Bericht 8, tevens het laatste bericht van deze Thailand- en Laos-reis
In mijn vorige bericht (7) was ik juist de grens overgegaan, terug van Laos naar Thailand. In Ubon Ratchathani, een grote stad niet ver voorbij de grens, had ik Bill Weir weer opgezocht, de Amerikaanse fietsreiziger die ik op mijn reizen al een keer of zes ben tegengekomen. Je zou ons kunnen vergelijken met twee vrij bewegende kometen die op ongeregelde tijden dicht langs elkaar heen schuiven, soms zo dicht, dat een ontmoeting eenvoudig te realiseren is. In Pakse in Laos had ik hem een paar dagen eerder ontmoet (zie mijn vorige bericht) en daar hadden we afgesproken elkaar hier in Ubon Ratchathani weer te ontmoeten. Dankzij het wereldwijde web vond ik hem snel. Hij had een vrij luxueus hotel genomen en om het niet gecompliceerd te maken nam ik daar ook een kamer.
De volgende dag liepen we vanaf het hotel naar het centrale park van de stad, daar vlakbij. In het midden daarvan stond The Candle, een geweldig monument van een gouden schip met een grote gouden pilaar (de kaars) er op.


Na dit monument van alle kanten bekeken en gefotografeerd te hebben fietsten we naar een ander park, verderop in de stad, waar zich een grote vijver bevond. Achter de vijver stak een gouden piek boven de bomen uit.






Ik bleef twee dagen in Ubon Ratchathani gedurende welke ik samen met Bill heel wat tempels bezocht. Om u niet geheel te ‘overtempelen’, bespaar ik u die hele serie, te meer daar we er nog genoeg te zien krijgen. De volgende dag nam Bill de trein naar Bangkok om van daar door te reizen naar het zuiden van Thailand. Voor mij werd het tijd om richting Bangkok te gaan rijden om daar mijn vliegtuig terug naar Nederland te nemen. Natuurlijk koos ik wel mijn route zodanig dat ik onderweg nog langs een aantal interessante plekken kwam, zoals hieronder zal blijken.













Ik kwam hier al aardig in de buurt van Bangkok, maar had nog tijd genoeg om de oude tempelstad Ayutthaya aan te doen. Daar was ik alweer een flinke tijd niet geweest, dus het kon geen kwaad om er weer eens te gaan kijken. Ik reed er heen en vond er een aardig hotelletje, iets buiten het centrum.

De hele volgende dag fietste ik tussen de vele tempels door die Ayutthaya rijk is. Als eerste reed ik naar de nog in gebruik zijnde tempel van Wihaan Monkhom Bophit. Daar dicht naast staan drie grote, oude pagodes.


Zoiets, je tent op zo’n plek neer zetten, is in deze tijd, met het huidige massatoerisme, natuurlijk niet meer denkbaar, maar in die tijd (alweer 42 jaar geleden!) ging dat nog wel. Die ‘rustigste plek van heel Thailand’ bleek echter een van de minst rustige plekken te zijn, want toen het donker werd kwam er een stel ellendige honden hard blaffend protesteren tegen mijn aanwezigheid en als ik ze weg joeg kwamen ze een tijdje later toch weer terug met hun protesten. Ook kreeg ik een invasie van steekmieren in mijn tent. Dit werd te erg. Als ik daar de nacht was gebleven hadden ze me de volgende dag naar een sanatorium kunnen brengen. En ik had nog een heel eind voor de wielen voordat ik op Bali, mijn bestemming van die reis, zou zijn. En dus ging ik de monniken weer vervelen, deze keer met de vraag of ze niet ergens een kamertje voor de nacht te huur hadden. Dat hadden ze niet, maar ik mocht in de tempel slapen, onder de ogen van een grote en vele kleine Buddha’s. Ik heb dus de nacht in Wihaan Monkhom Bophit doorgebracht! Wie doet me dat nu nog na?
Natuurlijk ging ik op deze reis weer deze tempel binnen, maar nu alleen om het grote Buddha-beeld te zien aan de voet waarvan ik 42 jaar geleden, uit het zicht en bevrijd van de blaffers, de nacht heb doorgebracht. Helaas kreeg ik het 17 meter hoge beeld van Buddha niet te zien, want het was geheel afgedekt. Er werd aan gewerkt. Waarschijnlijk moest er een nieuwe goudverflaag op aangebracht worden.


