WATERVALLEN ZONDER WATER EN NAGA’S IN ALLERLEI VORMEN EN MATEN.

Bericht 4

Ik eindigde mijn vorige bericht (3) met een zoekplaatje. Hier komt, ter opfrissing van uw geheugen, nogmaals dat zoekplaatje met de vraag er onder:

Foto 1: Wat op deze foto onmiddellijk in het oog springt is natuurlijk de volbepakte Santos fiets. Bij een iets nadere beschouwing valt ook de groene dinosaurus op, maar er staat nog een andere dinosaurus op deze foto. Daar moet iets meer naar gespeurd worden, maar u vindt hem vast wel.

Hoewel ik geen prijs had uitgeloofd voor wie met het goede antwoord kwam, was de respons overweldigend. Van alle kanten stroomden de e-mails binnen en alle inzenders hadden de tweede dinosaurus op de foto inderdaad gevonden. Logisch, want als je die niet kon vinden, waarom zou je dan een antwoord inzenden?

En dan nu het juiste antwoord voor al die duizenden lezers die uren lang gezocht hebben zónder de derde dino te vinden: Hij zit op de rechterpoot (hand) van de grote dinosaurus en wel tussen duim en wijsvinger.

Foto 2: Dino (mijn mascotte) tussen duim en wijsvinger van de grote dinosaurus. Dit is een uitvergroting van de zoekplaat.

En nu fietsen we weer verder. Dicht bij Ban Phaeng bezocht ik twee watervallen: Tat Kham en Tad Pho. Geen van beide voerde een druppel water. Dat was jammer, maar het was de droge tijd en dan valt er in Thailand geen of nauwelijks regen. Dat is natuurlijk fijn, maar een waterval heeft water nodig en dat wordt geleverd door regen en als er geen regen valt, komen watervallen uiteindelijk droog te staan. De vraag is: wat heb je liever: een prachtige waterval waar enorme stromen water af komen, maar met een hemel boven je waar herhaaldelijk bakken water uit vallen, of een waterval zonder water met altijd een prachtig zonnetje. Ik kies voor het laatste en laat dan in mijn fantasie overvloedige stromen water over die droge rotsen lopen. Mogelijk moet degene die voor de eerste mogelijkheid kiest al zijn fantasie aanwenden om dat dikke grijze wolkenpakket, waar al die regen steeds maar uit valt, te zien oplossen zodat er eindelijk eens een lekker zonnetje schijnt om al dat moois beter te kunnen appreciëren.

Foto 3: Tat Pho. Gelukkig staat er een bordje bij, zodat we weten dat het een waterval is.
Foto 4: Iets hogerop stond er zelfs een plasje water onder een deelwaterval, dus geheel waterloos was deze Tat Pho niet en met een zeker voorstellingsvermogen kon je hier de woest kolkende Niagara voor je zien.

Deze uitstap had nog meer te bieden, want ik kon over een voetpad een flink eind verder naar hogere delen van de beek, langs allemaal deelwatervallen, die echter ook droog stonden. Ik haalde een groep Thaise toeristen in die onder leiding van een gids ook al dit droge moois bekeken. Onderweg zag ik prachtige paddenstoelen op een stuk dood hout.

Foto 5: Bijzondere paddenstoelen, waar de groep toeristen zomaar voorbij liep, zonder er acht op te slaan. Die misten helaas het oog voor detail.

De gids van de groep bleek wat Engels te spreken en wees me een steil voetpad waarover ik nog een eind verder omhoog kon naar een Buddha-grot. Dat leek me interessant en dus koos ik dat pad, waarbij ik langs een echt grote waterval kwam.

Foto 6: De grootste waterval die ik die dag zag. Uit de aanwezigheid van dat bruggetje concludeerde ik dat er soms wel degelijk water stroomde.
Foto 7: Op een foto bij de waterval was dat ook te zien. (Genomen op vrijwel dezelfde plek, maar dan ik de regentijd. Vergelijk de rotsen op beide foto’s)
Foto 8: Nog verder omhoog werd de wandeling spectaculair met smalle rotsspleten waar ladders en steile trappen doorheen voerden.
Foto 9: Met de hekjes en hier en daar touwen was het geen groot bergklim avontuur, maar een aangename wandeling was het wel.
Foto 10: Een Buddhistisch heiligdom in een rotsspleet.
Foto 11: Een paar steile ladders verder kwam ik op een plateautje vanwaar ik een mooi uitzicht had over de wijde omgeving. Het hekje suggereert dat je daar niet verder moet lopen, maar zonder hekje zou je dat vroeg of (te) laat ook wel ontdekken.
Foto 12: Op het plateautje stond een bezem. Eerst dacht ik dat hier elke ochtend de blaadjes en stofjes worden opgeveegd om de boel netjes te houden……
Foto 13: …..totdat ik achter me een bord ontdekte met deze foto. Ik vermoedde dat die sloeg op een legende over een tovenaar op een vliegende bezem. Zo een die er ’s nachts opuit trekt om kleine kindertjes te stelen of ander onheil te bewerkstelligen. Of misschien de Thaise tegenhanger van Sinterklaas die uitvliegt om kindertjes te overladen met cadeau’s, wat overigens ook een vorm van onheil brengen is, want met te veel cadeaus is er niets meer te wensen voor die peuters. Op de QR code onderaan de foto was het hele verhaal over deze bezemvlieger ongetwijfeld digitaal opgeslagen, maar helaas was mijn smartphone niet smart genoeg om dat dambord te lezen. En ik ben digitaal niet smart genoeg om die telefoon QR-taal te leren. Dus bleef het voor mij bij gissen, wat ook zijn charme heeft.
Foto 14: Via een ander aardig pad daalde ik weer af onder dat rotsblok tussen hemel en aarde door. Hoe dat blok daar is gekomen, laat ook ruimte voor fantasie, genoeg voor twee of drie kantjes tekst, lijkt mij, maar die zal ik u onthouden.

