ZONDER STOOM GEEN STROOM

 Bericht 9.

Iets ten noordoosten van Lyon trof ik een gezellig dorpstafereeltje: voor een grote stenen poort over een straat zat een jongetje bellen te blazen. Zijn grootmoeder zat links op een muurtje tegen de poort een boek te lezen en een dame met een hond aan de lijn kwam van rechts door de poort aangelopen. Iets verderop rechts zag ik de kerk met daar naast een wandelaar met rugzak, die zo te zien op weg was naar de groene heuvels in de verte. De romantiek ten top!

Foto 1: Een gezellig dorpstafereel.

Die romantiek verdween snel als ik een aantal stappen achteruit deed. Het romantische tafereeltje was namelijk een fraaie, erg goed gelijkende muurschildering. Ook het huis naast de poort met een man die uit een open raam naar de buurvrouw wuift en de kleine poort iets naar rechts in de muur met terzijde een boompje maakte deel uit van dit kunstwerk. Zelfs de kat onder het raam, die je als het ware zo langs zag lopen, was het product van kunstig aangebrachte verf op de muur. Slechts de twee geparkeerde auto’s rechts en nog een stukje van een derde auto links behoorden met hun drie dimensies tot de realiteit en natuurlijk ook mijn fiets daar tussenin. De muurschildering was zo natuurgetrouw, dat als de straat op dat ‘stenen doek’ gewoon door zou lopen zonder dat lage muurtje, het gevaar bestond dat een automobilist pardoes door de muur heen zou rijden. “Dan maar een muurtje geschilderd,” zullen de vier schilderessen (zie plakaat linksonder het tafereel) gedacht hebben, “anders krijgen wij straks nog de schuld als er brokken gemaakt worden.”

Foto 2: Mijn volbeladen Santos voor de muurschildering.

Een dag verder rijden bracht mij in Cluny. Daar liep ik langs de resten van de in het jaar 910 door Willem I van Aquitanië (ook wel Willem de Vrome) gestichte grote abdij, vroeger een van de vertrekpunten voor pelgrims naar Santiago de Compostela. Het was allemaal niet puntgaaf meer na 1110 jaar, maar meer nog dan de tand des tijds had de Franse Revolutie aan de gebouwen ‘geknaagd’. Dat ‘knagen’ van die revolutionairen was, te oordelen naar het weinige dat er nog van de abdij overeind stond, nogal gedegen gebeurd. En zo is het zo vaak en met zoveel mooie bouwwerken over de hele wereld gegaan. De mens kan in één dag meer verwoesten dan waar hij tientallen of misschien wel honderden jaren aan gebouwd heeft. (Overigens heb ik nooit begrepen waarom de Fransen de dag van de revolutie als hun Nationale Feestdag hebben gekozen. Zeker, het was tijd om het oude regime te vervangen, maar het had allemaal wat eleganter en zonder al die zinloze moordpartijen en het aan puin slaan van kunstschatten gekund. Mijns inziens hadden ze beter, net als wij, het einde van de Tweede Wereldoorlog kunnen kiezen als Nationale Feestdag.

Foto 3: Wat er nog over is van de abdij van Cluny. Het meeste is weg, waardoor van hieruit de kerk, die nog wel overeind staat, goed is te zien. 
Foto 4:  Het schip van de oude kathedraal
Foto 5: Een reconstructie van de kathedraal.

Voor 8 euro mocht ik ronddolen door de gebouwen, die hoofdzakelijk leeg stonden en waar eigenlijk niet zo heel veel meer was te zien dan fragmentjes van beelden. Wel stonden er wat gevels in de stijgers, wat de hoop zou kunnen wekken dat het klooster over enkele jaren weer spiksplinternieuw wordt afgeleverd, maar dan moet er nog wel het een en ander aan vertimmerd en gemetseld worden.

Foto 6: Een aardig beeldje dat ergens uit een muur van de abdij van Cluny steekt en dat de noeste revolutionairen in 1790, toen ze zich serieus ‘bezighielden’ met het klooster, vergeten waren ‘mee te nemen’ in hun verwoestingsdrift.

In Santenay, waar ik een paar dagen later door kwam, pikte ik weer eens een ‘Voie Verte’ op, een pad speciaal voor fietsers, wandelaars en paardrijders, waarvan er de laatste jaren hier en daar in Frankrijk een aantal aangelegd wordt. Vaak is dat langs rivieren of kanalen, maar soms ook, zoals hier, over een oud spoorwegtracé. Die ‘spoorlijn’ waarvan de rails vervangen waren door asfalt, bracht mij in het plaatsje Nolay, waar in het jaar 1753 Lazare Sadi Carnot werd geboren, een wiskundige, die als militair meer bekendheid verwierf dan met zijn mathematische gepuzzel. Zijn zoon Nicolas werd echter een stuk beroemder doordat hij zich intensief bezig hield met stoom en alles wat daarbij kwam kijken. Hij werd daarmee de grondlegger van de thermodynamica. Dat alles las ik op een paar borden met historische informatie bij het plaatselijke, in onbruik geraakte stationnetje. Al lezend kwam mij het Carnot-diagram weer voor de geest, dat ik lang geleden tijdens een stoomcursus Stoom in Delft voorgeschoteld had gekregen. Weliswaar studeerde ik elektrotechniek, maar stoom was (en is) natuurlijk onontbeerlijk als je elektrische apparaatjes wilt laten werken.

