de Jezuïeten kerk van Santa Catalina

Via een pasje van 1300 meter fietste ik naar de rotspartijen van Ongamira.

IMG-20190211-WA0000
Op de pas tussen Los Terrones en Ongamira

In tegenstelling tot bij Los Terrones mocht ik bij Ongamira vrij rondlopen en dat deed ik dan ook. Ik had er een uurtje willen rondneuzen, maar bleef er de hele dag, waarbij ik nog een paar aardige plaatjes schoot. Zie foto’s 2, 3 en 4.

IMG-20190211-WA0002

IMG-20190211-WA0003

IMG-20190214-WA0001

Natuurlijk schoot ik niet zelf foto 4, want daar sta ik op en de afstand tussen de camera (mijn platte Chinees) en mijzelf was te groot om die in de 10 seconden die de selftimer mij geeft te overbruggen en er dan toch nog zo ontspannen bij te staan. Toevallig was er een Argentijn in de buurt om de foto te maken, uiteraard wel op mijn aanwijzingen.

Na een afdaling van uit de heuvels kwam ik bij de oude Jezuïeten missie van Santa Catalina. Daar liet ik door een, waarschijnlijk niet professionele fotograaf een foto van mij maken met de uit de 17e eeuw stammende kerk op de achtergrond. De foto was niet geheel in overeenstemming met mijn hooggespannen verwachtingen.

 

IMG-20190214-WA0002

Om de man niet te beledigen deed ik het, toen hij weg was, over met de zelfontspanner waarmee het plaatje wat beter uit de verf kwam.

IMG-20190214-WA0003
Foto met de zelfontspanner, waarop mijn gezicht en de kerk wat beter te zien zijn.

Ik was net een paar minuten te laat om de kerk van binnen te bekijken, want de gevreesde siësta was door dat gedoe met die fotografie juist aangebroken. De vraag was: ‘Zal ik twee uren wachten om dat gebouw dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat te gaan bezichtigen of ga ik lekker doorfietsen?” Het zonnetje brandde heerlijk en dus was het jammer om te gaan zitten niks doen. Anderzijds was het natuurlijk ook jammer om zo’n UNESCO-kerk over te slaan. En dus wachtte ik twee uren en kreeg toen een kerkinterieur te zien dat je in elke middelgrote stad in Europa ook kunt zien. En er mocht binnen niet eens gefotografeerd worden. Daarom schoot ik voordat ik door fietste nog maar een plaatje aan de buitenkant.

IMG-20190214-WA0004
Nog een plaat van het exterieur van de Jezuïeten kerk van Santa Catalina maar nu zonder mezelf, wat ook wel eens aardig is.

Het klooster zelf was tijdelijk gesloten, maar door een poortje dat toevallig op een kier stond kon ik illegaal naar binnen glippen en toch nog een foto van de patio maken.

IMG-20190214-WA0005
De patio van het klooster van Santa Catalina.

Voorbij Santa Catalina was ik uit de bergen en zelfs uit de heuvels. De Argentijnse pampa lag voor me, zo plat als de Noordoostpolder.

IMG-20190214-WA0006
Zo plat als de Noordoostpolder, maar hier met flink wat begroeiing.

Opeens blijk ik op een fiets te rijden van het merk ‘Zotnaz’, met een N die verkeerd om staat. Een vondst van de logomaker, die altijd te origineel wil zijn?

Nee, het ondertussen bekende probleem bij het maken van een selfie, waarbij met resultaat in spiegelbeeld komt.

Via alternatieve ‘Noordoostpolder-weggetjes’ fietste ik in de richting van Laguna Mar Chiquita, een enorm zoutwatermeer dat echter erg ondiep is.

IMG-20190214-WA0007
Een alternatief ‘Noordoostpolder-weggetje’

Daarbij kwam ik door het plaatsje La Para, waar blijkbaar vele jaren geleden de 30ste verjaardag van onze koningin is gevierd. Het bordje om haar te huldigen heeft men, om de plaza een bijzonder aspect te laten behouden, laten staan.

