“Dan wordt het tijd dat je ook eens op een paard plaats neemt. Zullen we ruilen? Jij mijn paard en ik jouw fiets?”

Bericht 16

Vanaf Tacuarembó nam ik de grote, maar gelukkig rustige en van brede zijstroken voorziene weg naar het zuiden. Ook hier kwam ik weer door eucalyptus-productiebossen.

IMG-20190317-WA0003
Grote weg naar Montevideo.

Onderweg zag ik twee gaucho’s, Uruguayse cowboys te paard. (mijn computer rekent Uruguayse fout en zegt dat het Uruguese moet zijn, wat mijn woordenboek weer fout rekent. Die rare computers toch!).

IMG-20190317-WA0004
Twee gauchos te paard.

Ze voerden elk een reserve paard mee, precies zoals ik dat vaak in westerns had gezien. Terwijl ik ze inhaalde en mijn hand opstak als groet, riepen ze: “Hola caballero. Espera un momento.” Ik stopte en we raakten in gesprek. Ze heetten Dario en Juan Carlos en zaten niet achter koeien aan en evenmin achter voortvluchtige banditos, maar ze maakten gewoon een pleziertochtje: een rondje Uruguay per paard.

“En waar ga jij heen?” vroeg Juan Carlos.

“Naar Colonia del Sacramento en vandaar met de ferry naar Buenos Aires, waar mijn vliegtuig wacht terug naar Nederland. Erg lang zal het niet wachten en daarom moet ik niet te veel treuzelen.”

“Kun je paardrijden?” vroeg Dario.

“Geen idee. Ik heb nog nooit op een paard gezeten. Wel op een kameel in Marokko en op een olifant in India.”

“Dan wordt het tijd dat je ook eens op een paard plaats neemt. Zullen we ruilen? Jij mijn paard en ik jouw fiets?”

“Twee paarden,” marchandeerde ik. “want dit is een heel bijzondere fiets. Mijn Santos is, hoewel het erg Braziliaans, Uruguays en Spaans klinkt, toch van Nederlands fabricaat.”

Ik kreeg zijn ‘Deux Chevaux’ echter niet, maar mocht wel op één er van plaats nemen, een erg mak beest volgens hem. Het bleek nog een hele toer te zijn om op de rug van dat makke beest te klimmen aangezien ik de juiste slag nog niet te pakken had. Bij de derde poging zat ik dan toch eindelijk in het zadel, de begane grond onwezenlijk ver beneden me. Even één voet aan de grond zetten zoals bij een fiets, zat er niet in, maar Jolly Jumper, zoals ik mijn paard even voor het gemak noemde, (geleerd uit de strips van Lucky Luke) stond stevig op zijn vier poten, dus de kans op omvallen was klein. Tot mijn geruststelling ging hij niet steigeren zoals dat in films vaak wel gebeurt, waarbij de berijder meestal dreunend op de grond smakt als hij de ‘slechte’ is, terwijl de ‘goede’ het altijd nog juist redt. Dario die evenals Juan Carlos over een mobiele telefoon bleek te beschikken (die moderne gaucho’s toch!) legde dit historische moment vast op de gevoelige chip.

 

IMG-20190317-WA0005
k, hoog te paard.

Toen ik weer ongedeerd op de begane grond stond schoot ik een foto van Dario, die ondertussen op mijn fiets was gekropen. Voor hem was dit moment misschien iets minder historisch dan voor mij, hoewel….. op een Santos!! Hoeveel Uruguayanen kunnen zeggen dat ze ooit op een Santos hebben gezeten?

IMG-20190317-WA0006
Dario op mijn fiets.

Na de foto’s ruilden we toch maar weer terug, want niet alleen moet er bij ruilen altijd één huilen, zo heb ik geleerd, maar hoe moest ik Jolly Jumper in het vliegtuig krijgen? Een fiets was al gecompliceerd genoeg met de door de KLM vereiste fietsdoos. Het probleem waar ik in Buenos Aires zo’n doos vandaan moest halen hield mij al een tijdje bezig. Maar dan een paardendoos!?! Nee, dat zou tot ruzie met de KLM leiden.

