Parco Nationale d’ Abruzzo, een mooi bergachtig gebied in midden Italië.

Bericht nr 7.

Aangezien ik geen storm van afkeurende reacties heb gekregen op de stripverhaalvorm waarin ik mijn laatste bericht heb gegoten ga ik met dit bericht nog maar op dezelfde wijze door.

Foto 1: Een paar dagen nadat ik de waterval van Marmore had bezocht kwam ik bij het mooi op een heuvel gelegen plaatsje Opi aan. Ik was ondertussen in het Parco Nationale d’ Abruzzo aangekomen een mooi bergachtig gebied in midden Italië.

Foto 2: Uitzicht vanaf Opi op de bergen.

Foto 3: Het aardig tussen de heuvels gelegen Villetta Barrea Abruzzo.

Foto 4: Op de camping aldaar liepen ‘s morgens vroeg en tegen de avond herten te grazen. Ze waren blijkbaar erg aan mensen gewend. Deze kon ik tot vrij dicht naderen voordat hij zich uit de voeten maakte. Ik zou overigens toch wel even vreemd staan te kijken als het beest met zijn gewei recht op mijn hart gericht naar me toe zou komen snellen. Maar dat deed hij gelukkig niet.

Foto 5: ‘s Avonds liep ik het dorp in om wat te gaan eten. Het restaurant was te ver weg en daarom liep ik maar weer een pizzeria binnen, hoewel de pizza’s zo langzamerhand mijn neus uit kwamen. Deze keer werden alle records in negatieve zin gebroken. Het werd een 0,0001sterren pizza. Alle tafels waren bezet en dus kreeg ik mijn Quatro Formagi pizza mee in een mooie doos, om buiten op een bankje en zonder mes en vork op te eten. Het bleek ook nog een flinterdun geval te zijn. Met weinig plezier en smaak werkte ik het ding naar binnen. Aan de hooggespannen verwachting die de voorplaat van de doos wekte werd op geen stukken na voldaan en na afloop van deze eenvoudige, maar niet voedzame en nog minder lekkere maaltijd, besloot ik voorlopig even af te blijven van deze Italiaanse specialiteit.

Foto 6. De uitzichten op de bergen en de daarin gelegen dorpjes compenseerden de volgende dag het  culinaire debacle volledig en met een extra boterham bij het ontbijt had ik weer genoeg om de bergen aan te kunnen op mijn fiets.

Foto 7. In het plaatsje Telese Terme streek ik vroeg in de middag neer bij een bar om mezelf te tracteren op een grote Italiaanse ijsco. Een mens moet zich zo nu en dan eens verwennen. De barhouder vroeg me, zoals zoveel mensen, waar ik vandaan kwam en waar ik naar toe ging. Ik vertelde dat ik op weg was naar Palermo en nog voor ik de ijsco goed en wel op had, schoof er een man bij me aan die een kaart van Sicilië open vouwde. Hij bleek de broer te zijn van de barhouder en vertelde dat hij Sicilië had rondgefietst en dat hij met zijn fiets ook in Argentinië en Chili had gereden. Aangezien ik daar in december, januari en februari ook was geweest konden wij elkaar de hand schudden. Een vriend van hem legde deze ontmoeting vast op de gevoelige chip.

(Als ik nu zo naar de foto kijk, vraag ik me af of ik niet eens moet gaan denken over een kursus poseren)

Foto 8: In Benevento kwam ik langs de in het jaar 114 opgerichte Trajanus- triomfboog. Daar had ik eigenlijk onderdoor willen fietsen, maar de kettingen suggereerden dat dat niet de bedoeling was en om moeilijkheden met de carrabinieri te voorkomen liet ik het bij een plaatje van mijn fiets voor de boog.

Foto 9: Keizer Hadrianus, die Trajanus opvolgde droeg ook een ‘steentje’ bij aan de verfraaiing van Benevento en liet dit niet onaardige theatertje bouwen.