IMG-20190214-WA0008
Bordje ter gelegenheid van Maxima’s 30ste verjaardag, nu al weer heel wat jaartjes geleden.

Een kilometer of 50 verder bereikte ik Miramar, een toeristische plek die aan Laguna Mar Chiquita ligt.

IMG-20190214-WA0009
: Miramar gelegen aan het ondiepe maar enorme zoutmeer Laguna Mar Chiquita.

Grappig, of misschien wel treurig, dat ik bijna aan de andere kant van de wereld in Miramar terecht kom, terwijl er een Miramar op 7 km afstand van mijn huis in Drenthe ligt, waar ik duizenden keren ben langs gefietst, maar waar ik nog nooit binnen ben geweest: het beroemden schelpen museum van Nederland. Ik neem mij dan ook voor om dat binnenkort toch eens te gaan bekijken.

IMG-20190214-WA0010
Miramar, zoiets als Saint Tropez, maar toch anders.

Dat er aan dit zoute meer meer te zien was dan alleen zonnende en zwemmende Argentijnen zullen we in de volgende aflevering van deze digi-feuilleton, kortweg digiton, lezen.

Fiets- en Wandelbeurs lezingen 2019

Op de fiets door Marokko

Frank van Rijn

Frank van Rijn, Nederlands bekendste fietsreiziger is nog lang niet versleten. Onlangs bereikte hij, bij het plaatsje Mina Clavero in Argentinië, een nieuwe mijlpaal. Zoals hij op zijn website schrijft fietste hij totaal 0,6 Gm (gigameter) bij elkaar, oftewel 600 Mm (megameter) wat in algemeen bekend taalgebruik ook wel 600.000 km (kilometer) genoemd wordt. Dat is 15 keer de omtrek van de aarde!

Net op tijd voor de Fiets en Wandelbeurs is Frank weer terug in Nederland om te komen vertellen over zijn reis van vorig jaar. Marokko! Tijdens een eerdere reis door dat land werd Frank geconfronteerd met lastige tapijt- en souvenirverkopers. Zou dat anno 2018 nog steeds zo zijn?

Vrijdag    1 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 12.00 uur.
Zaterdag 2 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 13.00 uur.
Zondag    3 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 13.00 uur.

Tot ziens in Utrecht.

Los Terrones.

Lang geleden heb ik (vrij vruchteloos) gepoogd op een middelbare school de leerlingen het wonderschone van het vak natuurkunde te laten inzien . Ik was toen ‘beginnend leraar’ en dat ben ik ruim een half jaar gebleven, alvorens ik mijn fiets weer oppakte om de wereld verder te verkennen. In die periode waren er op die school een paar andere ‘beginnende leraren’, waaronder Adrie die even hard als ik, en zeer zeker met meer succes dan ik, poogde zijn leerlingen de wonderen van de economie bij te brengen. Hij deed dat met zo veel verve dat hij geen half jaar, maar wel 33 jaar lang beginnend leraar is gebleven. Hoewel natuurkunde en economie heel verschillende vakken zijn, konden we het goed met elkaar vinden, o.a. omdat hij net als ik een enthousiaste fietser was en is. We zijn dan ook al die jaren bevriend gebleven. Ik heb hem indertijd gepoogd over te halen met me mee op fietsreis te gaan, maar hij koos voor een normaal leven (voorzover je een leven als economie leraar  ‘normaal’ kunt noemen) Hij trouwde en daarmee was de mogelijkheid om de wereld vanaf een fietszadel te bekijken min of meer verkeken.

Nu wil het toeval dat Adrie een neef heeft, Brienen,  die jaren geleden is geëmigreerd naar Argentinië en in Cordoba terecht kwam. Samen met een paar vrienden heeft deze Brienen een huis in het plaatsje Tanti, 50 km ten westen van Cordoba.

