OVER VIJFENZESTIG MILJOEN JAAR RIJDEN ER MISSCHIEN GEEN AUTO’S MEER DOOR DE TUNNEL DE LA MESCLA.

Bericht 6 Zomer 2021

            Van het Lac de Ste. Croix waarvan ik tot besluit van bericht 5 een foto liet zien, fietste ik door de Provence naar de Alpes Maritimes, waar ik vrienden wilde bezoeken. Onderweg nam ik nog een paar colletjes.

Foto 1: Col du Ferrier.
Foto 2:  Col de la Sine. Ook hier zette ik mijn fiets voor het bordje, om wat meer diepte in de foto te krijgen. Die witte lappen achterop mijn bagage waren gewassen kleren, die te drogen hingen. Als je de was zo onder de binders stopt, hoef je niet te wachten tot de boel droog is. Dan gebeurt dat al fietsend.
Foto 3: Op weg naar het aardige dorpje Gréolières had ik mooie uitzichten op Montagne du Cheiron.
Foto 4: Defilé de Chaudan langs de Var.
Foto 5: Tunnel de la Mescla.

Aan de gelaagdheid van de rotsen op dit plaatje is duidelijk te zien dat hier enorme krachten zijn bezig geweest om de aarde omhoog te drukken. Dat was lang geleden, hoewel die krachten zonder twijfel nog steeds bezig zijn. De boel wordt dus nog altijd verder omhoog gedrukt, maar dat levert voorlopig (waarschijnlijk) nog geen gevaar op voor de tunnel, want dat omhoog drukken gaat naar onze maatstaven erg langzaam. Die tunnel is overigens ook met enorme krachten tot stad gekomen, namelijk door het laten springen van dynamiet. Dat was korter geleden en ging een stuk sneller. Als dat ook zo langzaam zou gaan, zal de tunnel, tegen de tijd dat hij klaar komt, vrij zeker overbodig zijn. De kans is namelijk vrij groot dat hier over 65 miljoen jaar geen auto’s meer rijden.

            Nu rijden die er nog wel en meestal wordt met die boliden ook erg ‘sportief’ gereden, wat voor de fietser betekent: oppassen om niet van de sokken gerede te worden. Fietsonvriendelijk zou je dat ‘sportieve’ gedrag kunnen noemen. Gelukkig kon ik over de oude weg om die tunnel van ruim een kilometer lengte heen rijden. Dat moest zelfs, want in die tunnel geldt eenrichtingsverkeer. Op die oude weg trouwens ook, maar daar natuurlijk in zuid-noord richting, de kant die ik op ging.

            Door de Gorges du Tinée, fietste ik verder noordwaarts naar St. Sauveur sur Tinée. Daar sloeg ik linksaf waarna ik een klim van ruim 600 meter kreeg naar het 1100 meter hoog gelegen dorpje Roure. Paul, een Nederlandse fotograaf en schrijver van reportages voor diverse reis- en andere bladen, bleek thuis te zijn. Hij had zijn collega-fotograaf/schrijver Mick uit Amsterdam op bezoek. Ze waren juist terug van een meerdaagse uitstap om foto’s te maken voor een reportage over pittoreske bergdorpjes.

Foto 6: Het kerkje van Roure.
Foto 7: Uitzicht vanuit Roure op de vallei van de Tinée met in de diepte St. Saveur.
Foto 8: Uitzicht op Roure.  

Ik werd door Paul en Mick gastvrij ontvangen en Paul maakte meteen een logeerkamer voor me in orde. Met hen maakte ik de volgende dagen een paar wandelingen in de omgeving.

Foto 9: Plaatje tijdens een van die wandelingen. Mick zit links en Paul staat rechts. Ik stond op dat moment achter de camera, vandaar dat ik ontbreek op het plaatje.

Ook maakten we een fietstochtje omlaag naar St. Sauveur en vandaar over een verlaten weg langs een rotswand, waar bij zware regenval nogal eens stenen omlaag komen. Dat stuk weg was daarom afgesloten voor het verkeer, maar we konden onze fietsen over de afzetting heen tillen. Op het wegdek lagen flink wat keien, maar die vormden voor de fiets geen gevaar en omdat het mooi weer was en dus niet regende dreigde er van boven ook weinig gevaar van vallende stenen.

Foto 10: Ik in actie op de afgesloten weg langs een steile rotswand, waar je tijdens zware regenval niet moet komen.
Foto 11: Mick in actie in een bocht.

De volgende dag moesten Paul en Mick werken aan hun fotoreportage. Daarom maakte ik een fietstochtje omhoog over de D30 naar het mooi tussen de rotsen gelegen Roubion.

Foto 12: Roubion, pittoresk gelegen tussen rotspartijen.

Onderweg reed ik over een brug, waaraan een fiets hing. Vroeger hing een wielrenner die er de brui aan gaf zijn fiets aan de wilgen of aan de kapstok, maar de eigenaar van deze fiets hing hem aan deze brug. Dit zou dus een nieuwe wielerterm kunnen worden: ‘Je fiets aan de brug hangen.’

Foto 13: De fiets aan de brug hangen. Weer eens wat anders dan aan de wilgen of de kapstok.

Ik bleef vijf dagen bij Paul en Mick, waarna ik mijn tocht vervolgde. Tijdens de wandelingen vanuit Roure had mijn linker knie enigszins geprotesteerd. Ik had aan die knie al vaker wat pijntjes gehad tijdens deze reis, maar bestede daar toen geen aandacht aan. Bij mijn vertrek uit Roure had ik er nog steeds niet echt veel problemen mee, aangezien het aanvankelijk allemaal omlaag ging: eerst de forse afdaling naar St. Sauveur en daarna geleidelijk dalend stroomafwaarts langs de Tinee tot ik weer bij die beruchte Tunnel de la Mescla kwam. Daar ging ik natuurlijk niet doorheen, want met al die ‘sportieve’ blikruiters die met enorme snelheid langs me heen zouden suizen zou het geen lolletje zijn om door zo’n donkere, ruim 1000 meter lange ‘grot’ te fietsen. Ik ging er uiteraard ook niet omheen, over de oude weg waarlangs ik gekomen was, want dat ging tegen het verkeer in. Ik had weinig zin in een soort zelfmoordactie, zelfs niet lopend met de fiets aan de hand. Het was merkwaardig en ook wel ergerlijk, dat hier geen redelijk alternatief werd geboden voor de fiets. Juist vóór die tunnel sloeg ik rechtsaf, naar het westen en volgde de Var stroomopwaarts tot Puget-Theniérs. Hier ging het allemaal weer licht omhoog, maar ook nu hield mijn knie zich goed, waardoor ik hoop begon te krijgen de hele terugweg naar Nederland te kunnen fietsen.

            Ik overnachtte op de camping van Puget-Theniérs. De volgende dag moest er weer serieus geklommen worden en wel naar de 876 meter hoge Col de St. Raphael. Dat zou de vuurproef voor die soms onwillige knie worden. Het het uur van de waarheid!

En hoe dat ging aflopen leest u in mijn volgende bericht.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.