‘Las Malvinas son Argentinas’

Bericht 9

In Mendoza fietste ik omhoog naar Cerro de la Gloria, een heuvel in het grote park van de stad. Daar bovenop staat, evenals in Manzano Historico, waar ik de vorige keer over schreef, een groot monument van José de San Martin. Wat Simon Bolivar in Venezuela is en Antonio José de Sucre in Bolivia is José de San Martin in Argentinië: El Gran Libertador, oftewel de Grote Bevrijder van het land (van de Spaanse overheersing) Logisch dus dat kosten, moeite, beton noch brons zijn gespaard om deze Vaders van de vaderlanden te gedenken. Hier op deze heuvel loog het er ook weer niet om, zoals uit foto’s 1 en 2 blijkt.

IMG-20190114-WA0003
Het monument in zijn geheel.
IMG-20190114-WA0012
José op zijn paard met zijn leger achter zich en een glorie-engel boven zich.

Beneden het monument en er geheel omheen waren vele bronzen platen aangebracht van allerlei instanties en organisaties om José nog eens extra in het zonnetje te zetten, hoewel dat zonnetje, op het moment dat ik er was, achter dreigende onweerswolken schuil ging. Op enkele van de bronzen platen was de neus van José geel omdat vele bezoekers die neus bij wijze van vereering hadden aangeraakt, zodat het oxidelaagje van de plaat was afgesleten en het blanke (gele) metaal glom als goud.

IMG-20190114-WA0008
De als goud glimmende neus van José de San Martin

Van Mendoza reed ik naar het noorden richting San Juan, waarbij ik een bord langs de weg zag staan met de tekst: ‘Las Malvinas son Argentinas’, wat je zou kunnen vertalen als: ‘De Falklandeilanden zijn van Argentine’. Een dergelijk bord zie je hier wel vaker staan. Blijkbaar zit het de Argentijnen nog steeds dwars dat de Engelsen die vrij onbenullige eilanden bezet houden en die als Engels grondbezit beschouwen. In 1982 is daar een, in mijn ogen, onzinnige en onnodige oorlog om gevoerd die veel mensenlevens en veel geld heeft gekost. Waarschijnlijk waren de Britten goedkoper uit geweest als ze alle Engelsen van die eilandjes naar het vaderland hadden overgebracht, ze allemaal een kasteel van een huis hadden gegeven, ze allemaal in de adelstand hadden verheven en een dik pensioen voor de rest van hun leven hadden gegeven, dan die oorlog te voeren en tot op heden daar een forse troepenmacht te handhaven om een eventuele tweede Argentijnse invasie het hoofd te kunnen bieden.

IMG-20190114-WA0017
De Falklandeilanden zijn van Argentinië.

Circa 50 km voor San Juan boog ik af naar het oosten, waarna ik in het plaatsje Vallecito kwam. In dit dorpje dat nu stijf staat van de restaurantjes heeft rond het jaar 1840, toen het dorpje nog niet bestond, een wonder plaatsgevonden: een vrouw met de naam Correa was met haar baby op zoek gegaan naar haar man die in de toen woedende burgeroorlog was verdwenen. Helaas had ze niet genoeg water mee genomen in dit hete droge landschap , waardoor ze om kwam van de dorst. Een dag later werd ze gevonden door een groep gauchos (cowboys). Haar baby zat aan haar borst en bleek nog te leven. Dit wonder bleek groot genoeg om mensen van heinde en verre naar deze plek te lokken als eerbetoon aan Difunta Correa, wat ‘Gestorven Correa’ betekent. Er werden capelletjes gebouwd waarin in de loop der jaren duizenden pelgrims dankbewijzen plaatsten voor de hulp die Difunta Correa hun had geboden bij problemen en ellende van allerlei aard. Die dankbewijzen bestonden uit bronzen plaatjes aan de muren van de capelletjes, maar ook uit materiële giften zoals bekers gewonnen bij sport, speelgoed, familie-fotos, schilderijtjes, auto- en fietsonderdelen, diploma’s, weegschalen guitaren en nog zo veel meer dat er een heel museum mee was gevuld. En dan de plastic flessen gevuld met water, zodat Correa nooit meer dorst zou hebben!! Duizenden flessen met alles bij elkaar cubieke meters water.

IMG-20190114-WA0006
Een aantal van de duizenden materiële giften aan Difunta Correa’.

IMG-20190114-WA0010

IMG-20190114-WA0004

IMG-20190114-WA0013
Flessen water voor Correa’ zodat ze nooit meer dorst hoeft te lijden in het hiernamaals.