Van Adrie kreeg ik Brienen’s adres en zo kwam ik na de grote afdaling vanaf de Quebrada de los Condoritos, waar ik dus alleen dat heel kleine en misschien wel heel bijzondere vogeltje heb gezien, (zie mijn vorige bericht) in Tanti terecht. Daar genoot ik een paar dagen van van de luxe, die Brienen en zijn collega-huiseigenaar Alexander en diens zoon Oscar mij boden. Helaas moest ik daar ook wachten tot het weer , dat geheel van streek was, zich weer van zijn goede zijde liet zien. Een ongeluk bij een geluk, zou je kunnen zeggen.

IMG-20190208-WA0002 1
Brienen en ik (natuurlijk weer in een mislukte nonchalance- houding) voor een monumentje in de tuin van het huis in Tanti.

Op een van de dagen dat ik in Tanti verbleef werd er door Oscar, samen met Arthur, een Nederlander die daar ook op bezoek was, een enorme pizza-maaltijd samengesteld. Arthur heeft een herenkleding-zaak in Amsterdam, maar zou als pizzabakker ongetwijfeld ook hoge ogen hebben gegooid.

IMG-20190208-WA0003 1
Arthur (staand links) in actie. Zittend van links naar rechts: zijn broer Gijs (ook op bezoek), Alexander, diens vrouw Marianne, Brienen, twee Argentijnse vriendinnen van de dochter van Brienen en geheel links gezeten en nog juist te zien, de dochter van Brienen.

Er waren heel wat pizza-eters, zoals de foto laat zien, maar er werden ook veel pizza’s gebakken, zoveel zelfs dat het gezelschap het niet allemaal op kreeg, ondanks mijn poging om voor een week vooruit te eten.

IMG-20190208-WA0004 1
: Een kijkje op de ingrediënten-tafel om de lezer te laten puzzelen welke pizza’s er gemaakt werden.
IMG-20190212-WA0000.jpg
Oscar als de grote Pizzastoker voor zijn zelfgemaakte oven. Daarachter Brienen.

Na die paar dagen rust moest er weer eens een stukje gereden worden, want Buenos Aires lag nog niet om de hoek.

Op een kaart had ik gezien dat er mooie rotsformaties te zien waren in de buurt van het gehucht Quebrada de Luna, dat ‘Kloof van de maan’ betekent. Een veel belovende naam die uitnodigde tot een omweg van ruim 100 km. Jammer was dat je het rotsgebied alleen maar onder leiding van een gids in mocht en nog jammerder (zo er een vergrotende trap van jammer bestaat) was dat het die dag niet echt mooi zonnig was, terwijl grillige rotsformaties het best tot hun recht komen bij zonnig weer.

IMG-20190208-WA0005 1
Los Terrones.
IMG-20190208-WA0006 1
Het gezelschap in de smalle kloof. De gids (rechts met pet) steekt waarschuwend zijn vinger op: “Hier niet doorheen bij slecht weer!”
IMG-20190208-WA0007 1
Nog een plaatje in de kloof.
IMG-20190208-WA0008 1
Ik met twee torrones, één rechts en één links.
IMG-20190208-WA0009 1
Ik nog eens met twee torrones, maar nu ook met 14 Argentijnen. (Of tel ik nu verkeerd?)

Van Los Torrones fietste ik 13 km verder over een klimmende gravelweg naar nog een interessant rotsgebied: Ongamira, waar ik in mijn volgende bericht wat plaatjes van ga laten zien.

Hieronder alvast één daarvan om de smaak te pakken te krijgen.

IMG-20190209-WA0000 1
Rotsberg bij Ongamira.

Tot besluit nog een extra bericht: 1, 2 en 3 maart wordt de jaarlijkse Fiets en Wandelbeurs gehouden in de Jaarbeurshallen, dat gigantische gebouwencomplex in Utrecht waar je, zelfs als ervaren wereldreiziger snel de weg kwijt raakt, ik althans wel. De eerste keer, toen ik dacht zeeën van tijd te hebben, kwam ik na veel gedwaal nog maar juist op tijd voor mijn lezing. Deze keer zal ik mij beter voorbereiden op de route door dat labyrint, want weer ga ik op vrijdag, zaterdag en zondag lezingen houden en wel over mijn tochten door Marokko. Die zullen naar alle waarschijnlijkheid rond het middaguur plaatsvinden. Mocht u die beurs gaan bezoeken, bijvoorbeeld om ideeën op te doen voor een mooie fiets- of wandeltocht, en bent u na een ochtend van shoppen langs alle honderden stands, gebukt onder vele kilogrammen folders, aan een rust toe, dan zou het te overwegen zijn om bij mij in de zaal te komen uitrusten en onderwijl wat aardige plaatjes van dat prachtige noord Afrikaanse land te komen bekijken.

