De route naar Tacuarembó

Bericht 15

Ik ben alweer een dag of tien terug in Nederland, maar met mijn digiton (digitale feuilleton) ben ik nog maar in Paraná in Argentinië. Ik fiets dus electronisch een stuk langzamer dan mechanisch op mijn Santos. In Nederland is er helaas nog niets gekomen van het bijwerken van mijn digiton aangezien ik het meteen na thuiskomst druk had met de Fiets en Wandelbeurs.

Na die beurs, waarop ik een paar praatjes hield over fietsen in Marokko, lag er een stapel post van ruim drie maanden op me te wachten: een paar leuke kerst en nieuwjaarskaarten, heel wat goede doelen brieven en de gebruikelijke maar uiterst onplezierige blauwe enveloppen met  financiële koude douches.

Daar moest ik mij doorheen werken voordat ik met het beschrijven van mijn belevenissen in Zuid-Amerika door kon gaan. Het grootste deel van dat ‘puin ruimen’ , zoals ik die corvee noem, heb ik nu achter de rug en dus kan ik, ongekweld door plichtsbesef, weer aan de slag met mijn digitale inhaalslag.

Ik fietste de licht golvende provincie Entre Rios door en reed bij Colon over de brug over de Rio Uruguay mijn laatste land op deze reis binnen, dat genoemd was naar die rivier, hoewel het omgekeerde ook mogelijk is.

IMG-20190307-WA0000
De Rio Uruguay met in de verte de Puente Internacional, waarover ik Uruguay binnen reed.

In Uruguay was ik nog nooit geweest, dus ‘s avonds kon ik een nieuw land toevoegen aan mijn landen verzameling. Ik had onderweg in Argentinië wilde verhalen gehoord over de enorme regenval van deze zomer in Uruguay en over de overstromingen die daar het gevolg van waren, maar tot mijn geruststelling stond de grensplaats Paysandú niet onder water en scheen de zon allervrolijkst op mij neer. Wel had de rivier het strand, waarvan in toeristen gidsjes trots gewag werd gemaakt, verzwolgen, dus er was duidelijk te zien dat hier en hogerop in het stroomgebied van de Rio Uruguay nogal wat hemelwater omlaag was gekomen.

IMG-20190307-WA0001
Het strand van Paysandú was door de rivier verzwolgen.

Over een rustige asfaltweg fietste ik de volgende dag oostwaarts. De route golfde licht door enorme eucalyptus bossen bestaande uit eindeloze rijen lange, dunne, rechte stammetjes. Dit waren productiebossen. Ik heb me laten vertellen dat de bomen tien jaar na geplant te zijn worden gekapt. Verbazend toch hoe snel die bomen groeiden! Echt mooi waren deze bossen niet, maar lelijk vond ik ze ook niet en ze zorgden toch voor veel groen.

IMG-20190308-WA0007
De golvende weg door eucalyptusbossen.

De mensen waren op deze route erg gastvrij. Laat in de middag klopte ik aan bij een landhuis om te vragen of ik ergens in de enorme tuin, meer een botanisch park, mijn tent mocht opzetten. Ik kreeg meteen een tuinhuis tot mijn beschikking.

De volgende ochtend bij mijn vertrek gaf mijn gastheer mij een pot honing van een kilogram mee, alsmede een boek Uruguayse poëzie dat zijn vader geschreven had. Nu heb ik al moeite met Nederlandse poëzie, laat staan met Uruguayse, maar voor regenachtige dagen zou het zijn diensten kunnen bewijzen.

IMG-20190308-WA0008
Santiago, mijn gastheer en tevens de eigenaar van het landhuis.

Een halve dagreis verder ontmoette ik in Guichon Graciela, een vrouw van 67, wier zoon, zo vertelde ze me, ook reizen op de fiets maakte. Die was door Argentinië en Chili getrokken. Ik moest mee naar haar huis waar ze mijn fietstassen vol laadde met vijgen, sinaasappelen, druiven, bananen, een pot jam en een bonk kaas en als ik haar niet afgeremd had was ze ongetwijfeld doorgegaan met deze weldoenerij tot ik mijn fiets niet meer in beweging had kunnen krijgen.