            Zonder stoom geen stroom. (een stukje poëzie dat ik al schrijvend even achteloos uit mijn mouw schud. Vrij zeker heeft al eens eerder iemand dit rijmpje op papier gezet, want het ligt eerlijkheidshalve nogal voor de hand, maar het vervult mij mety trots dat ik het toch zelf uitgedacht heb).

Foto 7: Een bord met historische informatie bij het stationnetje van Nolay.

Nicolas werd helaas niet erg oud, slechts 36 jaar, dit ten gevolge van een cholera-epidemie. Daardoor kon hij zijn werk niet afmaken. Zijn broer Hyppolite, die wel oud werd (87 jaar !) vernietigde na Nicolas’ dood, zo las ik verder,  het grootste deel van diens aantekeningen en verzuimde wat er overbleef te publiceren. Bijna een halve eeuw later kwam hij blijkbaar tot bezinning en publiceerde alsnog wat er van de documenten van zijn geniale broer over was gebleven. Blijkbaar was die hele familie Sadi Carnot nogal bijzonder, want de zoon van deze Hypolite werd later nog president van Frankrijk, een carrière die eindigde in 1894, toen hij in Lyon werd vermoord.

Zo lees je onderweg nog eens wat! Allemaal kennis die ik ook in mijn Winkler Prins uit 1950 had kunnen vinden. Maar blijkbaar moest ik er 3000 km voor fietsen, een groot deel van Frankrijk rond, om deze wijsheden te vergaren, waar weer eens mee gezegd is, dat fietsen heel leerzaam kan zijn!

Ik zat in Bourgondië, waar men in het verleden zo hier en daar een aardig kasteeltje heeft neergezet.  In Châteauneuf-en-Auxois, wat verderop, stond er, zoals de naam al doet vermoeden, ook een.

Foto 8: Het kasteel van Châteauneuf-en-Auxois

Ik liep om het kasteel heen en maakte er nog een paar opnamen van.

Foto 9: Nog een opname van het château van Châteauneuf-en-Auxois. Helaas was het kasteel gesloten, zodat het alleen van buiten bezichtigd kon worden. Een troost is dat een kasteel van buiten ook vaak mooi is en soms nog wel mooier dan van binnen.

Over de voie verte (fietsroute) langs het Canal de Bourgogne reed ik naar het mooie plaatsje Semur-en-Auxois. Onderweg, bij Pouilly-en-Auxois, klom het fietspad over een heuvel, terwijl het kanaal door een kilometers lange tunnel liep (stroomde!). Het moet een hoop werk geweest zijn om die tunnel te graven, maar het kanaal over de heuvel heen leiden zou ongetwijfeld nog veel meer werk geweest zijn, aangezien water nu eenmaal de niet altijd even plezierige eigenschap heeft omlaag te vloeien.

Ik keek een paar uurtjes rond in Semur. In de hoofdstraat waren meerdere lijnen gespannen met nogal wat vlaggetjes. Waarschijnlijk was er feest, maar grote manifestaties zag ik er niet.

Foto 10: Semur-en-Auxois.
Foto 11: De hoofdstraat van Semur-enAuxois.
Foto 12: Nog een schilderachtig straatje in Semur.

Die dag had ik weinig fut en daarom reed ik naar de camping van Pont-et-Massène, enkele kilometers daar vandaan en zette er mijn tent op. ’s Middags haalde ik mijn telefoon tevoorschijn om weer eens een bericht te schrijven. (Oplettende lezers zal het opvallen, dat ik het woordje ‘platte’ voor ’telefoon’ heb weggelaten. Onlangs kreeg ik van een trouwe lezeres van mijn avonturen het commentaar dat ik dat niet meer moet gebruiken. Vrijwel elke telefoon is tegenwoordig plat, dus dat bijvoeglijke naamwoord ‘plat’ geeft steeds overbodige en zo langzamerhand irritant wordende informatie. Ik sta altijd open voor opbouwende kritiek, hoewel een gezonde hoeveelheid eigenwijsheid mij ervan weerhoudt die kritiek altijd maar ter harte te nemen. Deze keer doe ik dat echter wel, want er zit een flink gehalte aan redelijkheid in dit commentaar. U zult mij daarom in het vervolg niet vaak meer betrappen op het woord ‘plat’ in combinatie met mijn telefoon!)

Het was op de camping van Pont-et-Massène dat, nadat ik met één vinger op dat kleine platte (sorry, alléén dat kleine) ding een enorm verhaal voor mijn website had getypt, het ongelukje gebeurde, waardoor in één klap het hele verhaal weg was en waar ik in Bericht 2 over schreef. (Dit drama vond plaats op woensdag 12 augustus van dit jaar, dus niet eens op vrijdag de dertiende, wat ook niet had gekund, want na woensdag komt donderdag). Uiterste zelfbeheersing verhoedde dat ik het overgevoelige, dwarsliggende stuk elektronica op de grond smeet om het uit woedde plat te stampen. Ik borg het na deze miskleun op in mijn fietstas en raakte het uit nijd deze hele reis niet meer aan. En daaraan, en aan het feit dat ik me zo inhield en niet mijn emoties de vrije loop liet gaan, heeft u het te danken, dat die verhalen op deze site nu nog steeds voortgaan, alweer een paar maanden na mijn reis. In het volgende bericht (10) hoop ik het laatste stuk van mijn zomerreis door Frankrijk te behandelen. Tot dan.