Bovenop een heuvel bevond zich een zwartgeblakerde rots aan de voet waarvan pelgrims hun kaarsje konden aansteken voor Difunta Correa. Ik haalde daar de kaars uit mijn rugzak, die ik van Marcelo had gekregen, de eigenaar van het pensionnetje in Tunuyán, waar ik een week eerder logeerde. Toen ik de man vertelde dat ik langs Vallecito ging, kwam hij meteen aanzetten met die kaars en met het verzoek om die daar aan te steken.

“Dat zal ik voor je doen,” beloofde ik, waarop hij antwoordde: “De kaars zal ook jou beschermen, vooral tijdens je reis.”

Ja, je weet maar nooit! In ieder geval stak ik hem aan en plaatste hem tussen de vele andere brandende en door de wind inmiddels uitgeblazen kaarsen en zei er bij: “Voor Marcelo.”

IMG-20190114-WA0014
De kaarsenplek aan de voet van de zwartgeblakerde rots.
IMG-20190114-WA0002
De kaarsenrots van Vallecito.

Merkwaardig is, dat Difunta Correa nooit is erkend door het Vaticaan en dus ook nooit is heilig verklaard, terwijl ze daar in Rome in het verleden toch best wel scheutig mee zijn geweest. Paus Franciscus is zelf een Argentijn en het lijkt me zo dat Correa nu wel een redelijke kans heeft binnenkort Santa Correa genoemd te worden.

Rond de kaarsenheuvel hadden vele pelgrims eigen gemaakte miniatuur-huisjes gebouwd, ook als gift aan Correa.

IMG-20190114-WA0009
Vele miniatuur-huisjes voor Difunta Correa rond de kaarsenheuvel.

Na uitgebreid rondgekeken te hebben bij dit ‘heiligdom’ van een niet heiligverklaarde maakte ik een wandeling in de omgeving. Achter de kaarsenheuvel vond ik een stortplaats van vele honderden, zo niet duizenden, van die zelfgemaakte huisjes. Die waren daar gedumpt, waarschijnlijk omdat de plek te vol raakte. Ja, als iedereen daar maar zijn huisje neer zet, loopt het op een gegeven moment spaak. Dan komt er ruimtegebrek en moet er opgeruimd worden. Ik keek naar die nu kapotte en uit elkaar hangende kunstwerkjes en dacht aan al die mensen die misschien wel wekenlang zo bloedig en vol heilige ijver aan hun huisje hadden zitten knutselen terwijl het nu, achteloos weggesmeten lag te verrotten in de woestijn. Hoe triest toch voor al die brave lieden die vol goede bedoelingen hun creaties aan de voet van de kaarsenheuvel hadden geplaatst, als offer aan Difunta Correa!

IMG-20190114-WA0015
Stortplaats van heilige huisjes
IMG-20190114-WA0005
Hoe lang zou de familie Mendez aan dit prachtige huisje hebben gewerkt?

Ik klom op een wat hogere heuvel, een eind verderop en keek uit over het geaccidenteerde woestijnlandschap om mij heen. Ja, als je je daar in 1840 zonder water waagde, toen er nog geen restaurantjes stonden en dan nog wel in de zomer bij 40 graden, kon het wel eens verkeerd met je aflopen. En dat overkwam Correa dus. Heel erg veel pech voor die arme Correa, maar heel veel geluk voor honderdduizenden pelgrims die daar jaarlijks naar toe trekken om haar te bedanken voor genezing, het winnen van één fraaie gouden beker, het behalen van een diploma of het goed lopen van de eigen bakkerszaak.

IMG-20190114-WA0007
Misschien had Carolina Leonor Oliveira wel nooit haar diploma Medicijnen aan de universiteit van Cordoba gehaald, als Correa niet verdorst was in de woestijn van San Juan.
IMG-20190114-WA0001
Het graf van Difunta Correa.
IMG-20190114-WA0011
Het droge hete woestijnlandschap dat ik vanaf een hoge heuvel om me heen zag

Na dit cultureel-semi-religieuze intermezzo vervolgde ik mijn reis door een lang droog stuk woestijn richting Cordoba, waarbij ik, anders dan Correa, flink wat flessen water mee sjouwde. Of het in die woestijn goed met mij zou gaan aflopen, leest u in het volgende bericht, hoewel u, uit het feit dat dit verhaal nu op mijn website verschijnt, eigenlijk al de conclusie kunt trekken dat ik die tocht heb overleefd. En dat misschien wel door die kaars van Marcelo, hoewel die 7 flessen water daar zeker aan mee werkten.