Ze zei dat ze het fijn had gevonden dat haar zoon op zijn reis zoveel gastvrijheid had ervaren en wilde die blijkbaar aan mij terugbetalen. Nadat ik deze hoorn des overvloeds met veel moeite, maar beleefd, had dichtgedraaid, belde ze de oud-burgemeester van het plaatsje op, want die kende volgens haar de route naar Tacuarembó goed en kon mij nuttige informatie geven. Daarna plaatste ze drie stoelen voor haar huis op het trottoir. Even later kwam de oud burgemeester aangelopen en konden we gedrieën plaats nemen voor deze openlucht route-informatie-bijeenkomst.

De man bleek het gebied inderdaad goed te kennen en beval mij aan de gravelroute over Morató te nemen in plaats van de geasfalteerde hoofdweg over El Eucaliptus. Dat leek mij ook aantrekkelijker. Graciela vergezelde mij op een oude rammelkast tot buiten het plaatsje, maar niet voor mij nog snel 4 sinaasappelen te hebben toegestoken, alsmede een reflecterend hesje, want ik moest vooral oppassen niet van de sokken gereden te worden.

IMG-20190308-WA0009
 Graciela en ik voor haar huis.
IMG-20190308-WA0010
Francisco Reflectante.

De gravelweg naar Tacuarembó was over het algemeen vrij goed te rijden, hoewel er ook hobbelige trajecten in zaten.

IMG-20190308-WA0011
Een ruw traject op de route naar Tacuarembó

 

IMG-20190308-WA0012
Onderweg kwam ik drie gauchos (Uruguayse cowboys) tegen.. .

waarvan er één een slimme telefoon bij zich had, waarschijnlijk om de kudde koeien met behulp van GPS op te sporen.

IMG-20190308-WA0013
Kamperen bij een estancia (boerderij van gauchos)
IMG-20190308-WA0014
Een dorpje onderweg langs een verlaten spoorlijn.

Na 140 km gravel en nog een stukje asfalt kwam ik in Tacuarembó aan waar ik logeerde in Hotel Ford City. Daar was ook een museumpje waar tot glimmends toe opgepoetste Fords uit de jaren twintig en dertig stonden.

IMG-20190308-WA0015
Ford uit de jaren dertig.
IMG-20190308-WA0016
Benzinepomp, ook uit lang vervlogen tijden.
IMG-20190308-WA0017
Nog een locomotief als toegift bij het Ford-museum.

Het werd nu tijd om af te zakken in de richting van Buenos Aires, want daar moest ik mijn vliegtuig terug naar Nederland halen. Over dat laatste traject van deze Zuid-Amerika-reis ga ik het in de volgende aflevering hebben.

 Jeu de Boules op z’n Argentijns.

Ik was met het vorige bericht tot Miramar gekomen, het toeristische plaatsje aan het grote maar ondiepe zoutmeer Laguna Mar Chiquita. Je kon daar met een excursie mee op een bootje om flamingo’s, 8 km verderop, te bekijken. Die zaten daar ergens langs de oever, of beter gezegd: stonden ergens langs de oever want flamingo’s staan meestal en dan bij voorkeur op één poot. Misschien is dat minder vermoeiend dan op twee poten, want dan kan die andere poot uitrusten.

Aangezien deze flamingo’s ergens aan de oever stonden, kon ik ook proberen daarheen te fietsen in plaats van in een wiebelend bootje plaats te nemen. En dus reed ik over aardige gravelpaden, eerst in westelijke en later in noordelijke richting, waarna ik na een kilometer of 12 weer bij het meer kwam. Daar stond een uitkijktorentje vanwaar je de flamingo’s moest kunnen zien. Ik klom er op en zag inderdaad duidelijk een hele groep flamingo’s aan de andere kant van de baai die daar aan het pootjebaden waren. Op de foto kwamen de vogels helaas minder duidelijk uit de verf.

IMG-20190223-WA0000
Genomen vanaf het uitkijktorentje, ca 12 km ten NW van Miramar. Voor wat betreft de flamingo’s is het helaas een zoekplaatje geworden. Een opgave voor de echte vogelliefhebber.

Dit moest beter en daarom reed ik langs de half opgedroogde oever om de baai heen, waarna ik de flamingo’s een stuk dichter benaderde, maar nog was het resultaat niet geweldig.