Dario klom weer op zijn paard en na een wederzijdse groet vervolgden de twee cowboys hun weg. Ik schoot ze nog even in de rug, niet met een ‘gun’ maar met mijn camera, wat een merkwaardige plaat opleverde: Twee cowboys in de prairie met aan de horizon een hoogspanningsmast en drie windmolens voor elektriciteitsopwekking. De tijden veranderen!

IMG-20190317-WA0007
Dario en Juan Carlos vervolgen hun tocht.

Naarmate ik dichter bij Montevideo kwam werd de weg drukker. Daarom sloeg ik in Durazno af naar het westen en vervolgde mijn reis via Cardona in de richting van Nueva Palmira. Ongeveer 50 km voor Nueva Palmira koos ik voor de gravelweg naar Carmelo, gelegen aan het meest noordwestelijke deel van de Rio de la Plata. Toen ik aan die gravelweg begon dacht ik: ‘Als ik nu, in deze verlatenheid, een winkeltje vond, zou ik mijzelf trakteren op een cola!’ Een slechte gedachte, want van veel mensen had ik gehoord dat je daar vastgeroeste schroeven mee los kunt krijgen. Maar een mens heeft nu eenmaal zijn zwakke momenten. Een geruststellende gedachte was dat er op deze weg, waar zelden iets langs kwam, toch geen winkeltje zou zijn. Maar wat bleek? Vier kilometer verderop trof ik er tóch een. Het stond een eindje links van de weg! Toeval? Telepathie? De Voorzienigheid?

Ik ging er op af en trof er een jongeman die zei: “Wel wis en waarachtig hebben wij cola en goed gekoeld ook!” Daarop haalde hij uit de koelkast een fles van 2,5 liter. Dat ging me 2 liter boven mijn ‘colistische’ krachten’, om maar eens een nieuw woord te introduceren in onze toch al zo rijke taal. Een kleinere maat, zoals een blikje van 0,35 liter had hij helaas niet. Misschien speelde ook daarbij wel de Voorzienigheid mee.

Toen ik ‘colaloos’ verder wilde rijden kreeg de man waarschijnlijk medelijden met me en bood me aan om een pauze te houden in de tuin voor de winkel. “Dan zit je lekker in de schaduw van de boom,” voegde hij eraan toe. Ik nam dat gaarne aan en haalde mijn brood uit een fietstas om te lunchen, maar zette het stoeltje, eigenwijs als ik was, in de zon. Even later was de hele familie in de tuin verzameld: hijzelf, zijn vader en moeder en zijn broer met verloofde. Terwijl ik mijn brood at en we praatten over allerlei onderwerpen dronken de mensen mate, een kruidendrank die veel in Uruguay, het zuiden van Brazilië, Argentinië en Paraguay wordt gedronken.

Daarbij worden er in een ‘calabaza’, een kop die meestal van hout is, diverse kruiden gedaan. Vervolgens wordt er heet water bij geschonken, waarna de op die manier verkregen hete drank door een rietje van metaal (la bombilla), waar onderin een filter zit, opgezogen wordt. Oorspronkelijk werd de mate gedronken door gaucho’s om de eenzaamheid wat te verdrijven als ze ‘s avonds in de rimboe bij hun koeien zaten, maar later is het een algemeen gebruik geworden, zoals bij ons het drinken van thee en koffie.

Het merkwaardige is dat er in gezelschap uit één calabaza wordt gedronken of eigenlijk gezogen. Daarbij gaat de kop van hand tot hand en de bombilla van mond tot mond. Steeds als iemand de warme mate opgezogen heeft wordt er uit een thermosfles weer kokend water in de calabaza geschonken voor degene die dan aan de beurt is. Ik kreeg de calabaza ook aangereikt en gelukkig voor mij dronken deze mensen de mate met suiker, zeer tegen het Uruguayse gebruik in. De kruiden zijn namelijk erg bitter, maar daar schijnen de meeste Uruguayanen van te houden.

IMG-20190317-WA0008
De moeder van de familie met thermosfles en calabaza om mate te drinken. Rechts van haar haar man en één van hun beide zonen.

Nadat ik een teug mate had opgezogen merkte ik peinzend op: “Deze kruiden komen van de bladeren van de Ilex paraguayensis.”

“Hoe weet je dat?” vroeg de vader verrast.