Dus wellicht tot begin maart in Utrecht!

 

 

 

Een ontmoeting met de condors

Bericht 11

Het was mooi weer toen ik vertrok uit Posada del Sol. Direkt buiten Mina Clavero, het plaatsje aan de voet van Las Altas Cumbres begon de weg te klimmen, niet steil maar wel continu. Na 9 km stopte ik, want daar bereikte ik een mijlpaal op mijn fietsreizen: 0,6 Gm (gigameter), oftewel 600 Mm (megameter) wat in algemeen bekend taalgebruik ook wel 600.000 km (kilometer) genoemd wordt. (=15 x de omtrek van de aarde)

IMG-20190127-WA0000
Op al mijn fietsreizen bij elkaar 0,6 Gm getrapt.

Bij dit soort gelegenheden pleeg ik mij te trakteren op een cola maar hier stond juist geen winkel langs deze weg, dus ik hield het bij een sinaasappel die ik met vooruitziende blik had meegenomen van Mina Clavero. (Bij 0,5 Gm, een jaar of wat geleden, kwam ik precies uit voor een gigant van een supermarkt in Frankrijk. Plenty cola daar maar een duffe plek om de mijlpaal te vieren. Ik hoop op een adembenemend decor mét een winkeltje er bij voor mijlpaal 0,7Gm, maar dat zal nog wel even duren en misschien is dat winkeltje dan niet meer nodig , want ik werk er momenteel hard aan om van de cola af te komen

Volgens de man in het toeristen-informatie centrum in Mina Clavero was er op het hele traject vanaf daar tot Parque Nacional de la Quebrada de Condoritos ( het nationale park van de Condor-kloof), ongeveer 60 km verderop, nergens een plek, waar ik in geval van onweer zou kunnen schuilen: “Geen winkel, geen café, geen eethuisje, geen gewoon huisje, helemaal níets!”

Dat klonk, gezien het noodweer dat ik twee dagen eerder had gehad nogal dramatisch. Waarschijnlijk had de man dat traject nooit gefietst, anders was hem vast en zeker opgevallen dat er inderdaad niet veel, maar best wel wat te vinden was waar je bij slecht weer je toevlucht zou kunnen nemen. Er waren zelfs twee restaurants! En daarmee was weer eens aangetoond dat je vanaf een fiets veel meer van de omgeving ziet dan door een autoruit. Ook waren er, zoals in de bergen te verwachten is, mooie uitzichten, zoals foto’s 2 en 3 laten zien.

IMG-20190127-WA0001
kloof bij de bron van de Rio Clavero.
IMG-20190127-WA0002
Mooie rots gezien vanaf de weg.

De weg bleef 45 km lang geleidelijk klimmen. (maar nu met een korte ei i.p.v. een lange ij, omdat een vriend mij bij een voorgaand bericht , waar de weg ook ‘gelijdelijk’ klom, heel subtiel vroeg of dat klimmen een lijdensweg was. Die ei-ij-verwarring was voor mij vroeger op school altijd een leidensweg, maar desondanks heb ik mijn diploma gehaald)

Na die 45 km kwam ik op ongeveer het hoogste punt van de route, ca. 2300 meter boven zeeniveau. Van daar ging het verder wat op en neer over een golvende hoogvlakte. Het weer dat tot dan toe mooi was geweest ging in de verte betrekken. Er verschenen schilderachtige, maar voor de fietser onplezierige en zelfs dreigende wolkenformaties aan de hemel.

IMG-20190127-WA0003
Schilderachtige wolkenformaties boven de hoogvlakte.

