DRIE KOPSTUKKEN VAN HET FIETSTOERISME

Bericht 1

Met mijn intermezzo ben ik niet ver gekomen ondanks al mijn goede voornemens. Dat intermezzo was bedoeld om de periode tussen twee reizen een beetje op te vullen met foto’s uit de oude doos. Aangezien die periode tussen twee reizen nu achter me ligt – ik ben dus weer op reis – ga ik dat intermezzo onderbreken met een aantal vertellingen en foto’s van deze nieuwe reis.

Foto 1: Ik begin met een foto die in het Amazonegebied of Centraal Afrika genomen lijkt te zijn. Het was echter in mijn tuin. Ik zette, zoals ik voor elke reis doe, mijn tent op om te controleren of hij nog goed was en er geen pijpjes of pinnen ontbraken. Hier dus geen avonturen met leeuwen, poemas of vogelspinnen. 
Foto 2: En hier zijn we niet op de Serengettivlakte waar er zomaar een olifant op je af kan komen snellen, maar op het Doldersummerveld, 5 km bij mijn huis vandaan. Een proefrit met alle bagage. Alles was in orde en ikzelf ook min of meer, dus ik kon van start. 

Op dag twee en drie fietste Jan Leydens, een goede vriend, met me mee. Op weg naar de Duitse grens staken we de weg van Oldenzaal naar Denekamp over. Plotseling schoot me te binnen dat daar vlakbij de historische ontmoeting had plaatsgevonden tussen Gérard Monnink en Toon Damhuis. Dat was op 19 Augustus 1936. Gérard was werkloos en had een lumineus idee: op de fiets naar Palestina, wat vooral in die tijd heel wat anders was dan bijvoorbeeld naar de Veluwe. Dat hele verhaal is te lezen in het boek ‘Met fiets en tent naar de Orient’, dat Gerard enkele jaren na die tocht schreef. Misschien is het boek nog ergens in een kringloopwinkel of antikwafiaat te vinden. Een kostelijk boek dus doe uw best met zoeken. Misschien lukt het ook wel op internet. 

We fietsten een kilometer of twee in de richting van Oldenzaal en vonden de plakette die de ontmoetingsplaats tussen deze twee vooroorlogse globetrotters markeert. 

Foto 3: Jan links en ik rechts bij de plakkette die de ontmoeting tussen Gérard Monnink en Toon Damhuis markeert. Tussen Jan en zijn fiets is nog juist de steen te zien waarop ‘Toon Damhuis’ staat gegraveerd. Rechts van mijn fiets staat de steen met ‘Gérard Monnink’ maar die valt buiten beeld. 
Foto 4: De plakkette nader bezien. 

We fietsten Duitsland binnen en kwamen de volgende dag door het aardige plaatsje Burgsteinfurt. 

Foto 5: Huis met fraaie vakwerkmuren in Burgsteinfurt. 

De vierde dag kwamen we in Műnster aan. Dat bleek een mooi centrum te hebben. We doolden er een paar uur rond en schoten wat kiekjes. 

Foto 6: Monumentale straat in het centrum van Műnster. 
Foto 7: Nog een kerk in Műnster. 
Foto 8: Het Schloss van Műnster. Het gele puntje geheel links is Jan die langs het slot fietst. 

Het was lastig een redelijk onderdak in Műnster te vinden. Daarom fietsten we laat in de middag de stad een eind uit en zetten onze tenten op bij een boer.

Foto 9: Kamperen bij de boer. Links gele Jan die blauw is geworden en rechts rode Frank die groen is geworden.

De dag hierna ging Jan terug naar huis. Zijn plichten riepen hem: getrouwd, kinderen en kleinkinderen. En hij moest stemmen (6 juni) voor een beter Europa en had daar helaas niemand volmacht voor gegeven. Dat had ik wel dus ik kon mijn reis vervolgen.

Op die Europa-stemdag kwam ik ’s morgens door het stadje Wiedenbrűck. Daar zag ik langs de invalsweg een verzameling levensgrote betonnen beelden van mensen. 

Foto10: Betonnen beelden van een groep mensen langs de invalsweg van Wiedenbrűck. Schaal 1 : 1, dus het was alsof ze zo weg konden lopen. 

Ik vroeg aan een man die daar juist langs liep wat dat voorstelde. Hij antwoordde dat hij er geen idee van had, maar dat er in de stad nog veel meer van die beelden stonden en voegde er aan toe: “Waarom toch allemaal zulke oude troelen! Waarom beelden ze niet wat jongere mensen uit? De kunstenares die deze beelden gemaakt heeft ziet er net zo uit als deze tantes. Waarschijnlijk zijn het allemaal zelfportretten!”

Blijkbaar was deze kunst niet aan hem besteed. 

In het centrum zag ik vijf betonnen lieden aan een tafeltje zitten en in een parkje was een hele groep aan het dansen, ook beton.