“Och, dat leerden wij vroeger op school,” antwoordde ik eenvoudig. Dat was een klein leugentje om indruk te maken. In het toeristenbureau van Cardona had ik die ochtend een paar folders gekregen, waarvan er een over El Mate ging en daaruit had ik deze wijsheid. Ik vond het al knap van mezelf dat ik dat moeilijke woord vier uur lang had kunnen onthouden.

“Zullen we een groepsfoto maken?” vroeg ik. Dat voorstel vond algemene bijval.

“Maar dan met de tafel en stoelen in de zon.” zei ik.

“Te warm,” was de algemene mening. “Beter in de schaduw.”

“In de zon wordt de foto het mooist,” wierp ik tegen. Dat was een goed argument en dus plaatsten we de tafel en de stoelen in de zon. Ik zette mijn kleine driepoot op een krukje in de schaduw, monteerde mijn camera daar op, drukte op het 10 seconden knopje, liep snel naar mijn stoel achter de tafel en pakte nog juist voordat het schot afging de calabaza met mate op.

IMG-20190317-WA0009
De hele familie en ik met de calabaza in de hand achter de tafel in de zon.

Hierna verhuisde de hele familie weer snel naar onder de boom, maar ik bleef lekker in het zonnetje zitten en hield een hele verhandeling over mijn manier van fotograferen.

IMG-20190317-WA0010
Mate drinkende Francisco midden in mijn betoog dat de zon uiterst belangrijk is bij fotograferen en ook bij vele andere activiteiten.

Ik dronk de mate met mate om er niet van onder invloed te raken, want er zit volgens de folder ook cafeine in, en vervolgde, na deze mensen bedankt te hebben voor hun gastvrijheid, mijn tocht naar het stadje Carmelo. Bij het haventje van Carmelo, waar ik de volgende ochtend aankwam, bereikte ik de Rio de la Plata, waarmee ik in feite de oversteek van Stille Oceaan naar Atlantische Oceaan volbracht had. Voor die speciale gelegenheid had ik mijn Gele Trui, die ik de hele reis netjes had gehouden, aangetrokken.

IMG-20190317-WA0011
Ik aan de Rio de la Plata. Eindelijk in de Gele Trui!!

Het doel van mijn reis, Buenos Aires, lag aan de andere kant van deze brede rivier, nog een stuk naar het zuiden. Het was niet ver meer, maar lag nog wel een eind achter de horizon.

In het volgende bericht zal ik schrijven over mijn intocht in Buenos Aires. Uw geduld wordt weer eens op de proef gesteld!

 

De route naar Tacuarembó

Bericht 15

Ik ben alweer een dag of tien terug in Nederland, maar met mijn digiton (digitale feuilleton) ben ik nog maar in Paraná in Argentinië. Ik fiets dus electronisch een stuk langzamer dan mechanisch op mijn Santos. In Nederland is er helaas nog niets gekomen van het bijwerken van mijn digiton aangezien ik het meteen na thuiskomst druk had met de Fiets en Wandelbeurs.

Na die beurs, waarop ik een paar praatjes hield over fietsen in Marokko, lag er een stapel post van ruim drie maanden op me te wachten: een paar leuke kerst en nieuwjaarskaarten, heel wat goede doelen brieven en de gebruikelijke maar uiterst onplezierige blauwe enveloppen met  financiële koude douches.

Daar moest ik mij doorheen werken voordat ik met het beschrijven van mijn belevenissen in Zuid-Amerika door kon gaan. Het grootste deel van dat ‘puin ruimen’ , zoals ik die corvee noem, heb ik nu achter de rug en dus kan ik, ongekweld door plichtsbesef, weer aan de slag met mijn digitale inhaalslag.

Ik fietste de licht golvende provincie Entre Rios door en reed bij Colon over de brug over de Rio Uruguay mijn laatste land op deze reis binnen, dat genoemd was naar die rivier, hoewel het omgekeerde ook mogelijk is.

IMG-20190307-WA0000
De Rio Uruguay met in de verte de Puente Internacional, waarover ik Uruguay binnen reed.

In Uruguay was ik nog nooit geweest, dus ‘s avonds kon ik een nieuw land toevoegen aan mijn landen verzameling. Ik had onderweg in Argentinië wilde verhalen gehoord over de enorme regenval van deze zomer in Uruguay en over de overstromingen die daar het gevolg van waren, maar tot mijn geruststelling stond de grensplaats Paysandú niet onder water en scheen de zon allervrolijkst op mij neer. Wel had de rivier het strand, waarvan in toeristen gidsjes trots gewag werd gemaakt, verzwolgen, dus er was duidelijk te zien dat hier en hogerop in het stroomgebied van de Rio Uruguay nogal wat hemelwater omlaag was gekomen.