IMG-20190223-WA0001
Foto 2: Dode bomen op het zoute strand.
IMG-20190223-WA0002
Mijn Santos eenzaam op het zoutstrand.

Om een beter resultaat te bereiken schoot ik een paar foto’s met mijn camera waar een enorme zoomlens op zit. Er moet een maniertje zijn om die foto op mijn platte Chinees te krijgen, maar daarvoor ontbrak mij de kennis. Ik verzon echter een slimme truc en maakte met mijn platte Huawei een foto van het schermpje van mijn camera. Het resultaat was nog niet subliem maar toch ook niet onaardig, zoals foto 4 laat zien.

IMG-20190223-WA0003
Flamingo’s door twee lenzen in serie: die van mijn camera met zoom en die van mijn Huawei, waarmee ik hem het wereldwijde net in stuur opdat mijn volgers de vogels ook kunnen zien.

Vanaf Miramar reed ik een dag lang over leuke gravelpaden naar Freyre waarbij ik misschien 3 a 4 auto’s zag en geen enkele fiets. De temperatuur zat hoog in de dertig en met mijn compas en de aanwijzingen van één van de chauffeurs van die auto’s vond ik de juiste weg. Ik kwam zowaar langs een bar maar die bleek al lang geleden voorgoed gesloten te zijn, dus geen energie-shot uit een rood blikje met bruin-zwarte inhoud.

IMG-20190223-WA0004
 Net de Veluwe, maar dan 100 km lang en geen ijscokar in de buurt.
IMG-20190223-WA0005
Nog een impressie van de Argentijnse Veluwe.

Maar die verfrissing moest uit mijn bidon komen (38 graden en niet in Fahrenheit!) want deze ‘tent’ had waarschijnlijk zijn laatste verfrissing een eeuw geleden geschonken.

IMG-20190223-WA0006
Ha! Een bar voor een verfrissing!

De laatste 16 naar Freyre waren penibel. Er kwam in razende vaart een dreigend donkere lucht opzetten en er stak een rukkende wind (tegen!) op, die enorme stofgordijnen meevoerde. Het zag er naar uit dat er binnen enkele minuten een huiveringwekkende bak water uit die donkere hemel ging vallen. Gelukkig kwam ik een kilometer verder langs een estancia, een boerderij waar koeien gehouden werden. Van de vriendelijke eigenaars, vader en zoon, mocht ik onder een afdak schuilen. De zoon vertelde dat hij in mei een toer door Europa zou gaan maken: Madrid, Parijs, Amsterdam en Rotterdam.

En de Veluwe dan? Nee, die niet, maar misschien op een volgende reis wel.

Merkwaardig was dat de dreigende lucht net zo snel oploste en weer plaats maakte voor de zon als hij was komen opzetten. De zon was terug maar de temperatuur was een stuk gedaald en de tegenwind bleef, zodat die laatste 15 km nog anderhalf uur namen.

IMG-20190223-WA0007
Schuilen bij een estancia.

Nogal afgepeigerd kwam ik in Freyre aan waar ik een verplichte rustdag hield omdat die bak water, met een uur of 12 vertraging, alsnog over de aarde uitgestort werd en wel de hele ochtend en een deel van de middag. Later brak het zonnetje toch nog even door. Toen ik een wandelingetje over de met gras begroeide plaza central  maakte zag ik dat daar een soort Jeu de Boules werd gespeeld, maar met kunststof ballen die iets groter zijn dan de Franse boules.

IMG-20190223-WA0008
 Jeu de Boules op z’n Argentijns.

 

IMG-20190223-WA0009
Juist na het loslaten van de bal.

In Rafaela streek ik rond het middaguur bij een restaurant neer voor een Pepsi. Toen ik die wilde betalen zei de serveerster dat ik mijn geld kon houden. Ik ging buiten aan een tafeltje in de zon zitten. Even later kwam de serveerster vragen of ik een sandwich met kaas en ham wilde en nog wat later kwam de eigenaar zelf bij mijn tafel. Hij had blijkbaar wat met reizigers en vertelde dat er een jaar geleden een Peruaan op een fiets was langsgekomen. Die had een sticker van hemzelf op de ruit van zijn Comedor (restaurant) geplakt. De man wees me die vol trots. Er was ook een klant met een oude auto geweest en ook die had een sticker op de ruit geplakt.