 

IMG-20190114-WA0016
Op de grens van de provincies San Juan en La Rioja. Zoutafzetting in de woestijn.

 

Ontmoeting met kolonel Manuel Olazábal.

Bericht 8

Die zes kilometer die ik had meegelift in die toeristenbus zat me ‘s nachts nog wel een beetje dwars. Maar wat is 6 km op enige duizenden kilometers? Wat maakt dat nu uit? Daar moet je als fietsreiziger tegen kunnen. En dat kon ik natuurlijk. Let maar op!

Met die geruststellende gedachte sliep ik in, echter niet alvorens nog even een andere gedachte te hebben: ‘Als het morgen prachtig weer is, ben ik er gek genoeg voor om voor vertrek zonder bagage nog even omhoog te fietsen om toch dat smokkelstukje in te halen. Maar dan moet het wel echt prachtig weer zijn, want zo gek ben ik nu ook weer niet om dat met slecht weer te doen.  Dan begin ik er natuurlijk niet aan’

De volgende ochtend was het echter nog steeds bewolkt en dus stond mijn plan vast: ‘Verder naar San Rafael en vergeet die inhaaltocht. Ik ben wel goed maar niet gek.’

Het verbaasde mij dan ook lichtelijk dat ik een half uur later tóch omhoog reed over het smalle gravelweggetje langs het stuwmeer. Blijkbaar kunnen de meest normale mensen (waaronder ik mijzelf uiteraard schaar) toch hun gekke momenten en gedachten hebben. Maar zo gek was die gedachte nu ook weer niet: ‘Het is maar een korte etappe naar San Rafael en wat ga ik dan vanmiddag in die stad doen? Dan kan ik beter vanochtend toch even omhoog rijden langs dat stuwmeer, eigenlijk nog niet eens zozeer om dat stukje weg in te halen als wel voor het mooie uitzicht, want wie weet klaart het wat op. En bij de eerste druppel keer ik om, want het moet geen corvee-werk worden. Het moet leuk blijven.’

Bij de eerste druppel keerde ik natuurlijk niet om, want ik ben wel goed, maar niet zo gek om voor één druppeltje om te keren als ik met de nodige overredingskracht de hoteleigenaar zover gebracht heb dat ik wat later mag uitchecken.

En dus sprak ik met mezelf af: ‘Bij de zevende druppel keer ik om’

En wat een geluk, want na de zesde druppel ging het opklaren en brak de zon door het wolkendek heen, zodat ik veel beter dan de vorige dag, vanuit de bus en met sombere bewolking, kon zien hoe mooi dat meer was.

IMG-20190106-WA0000
Een paar plaatjes van het stuwmeer.

IMG-20190106-WA0001

IMG-20190106-WA0002

 

Ik schoot ook nog een foto op de plek waar ik de vorige dag benauwd was dat we (de 50 toeristen, de 3 gidsen, de chauffeur en ik) over de rand zouden tuimelen op het toen natte glibberige weggetje. Met de fiets ziet zoiets er een stuk minder gevaarlijk uit dan in een bus, waarin je toch al zo hoog zit.áá

IMG-20190106-WA0003
Het enge randje hoog boven het stuwmeer, waar ik de dag ervoor, in de bus, het koude zweet op mijn voorhoofd had staan. Een geoefende en geharde busreiziger ben ik nu eenmaal niet.

‘s Middags reed ik de laatste 30 km naar San Rafael en zo had ik, zelfs met het inhaal-ritje van die ochtend er bij, een rustige dag.

Geheel anders was het de dag die daarop volgde: ik reed over een lange vrijwel rechte weg zonder bewoning, cafeetje of winkeltje met links en rechts zich eindeloos uitstrekkend doornachtig struikgewas. De weg klom heel gelijdelijk, maar duidelijk merkbaar en ik reed tegen een lichte, maar eveneens duidelijk voelbare wind in. Dat ‘gelijdelijke’ en ‘lichte’ ging mij na vele uren toch in de benen zitten en vooral ook in mijn hoofd, want het enige wat al die tijd een beetje veranderde was het uitzicht op de besneeuwde toppen van de Andes in het westen. Die kwamen heel langzaam dichterbij, of eigenlijk naderde ik trap voor trap die sneeuwbergen. Verder bleef alles die dag exact hetzelfde.