IMG-20190307-WA0001
Het strand van Paysandú was door de rivier verzwolgen.

Over een rustige asfaltweg fietste ik de volgende dag oostwaarts. De route golfde licht door enorme eucalyptus bossen bestaande uit eindeloze rijen lange, dunne, rechte stammetjes. Dit waren productiebossen. Ik heb me laten vertellen dat de bomen tien jaar na geplant te zijn worden gekapt. Verbazend toch hoe snel die bomen groeiden! Echt mooi waren deze bossen niet, maar lelijk vond ik ze ook niet en ze zorgden toch voor veel groen.

IMG-20190308-WA0007
De golvende weg door eucalyptusbossen.

De mensen waren op deze route erg gastvrij. Laat in de middag klopte ik aan bij een landhuis om te vragen of ik ergens in de enorme tuin, meer een botanisch park, mijn tent mocht opzetten. Ik kreeg meteen een tuinhuis tot mijn beschikking.

De volgende ochtend bij mijn vertrek gaf mijn gastheer mij een pot honing van een kilogram mee, alsmede een boek Uruguayse poëzie dat zijn vader geschreven had. Nu heb ik al moeite met Nederlandse poëzie, laat staan met Uruguayse, maar voor regenachtige dagen zou het zijn diensten kunnen bewijzen.

IMG-20190308-WA0008
Santiago, mijn gastheer en tevens de eigenaar van het landhuis.

Een halve dagreis verder ontmoette ik in Guichon Graciela, een vrouw van 67, wier zoon, zo vertelde ze me, ook reizen op de fiets maakte. Die was door Argentinië en Chili getrokken. Ik moest mee naar haar huis waar ze mijn fietstassen vol laadde met vijgen, sinaasappelen, druiven, bananen, een pot jam en een bonk kaas en als ik haar niet afgeremd had was ze ongetwijfeld doorgegaan met deze weldoenerij tot ik mijn fiets niet meer in beweging had kunnen krijgen.

Ze zei dat ze het fijn had gevonden dat haar zoon op zijn reis zoveel gastvrijheid had ervaren en wilde die blijkbaar aan mij terugbetalen. Nadat ik deze hoorn des overvloeds met veel moeite, maar beleefd, had dichtgedraaid, belde ze de oud-burgemeester van het plaatsje op, want die kende volgens haar de route naar Tacuarembó goed en kon mij nuttige informatie geven. Daarna plaatste ze drie stoelen voor haar huis op het trottoir. Even later kwam de oud burgemeester aangelopen en konden we gedrieën plaats nemen voor deze openlucht route-informatie-bijeenkomst.

De man bleek het gebied inderdaad goed te kennen en beval mij aan de gravelroute over Morató te nemen in plaats van de geasfalteerde hoofdweg over El Eucaliptus. Dat leek mij ook aantrekkelijker. Graciela vergezelde mij op een oude rammelkast tot buiten het plaatsje, maar niet voor mij nog snel 4 sinaasappelen te hebben toegestoken, alsmede een reflecterend hesje, want ik moest vooral oppassen niet van de sokken gereden te worden.

IMG-20190308-WA0009
 Graciela en ik voor haar huis.
IMG-20190308-WA0010
Francisco Reflectante.

De gravelweg naar Tacuarembó was over het algemeen vrij goed te rijden, hoewel er ook hobbelige trajecten in zaten.

IMG-20190308-WA0011
Een ruw traject op de route naar Tacuarembó

 

IMG-20190308-WA0012
Onderweg kwam ik drie gauchos (Uruguayse cowboys) tegen.. .

waarvan er één een slimme telefoon bij zich had, waarschijnlijk om de kudde koeien met behulp van GPS op te sporen.

IMG-20190308-WA0013
Kamperen bij een estancia (boerderij van gauchos)
IMG-20190308-WA0014
Een dorpje onderweg langs een verlaten spoorlijn.

Na 140 km gravel en nog een stukje asfalt kwam ik in Tacuarembó aan waar ik logeerde in Hotel Ford City. Daar was ook een museumpje waar tot glimmends toe opgepoetste Fords uit de jaren twintig en dertig stonden.