Na heel wat tempels, stupa’s en pagodes bekeken en gefotografeerd te hebben, kwam ik bij Wat Thammikarat, waaraan ik ook weer een bijzondere herinnering heb. Bij deze tempel staat een heel leger hanen. De foto die ik daar enige jaren geleden (op weer een andere reis dan die van 42 jaar geleden) van nam, liet ik op de voorkaft van mijn boek ‘De hanen van de koning’, dat ik over die reis schreef, plaatsen. Nu ik daar weer een foto van wilde maken, bleek de batterij van mijn toestel, door het vele (te vele!) fotograferen, leeg te zijn. Einde fotograferen voor deze dag of ik moest terug rijden naar mijn hotel, mijn toestel aan de lader hangen, wachten totdat er weer wat fut in de batterij zat en hier weer naar terugfietsen. Maar tegen de tijd dat ik hier terug zou zijn zou het tempelgebied gesloten zijn. Dan zou ik de volgende dag hier weer heen moeten rijden, maar dat ging niet, want dan moest ik de laatste etappe van deze reis rijden: terug naar Bangkok om daar het vliegtuig naar Nederland te halen.
Maar er was een andere oplossing om hiervan een foto te krijgen waar ik zelf ook op stond: aan een toerist die bij deze tempel rondliep en aan het fotograferen was, vroeg ik of ze van mij een foto wilde maken en die direct naar mij wilde opsturen via de e-mail. Dat kon en deed ze en zo kwam ik toch aan een foto van dat leger hanen met mijzelf er bij en met op de achtergrond de koning van Thailand, althans het beeld van hem, want hij leefde in de 16e eeuw.

Volgens mijn reisgids is Wat Phra Mahathat de meest gefotografeerde tempel van heel Ayutthaya. Ook daar reed ik natuurlijk heen, want dit was een echte Wat-dag, waarop geen tijd verspild mocht worden en ik probeerde zo veel mogelijk Watten (of Wats?) te zien. En ook hier deed zich het probleem voor van de uitgeputte batterij van mijn apparaat. Maar weer vond ik een oplossing, want over die reis van enkele jaren geleden heb ik, zoals ik eerder schreef, het boek ‘De hanen van de koning’ geschreven en in dat boek staat toevallig ook dat meest gefotografeerde beeld van Ayutthaya: het hoofd van Buddha gevangen in de takken van een boom. Ik hoefde dus maar een foto van die bladzijde van mijn boek te maken en aangezien ik ondertussen weer thuis ben, haalde ik dat boek gewoon even uit de kast, sloeg het open op bladzijde 128 van de tweede druk en maakte daar de volgende foto:

En hiermee kwam ik aan het einde van deze Wat-dag en ben ik ook aan het eind gekomen van de verslaglegging van deze winterreis door Thailand en Laos. De reis zelf kwam al in februari ten einde. Zoals elke keer heb ik mijzelf er weer geheel uitgefietst. Fietsen, zo blijkt steeds weer, gaat bij mij een stuk sneller dan schrijven.
Binnenkort trek ik er weer op uit. Dan wil ik serieus proberen mijzelf bij te houden met schrijven.
Mocht u geïnteresseerd zijn in dat ‘hanenboek’, waarin ik een voorgaande reis door Thailand, Laos en Cambodja (met uitgebreid bezoek aan de interessante tempelstad Angkor) beschreven heb, dan kunt u dat, alsmede de boeken die afgebeeld staan op foto 29 bestellen bij Stephen via zijn e-mail stephen.verdonkschot@gmail.com

Bij bestelling van twee of meer van de boeken die afgebeeld staan op deze foto (29), kunt u gratis een exemplaar bij uw bestelling voegen. Uiteraard zolang mijn voorraad strekt. En alles vrij van verzendkosten! (De prijs per boek is 21,99 euro, behalve ‘De magische vijfduizendmetergrens’ en ‘Een duizend meter hoge kerstboom’. Die kosten 22,99 euro)
Ondertussen werk ik aan een nieuw boek met korte reisverhalen, maar dat zal nog wel even op zich laten wachten.
Tot een volgende reis, die niet meer lang op zich zal laten wachten,
Frank