Een paar dagen later, in de buurt van Bueng Khong Long, maakte ik weer een mooie wandeling door een rotsachtig gebied, deze keer naar de beroemde Naga Cave. Een Naga is een grote slang die  Buddha beschermt. Vaak zie je Buddha op een opgerolde Naga zitten die zijn zeven koppen (soms meer, soms ook wel minder) dreigend boven Buddha naar eventuele belagers uitsteekt.

Foto 15: Een zevenkoppige Naga ter illustratie. De vrachtwagenbanden onder Buddha moeten het lijf van de slang voorstellen, hier gebruikt door een beeldhouwer die blijkbaar geen zin had het hele beest uit de rots te bikken.

Een gids was op deze wandeling verplicht. Een voordeel van een gids is, dat hij allerlei interessante dingen vertelt. Het nadeel van deze gids was, dat hij al die interessante dingen in het Thai vertelde en geen woord Engels sprak. Nederlands ging ook al niet, maar gelukkig zaten er twee jonge Thaise vrouwen in de groep die goed Engels spraken en die mij dus steeds konden vertellen waarover de gids het had. Dat was overigens de hele groep: de gids, de twee Thaise dames en ik.

Foto 16: Ergens in die berg bevond zich de Naga Cave. De berg ziet er van hier vrij ongecompliceerd uit, maar hij bleek vol met gleuven, kloven, klauterpassages en nauwe doorgangen te zitten, genoeg voor een leuke wandeling.
Foto 17: Hier zo’n nauwe doorgang tussen twee grote rotsen. Eigenlijk is het één grote rots, die in het verleden gescheurd is. Ik vind dergelijke doorgangen altijd een beetje eng. Als zo’n rots scheurt en uit elkaar wijkt, kan hij zich, bijvoorbeeld onder invloed van een aardschok, ook weer even makkelijk sluiten en zie er dan maar uit te komen! (De figuur tussen die twee halve rotsen is schrijver dezes. Van mijn gezicht is af te lezen, dat ik het allemaal niet erg vertrouw, maar voor een mooie foto moet je risico’s durven nemen.)
Foto 18: Hier iets minder smal, dus ook iets minder eng. Mijn twee tolken.
Foto 19: Het hele gezelschap op een uitzichtpunt.
Foto 20: Weer een andere nauwe passage. De rots links lijkt op een opgerolde slang (Naga). In de Buddhistische mythologie is deze hele berg één grote opgerolde Naga.
Foto 21: De kop van deze gigantische Naga, met bordje er bij dat je er niet aan mag komen. Dat is ook de reden dat hier een gids verplicht is. Die kan er op toezien dat bezoekers geen stukjes van de rotsen gaan afbikken om als souvenir mee naar huis te nemen. Als je dat allemaal laat gebeuren, heb je na 20 jaar geen berg en dus ook geen Naga Cave meer over.
Foto 22: Nog een stuk van de opgerolde Naga. Het mannetje er naast is een referentie om te laten zien wat hier voor een reuze slang zit. (Helaas ben ik het weer! Het wordt bijna vervelend, maar ik had zo gauw niet een andere referentie bij de hand)
Foto 23: Daar hoefden we gelukkig niet door.
Foto 24: We zijn er bijna. Naga hier geschreven als Naka. Deze mislukte stoere houding heb ik afgekeken van een herenmode blad. (Ik kan maar beter niet proberen stoer te lijken.)
Foto 25: En dan hier eindelijk waar het allemaal om te doen was: De Naga grot. Het was er druk, want er gingen juist twee andere groep naar binnen. De gele pakken zijn de gidsen.
Foto 26: In de grot stond een gouden Buddha met een negenkoppige Naga boven hem, ook van goud.
Foto 27: Boven op de berg stond een flinke tempel, natuurlijk eveneens van goud.
Foto 28: De trap er naar toe, beschermd door twee zevenkoppige Naga’s en een hond (misschien nog wel afschrikwekkender).
Foto 29: De tempel met ter weerszijden een witte en een gouden Buddha. Aan goud geen gebrek.
Foto 30: Tot besluit en ter afwisseling van deze watervallen, rotsen en Naga’s, even een heel ander plaatje. Uit Nederland kreeg ik van diverse vrienden foto’s, die je in Thailand niet makkelijk neemt. Het was in Nederland nogal killetjes, begreep ik. In ieder geval een goed intermezzo, want in bericht 5 krijgen we weer het een en ander aan rotsen en misschien ook nog wel eens een verdwaalde Buddha. Daar kun je in Thailand niet makkelijk omheen.

En nu rest mij u nogmaals te wijzen op de speciale Paas- Pinkster- en zomeraanbieding:

Via  stephen.verdonkschot@gmail.com  kunt u direct en vrij van verzendkosten (binnen Nederland) de meeste van mijn boeken bestellen. Bij bestelling van 2 of meer boeken tegelijk kunt u één boek gratis bij de bestelling voegen, dus drie voor de prijs van twee, zolang mijn voorraad strekt.

De titels: ‘Even naar de evenaar’ en ‘De twee scherven’ zijn bij mij uitverkocht. Hopelijk kunt u die verzamelexemplaren nog bij uw boekhandel bestellen. Als dat niet meer lukt wordt het zoeken in kringloopwinkels en op marktplaats.

Succes daarmee en tot bericht 5, dat niet lang meer op zich zal laten wachten.

Frank


Ontdek meer van Frank van Rijn

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Frank van Rijn

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder