ECLIPTISH INTERMEZZO.EXPEDITIE GESLAAGD, FOTO MISLUKT.

Bericht 3. 

Behalve het primaire doel van een fietsreis, de reis zelf, het zien van de wereld en het ontmoeten van interessante, en soms minder interessante mensen (wat ook razend interessant kan zijn!), heb ik vrijwel altijd ook een concreet doel. Dat was in het verleden Kaapstad, Dakar, Caracas, Bali of Ameland, om er maar een paar te noemen. Op deze reis was mijn concrete doel het zien van de totale zonsverduistering op 12 augustus.

Aangezien ik met mijn berichtgeving altijd een eind naijl op de werkelijke tocht en ik met bericht 2 nog maar ergens in Midden-Frankrijk ben blijven steken, las ik hier, om toch een beetje bij de actualiteit te blijven, die zonsverduisteringsexpeditie in. 

Om deze zonsverduistering voor 100 % te kunnen zien waren er twee landen waaruit ik kon kiezen: IJsland en Spanje. Meestal ben ik een grote twijfelaar als er gekozen moet worden, maar in dit geval was de keuze niet moeilijk. Ik ben een zonaanbidder en een mooiweerfietser en heb een hekel aan regen, wind en kou. En zelfs bewolking drukt voor mij de vreugde van het fietsen. Zonnig en warm moet het zijn met zo nu en dan een sfeervolle hittegolf om de reis mog verder op te fleuren.

IJsland viel dus af en het werd Spanje, waar de totaliteitszone van de eclips dwars doorheen zou lopen.

Vóór de reis en ook toen ik al onderweg was, kreeg ik nogal wat afschrikverhalen te horen en op mijn mail te lezen als zou zo’n beetje de halve wereldbevolking op pad gaan om dit fenomeen te beleven. Campings vol, hotelprijzen verzes- tot verachtvoudigd, opstoppingen op de Spaanse wegen, kabaal en al die andere ellende van massatoerisme….. 

Ondanks al die paniekverhalen ging ik 13 juni van start. Het eerste deel van deze reis heb ik in bericht 1 en 2 beschreven, de rest volgt uiteraard nog in bericht 4 en verder.

Op 11 augustus fietste ik bij het dorpje Epila (opzoeken in de Grote Bosatlas!!) langs een mooie rotspartij naar La Almunia de Doña Godina, waar ik de nacht wilde doorbrengen. 

Foto 1: Mooie rotspartij bij het dorpje Epila.

In La Almunia de Doña Godina waren alle pensionnetjes en hotels vol, de Albergue voor pelgrims was gesloten, er was in geen velden of wegen een camping en niemand wist een plek waar ik de nacht kon doorbrengen.  En toch zag ik geen legers of regimenten eclipsgangers. En zelfs geen buitenlanders, behalve dan de Spanjaarden. Dat waren natuurlijk allemaal buitenlanders, voor mij dan, maar hier waren het allemaal binnenlanders. 

Na eigenlijk te lang zoeken besloot ik de ouderwetse methode toe te passen, hoewel die tegenwoordig verboden is: wildkamperen. Ik vulde mijn bidons met water en reed spoorslags de stad uit. Enkele kilometers verder vond ik in een boomgaard een verdekt plekje waar niemand me zag en waar ik mijn tent kon opzetten. En dat deed ik in het halfduister. 

Foto 2: Mijn tent in een boomgaard. De achtvoudige prijs deerde mij hier niet, want zoals de beta-mensen onder ons weten: acht maal nul is nul. Het vocht onder de bomen deerde mij wel, want ik had een erg klamme nacht bij 30+ (Celcius). Als diner lepelde ik een blik bonen koud naar binnen, hoewel het blik de hele middag in de zon achterop de fiets had zitten bakken. Dus toch een beetje een warme maaltijd! 

De volgende dag, de dag waarop het fenomeen, waarvoor ik met alle omwegen tezamen al 3076 km sinds mijn vertrek van huis had gereden ging plaatsvinden, fietste ik op weg naar Cariñena langs een groot bord dat mijn aandacht trok.

Foto 3: Bord langs de weg van La Almunia de Doña Godina naar Cariñena. 