Foto 11: Op een terrasje. 
Foto 12: Een bal. Toen ik er tussendoor liep om wat foto’s van dichtbij te maken, had ik soms het gevoel dat het echte mensen waren en dat was, zo als ik later in een folder las, ook de bedoeling van de kunstenares. ‘Alltags Menschen’ heette deze tentoonstelling.

Verder was het ook nog een mooi stadje met veel vakwerkhuizen. 

Foto 13: Op een pleintje. Jammer van al die enorme parasols. 
Foto 14: Dezelfde kerk met een karakteristiek huis er voor. 

In de titel van dit bericht had ik het over drie kopstukken van het fietstoerisme, maar de aandachtige lezer zal denken: “Gérard Monnink en Toon Damhuis, dat zijn er twee. Waar blijft nu die derde?”

Welnu, bij die derde kwam ik in de middag van 6 juni aan. Dat was in Hövelhof, iets ten noorden van Paderborn. Ik heb hem in 1985 in Boa Vista in Brazilië ontmoet. Zijn naam: Heinz Stűcke. Hij was op ongeveer 20 jarige leeftijd, dat was rond 1960, in zijn woonplaats in Duitsland op de fiets van start gegaan en was gedurende ruim 40 jaar continu op reis geweest en nooit meer terug geweest in Duitsland. Toen ik hem in Boa Vista ontmoette had hij al bijna alle landen van de wereld befietst. Hij vertelde me toen dat het zijn bedoeling was door alle landen van de wereld te fietsen en Marco Polo wat betreft het reizen te overtreffen. Beide doelen, naast uiteraard vele mooie dingen op onze planeet bezichtigen, heeft hij ondertussen gerealiseerd.

Foto 16: Eerste ontmoeting met Heinz Stűcke. Boa Vista, Brazilië. 1985. Links Heinz. Let op de wereldkaart in het frame van zijn fiets. Daar stonden al zijn wereldreizen ingetekend. Rechts ik, wat jaartjes jonger dan nu. 39 jaartjes om precies te zijn. Deze foto komt uit mijn boek ‘Revanche in de Andes’ waarin ik die ontmoeting heb beschreven. Voor dit boek hoeft u geen kringloopwinkels af te stropen. Het is nog te bestellen bij uitgeverij Elmar of bij uw boekhandel. De kwaliteit van deze foto is zo beroerd omdat ik een foto heb gemaakt uit mijn boek en natuurlijk omdat de foto (oorspronkelijk dia) bijna 40 jaar oud is. Een historisch document, dus.

Na deze eerste ontmoeting heb ik Heinz tot 6 juni j.l. nooit meer ontmoet. Wel ben ik eens bij hem aan de deur in Hövelhof geweest maar toen was hij uiteraard niet thuis en hij is ook eens bij mij aan de deur geweest en toen was ik, wat minder uiteraard, maar toch wel een beetje uiteraard, ook niet thuis. 

En op deze reis ben ik, op weg naar Frankrijk, speciaal om hem nog eens te ontmoeten, weer bij hem aan gegaan, maar niet alvorens hem gebeld te hebben om er zeker van te zijn dat hij thuis was. En dat is hij tegenwoordig vrijwel permanent, want hij is uitgereisd en werkt er nu aan om zijn huis om te bouwen tot een soort ‘Heinz Stücke reis museum’. 

Foto 17: Tweede ontmoeting met Heinz Stücke, Hövelhof, Duitsland, 6 juni 2024. Heinz links, ik rechts. Tussen ons in staat zijn originele fiets met nog steeds die wereldkaart in het frame. Verder links stukken van versleten banden en versleten hoeden. Hij stuurde veel versleten materiaal op maar familie in Duitsland met de bedoeling daar te zijner tijd een museum mee in te richten.
Foto 18: Heinz achter zijn wereldbol in zijn werkkamer. 

Hij heeft tegenwoordig wat problemen met zijn benen, dus fietsreizen zitten er op zijn 84ste jaar niet meer in. Met 648.000 fiets kilometers is hij, bij mijn weten, de ‘Most traveled man in history’, zoals hij zichzelf eens op een gedrukte anzichtkaart noemde. “You are invited to prove me wrong”, schreef hij er bij. Ik lig nog zo’n 13.000 km achter hem maar fiets nog steeds. De toekomst zal leren of ik hem daarin voorbij ga, maar als dat zo zou zijn, blijft hij toch die meest bereisde man uit de geschiedenis, want hij is bijna 60 jaar onderweg geweest en is in alle landen van de wereld geweest. Daar blijf ik dan met mijn 125 landen en Ameland als het meest noordelijke punt waar ik ooit geweest ben, een eind bij achter. 

‘Jij keerde na elke grote reis terug naar huis en schreef daar een boek over,’ zei hij. ‘Ik heb me nooit tijd gegund om te schrijven. Ik wilde reizen en de wereld zien. Ik ben continu onderweg geweest, maar er zijn twee boeken over mij geschreven.’ 

Volgende keer fiets ik weer verder op deze reis en rijd ik dus de eerste kilometers van die missende13.000. Ik houd u op de hoogte van mijn vorderingen en belevenissen.