“Heeft u geen sticker?” vroeg de directeur.

“Helaas nee, “antwoordde ik, “maar ik heb wel een foto van me waarbij ik naast een grote termietenheuvel in Kenia zit. Als u die op de ruit plakt is het ook een soort sticker.”

Dat vond de man een geweldig idee. Hij liep zijn kantoor in en kwam een tel later terug met een fraaie zwarte pet met de naam van zijn restaurant er op: Comedor El Tato, el rey de la mamona.

“Voor u,” zei hij. Met behulp van mijn fantastische selfie-stick maakte ik een foto van ons beiden met mijn nieuwe aanwinst op mijn hoofd.

Later op weg naar Nuevo Torino realiseerde ik me dat ik vergeten was te vragen wat mamona betekent. Waar de man of het restaurant de koning van was bleef voor mij voorlopig een geheim, maar ik ben er van overtuigd dat er onder mijn volgers mensen zijn die dat wel weten. En mocht u het niet weten, dan is het vrij zeker te vinden in een woordenboek, tenzij het een heel speciaal gerecht is. In dat geval rest u, indien u het beslist wilt weten, niets anders dan een reis naar Rafaela in Argentinië. Ga naar El Tato en vertel de eigenaar dat u altijd trouw mijn blog volgt. Hij zal u dan ongetwijfeld een Mamona cadeau doen.

IMG-20190223-WA0010
De trotse eigenaar van El Tato en de trotse eigenaar van een nieuwe frisse  pet.

Ai!! Weer in spiegelbeeld. Die stick toch!

De Rio Paraná vormde een lastige barrière voor mij. Ik zat dicht bij Santa Fe, dus het lag voor de hand om daar de oversteek te maken, maar nadat daar een tunnel onder de Paraná door was gegraven was de ferry overbodig geworden en dus uit de vaart genomen. De tunnel was echter verboden gebied voor fietsers. Begrijpelijk want fietsen door een tunnel met duizenden langsrazende auto’s geeft je juist iets meer dan één procent kans om ongeschonden aan de andere kant te geraken. Onbegrijpelijk echter dat de fietser geen alternatief geboden wordt.

Ja toch: omrijden over Rosario, 176 km naar het zuiden. Vervelend is echter dat je dan over een stuk snelweg moet van 70 km. Geen zijstroken en wel vangrails waartegen je door het jakkerende blik vermalen kunt worden tot pap. Ook ongeveer 1% kans om daar met al je ledematen nog werkend vanaf te komen.

Een tweede alternatief: nog eens 220 km verder naar het zuiden afzakken, naar Zarate, waar een brug is, maar dan zit je al tegen Buenos Aires aan waar het krioelt van de auto’s, dus daar had ik geen zin in.

Een derde alternatief: 540 km naar het noorden rijden, want bij Resistencia is de volgende brug. Dat is bijna 1100 km extra. Leuk, maar ik heb afgesproken met de organisatie van de Fiets en Wandelbeurs dat ik daar 1, 2 en 3 maart lezingen ga houden over mijn fietsreis van afgelopen zomer. Dat haal ik via de brug bij Resistencia dus niet.

Ja, ja, die Parana is toch even wat anders dan de IJssel of zelfs de Rijn!

En dus kon ik kiezen uit twee kwaden: de Parana niet oversteken en dan Uruguay, waar ik nog nooit geweest ben, missen of mijn eigen wet breken en 30 km meerijden in een bus van Santa Fe naar Parana aan de overkant van de Parana.

Nood breekt wet en dus ging ik naar het busstation in Santa Fe, waar ik verwezen werd naar loket 40.

Bij loket 40: “Nee, meneer wij rijden naar Rosario. U moet bij loket 17 zijn.

Bij loket 17 :”Nee caballero, wij rijden naar Cordoba. U moet bij loket 36 zijn.”

Bij loket 36:”No señor, wij rijden naar San Francisco. U moet bij loket 40 zijn.”

“Maar daar ben ik juist geweest en…..”

“Loket 50 dan.”

Bij loket 50: ……….

Uiteindelijk geschiedde dan toch het godswonder en kon ik waarachtig het juiste kaartje voor de juiste bus naar Parana bemachtigen.

En zo kwam ik in de provincie Entre Rios terecht, wat ‘Tussen rivieren’ betekent. Verderop moest ik dus nóg een rivier over om in Uruguay te komen.