Het was nog 6 km naar het nationale park waar de condors op me zaten te wachten om in zwierige zweefvluchten voor mijn camera langs te glijden, maar tot mijn vreugde vond ik een paar kilometer verder Parador El Condor, een restaurant waar ze ook een kamer vrij hadden. Dat scheelde mij een koude en waarschijnlijk onplezierige nacht in mijn tent. De kamer was simpel maar goed bruikbaar en niet eens erg duur. Wel stonden er een paar wrakken van auto’s voor de deur geparkeerd waar ik mijn bagage in drie afleveringen langs moest dragen. Ook kon ik met wat getob mijn fiets langs de autosloperij dragen, waarna ik mijn spullen kon ordenen. Toen dat klaar was begon er een hond, zo groot als een weerwolf, te blaffen.

“Hij zit aan een touw, dus er gebeurt niets,” was het commentaar van een van de mensen van de Parador, toen ik vroeg of dat geblaf de hele nacht door zou gaan. De man beloofde echter de hond daar, vlak bij mijn kamer, weg te halen. Dat deed hij ook. Hij verplaatste hem 10 meter, wat natuurlijk niets uit haalde. Bovendien kwam hij met de verheugende mededeling dat ik na het vallen van de duisternis de hond waarschijnlijk toch niet meer zou horen omdat zijn geblaf ruimschoots overstemd zou worden door de dieselmotor, eveneens vlakbij mijn kamer, voor de electriciteits-voorziening. En dat zou voortgaan tot zonsopkomst.

En dus sjouwde ik mijn bagage weer in drie afleveringen langs de blikken wrakken, tilde mijn fiets daar ook weer over, laadde alles opnieuw op en fietste verder naar het nationale park waar een camping moest zijn. Een kilometer verder reed ik, nu dalend ,  een vieze vette mist in en na een kilometer of 6 vond ik de afslag naar rechts van het park. Die had ik overigens bijna gemist door de mist. Na 2 km hobbelen over een gravelpad kwam ik bij de parkingang en nog eens anderhalve kilometer verder, nu over een klimmend (en niet geleidelijk !) zandweggetje stond ik op de ‘camping’: een afgemaaid stukje gras, geen toilet (of eigenlijk alles toilet in de erg wijde omgeving) en water uit de beek. “Douche?? Wat bedoel je?”

Ik zette er mijn tent en had het dankzij mijn nieuwe, ver beneden zero Vaudé- slaapzak die nacht niet koud.

IMG-20190127-WA0004
Vaudé-tent met Vaude-slaapzak er in en ik met mijn fiets er voor. (toen ‘s avonds de mist opeens weer optrok)

Toen ik de volgende ochtend uit mijn tent kwam was het zonnig en onbewolkt, zodat ik mij gelukkig kon prijzen, want met slecht weer laten de condors het afweten.

IMG-20190128-WA0000
Mooi zonnig weer, de volgende ochtend. Mijn medekampeerders in twee tenten lagen nog te slapen.

Vol goede moed begon ik aan het ca 7 km lange voetpad dat mij naar de kloof zou brengen waar het vol zat met die fraaie aasetende reuzenvogels. Helaas…. na een kilometer kwam de mist alweer opzetten.

IMG-20190128-WA0001
De mist kwam na een kilometer lopen alweer aanrollen over de bergen

Ik liep toch door naar de kloof in de hoop dat de mist zou optrekken, maar dat gebeurde niet meer. Aan de kloof stond een bord met :”Een ontmoeting met de condors”, maar er was geen enkele condor zo gek om met dit miezerabele weer zijn nest uit te komen.

IMG-20190128-WA0002
Een ontmoeting met de condors.

De enige condor die ik zag was die op het bord.

IMG-20190128-WA0003
De enige condor die ik die dag zag.

Wel zag ik een andere vogel, niet met een vleugel-spanwijdte van   ruim 3 meter, zoals condors hebben, maar met slechts een  spanwijdte van 12 cm of zelfs minder. Dat vogeltje stelde natuurlijk niets voor. Dáárvoor had ik me niet tientallen kilometers uit de naad getrapt en nog 7 km door de mist gelopen……..