Dus toch een camping!! Kijk maar links onder. En ook nog een herberg. Het kon hier blijkbaar niet op! Wel moest ik me 2,5 km te pletter trappen over een steil weggetje om in Almonacid de la Sierra te komen, de plek die ik bij deze uitkoos om de zonsverduistering die avond te gaan zien. Ik zat namelijk al ruim in de totaliteitszone.

Foto 4: Entree van Almonacid de la Sierra na een flinke klim.

In het dorp zag ik de camping niet direct en ook zag ik geen verwijsbordje naar de camping. En aangezien je in Spanje overdag nooit iemand op straat ziet, fietste ik meteen naar het ayuntamiento (gemeentehuis) en vroeg aan de dame van de receptie waar de camping was.

“Camping?” vroeg ze verwonderd, alsof ik in dit berggebied naar de scheepswerf voor olietankers vroeg.

“Ja, de camping”, antwoordde ik verwonderd omdat zij verwonderd was.

“Er is hier helemaal geen camping.”

“Tweeëneenhalve kilometer hier vandaan, aan de weg naar Cariñena, staat een groot bord met een campingaanduiding”.

“Dat kan niet, want er is hier geen camping.”

“Ik heb het een klein half uur geleden nog gezien, dus waarschijnlijk staat het er nog.”

“O ja, dat bord! Ja, nu begrijp ik het! Dat heeft betrekking op een camping die hier jaren geleden is geweest.”

“En de herberg? Weer die enorme verwondering in haar ogen. “Die ook op dat bord staat,” verduidelijkte ik. “Zeker ook jaren geleden opgedoekt?”

Kortom, er was hier jaren geleden van alles geweest, maar nu was er alleen nog maar wijnproductie en wijnproeven. 

“Is hier vanavond wel de zonsverduistering?” vroeg ik voor alle zekerheid, “Of was die ook jaren geleden?” In dit soort gevallen waar niets klopt van de informatie op borden of in folders, op basis waarvan ik, zoals bijvoorbeeld in dit geval, een zware klim heb gemaakt, moet ik oppassen niet al te sarcastisch te worden. Die dame van de receptie kon er natuurlijk ook niets aan doen dat het verwijderen van dat bord al ruim een kwart eeuw op zich liet wachten.

“Nee,” antwoordde de dame. “Vanavond om acht uur kunt u de zonsverduistering hier goed zien. Bovenin het dorp is de beste plek.”

Ik ging in de omgeving rondkijken naar een plek om wild te kamperen, maar wilde de tent pas na de verduistering opzetten en aangezien het hele spektakel zich ging afspelen tussen 19.30 en 20.30 zou ik niet veel tijd hebben om de tent nog bij daglicht op te zetten.

Nadat ik iets redelijks had gevonden, reed ik terug naar het dorp. Op het pleintje kwam er een vrouw naar me toe en gaf me een zonsverduisteringsbrilletje met de woorden: “U gaat hier vanavond zeker de eclips bekijken?” Het toeval wilde dat ze jaren in Nederland had gewoond en ook Nederlands sprak. Ik vroeg of ze iemand kende die een kamer verhuurde voor de nacht.

“O, u wilt hier overnachten?” vroeg ze. Met drie telefoontjes had ze geregeld wat niemand in het dorp, hoe lang ze ook hadden nagedacht, had gekund. De herberg bleek namelijk tóch te bestaan, hoewel niet alles meer voor honderd procent functioneerde. Zo kon mijn kamer (12 euro voor deze nacht) niet op slot, maar volgens haar waren hier geen dieven. En dus liep ik tegen de avond ontspannen naar het zwembad bovenin het dorp waar je een prachtig uitzicht naar het westen had. En daar stond de zon, niet zo hoog meer aan de hemel, maar toch nog voldoende hoog voor dit bijzondere schouwspel. Gelukkig was het geheel onbewolkt, want met bewolking heb je bij een zonsverduistering natuurlijk niets.

Er verzamelden zich ontertussen flink wat mensen bij het zwembad, maar merkwaardigerwijs was er voor de bar meer belangstelling dan voor de zon en de maan. Blijkbaar zegt zo’n eclips veel mensen weinig en beschouwden de dorpelingen dit fenomeen meer als een excuus om een extra pint te pakken dan om iets uitermate interessants te beleven. 