En daarover gaat mijn volgende bericht.

 

 

de Jezuïeten kerk van Santa Catalina

Via een pasje van 1300 meter fietste ik naar de rotspartijen van Ongamira.

IMG-20190211-WA0000
Op de pas tussen Los Terrones en Ongamira

In tegenstelling tot bij Los Terrones mocht ik bij Ongamira vrij rondlopen en dat deed ik dan ook. Ik had er een uurtje willen rondneuzen, maar bleef er de hele dag, waarbij ik nog een paar aardige plaatjes schoot. Zie foto’s 2, 3 en 4.

IMG-20190211-WA0002

IMG-20190211-WA0003

IMG-20190214-WA0001

Natuurlijk schoot ik niet zelf foto 4, want daar sta ik op en de afstand tussen de camera (mijn platte Chinees) en mijzelf was te groot om die in de 10 seconden die de selftimer mij geeft te overbruggen en er dan toch nog zo ontspannen bij te staan. Toevallig was er een Argentijn in de buurt om de foto te maken, uiteraard wel op mijn aanwijzingen.

Na een afdaling van uit de heuvels kwam ik bij de oude Jezuïeten missie van Santa Catalina. Daar liet ik door een, waarschijnlijk niet professionele fotograaf een foto van mij maken met de uit de 17e eeuw stammende kerk op de achtergrond. De foto was niet geheel in overeenstemming met mijn hooggespannen verwachtingen.

 

IMG-20190214-WA0002

Om de man niet te beledigen deed ik het, toen hij weg was, over met de zelfontspanner waarmee het plaatje wat beter uit de verf kwam.

IMG-20190214-WA0003
Foto met de zelfontspanner, waarop mijn gezicht en de kerk wat beter te zien zijn.

Ik was net een paar minuten te laat om de kerk van binnen te bekijken, want de gevreesde siësta was door dat gedoe met die fotografie juist aangebroken. De vraag was: ‘Zal ik twee uren wachten om dat gebouw dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat te gaan bezichtigen of ga ik lekker doorfietsen?” Het zonnetje brandde heerlijk en dus was het jammer om te gaan zitten niks doen. Anderzijds was het natuurlijk ook jammer om zo’n UNESCO-kerk over te slaan. En dus wachtte ik twee uren en kreeg toen een kerkinterieur te zien dat je in elke middelgrote stad in Europa ook kunt zien. En er mocht binnen niet eens gefotografeerd worden. Daarom schoot ik voordat ik door fietste nog maar een plaatje aan de buitenkant.

IMG-20190214-WA0004
Nog een plaat van het exterieur van de Jezuïeten kerk van Santa Catalina maar nu zonder mezelf, wat ook wel eens aardig is.

Het klooster zelf was tijdelijk gesloten, maar door een poortje dat toevallig op een kier stond kon ik illegaal naar binnen glippen en toch nog een foto van de patio maken.

IMG-20190214-WA0005
De patio van het klooster van Santa Catalina.

Voorbij Santa Catalina was ik uit de bergen en zelfs uit de heuvels. De Argentijnse pampa lag voor me, zo plat als de Noordoostpolder.

IMG-20190214-WA0006
Zo plat als de Noordoostpolder, maar hier met flink wat begroeiing.

Opeens blijk ik op een fiets te rijden van het merk ‘Zotnaz’, met een N die verkeerd om staat. Een vondst van de logomaker, die altijd te origineel wil zijn?

Nee, het ondertussen bekende probleem bij het maken van een selfie, waarbij met resultaat in spiegelbeeld komt.

Via alternatieve ‘Noordoostpolder-weggetjes’ fietste ik in de richting van Laguna Mar Chiquita, een enorm zoutwatermeer dat echter erg ondiep is.

IMG-20190214-WA0007
Een alternatief ‘Noordoostpolder-weggetje’

Daarbij kwam ik door het plaatsje La Para, waar blijkbaar vele jaren geleden de 30ste verjaardag van onze koningin is gevierd. Het bordje om haar te huldigen heeft men, om de plaza een bijzonder aspect te laten behouden, laten staan.

IMG-20190214-WA0008
Bordje ter gelegenheid van Maxima’s 30ste verjaardag, nu al weer heel wat jaartjes geleden.