IMG-20190308-WA0015
Ford uit de jaren dertig.
IMG-20190308-WA0016
Benzinepomp, ook uit lang vervlogen tijden.
IMG-20190308-WA0017
Nog een locomotief als toegift bij het Ford-museum.

Het werd nu tijd om af te zakken in de richting van Buenos Aires, want daar moest ik mijn vliegtuig terug naar Nederland halen. Over dat laatste traject van deze Zuid-Amerika-reis ga ik het in de volgende aflevering hebben.

 Jeu de Boules op z’n Argentijns.

Ik was met het vorige bericht tot Miramar gekomen, het toeristische plaatsje aan het grote maar ondiepe zoutmeer Laguna Mar Chiquita. Je kon daar met een excursie mee op een bootje om flamingo’s, 8 km verderop, te bekijken. Die zaten daar ergens langs de oever, of beter gezegd: stonden ergens langs de oever want flamingo’s staan meestal en dan bij voorkeur op één poot. Misschien is dat minder vermoeiend dan op twee poten, want dan kan die andere poot uitrusten.

Aangezien deze flamingo’s ergens aan de oever stonden, kon ik ook proberen daarheen te fietsen in plaats van in een wiebelend bootje plaats te nemen. En dus reed ik over aardige gravelpaden, eerst in westelijke en later in noordelijke richting, waarna ik na een kilometer of 12 weer bij het meer kwam. Daar stond een uitkijktorentje vanwaar je de flamingo’s moest kunnen zien. Ik klom er op en zag inderdaad duidelijk een hele groep flamingo’s aan de andere kant van de baai die daar aan het pootjebaden waren. Op de foto kwamen de vogels helaas minder duidelijk uit de verf.

IMG-20190223-WA0000
Genomen vanaf het uitkijktorentje, ca 12 km ten NW van Miramar. Voor wat betreft de flamingo’s is het helaas een zoekplaatje geworden. Een opgave voor de echte vogelliefhebber.

Dit moest beter en daarom reed ik langs de half opgedroogde oever om de baai heen, waarna ik de flamingo’s een stuk dichter benaderde, maar nog was het resultaat niet geweldig.

IMG-20190223-WA0001
Foto 2: Dode bomen op het zoute strand.
IMG-20190223-WA0002
Mijn Santos eenzaam op het zoutstrand.

Om een beter resultaat te bereiken schoot ik een paar foto’s met mijn camera waar een enorme zoomlens op zit. Er moet een maniertje zijn om die foto op mijn platte Chinees te krijgen, maar daarvoor ontbrak mij de kennis. Ik verzon echter een slimme truc en maakte met mijn platte Huawei een foto van het schermpje van mijn camera. Het resultaat was nog niet subliem maar toch ook niet onaardig, zoals foto 4 laat zien.

IMG-20190223-WA0003
Flamingo’s door twee lenzen in serie: die van mijn camera met zoom en die van mijn Huawei, waarmee ik hem het wereldwijde net in stuur opdat mijn volgers de vogels ook kunnen zien.

Vanaf Miramar reed ik een dag lang over leuke gravelpaden naar Freyre waarbij ik misschien 3 a 4 auto’s zag en geen enkele fiets. De temperatuur zat hoog in de dertig en met mijn compas en de aanwijzingen van één van de chauffeurs van die auto’s vond ik de juiste weg. Ik kwam zowaar langs een bar maar die bleek al lang geleden voorgoed gesloten te zijn, dus geen energie-shot uit een rood blikje met bruin-zwarte inhoud.

IMG-20190223-WA0004
 Net de Veluwe, maar dan 100 km lang en geen ijscokar in de buurt.
IMG-20190223-WA0005
Nog een impressie van de Argentijnse Veluwe.

Maar die verfrissing moest uit mijn bidon komen (38 graden en niet in Fahrenheit!) want deze ‘tent’ had waarschijnlijk zijn laatste verfrissing een eeuw geleden geschonken.

IMG-20190223-WA0006
Ha! Een bar voor een verfrissing!