Hoewel… Ik ben geen vogelkenner, maar misschien was het wel zo’n zeldzaam beestje dat er, meteen na het verschijnen van dit verhaal op mijn website, dozijnen vogelaars het vliegtuig naar Cordoba in Argentinië nemen en er op uit trekken om dit heel bijzondere exemplaar in hun vogelcarnet bij te kunnen schrijven. Daarmee kunnen ze dan in de vogelclub scoren….

IMG-20190128-WA0004
Een onnozel of misschien wel uiterst belangwekkend vogeltje dat ik bij de Quebrada de los Condoritos fotografeerde……

Terwijl ik aan de condorkloof stond trok de mist beneden me een beetje weg, waardoor de rivier in de diepte zichtbaar werd, maar het zonnetje liet zich niet zien en de condors ook niet.

IMG-20190129-WA0000
De Quebrada de los Condoritos even uit de mist.

Ik ging op een gemakkelijke rots zitten en hoopte dat de zon ging doorbreken en er zwermen condors boven mijn hoofd zouden gaan rondcirkelen. In plaats daarvan klonk er dreigend omweer-gerommel aan de zuidkant van de kloof. Ik achtte het daarom beter om snel terug te keren naar mijn tent. De hele terugweg rommelde het voortdurend maar ik kwam gelukkig droog over.

Die nacht kwam het water, vergezeld van bliksemflitsen en dreunende donderslagen, met bakken uit de hemel omlaag, maar mijn tent hield het.

De volgende ochtend regende het niet meer, maar in dichte mist (waar ik geen foto van heb gemaakt omdat de lezer zich er wel een beeld van kan vormen hoe dat er uitziet) daalde ik af richting Cordoba. Bij elke achterop komende auto koerste ik de berm in, er van uitgaande dat de bestuurder mij niet zou zien. En zo overleefde ik die grote sombere afdaling, waarop ik slechts 3 meter asfalt voor mijn voorwiel zag, alsmede de witte lijn aan de rechterkant van de weg. Naar de stad Cordoba ging ik niet. In plaats daarvan reed ik naar het plaatsje Tanti, een kilometer of 50 ten westen van Cordoba. Daar logeerde ik bij vrienden van een neef van een vriend. (Ingewikkeld, maar daarom niet minder waar) En daarover gaat mijn volgende verhaal.

Om dit verhaal niet helemaal in de mist te laten wegsmoren, tot besluit nog een foto genomen tijdens de redelijk zonnige klim van twee dagen daarvoor.

IMG-20190129-WA0001
Landschap op de klim naar las Altas Cumbres

1000 jaar oude mummies, een met een verroest mes doorboorde mensenschedel en nog veel meer.

Op de lange erg verlaten route naar Cordoba kampeerde ik dicht bij een door weer en wind uitgesleten rotspartij.

IMG-20190117-WA0000
Foto 1: Uitgesleten rotspartij waar ik dichtbij mijn tent opzette.

Ik had die rots graag pal achter mijn tent gehad voor de foto. Dat had gekund maar dan had ik de tent pal voor die rots moeten zetten. Dat lokte me niet aan want dan had hij in een droge beekbedding gestaan en als het dan fors was gaan regenen was ik misschien met tentje en al weggespoeld. Daarom zette ik de tent op een wat hogere en veel duffere plek op, zoals te zien is op foto 2.

IMG-20190117-WA0001
Foto 2: Duffe maar veilige plek voor mijn tent.

Menige lezer zou met wat fotoshoppen die rots in een handomdraai verplaatsen naar dicht achter mijn tent, maar helaas ben ik een slechte shopper, dus de lezer zal die rotsverplaatsing in zijn fantasie moeten doen.
Verderop kwam ik langs nog een interessante erosie- formatie.

IMG-20190117-WA0002
Foto 3: Geërodeerde rotswand.

Op deze kunstig gemaakte foto (al zeg ik het zelf in volle bescheidenheid) zijn de afmetingen niet te zien omdat er geen referentie is. Het zou een honderden meters of misschien wel ruim 1000 meter hoge wand kunnen zijn.
Foto 4 is iets hoger genomen, waardoor de draadafzetting boven deze half weggespoelde zijkant van de weg te zien is en daarmee de dimensie van het geheel.