Door dit moeizame en vooral langzame getob werd het lastig om het 115 km voorbij San Rafael gelegen Pareditas te halen. Ik achtte het dan ook verstandig om niet koste wat het kost door te drukken, maar ergens mijn tent op te zetten, om de volgende dag op mijn gemak dat dorpje te halen. Dat opzetten van de tent, althans op een acceptabele plek en uit het zicht van de  weg, werd echter flink bemoeilijkt door onsympathiek serieuze draadafzettingen, links en rechts van de weg. Er zat nergens een zwak plekje in al dat draadwerk waar ik met fiets en al door kon. Boerderijen waren er niet en de paar sporadische hekken in de afzettingen zaten met zware kettingen en hangsloten stijf op slot. Uiteindelijk zag ik mij genoodzaakt de fiets af te laden, de bagage en de fiets over het draad te tillen, zelf over de afzetting te klimmen en aan de andere kant de fiets weer op te laden om enige honderden meters verderop in het terrein mijn tent op te zetten. Dat alles nam natuurlijk flink wat tijd in beslag en kostte de nodige energie, waardoor ik deze etappe niet een ontspannen peddelritje kon noemen. Wel had ik de volgende ochtend een mooi uitzicht op de vanuit het oosten door de zon belichte Cordillera.

IMG-20190107-WA0003
: De almaar licht klimmende weg met ver in het westen de Cordillera de los Andes.
IMG-20190107-WA0004
Mijn Vaudé-tentje vanwaar ik ‘s morgens de besneeuwde bergtoppen van de Andes zag.

Vanuit Tunuyán, een kilometer of 80 ten zuiden van Mendoza, reed ik voor de aardigheid nog eens de Andes in. De weg klom flink, iets wat je kunt verwachten als je de Andes in trekt. In het plaatsje Manzano Historico, waar generaal José de San Martin, de Libertador ( bevrijder) van Argentinië, onder een appelboom (Manzano) uitrustte na zijn terugkeer uit Chili op 29 januari 1823, vond ik een camping die er aardig uit zag, maar die niet aardig klonk, omdat heel wat campeerders hun autoradio’s flink hard aan hadden staan met de portieren wagenwijd open, om maar vooral iedereen mee te laten genieten van hun muziek. Het was één groot gratis concert van door elkaar vibrerende deuntjes. Gelukkig vond ik anderhalve kilometer verderop een mooie betaalbare bungalow in een fraaie tuin, ver genoeg weg van de camping om niet mee te hoeven ‘genieten’ van het concert. Vandaaruit fietste ik over een al even fors klimmende gravelweg naar de controle-post van de Gendarmeria Nacional op ongeveer 2400 m hoogte. Ik vroeg de gendarme of ik hier een foto mocht nemen. Dat was vroeger iets waar je bij politie-posten en grenzen in zuid Amerika, net als in Afrika geweldig mee op moest passen, want dan was je al gauw een spion van de Russen. Nu was er echter geen vuiltje aan de lucht en de gendarme maakte op mijn verzoek met mijn toestel een foto van me met een paar flinke bergen op de achtergrond.

IMG-20190107-WA0005
De gravelweg hoog de Andes in
IMG-20190107-WA0006
Door een beek
IMG-20190107-WA0007
De foto die de gendarme voor en van me maakte.

Terug in Manzano Historico bezocht ik nog het enorme standbeeld van José de San Martin dat de ontmoeting tussen hem en kolonel Manuel Olazábal uitbeeldt.

IMG-20190107-WA0008
Standbeeld van José de San Martin ter herinnering aan zijn terugkeer in Argentinië in het jaar 1823. Ontmoeting met kolonel Manuel Olazábal.
IMG-20190107-WA0009
Het standbeeld in zijn geheel

Van deze historische plek reed ik in één dag naar Mendoza, bekend om zijn wijnen.

IMG-20190107-WA0010
Tot besluit van deze aflevering een flinke fles wijn.

Twee zelfs!!

Het stuwmeer in de diepte

Bericht 7

Voorbij het zoutmeer, waar ik in mijn vorige bericht over schreef, sloeg ik rechtsaf van de grote weg naar San Rafael en kwam na een kilometer of 20 in het dorpje El Nihuil, gelegen aan de Cañon del Rio Atuel. Ik bleef daar een dag en klauterde een groot deel van die dag tussen de grillige rotsformaties van de kloof rond, waarbij ik geen mens tegen kwam. Een enkele toerist liet zich nog op het uitzichtpunt, vlak bij het dorp zien, maar daar bleef het bij. Daar voorbij was het ‘gevaarlijk’, ‘moeilijk’, ‘vermoeiend’ , ‘ver’ en vooral ‘heet’. En dus had ik het rijk voor mezelf alleen, waarbij dat gevaarlijke, moeilijke, vermoeiende, verre en hete allemaal reuze meeviel en het vooral mooi en spectaculair was.