De laatste 16 naar Freyre waren penibel. Er kwam in razende vaart een dreigend donkere lucht opzetten en er stak een rukkende wind (tegen!) op, die enorme stofgordijnen meevoerde. Het zag er naar uit dat er binnen enkele minuten een huiveringwekkende bak water uit die donkere hemel ging vallen. Gelukkig kwam ik een kilometer verder langs een estancia, een boerderij waar koeien gehouden werden. Van de vriendelijke eigenaars, vader en zoon, mocht ik onder een afdak schuilen. De zoon vertelde dat hij in mei een toer door Europa zou gaan maken: Madrid, Parijs, Amsterdam en Rotterdam.

En de Veluwe dan? Nee, die niet, maar misschien op een volgende reis wel.

Merkwaardig was dat de dreigende lucht net zo snel oploste en weer plaats maakte voor de zon als hij was komen opzetten. De zon was terug maar de temperatuur was een stuk gedaald en de tegenwind bleef, zodat die laatste 15 km nog anderhalf uur namen.

IMG-20190223-WA0007
Schuilen bij een estancia.

Nogal afgepeigerd kwam ik in Freyre aan waar ik een verplichte rustdag hield omdat die bak water, met een uur of 12 vertraging, alsnog over de aarde uitgestort werd en wel de hele ochtend en een deel van de middag. Later brak het zonnetje toch nog even door. Toen ik een wandelingetje over de met gras begroeide plaza central  maakte zag ik dat daar een soort Jeu de Boules werd gespeeld, maar met kunststof ballen die iets groter zijn dan de Franse boules.

IMG-20190223-WA0008
 Jeu de Boules op z’n Argentijns.

 

IMG-20190223-WA0009
Juist na het loslaten van de bal.

In Rafaela streek ik rond het middaguur bij een restaurant neer voor een Pepsi. Toen ik die wilde betalen zei de serveerster dat ik mijn geld kon houden. Ik ging buiten aan een tafeltje in de zon zitten. Even later kwam de serveerster vragen of ik een sandwich met kaas en ham wilde en nog wat later kwam de eigenaar zelf bij mijn tafel. Hij had blijkbaar wat met reizigers en vertelde dat er een jaar geleden een Peruaan op een fiets was langsgekomen. Die had een sticker van hemzelf op de ruit van zijn Comedor (restaurant) geplakt. De man wees me die vol trots. Er was ook een klant met een oude auto geweest en ook die had een sticker op de ruit geplakt.

“Heeft u geen sticker?” vroeg de directeur.

“Helaas nee, “antwoordde ik, “maar ik heb wel een foto van me waarbij ik naast een grote termietenheuvel in Kenia zit. Als u die op de ruit plakt is het ook een soort sticker.”

Dat vond de man een geweldig idee. Hij liep zijn kantoor in en kwam een tel later terug met een fraaie zwarte pet met de naam van zijn restaurant er op: Comedor El Tato, el rey de la mamona.

“Voor u,” zei hij. Met behulp van mijn fantastische selfie-stick maakte ik een foto van ons beiden met mijn nieuwe aanwinst op mijn hoofd.

Later op weg naar Nuevo Torino realiseerde ik me dat ik vergeten was te vragen wat mamona betekent. Waar de man of het restaurant de koning van was bleef voor mij voorlopig een geheim, maar ik ben er van overtuigd dat er onder mijn volgers mensen zijn die dat wel weten. En mocht u het niet weten, dan is het vrij zeker te vinden in een woordenboek, tenzij het een heel speciaal gerecht is. In dat geval rest u, indien u het beslist wilt weten, niets anders dan een reis naar Rafaela in Argentinië. Ga naar El Tato en vertel de eigenaar dat u altijd trouw mijn blog volgt. Hij zal u dan ongetwijfeld een Mamona cadeau doen.

IMG-20190223-WA0010
De trotse eigenaar van El Tato en de trotse eigenaar van een nieuwe frisse  pet.

Ai!! Weer in spiegelbeeld. Die stick toch!

De Rio Paraná vormde een lastige barrière voor mij. Ik zat dicht bij Santa Fe, dus het lag voor de hand om daar de oversteek te maken, maar nadat daar een tunnel onder de Paraná door was gegraven was de ferry overbodig geworden en dus uit de vaart genomen. De tunnel was echter verboden gebied voor fietsers. Begrijpelijk want fietsen door een tunnel met duizenden langsrazende auto’s geeft je juist iets meer dan één procent kans om ongeschonden aan de andere kant te geraken. Onbegrijpelijk echter dat de fietser geen alternatief geboden wordt.