IMG-20190117-WA0003
Foto 4 Heuveltje naast de weg waar je in een minuut tegenop klautert.

Ik kampeerde die nacht achter dicht struikgewas zodat ik, zoals altijd, goed verdekt stond en bestudeerde de volgende ochtend de route voor die dag. Daar was niet zo veel op te studeren. Gewoon een paar honderd kilometer rechtuit over de erg rustige weg.

IMG-20190117-WA0004
Foto 5: Het nauwkeurig bestuderen van de kaart, gezeten voor mijn tent.
IMG-20190117-WA0005
Foto 6: De weg naar Cordoba: voorlopig gewoon een paar honderd kilometer rechtuit met zo nu en dan een flauwe bocht.

De zon en de aangename temperatuur van dik in de dertig graden compenseerden het gemis aan afwisseling op dit traject, maar zo nu en dan was er wel degelijk wat meer te zien dan alleen struikgewas en gebarsten asfalt. Meestal betrof dat een heiligdommetje. Zo kwam ik langs onze eigen, echte Sinterklaas, maar zonder Zwarte Piet. Wat dat betreft hoeven ze in Argentinië geen revolutie te verwachten.

IMG-20190117-WA0006
Foto 7: San Nicolas, die ergens eenzaam langs de lange weg stond, weggemoffeld in een klein stoffig kapelletje.

Een bord er naast maakte een einde aan alle twijfels of het hier onze eigen goedheiligman betrof.

IMG-20190117-WA0007
Foto 8: Bord naast het kapelletje van San Nicolas met San Tos er voor.

Een andere heilige langs de weg, eigenlijk een volksheilige, dus net zoals Difunta Correa niet erkend door het Vaticaan (zie mijn vorige bericht) , betrof Gauchito Antonio Gil of kortweg Gauchito Gil, wat cowboytje Gil betekent. Hier was de plek weer mooi versierd met rode vlaggen, twee miniatuur kapelletjes, een vrachtwagenband, een wieldop en nog meer spul dat ook in een prullenbak niet zou misstaan. Argetijnen houden van dit soort heiligdommetjes en ik ook, want dat gaf mij dan een excuus om even van de fiets te stappen en wat koek of een sinaasappel te eten.

IMG-20190117-WA0008
Foto 9: Een miniatuur kapelletje voor Gauchito Gil.
IMG-20190117-WA0009
Foto 10: Gauchito Antonio Gil

Onlangs hoorde ik van iemand dat die Gauchito Gil een bandiet was die in de negentiende eeuw reizigers beroofde. In hoeverre dat waar is heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar als je deze plaat van hem ziet (Foto 11) lijkt het niet onwaarschijnlijk. En toch wordt hij aanbeden, zoals uit foto 12 blijkt. Misschien was hij wel een goede bandiet, een soort Robin Hood.

IMG-20190118-WA0003
Foto 11: Gauchito Gil, klaar om toe te slaan.
IMG-20190118-WA0004
Foto 12: Gebed aan Gauchito Gil.

In de buurt van het stadje Mina Clavero aan de voet van Las Cumbres Altas, een flinke bergketen ten westen van de stad Cordoba zette ik mijn tent op een camping die, in tegenstelling tot diverse campings die ik tot nu toe in Argentinië heb gezien, verbluffend rustig was. ‘s Morgens bij het opbreken ontdekte ik een nogal lugubere, maar tevens mooie rups in mijn tent. Met de platte grond van Mina Clavero haalde ik hem uit de tent en zette hem een eind weg, zodat hij zijn gang kon gaan. En dat deed hij, want even later zat hij op mijn Marathon band. Hij was dus in korte tijd weer een, voor zijn korte beentjes, reuze- eind teruggekropen. Blijkbaar wilde hij met me mee, maar het gedraai van mijn band zou hem waarschijnlijk draaierig maken dus weer haalde ik de platte grond van Mina Clavero tevoorschijn om hem op andere gedachten te brengen.

