Ontmoeting met de onlangs overleden Prins Philip, hertog van Edinburgh.

Toen ik in 1994 door Centraal Amerika fietste kwam ik op 23 februari bij Hattieville, op de weg van Belmopan naar Belize City, prins Philip, hertog van Edinburgh tegen. Hij zat in een soort luxe Landcruiser en zijn vrouw, koningin Elisabeth van Engeland reed ook mee. De auto stopte, tot mijn lichte ergernis, niet voor mij en ook niet voor duizenden schoon opgepoetste en in zondagse kledij gestoken schoolkinderen die kilometers lang langs de weg met vlaggetjes stonden te zwaaien. Na die ongeveer drie seconden durende passage, waarin ik een glimp opving van de prins die een minzame glimlach uit het raampje wierp, gingen al die kinderen, die daar al uren hadden staan wachten om de koningin en de prins toe te zwaaien en toe te zingen, weer bedroeft terug naar school. Daar hebben ze ongetwijfeld de juf hun ingestudeerde liedjes toegezongen.

            Ik vervolgde mijn fietstocht in de richting van Mexico. Die reis heb ik in mijn boek ‘Aan de voet van de Tour de Madeloc’ beschreven. Op bladzijde 324 t/m 327 kunt u deze uiterst bijzondere ontmoeting tussen prins Philip en mij nalezen. (In een eerdere druk is dat boek verschenen onder de titel ‘Vijfentwintig jaar later’ en daar staat het grote Philip-avontuur op bladzijde 293 t/m 295)

Aangezien ik deze winter niet op reis kon, ben ik begonnen met het schrijven van een nieuw boek, toevallig ook over een reis door Centraal Amerika, maar dan een recente. Op die reis kwam ik weer langs diezelfde plek, nu echter zonder al die duizenden enthousiaste kinderen. Die zijn ondertussen dus al 27 jaar ouder geworden. Als koningin Elisabeth daar op een volgend statie bezoek langs komt, dan helaas zonder prins Philip, zullen de kinderen van die kinderen daar ook met vlaggetjes klaarstaan om haar toe te zingen. Ze zullen nu al bezig zijn die liedjes in te studeren.

En dat nieuwe boek over Centraal Amerika? Ik ben er druk mee bezig, maar heb nog geen idee wanneer het klaar zal zijn. Ondertussen heb ik al een paar honderd velletjes vol geschreven, maar meestal schrap ik het meeste van mijn pennevruchten weer door. Geduld dus. En daar zijn we ondertussen flink in getraind met de corona-epidemie en de daaruit voortvloeiende maatregelen.