Ja toch: omrijden over Rosario, 176 km naar het zuiden. Vervelend is echter dat je dan over een stuk snelweg moet van 70 km. Geen zijstroken en wel vangrails waartegen je door het jakkerende blik vermalen kunt worden tot pap. Ook ongeveer 1% kans om daar met al je ledematen nog werkend vanaf te komen.

Een tweede alternatief: nog eens 220 km verder naar het zuiden afzakken, naar Zarate, waar een brug is, maar dan zit je al tegen Buenos Aires aan waar het krioelt van de auto’s, dus daar had ik geen zin in.

Een derde alternatief: 540 km naar het noorden rijden, want bij Resistencia is de volgende brug. Dat is bijna 1100 km extra. Leuk, maar ik heb afgesproken met de organisatie van de Fiets en Wandelbeurs dat ik daar 1, 2 en 3 maart lezingen ga houden over mijn fietsreis van afgelopen zomer. Dat haal ik via de brug bij Resistencia dus niet.

Ja, ja, die Parana is toch even wat anders dan de IJssel of zelfs de Rijn!

En dus kon ik kiezen uit twee kwaden: de Parana niet oversteken en dan Uruguay, waar ik nog nooit geweest ben, missen of mijn eigen wet breken en 30 km meerijden in een bus van Santa Fe naar Parana aan de overkant van de Parana.

Nood breekt wet en dus ging ik naar het busstation in Santa Fe, waar ik verwezen werd naar loket 40.

Bij loket 40: “Nee, meneer wij rijden naar Rosario. U moet bij loket 17 zijn.

Bij loket 17 :”Nee caballero, wij rijden naar Cordoba. U moet bij loket 36 zijn.”

Bij loket 36:”No señor, wij rijden naar San Francisco. U moet bij loket 40 zijn.”

“Maar daar ben ik juist geweest en…..”

“Loket 50 dan.”

Bij loket 50: ……….

Uiteindelijk geschiedde dan toch het godswonder en kon ik waarachtig het juiste kaartje voor de juiste bus naar Parana bemachtigen.

En zo kwam ik in de provincie Entre Rios terecht, wat ‘Tussen rivieren’ betekent. Verderop moest ik dus nóg een rivier over om in Uruguay te komen.

En daarover gaat mijn volgende bericht.

 

 

de Jezuïeten kerk van Santa Catalina

Via een pasje van 1300 meter fietste ik naar de rotspartijen van Ongamira.

IMG-20190211-WA0000
Op de pas tussen Los Terrones en Ongamira

In tegenstelling tot bij Los Terrones mocht ik bij Ongamira vrij rondlopen en dat deed ik dan ook. Ik had er een uurtje willen rondneuzen, maar bleef er de hele dag, waarbij ik nog een paar aardige plaatjes schoot. Zie foto’s 2, 3 en 4.

IMG-20190211-WA0002

IMG-20190211-WA0003

IMG-20190214-WA0001

Natuurlijk schoot ik niet zelf foto 4, want daar sta ik op en de afstand tussen de camera (mijn platte Chinees) en mijzelf was te groot om die in de 10 seconden die de selftimer mij geeft te overbruggen en er dan toch nog zo ontspannen bij te staan. Toevallig was er een Argentijn in de buurt om de foto te maken, uiteraard wel op mijn aanwijzingen.

Na een afdaling van uit de heuvels kwam ik bij de oude Jezuïeten missie van Santa Catalina. Daar liet ik door een, waarschijnlijk niet professionele fotograaf een foto van mij maken met de uit de 17e eeuw stammende kerk op de achtergrond. De foto was niet geheel in overeenstemming met mijn hooggespannen verwachtingen.

 

IMG-20190214-WA0002

Om de man niet te beledigen deed ik het, toen hij weg was, over met de zelfontspanner waarmee het plaatje wat beter uit de verf kwam.

IMG-20190214-WA0003
Foto met de zelfontspanner, waarop mijn gezicht en de kerk wat beter te zien zijn.