IMG-20190118-WA0005.jpg
Foto 13: Lugubere maar mooie rups op mijn Marathon band.

Er was zwaar weer op komst en daarom zocht ik snel een hotelletje. Dat vond ik 2 km ten zuiden van Mina Clavero: Posada del Sol. Juist toen ik binnen was brak het geweld los: urenlang doorkliefden bliksem schichten de hemel, dreunde de donder en rukte een huiveringwekkende storm aan alles wat los en vast zat. Wat los zat verdween naar ongekende verten en wat vast zat kreeg het zwaar te verduren. Menige tak begaf het en zelfs knakte er een forse boom vlak bij het hotel af als een rietje. Ik was blij dat ik mij nog niet op de 2300 meter hoge pas over de Altas Cumbres had gewaagd en binnen bij de vriendelijke eigenares en haar zoon, schoondochter en vrienden zat.

IMG-20190118-WA0006
Foto 14: Binnen in de Posada del Sol.
IMG-20190118-WA0007
Foto 15: Na de storm: afgebroken boom.

Voor de dag na de storm voorspelde mijn platte Chinees, evenals een aantal andere uiterst slimme telefoons, slecht weer. De storm en de gigantische hoeveelheden regen alsmede de bliksemflitsen van die middag stonden mij nog erg duidelijk voor de geest, zo zelfs dat ik, hoewel de zon de volgende ochtend prachtig scheen, toch besloot het nog een dagje aan te zien alvorens mij hoog in de bergen te wagen. Zo’n zonnetje kan in de bergen immers in korte tijd plaats maken voor noodweer.

Om toch mijn dag niet in ledigheid door te brengen maakte ik een tochtje in de omgeving over gravelwegen. Daarbij kwam ik langs het museum Rocsen dat in 1969 geopend is. Daarin heeft de Fransman Jean Jacques Bouchon, de stichter, ongeveer 60.000 voorwerpen op allerlei gebied bijeen gebracht. De vraag is of hij daarbij niet over het verzadigingspunt van het gros van de bezoekers heen is gegaan. Ik denk dat de meeste mensen na het serieus bekijken van een ruwe ,10.000 spulletjes al flink moe zijn. Ik redde het tot een dikke elfeneenhalf duizend waarna ik afknapte. Maar de echte taaie doorzetters zullen na alles grondig bekeken te hebben opmerken: “Jammer dat de koek al versnoept is. Ik zou nog wel een serie van 60.000 museumstukken aan kunnen.

Het was voor mij in ieder geval wel het ritje en het entreegeld waard. Ik zag oude gereedschappen, dieselmotoren met grote vliegwielen, prehistorische aarden potten, in een glazen kast vastgeprikte schorpioenen, patafoons, Ampèremeters, muziekinstrumenten, 1000 jaar oude mummies, een met een verroest mes doorboorde mensenschedel en nog veel meer. Zoveel meer zelf dat ik de lezer daarmee niet wil vervelen.

De foto’s 16, 17, 18 en 19 geven een indruk van al het moois dat er te zien was.

IMG-20190122-WA0000
Foto 16.
IMG-20190122-WA0001
Foto 17.
IMG-20190122-WA0002
Foto 18.
IMG-20190122-WA0003
Foto 19.

Die dag bleef het prachtig weer. Dan heb je een mooie, uiterst slimme telefoon en dan blijkt die je grondig te misleiden. Ik heb me gewoon door een paar cubieke centimeter electronica in de luren laten leggen, want met dat mooie weer had ik makkelijk de pas van ruim 2300 meter over kunnen fietsen.

Dat ging ik de volgende dag dan maar proberen. Mijn superknappe stuk digitale techniek  voorspelde voor die volgende dag eveneens mooi weer en dat bracht mij aan het twijfelen. Of hij het bij het rechte eind had of opnieuw de plank missloeg en of ik de pas over kwam, leest u in het volgende bericht.

IMG-20190122-WA0004
Foto 20. Toegift. Deel van de voorgevel van het Rocsen-museum met San Francisco boven mijn San Tos