IMG-20181230-WA0004
De Cañon del Rio Atuel, dicht bij El Nihuil.

IMG-20181230-WA0000

 

 

IMG-20181230-WA0002
De Cañon del Rio Atuel, dicht bij El Nihuil.

De volgende dag daalde ik over een gravelweg af in de kloof en reed 28 km lang door een bij elke bocht veranderende wereld van stenen, rotsen een reusachtige canyonwanden. Het was alsof ik een supernatuurfilm zag, geprojecteerd op een driedimensionaal scherm, waarbij de bioscoop tot 35 graden verwarmd werd en de vloer werd geschud om de indruk te wekken dat ik het allemaal zelf meemaakte, alsof ik er middenin fietste over een hobbelweg. Ja, het leek net een geweldige realistische film. Het was allemaal net echt! Nee, sterker: het wás echt!

En nu komt het merkwaardige: deze route waar ik nu zo enorm van genoot en die ik hoogstwaarschijnlijk nooit zal vergeten, omdat ik me nu eenmaal alle geweldige dingen blijf herinneren, heb ik 19 jaar geleden ook gefietst en daar herinner ik me níéts meer van en ook herkende ik niets van de kloof. Er stond me alleen  heel vaag van bij dat hier iets bijzonders was, maar wat wist ik niet meer, toen ik er deze keer aan begon. In mijn dagboek van het jaar 2000 las ik alleen ‘mooie canyon’ en verder niets. Wel stond er bij dat het die dag zwaar bewolkt was en dat het zo nu en dan regende. En dat verklaart bij mij alles. Ik heb zon nodig om landschappen op hun juiste waarde te kunnen schatten en om er van te genieten. Voor mij staat of valt een natuurgebied met de zon. Dat is een handicap, maar wat doe je er aan? Iemand suggereerde me een gele zonnebril op te zetten, zodat je bij de somberste en meest miserabele bewolking toch alles in het zonlicht ziet baden. Bij mij werkte het niet. Het was nep, zoals een parkje van 20 bij 20 meter met een paar bomen er op, midden in een grote stad en dan proberen te denken dat je je in het Amazonegebied bevind.

Misschien moet ik er eens met een psychiater over praten, maar liever zoek ik met behulp van het Grote Klimatenboek de echte zon op.

IMG-20181230-WA0005
Afdaling in de Cañon del Rio Atuel

IMG-20181230-WA0006IMG-20181230-WA0003

IMG-20181230-WA0001
Een paar impressies van de Cañon del Rio Atuel

Aangezien ik veel rondkeek en een flinke serie foto’s schoot, vorderde ik maar langzaam, maar dat wás niet erg ( dacht ik!). Met name voor dit soort dingen maakte ik deze reis.

Na 28 km door de canyon gereden te hebben, klom de weg er via een stel bochten uit, waarna ik op een golvend plateautje kwam. Tijdens deze klim betrok het weer dat tot dan toe prachtig was geweest. Het begon ermee dreigend uit te zien en in de verte rommelde de donder al en zag ik zo nu en dan bliksemflitsen langs de inmiddels paars geworden hemel klieven. Ik hoopte het plateau snel te verlaten en dat moest ook kunnen, want aan de andere kant wachtte mij een flinke afdaling naar een stuwmeer in de Rio Atuel met daarachter het plaatsje Valle Grande, waar ik onderdak hoopte te vinden.

Maar helaas…. Ik had achteraf gezien te veel getalmd in de canyon en dat brak me nu op. Knetterharde donderslagen dreunden om me heen en imposante maar beangstigende flitsen begeleidden die slagen. Of eigenlijk was het omgekeerd: de dreunen begeleidden, of volgden op, de flitsen. En het zijn de flitsen die het kwaad aanrichten, niet de dreunen. En daaruit volgt dat je voor de dreunen niet bang hoeft te wezen, want als je die hoort is de flits al geweest. Maar dan hangt de volgende flits weer als een zwaard van Damocles boven je hoofd en heb je dus alle reden om toch bang te zijn. En dat was ik, want het ging ontzettend te keer.

