontein waar Lars en ik de grootste meteoriet van de wereld bekeken, een blok nikkel van 4x4x1,25 meter. Dong bleef voor het toegansloketje, waar je 1,50 euro moest betalen, zitten en bekeek de meteoriet op zijn internettelefoon, waardoor hij er, toen Lars en ik weer terug kwamen, meer van wist dan wij. Dong zit op een laag budget en geeft alleen geld uit aan voedsel, en wel het goedkoopste van het goedkoopste. Hij heeft overigens wel een camera van 4000 dollar en zijn fiets is loodzwaar beladen van al het electronica-piepspul.
Voorbij de meteoriet sloeg Lars af in Westelijke richting. Dong en ik fietsten door over een nogal zandig weggetje naar het Waterberg Plateau, een mooi plateau met rotsformaties.

Daar ben ik weer. Ik heb het eerste stuk van mijn verhaal verzonden want zo nu en dan knalt de elektriek eruit en dan is al het typewerk verloren. Hier volgt de rest:

De camping daar was 11 euro, dus ter duur voor Dong. Hij fietste alleen verder richting Windhoek. Ik maakte de volgende dag een wandeling over het plateau, maar daarvoor was een gids verplicht, weer 10 euro. Officieel was het een wandeling van 3 tot 4 uur maar de gids begon te vertellen dat het eerder 3 uur duurde en afhankelijk van de snelheid waarmee we liepen ook wel 2 uur kon duren. Als het aan hem had gelegen waren we na anderhalf uur al terug geweest. Het was een aardige wandeling waar je beslist geen gids voor nodig had en veel meer dan die eerste opmerking kwam er ook niet uit zijn mond. Een tourist-trap dus. Daarna ben ik er zelf nog 5 uren op uit getrokken waardoor het toch nog een leuke wandeldag werd.
Vandaar fietste ik over gravelwegen via Okakarara en Otjinene naar Gobabis, waar ik een rustdag hield en van Gobabis vervolgde ik mijn tocht, nog steeds over gravelwegen naar de farm waar ik nu logeer. Over een dag of 2 verwacht ik in Mariental aan te komen.
Zojuist ontving ik een mail van Andries dat hij problemen met een kies heeft en daarvoor weer terug moest naar Rundu. Daarna wil hij opnieuw Botswana in dus hoe lang het duurt voordat we elkaar weer gaan ontmoeten is onduidelijk.
Ik houd je en indirect dus ook mijn volgers op de hoogte,

Brief uit Eenhana

Hallo Allemaal,

Ik zag op mijn website dat het laatste bericht uit Opuwo kwam. Toen we daar wegreden werden we door de politie aangehouden: waar zijn jullie helmen? Die zijn hier blijkbaar verplicht. Wij wisten natuurlijk van niets en zeiden dat we altijd erg voorzichtig zijn.

“Ja maar je kunt nog zo voorzichtig zijn, maar als een auto je van de weg rijdt loopt het toch verkeerd met jullie af”

“Daar verandert een helm niet zoveel aan, lijkt mij” antwoordde ik.

We beloofden in Windhoek bij een fietsenmaker naar een helm te informeren.

We reden die dag slechts 45 km en maakten ‘s middags een wandeling over fraaie rotspartijen bij een klein Himba dorpje. Verder ging het naar Swartbooisdrif aan de kunenerivier, de grensrivier met Angola. ‘s Avonds zaten er een paar krokodillen in de rivier te spelen, maar die kwamen ons ‘s nachts niet uit onze tenten halen.
Over een smal bochtig weggetje met nogal wat mulle stukken erin reden we de volgende dag door naar de Ruacana watervallen, die we de volgende dag bezochten. Er kwam een hoop water omlaag en dat leverde spectaculaire foto’s op die ik t.z.t zal publiceren. Andries is met zijn aaipet (geen tablet!!) wat gedigitaliseerder dan ik en die zou er geen moeite mee hebben om 100 foto’s tegelijk over de hele wereld te verspreiden, maar voor mij zal dat nog wel vele tientallen jaren duren voordat ik zover ben.

Voorbij de watervallen klommen we ongeveer 10 km over een steile weg, maar die was geasfalteerd in tegenstelling tot veruit het meeste wat we tot nu toe gereden hebben. Daar kwamen we op een plateau. Verder was het geheel vlak naar Outapi, een ongelooflijk duffe plek van betonnen gebouwen met daartussen grote braak liggende zandvelden met plassen en gestort puin. Oshakatie waar we gisteren na 95 km fietsen aankwamen was nog een graadje erger. Vandaag weer zo’n 95 km gefietst waardoor we nu in Eenhana zitten. We logeren in een moderne lodge die er uitziet als een gevangenis met grote stalen hekken ervoor een in uniform gestoken bewaker erbij en elektriciteitsdraad onder spanning over de grote betonnen muren die om het indrukwekkende complex heen liggen. Verder in plaats van een mooie tuin met bloemen en planten een groot plein van bakstenen. Ik ben benieuwd of we morgenochtend om vijf uur uit ons bed gepord worden voor het appel.

DSC00816We zijn op weg naar Rundu en Botwana, de Okavanga delta. Ik fiets met zeer gemengde gevoelens. Het weer is weer helemaal opgeknapt en de laatste dagen gaat de temperatuur naar de 35 graden met een geheel blauwe hemel. Maar helaas, Andries heeft uit zijn aaipet het weerbericht voor Rundu getoverd en dat wordt donderen. Andries zit daar niet mee. Die fietst rustig dagen in de gietende regen en zet dan ‘s avonds met een vrolijk gezicht zijn tent in de zeikende regen op.
Zoals al mijn websitelezers weten ben ik daarentegen een mooi weer fietser en dus denk ik: wat ben ik een sukkel om zo de ellende tegemoet te rijden. Ik ben dus een soort struisvogel op de fiets en hoop maar dat die aaipet nonsense verkoopt en dat het toch mooi weer blijft. En zo niet, dan gaat Andries lekker rechtdoor de regen in en fiets ik als een haas naar net zuiden van Namibië en dan ontmoeten we elkaar over een paar weken wel weer ergens bij de Fishriver canyon. Dat hebben we voor de reis al afgesproken.

Tot zover mijn relaas, getypt op Andries aaipet.

Frank van Rijn

PS we hebben geen visum voor Angola gekregen dus het wordt geen Angola op deze tocht.