Ik was net een paar minuten te laat om de kerk van binnen te bekijken, want de gevreesde siësta was door dat gedoe met die fotografie juist aangebroken. De vraag was: ‘Zal ik twee uren wachten om dat gebouw dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat te gaan bezichtigen of ga ik lekker doorfietsen?” Het zonnetje brandde heerlijk en dus was het jammer om te gaan zitten niks doen. Anderzijds was het natuurlijk ook jammer om zo’n UNESCO-kerk over te slaan. En dus wachtte ik twee uren en kreeg toen een kerkinterieur te zien dat je in elke middelgrote stad in Europa ook kunt zien. En er mocht binnen niet eens gefotografeerd worden. Daarom schoot ik voordat ik door fietste nog maar een plaatje aan de buitenkant.

IMG-20190214-WA0004
Nog een plaat van het exterieur van de Jezuïeten kerk van Santa Catalina maar nu zonder mezelf, wat ook wel eens aardig is.

Het klooster zelf was tijdelijk gesloten, maar door een poortje dat toevallig op een kier stond kon ik illegaal naar binnen glippen en toch nog een foto van de patio maken.

IMG-20190214-WA0005
De patio van het klooster van Santa Catalina.

Voorbij Santa Catalina was ik uit de bergen en zelfs uit de heuvels. De Argentijnse pampa lag voor me, zo plat als de Noordoostpolder.

IMG-20190214-WA0006
Zo plat als de Noordoostpolder, maar hier met flink wat begroeiing.

Opeens blijk ik op een fiets te rijden van het merk ‘Zotnaz’, met een N die verkeerd om staat. Een vondst van de logomaker, die altijd te origineel wil zijn?

Nee, het ondertussen bekende probleem bij het maken van een selfie, waarbij met resultaat in spiegelbeeld komt.

Via alternatieve ‘Noordoostpolder-weggetjes’ fietste ik in de richting van Laguna Mar Chiquita, een enorm zoutwatermeer dat echter erg ondiep is.

IMG-20190214-WA0007
Een alternatief ‘Noordoostpolder-weggetje’

Daarbij kwam ik door het plaatsje La Para, waar blijkbaar vele jaren geleden de 30ste verjaardag van onze koningin is gevierd. Het bordje om haar te huldigen heeft men, om de plaza een bijzonder aspect te laten behouden, laten staan.

IMG-20190214-WA0008
Bordje ter gelegenheid van Maxima’s 30ste verjaardag, nu al weer heel wat jaartjes geleden.

Een kilometer of 50 verder bereikte ik Miramar, een toeristische plek die aan Laguna Mar Chiquita ligt.

IMG-20190214-WA0009
: Miramar gelegen aan het ondiepe maar enorme zoutmeer Laguna Mar Chiquita.

Grappig, of misschien wel treurig, dat ik bijna aan de andere kant van de wereld in Miramar terecht kom, terwijl er een Miramar op 7 km afstand van mijn huis in Drenthe ligt, waar ik duizenden keren ben langs gefietst, maar waar ik nog nooit binnen ben geweest: het beroemden schelpen museum van Nederland. Ik neem mij dan ook voor om dat binnenkort toch eens te gaan bekijken.

IMG-20190214-WA0010
Miramar, zoiets als Saint Tropez, maar toch anders.

Dat er aan dit zoute meer meer te zien was dan alleen zonnende en zwemmende Argentijnen zullen we in de volgende aflevering van deze digi-feuilleton, kortweg digiton, lezen.

Fiets- en Wandelbeurs lezingen 2019

Op de fiets door Marokko

Frank van Rijn

Frank van Rijn, Nederlands bekendste fietsreiziger is nog lang niet versleten. Onlangs bereikte hij, bij het plaatsje Mina Clavero in Argentinië, een nieuwe mijlpaal. Zoals hij op zijn website schrijft fietste hij totaal 0,6 Gm (gigameter) bij elkaar, oftewel 600 Mm (megameter) wat in algemeen bekend taalgebruik ook wel 600.000 km (kilometer) genoemd wordt. Dat is 15 keer de omtrek van de aarde!

Net op tijd voor de Fiets en Wandelbeurs is Frank weer terug in Nederland om te komen vertellen over zijn reis van vorig jaar. Marokko! Tijdens een eerdere reis door dat land werd Frank geconfronteerd met lastige tapijt- en souvenirverkopers. Zou dat anno 2018 nog steeds zo zijn?

Vrijdag    1 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 12.00 uur.
Zaterdag 2 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 13.00 uur.
Zondag    3 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 13.00 uur.

Tot ziens in Utrecht.