In het heetst van dit noodweer stopte er opeens een grote bus met toeristen naast me. De chauffeur beduidde me met fiets en al in te stappen. Dat idee stond me niet aan, want als ik fiets, fiets ik alles. Meerijden is smokkelen en daar houd ik niet van. Van een blikseminslag in mijn mooie maar bezweette  Schwalbepet  houd ik nog minder hoewel ik geïsoleerd van aarde op mijn rubberen Schwalbe banden reed. Maar hoe goed die banden ook mogen zijn, bestand tegen dergelijk natuurgeweld zijn ze niet en dus was de beslissing in een flits (om maar in stijl te blijven) gemaakt. Met de hulp van drie gidsen wurmde ik de loodzware breed beladen fiets het smalle trapje van de bus op en plaatste ik hem in het gangpad. Theoretisch paste hij er niet in maar met een dergelijk onweer wordt de theorie door de practijk achterhaald. De gids vroeg me het gezelschap van toeristen uit Buenos Aires te begroeten, maar tot een mooi toespraakje kwam ik niet want reeds was de bus aan de afdaling begonnen. Ik zat rechts en de afgrond bevond zich links van de bus zodat ik de indruk had dat de linkerbanden op de uiterste decimeter van de weg draaiden. Ik stond dan ook doodsangsten uit en dacht: ‘Gered van electrocutie, maar daarna samen met 50 Argentijnse toeristen in het ravijn gestort’

Ook dit avontuur liep gelukkig weer goed af en zo kon ik met al mijn ribben en botten nog heel in Valle Grande deze reddende bus uit. Ik vond daar inderdaad onderdak en zo zou je kunnen denken: Eind goed, al goed’, hoewel ik nog wel met het onbevredigende idee bleef zitten, ongeveer 6 km gesmokkeld te hebben.

Hoe ik dat onbevredigende idee ging bestrijden leest u in het volgende bericht.

IMG-20181230-WA0007
Het stuwmeer in de diepte

 

de brug over de Rio Grande

Bericht 6

De dag nadat ik in Bardas Blancas gestrand was door de enorme wind die vanaf de Cordillera door de vallei van de Rio Grande loeide, hadden de weergoden er nog een halve Beaufort bovenop gezet. Ik probeerde de brug over de Rio Grande, direct buiten Bardas Blancas, met de fiets aan de hand over te lopen, maar merkte na 20 meter al dat dat niet ging of op z’n minst een hachelijke onderneming was. Met moeite kon ik de fiets vasthouden zodat hij niet over de reling geblazen werd. En dus accepteerde ik nog een gedwongen rustdag en keerde terug naar mijn pension.

IMG-20181225-WA0000
De brug over de Rio Grande, waar ik door een overmacht aan Beauforts niet over kon komen.
IMG-20181225-WA0001
Mijn pensionnetje of hosteria in Bardas Blancas met Lorenzo, de eigenaar er voor.

Later die dag probeerde ik zonder fiets die brug over te komen, maar ook dat mislukte en na 50 meter moest ik me met beide handen aan de reling vastklampen en me handje voor handje en voetje voor voetje terugwerken naar de vaste grond. Het was als een vliegende storm op zee, zoals je die wel eens op een spannende film ziet. In de middag begon de wind af te nemen en de dag daarna kon ik eindelijk deze hindernis nemen.

IMG-20181225-WA0002
Mijn fiets voor de zo langzamerhand beruchte brug over de Rio Grande. En nu zonder dat ik hem vast hoefde te houden om te voorkomen dat hij naar de verste uithoek van de wereld geblazen zou worden.

Voorbij de Rio Grande-brug kreeg ik een lang doorgaande klim door een niet al te interessante brede vallei, maar de afdaling was opeens weer erg boeiend met bijzondere rotsformaties.

IMG-20181225-WA0003
Rotsformaties naast de weg.
IMG-20181225-WA0004
Ik zag in een van de rotsen weer eens een gezicht. 
Misschien ziet u er wel vijf of 8, afhankelijk van uw fantasie.

In de middag bereikte ik het stadje Malargüe, waar ik op de camping maar liefst vijf fietsreizigers ontmoette: Raphael, een Fransman met zijn Thaise vriendin Suwanna, de guitaar spelende Argentijn Luciano met zijn Chileense vriendin Carime en Uruguayaan Leonardo, die zelf een ligfiets in elkaar had gelast.

IMG-20181225-WA0005
Leonardo op zijn zelf geconstrueerde ligfiets.