Foto 5: Veel belangstelling bij het zwembad, maar ik kreeg de indruk dat dat meer was voor de bar en het lustig samenzijn van de dorpelingen dan voor het aanschouwen van de eclips. Ook waren er, hoe kan het ook anders, luidsprekers bij gehaald om het geheel op te fleuren met een deuntje. Gelukkig dreunde het deuntje niet al te veel door.

Om ongeveer 19.35 kon ik met het speciale eclipsbrilletje zien dat er rechts een stukje van de zon was verdwenen. In het daaropvolgende half uur verdween er steeds meer van de zon doordat, zoals voorspeld was, de maan van rechts naar links voor de zon schoof. 

Foto 6: Foto genomen door het eclipsbrilletje, natuurlijk knuddewerk, maar het geeft toch een idee van hoe de maan voor de zon schoof.

Het werd nu snel donker en om 20.30 was de zon geheel achter de maan verdwenen, of beter gezegd: bedekte de maan de zon totaal. Ik maakte van de corona om de maan, het licht van de altijd aanwezige erupties van de zon, die we normaal niet zien omdat het enorme licht van de zon overheerst, met mijn fototoestel een foto omdat ik van deze zonsverduistering hier een superkwaliteitsfoto wilde hebben en dat met mijn eenvoudige telefoon niet zo goed lukt. Toen ik de foto terug keek realiseerde ik mij weer eens hoe toevallig het is dat de schijnbare diameter van de maan vrijwel gelijk is aan die van de zon, ofwel dat de verhouding van de diameter van de zon tot die van de maan vrijwel gelijk is aan de verhouding van de afstand van de aarde tot de zon tot die van de aarde tot de maan. Bij zoiets sta je eigenlijk alleen maar stil met zo’n eclips……

Maar ik stond te lang stil bij, of eigenlijk te dromen over, dit fenomeen, want zo’n volledige zonsverduistering duurt maar enkele momenten. En dus pakte ik snel mijn telefoon om ook daarmee een foto van de corona te maken, want met die telefoon kan ik foto’s verzenden, onder andere voor deze blog. Helaas was ik door al dat dromen over afstanden en diameters net een seconde te laat, want er kwam aan de rechterkant van de maan alweer een puntje van de zon tevoorschijn en dat gaf zoveel licht dat de foto volledig verbleekte. De expeditie was geslaagd, maar de foto, waar het ook wel een beetje om ging, was mislukt! Pech! Wachten tot een volgende zonsverduistering en dan maar beter opletten!

In de nu volgende minuten groeide het sikkeltje van de zon weer aan en kwam het licht terug, waardoor de vogels, die misleid door de verduistering waren gaan slapen, het luchtruim weer kozen.

Foto 7: De zon kwam terug. De grote lichte bol is in wezen het licht van het nog kleine sikkeltje van de terugkerende zon. Hoe dat andere (of hetzelfde?) sikkeltje op deze foto is verschenen is mij een raadsel. Misschien kan een astronoom de verklaring geven, of anders een licht- en lenzenexpert.
Foto 8 (of eigenlijk film):  De vogels konden weer een tijdje vrolijk rondvliegen, tot de werkelijke zonsondergang, niet veel later deze avond.

Ik liep terug naar de albergue, bekeek toen ik op mijn kamer zat de foto van de eclips op het schermpje van mijn dure fototoestel en maakte daar, om toch wat voor u, mijn volgers, te hebben, met mijn telefoon een foto van, een zogenaamde ‘knutselfoto’. En daarmee was de foto van deze eclips toch nog een beetje gelukt en dus de eclipsexpeditie geslaagd!

Foto 9: Knutselfoto van de totale zonsverduistering, genomen met mijn telefoon van het schermpje van mijn camera. 

En zo kon ik toch nog met een zekere voldoening terugblikken op deze eclipsexpeditie.

De volgende keer pak ik de draad van mijn verhaal weer op waar ik aan het einde van bericht 2 gebleven ben, dus toen ik Lyon juist voorbij was.

En dan wijs ik u tot besluit nog even op het aanbod van mijn boeken aan het einde van bericht 1. Dat is nog steeds en zolang de voorraad strekt, van kracht.

Tot de volgende keer 

Frank