Een kilometer of 50 verder bereikte ik Miramar, een toeristische plek die aan Laguna Mar Chiquita ligt.

IMG-20190214-WA0009
: Miramar gelegen aan het ondiepe maar enorme zoutmeer Laguna Mar Chiquita.

Grappig, of misschien wel treurig, dat ik bijna aan de andere kant van de wereld in Miramar terecht kom, terwijl er een Miramar op 7 km afstand van mijn huis in Drenthe ligt, waar ik duizenden keren ben langs gefietst, maar waar ik nog nooit binnen ben geweest: het beroemden schelpen museum van Nederland. Ik neem mij dan ook voor om dat binnenkort toch eens te gaan bekijken.

IMG-20190214-WA0010
Miramar, zoiets als Saint Tropez, maar toch anders.

Dat er aan dit zoute meer meer te zien was dan alleen zonnende en zwemmende Argentijnen zullen we in de volgende aflevering van deze digi-feuilleton, kortweg digiton, lezen.

Fiets- en Wandelbeurs lezingen 2019

Op de fiets door Marokko

Frank van Rijn

Frank van Rijn, Nederlands bekendste fietsreiziger is nog lang niet versleten. Onlangs bereikte hij, bij het plaatsje Mina Clavero in Argentinië, een nieuwe mijlpaal. Zoals hij op zijn website schrijft fietste hij totaal 0,6 Gm (gigameter) bij elkaar, oftewel 600 Mm (megameter) wat in algemeen bekend taalgebruik ook wel 600.000 km (kilometer) genoemd wordt. Dat is 15 keer de omtrek van de aarde!

Net op tijd voor de Fiets en Wandelbeurs is Frank weer terug in Nederland om te komen vertellen over zijn reis van vorig jaar. Marokko! Tijdens een eerdere reis door dat land werd Frank geconfronteerd met lastige tapijt- en souvenirverkopers. Zou dat anno 2018 nog steeds zo zijn?

Vrijdag    1 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 12.00 uur.
Zaterdag 2 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 13.00 uur.
Zondag    3 maart 2019 | Zaal 7 Fiets- en wandellezingen | aanvang 13.00 uur.

Tot ziens in Utrecht.

Los Terrones.

Lang geleden heb ik (vrij vruchteloos) gepoogd op een middelbare school de leerlingen het wonderschone van het vak natuurkunde te laten inzien . Ik was toen ‘beginnend leraar’ en dat ben ik ruim een half jaar gebleven, alvorens ik mijn fiets weer oppakte om de wereld verder te verkennen. In die periode waren er op die school een paar andere ‘beginnende leraren’, waaronder Adrie die even hard als ik, en zeer zeker met meer succes dan ik, poogde zijn leerlingen de wonderen van de economie bij te brengen. Hij deed dat met zo veel verve dat hij geen half jaar, maar wel 33 jaar lang beginnend leraar is gebleven. Hoewel natuurkunde en economie heel verschillende vakken zijn, konden we het goed met elkaar vinden, o.a. omdat hij net als ik een enthousiaste fietser was en is. We zijn dan ook al die jaren bevriend gebleven. Ik heb hem indertijd gepoogd over te halen met me mee op fietsreis te gaan, maar hij koos voor een normaal leven (voorzover je een leven als economie leraar  ‘normaal’ kunt noemen) Hij trouwde en daarmee was de mogelijkheid om de wereld vanaf een fietszadel te bekijken min of meer verkeken.

Nu wil het toeval dat Adrie een neef heeft, Brienen,  die jaren geleden is geëmigreerd naar Argentinië en in Cordoba terecht kwam. Samen met een paar vrienden heeft deze Brienen een huis in het plaatsje Tanti, 50 km ten westen van Cordoba.

Van Adrie kreeg ik Brienen’s adres en zo kwam ik na de grote afdaling vanaf de Quebrada de los Condoritos, waar ik dus alleen dat heel kleine en misschien wel heel bijzondere vogeltje heb gezien, (zie mijn vorige bericht) in Tanti terecht. Daar genoot ik een paar dagen van van de luxe, die Brienen en zijn collega-huiseigenaar Alexander en diens zoon Oscar mij boden. Helaas moest ik daar ook wachten tot het weer , dat geheel van streek was, zich weer van zijn goede zijde liet zien. Een ongeluk bij een geluk, zou je kunnen zeggen.