IMG-20181225-WA0006

Het hele internationale fietsgezelschap: rechtsomdraaiend en te beginnen op de lege plek, waar nog mijn selfie-stick ligt waarmee ik mezelf er ook bij wilde zette, maar die zo afgrijselijk werd dat ik hem niet publiceer: Raphael, de Fransman, Suwanna, de Thaise, Leonardo, de Uruguayaan, Carime, de Chileense en Luciano, de Argentijn en dan na het nemen van de foto Frank, de Nederlander, maar die kennen we zo langzamerhand wel.

Luciano zong en speelde zelf gecomponeerde liederen , waarna de grote verrassing kwam: een oud vrouwtje van 99, gespeeld door Carime, die actrice bleek te zijn.

IMG-20181225-WA0007
Carime speelt hier het 99 jarige vrouwtje en wordt op de guitaar begeleid door Luciano. Op die manier voerden ze hier en daar een show op om wat geld voor de reis bij elkaar te sprokkelen.
IMG-20181225-WA0008
De 99-jarige is blijkbaar ook aan de drank

Na dit internationale fietsersavondje kreeg ik een deel van de lange zuid-noord route (nummer 40) door Argentinië te rijden.

IMG-20181225-WA0009
Hier een stop bij een willekeurig kilometerbordje. De besneeuwde bergtoppen van de Andes op de achtergrond.

Mijn volgende doel was de Cañon del Rio Atuel, dicht bij San Rafael. Onderweg kwam ik nog langs een zoutmeer.

IMG-20181225-WA0010
Mijn fiets eenzaam op het zoutmeer.
IMG-20181225-WA0011
Hier nog maar weer eens een poging met de selfie-stick, wat helaas een spiegelbeeld oplevert, waardoor het merk van de fiets moeilijk leesbaar wordt, de tandwielen links komen te zitten in plaats van rechts en mijn rechterarm, die de stick vasthoudt opeens mijn linkerarm is geworden. Zo’n selfie is toch maar een ingewikkeld geval!
IMG-20181225-WA0012
Zoutwinning op het meer.

In de volgende aflevering zal ik het een en ander van de Cañon del Rio Atuel laten zien.

‘Er rest mij nu nog mijn lezers/ volgers een vrolijk kerstfeest te wensen. Zoals gebruikelijk ben ik daar te laat mee, maar beter te laat dan niet. Je zou deze kleine vertraging echter ook positief kunnen opvatten en kunnen stellen dat ik te vroeg ben met mijn wens, ruim 360 dagen te vroeg zelfs!! Het is maar hoe je het opvat.

Dan wens ik u allen meteen ook een goed uiteinde van 2018 en een voorspoedig 2019. En daar ben ik precies op tijd mee, wat als bijzonder beschouwd mag worden.

 

de Paso Pehuenche

Bericht 5

Toen ik van Altos de Lircay (waar ik vorige keer over schreef) over de gravelweg omlaag fietste, kwam ik plotseling een oude bekende op een motorfiets tegen. Toen hij zijn helm af deed, herkende ik hem: Cor Goettsch uit Zorgvliet met wie ik in de vorige eeuw nogal eens een fietstochtje in onze omgeving heb gemaakt.

IMG-20181213-WA0005.jpg
Cor Goettsch, die 6 km bij mij vandaan woont en die zomaar, duizenden kilometers van huis mijn pad kruist.

Wat een toeval toch! Hoewel…… Tegenwoordig kan het bijna-almachtige internet het toeval een handje helpen. Een vriend van ons beiden seinde mij namelijk in dat Cor met een flinke motor-expeditie in Zuid Amerika bezig was.

We besloten naar het niet veraf gelegen Lago Colbún te rijden en daar onze tenten op de camping te plaatsen, zodat we daar deze ontmoeting met een maal spaghetti konden vieren. Aangezien Cor veruit de beste kok van ons beiden is, viel hem de eer te beurt dit diner te bereiden.

IMG-20181213-WA0002
Cor in diep gepeins op welk culinair niveau hij het feestmaal zal gaan bereiden.
IMG-20181213-WA0000
: Zonsondergang bij het meer

De volgende ochtend gingen we weer elk ons weegs, Cor richting kust en ik richting de Paso de Pehuenche, de grens met Argentinië.

IMG-20181213-WA0007
Cor klaar voor de start.

 

Op weg naar de pas zag ik een gaucho (Zuid-Amerikaanse cowboy) in actie.

IMG-20181213-WA0006
Een Chileense cowboy.
IMG-20181213-WA0003
Hogerop nog meer gauchos.

Na een reuze eind klimmen met vrij steile stukken er in, reed ik dicht langs een mooi geërodeerde witte zandsteenformatie die op de kaart stond aangegeven als ‘Los Monjes Blancos’, oftewel ‘De Witte Monniken’

IMG-20181213-WA0004
De Witte Monniken.

