Fietsende tweeling

Van Na Mor fietste ik, zoals ik in mijn vorige bericht schreef, in de gietende regen omhoog naar een flinke pas. Normaal krijg je mij bij regen met geen geweld op een fiets, maar het was in dit geval juist die regenhaat, die mij ‘s morgens deed besluiten op de fiets te stappen, want dit miserabele weer leek in Na Mor tot in eeuwigheid door te gaan. Ik moest daar weg en hoopte verderop de zon terug te vinden. In Na Mor zou hij nooit meer vanachter het onmetelijk dikke wolkenpakket, dat daar onverzettelijk hing, vandaan komen. Dat was althans de indruk die ik had.

Ik was niet de enige die er zo over dacht. In het guesthouse van waaruit ik een dag lang somber naar buiten had zitten staren had ik een Franse familie ontmoet, die er net zo over dacht als ik. En dus namen we de volgende ochtend, toen het twee minuten droog was -waarschijnlijk een zwak moment van de weergoden- het kloeke besluit: ‘We stappen op de fiets en we rijden hier weg, wat er ook gebeurt. Weg vanonder dit miserabele wolkendek vandaan. Op naar de zon! Op naar de warmte!’

En zo reed ik opeens met vier collega-fietsers: Arno, Cecile en hun twee tweelingzoontjes van 10 jaar, Jules en Baptiste. En het hemelwater kwam gestaag met bakken omlaag.

Maar wat gebeurde er op de afdaling? Er deed zich een natuurfenomeen voor: een lichte plek in het grauwe wolkendek en zowaar hield de regen op!! En wat later kwam zelfs de zon even tevoorschijn.

Ben ik in dit soort landen met mijn fiets altijd het absolute middelpunt van de belangstelling, nu was de aandacht van de mensen in de dorpjes waar we door kwamen geheel gericht op de twee niet van elkaar te onderscheiden jeugdige fietsers. Er werd naar hen gewezen en gezwaaid terwijl men mij niet meer zag staan, of beter gezegd: zag fietsen. Dat was natuurlijk wel even wennen, maar het wende snel en ik ervoer het eigenlijk wel als een rust.

Restaurant langs de weg

Buddhabeeld bij de tempel boven Oudom Xai

In Oudom Xai, ons doel voor die dag, fietsten we omhoog naar de tempel die het plaatsje domineert en lieten ons daar met mijn toestel door een monnik fotograferen. Een fraai besluit van deze Frans-Nederlandse regenexpeditie.

Baaldag

Gisteren in Na Mor regende het zo’n beetje de hele dag, wat het fietsen voor mij onmogelijk maakte want ik ben een mooiweerfietser. Ik begon dus maar aan mijn, voor dit soort miserabele dagen meegenomen boek ‘ Orellana ontdekt de Amazone’, een dun en dus licht boekje maar met erg kleine lettertjes, zodat je er toch niet in een uurtje doorheen bent. Dat boek handelt dus over een heel ander gebied dan waar ik nu zit, maar de overeenkomst was dat het, althans in het tweede hoofdstuk, net zo deprimerend regende als in Na Mor, zodat ik bijna medelijden kreeg met die half verzopen Francisco, zoals de voornaam van deze uit het Spaanse Trujillo afkomstige conquistador luidde. Uiteindelijk hield het op met regenen, helaas voor Francisco niet in het Amazone-gebied, maar gelukkig wel in Na Mor. Dat gaf mij de gelegenheid om even de benen te strekken en dus liep ik de lange hoge trap tegenover mijn guesthouse op, die naar de eenvoudige, maar fraaie Buddhistische tempel op de heuvel boven Na Mor voerde. Het fraaie zat hem in een grote hoeveelheid prachtige fresco’s die zowel de buitenmuren als de binnenmuren bedekten.

Deze diashow vereist JavaScript.

Bij alle platen stonden teksten, zodat het geheel een soort stripverhaal was. Helaas waren de teksten in het Laotiaans, zodat ik het verhaal, misschien de geschiedenis van Buddha of het Buddhisme, niet kon volgen, maar het plaatjeskijken alleen was al een plezier. Zo zag ik Buddha onder zijn boom zitten mediteren, een olifant met 8 mannetjes op zijn rug, een andere olifant die een draagkoets torste waar zo te zien belangrijke lieden in zaten en een door twee witte paarden getrokken kar die over de wolken reed. Het meest bizarre was echter een Jeroen Bosch-achtige hel waar door beulen bijzonder onplezierige dingen werden gedaan met mensen. Die mensen waren misschien fout geweest tijdens hun leven en moesten daar nu in die marteltuin voor boeten, althans dat was mijn interpretatie van een heel setje uiterst lugubere plaatjes.

Ik vroeg de betekenis hiervan aan drie jonge monniken die in de tempel bezig waren met stoffen, maar helaas verstonden ze heen Engels en ook geen Nederlands, dus het bleef gissen naar wat de kunstenaar tot uitdrukking had willen brengen met zijn artistieke sadistische schilderingen.

Het zou een leuke uitdaging zijn om zelf teksten te verzinnen bij die plaatjes en daarmee een eigen stripverhaal creƫren. Iets voor een andere regenachtige dag, misschien? Zeker, maar voorlopig had ik even enorm genoeg van regen en dus gaf ik de volgende dag de voorkeur aan een minstens even interessante uitdaging, namelijk fetsen over een 1100 m hoge pas naar mijn volgende bestemming: Oudom Xai.

Maar die volgende dag goot het weer pijpestelen, zo erg zelfs dat de trap tegenover het guesthouse veranderde in een bruine modderige waterval.

Het weer in de tropen kan rare kuren hebben, zelfs in de droge tijd!!