Technici waren bezig met het opbouwen van een licht- en geluidsinstallatie omdat hier de volgende avond de opera Paljas van Leoncavallo  zou worden opgevoerd. Die had ik wel willen zien, maar om daarvoor anderhalve dag in ledigheid te gaan doorbrengen, was mij wat te veel.

Er moet gereisd worden!

Er moeten dingen bekeken worden!

Luieren kan later thuis wel (hoewel er daar meestal ook niet veel van terecht komt. Of eigenlijk toch wel, want een mens brengt gemiddeld zo’n 30 procent van zijn leven op bed door. Als je 100 jaar wordt, heb je maar liefst 30 jaar geluierd!!! Zelfs de ijverigste mens is, in dat licht bezien, dus een enorme luilak!)

Foto 10: De volgende dag werkte ondergetekende luilak zijn fiets weer omhoog naar een pasje van 1228 meter en wel op de Via Appia, waar tegenwoordig asfalt op ligt.

Foto 11: Op de afdaling kwam ik door het pittoreske plaatsje Castelgrande.

Foto 12: Toen ik een paar dagen later de grote weg S 598 langs de rivier de Agri kruiste zag ik links in de verte grillige rotsformaties. Die boeien mij altijd enorm en daarom ging ik er meteen op af en schoot er deze foto.

Foto 13: Ik wilde er dichterbij komen maar flinke bossen benamen mij steeds het zicht, totdat ik de rots uiteindelijk, maar nu van een andere kant, toch nog redelijk kreeg te zien. Ja, voor zo’n fraaie klomp steen rijd je natuurlijk graag een eind om.

Foto 14: Het regende op deze reis mooie dorpjes maar gelukkig geen druppels. Het was steeds mooi weer waarbij de middag temperatuur nogal eens boven de 40 graden uit kwam. Dat waren heerlijke hittegolfjes, maar ‘s avonds kon ik steeds mijn kleren uitwringen van het zweet. Dat hoort er nu eenmaal bij.

Foto 15: Bij een ruïne van een huis zette ik mijn tent  op. Voor mijn liet ik mijn gedachten de vrije loop: wie zou in dit huis gewoond hebben? Een graaf of een boer? Of misschien een geleerde?Wat zou hij gedaan hebben? Filosofische boeken geschreven? Geprobeerd het perpetuüm mobilée uit te vinden? De hemel afgezocht naar toen nog onontdekte planeten? Of gewoon hard op het land gezwoegd om in leven te blijven? In ieder geval had hij een mooie berg in zijn achtertuin om zich te laten inspireren tot grote daden.

Ik was ondertussen bij het plaatsje Castrovillari aangekomen, maar ik bén ondertussen in Isola delle Femmine aangekomen, dat tussen Palermo en het vliegveld van Palermo ligt. Daarmee heb ik mijn blog-achterstand teruggebracht tot slechts 1120 km. Aangezien Palermo (of eigenlijk het vliegveld van Palermo) het einddoel is van mijn reis, kan ik niet meer uitlopen op mijn ‘geblog’. Voorlopig blog ik voort zonder voort te fietsen en daarmee zal mijn blog-achterstand verdwijnen als sneeuw voor de zon. (Het hangt er alleen van af hoevéél sneeuw en onder wát voor een zon, oftewel: wat heb ik allemaal nog te melden van deze reis en hoe ijverig zal ik daarin zijn? U zult het spoedig merken als u mij (mijn blog) blijft volgen.)

Foto 16: Tot besluit van deze aflevering van mijn digi-ton een aardige foto van een intrigerend richting bord. We zitten op de Strada Provinciale (provinciale weg) nummer 41. Dat is duidelijk! Maar waarheen? Waar naar toe? Dat zal de volgende keer duidelijk worden. (Hopelijk!)

Eén antwoord op “Parco Nationale d’ Abruzzo, een mooi bergachtig gebied in midden Italië.”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.