Ik maakte er een paar foto’s van en pompte moeizaam voort naar Laguna del Maule, waar zich de Chileense grenspost bevond. Ik had het geluk dat ik daar in een berghok mijn slaapzak mocht uitrollen, wat mij een koude winderige nacht in mijn tent bespaarde.

IMG-20181213-WA0001
Laguna del Maule

Door een overweldigend berglandschap fietste ik de volgende dag omhoog
naar de 2553 meter hoge Paso Pehuenche, de grens met Argentinië.

IMG-20181214-WA0002
Dicht voor de Paso Pehuenche
IMG-20181214-WA0004
Ik met mijn fiets in het overweldigende bergmassief dicht voor de pas.
IMG-20181214-WA0003
Voor me , in Argentinië, rees een piramide-vormige berg op.

Tot mijn lichte teleurstelling stond er op de pas geen bordje, zoals in de Alpen, met de naam en de hoogte van de pas er op. Wel overspande een groot bord de weg met daarop: ‘Gracias por su visita. Thanks for  your vist’.

IMG-20181214-WA0001
Ik word bedankt voor mijn bezoek aan Chili

Aan de andere kant van dat bord: ‘Bienvenido. Welcome. Chile’.

De situatie vroeg om actie met de selfie-stick, maar daarbij deden zich twee problemen voor. Het eerste was het bij de stick gebruikelijke probleem: hoe krijg ik mezelf, mijn fiets en het onderwerp waar het om gaat, in dit geval dat bord en natuurlijk een mooie berg, op de foto? Dat lukte mij zoals uit

foto 13 blijkt, wonderwel, maar nu het tweede probleem: Hoe krijg je de tekst in spiegelbeeld opnieuw in spiegelbeeld, dus weer ontspiegeld? Zover reikt mijn selfie-kennis helaas nog niet.

IMG-20181214-WA0000
de gespiegelde foto moet ontspiegeld worden.

De afdaling aan de Argentijnse kant, langs een snel stromende bergbeek naar Bardas Blancas ging, geholpen door de zwaartekracht en een harde wind in de rug, razendsnel.

IMG-20181214-WA0006
De woeste bergbeek waarlangs ik afdaalde naar Bardas Blancas.

Ik kwam ook hier weer langs tot de fantasie sprekende rotsbergen. Ergens had een minuscuul klein zijstroompje een enorme kloof in een machtige rotswand uitgesleten.

IMG-20181214-WA0005
Je vraagt je af hoe zo’n klein stroompje zo’n enorme kloof in een rotswand kan uitslijten.

En na nog een eind als een sneltrein gedaald te hebben, zag ik rotsen in de vorm van reuzen of monsters langs de weg staan.

IMG-20181214-WA0007
Hoeveel gezichten van reuzen telt u hier? Of ziet u er wat anders in? Alles is mogelijk, afhankelijk van uw fantasie.

In Bardas Blancas, aan de   carretera (highway) 40, keerde de wind, die mij tot hier zo geholpen had, zich tegen mij. Tijdens een korte pauze in een restaurantje, annex pensionnetje, zwelde de harde wind aan tot, wat het mij toescheen, orkaankracht. Na 500 meter gereden te hebben kwam er een windstoot uit de bergen die me finaal van de weg af blies en tegen de grond smeet. Toen ik de fiets, onder het uiten van woorden die buiten het bestek van dit verslag vallen, weer overeind had volgde er een tweede windstoot, zoals ik nog nooit heb meegemaakt en weer werd de berm met me aangedweild. Dit was, ondanks dat de hemel prachtig blauw was en de zon uitbundig scheen, noodweer. Doorgaan zou onder deze omstandigheden waaghalzerij zijn en daarom besloot ik terug te gaan naar het pensionnetje, in de hoop dat er de volgende dag, morgen, te fietsen zal zijn. Die 500 meter teruglopen met de fiets aan de hand, kostte mij 15 tot 20 minuten. Het was een gevecht en het leek wel alsof er 5 potige kerels tegen mijn fiets duwden.

En zo had ik de hele middag, tegen mijn zin, vrij, wat mij in staat stelde om wat kleren te wassen en dit verslag te schrijven.

Mijn hoop is op morgen gesteld. En wat er morgen gaat gebeuren, leest u (hopelijk) in de volgende aflevering.

IMG-20181214-WA0008
Het parkje van Bardas Blancas.