IMG-20190208-WA0002 1
Brienen en ik (natuurlijk weer in een mislukte nonchalance- houding) voor een monumentje in de tuin van het huis in Tanti.

Op een van de dagen dat ik in Tanti verbleef werd er door Oscar, samen met Arthur, een Nederlander die daar ook op bezoek was, een enorme pizza-maaltijd samengesteld. Arthur heeft een herenkleding-zaak in Amsterdam, maar zou als pizzabakker ongetwijfeld ook hoge ogen hebben gegooid.

IMG-20190208-WA0003 1
Arthur (staand links) in actie. Zittend van links naar rechts: zijn broer Gijs (ook op bezoek), Alexander, diens vrouw Marianne, Brienen, twee Argentijnse vriendinnen van de dochter van Brienen en geheel links gezeten en nog juist te zien, de dochter van Brienen.

Er waren heel wat pizza-eters, zoals de foto laat zien, maar er werden ook veel pizza’s gebakken, zoveel zelfs dat het gezelschap het niet allemaal op kreeg, ondanks mijn poging om voor een week vooruit te eten.

IMG-20190208-WA0004 1
: Een kijkje op de ingrediënten-tafel om de lezer te laten puzzelen welke pizza’s er gemaakt werden.
IMG-20190212-WA0000.jpg
Oscar als de grote Pizzastoker voor zijn zelfgemaakte oven. Daarachter Brienen.

Na die paar dagen rust moest er weer eens een stukje gereden worden, want Buenos Aires lag nog niet om de hoek.

Op een kaart had ik gezien dat er mooie rotsformaties te zien waren in de buurt van het gehucht Quebrada de Luna, dat ‘Kloof van de maan’ betekent. Een veel belovende naam die uitnodigde tot een omweg van ruim 100 km. Jammer was dat je het rotsgebied alleen maar onder leiding van een gids in mocht en nog jammerder (zo er een vergrotende trap van jammer bestaat) was dat het die dag niet echt mooi zonnig was, terwijl grillige rotsformaties het best tot hun recht komen bij zonnig weer.

IMG-20190208-WA0005 1
Los Terrones.
IMG-20190208-WA0006 1
Het gezelschap in de smalle kloof. De gids (rechts met pet) steekt waarschuwend zijn vinger op: “Hier niet doorheen bij slecht weer!”
IMG-20190208-WA0007 1
Nog een plaatje in de kloof.
IMG-20190208-WA0008 1
Ik met twee torrones, één rechts en één links.
IMG-20190208-WA0009 1
Ik nog eens met twee torrones, maar nu ook met 14 Argentijnen. (Of tel ik nu verkeerd?)

Van Los Torrones fietste ik 13 km verder over een klimmende gravelweg naar nog een interessant rotsgebied: Ongamira, waar ik in mijn volgende bericht wat plaatjes van ga laten zien.

Hieronder alvast één daarvan om de smaak te pakken te krijgen.

IMG-20190209-WA0000 1
Rotsberg bij Ongamira.

Tot besluit nog een extra bericht: 1, 2 en 3 maart wordt de jaarlijkse Fiets en Wandelbeurs gehouden in de Jaarbeurshallen, dat gigantische gebouwencomplex in Utrecht waar je, zelfs als ervaren wereldreiziger snel de weg kwijt raakt, ik althans wel. De eerste keer, toen ik dacht zeeën van tijd te hebben, kwam ik na veel gedwaal nog maar juist op tijd voor mijn lezing. Deze keer zal ik mij beter voorbereiden op de route door dat labyrint, want weer ga ik op vrijdag, zaterdag en zondag lezingen houden en wel over mijn tochten door Marokko. Die zullen naar alle waarschijnlijkheid rond het middaguur plaatsvinden. Mocht u die beurs gaan bezoeken, bijvoorbeeld om ideeën op te doen voor een mooie fiets- of wandeltocht, en bent u na een ochtend van shoppen langs alle honderden stands, gebukt onder vele kilogrammen folders, aan een rust toe, dan zou het te overwegen zijn om bij mij in de zaal te komen uitrusten en onderwijl wat aardige plaatjes van dat prachtige noord Afrikaanse land te komen bekijken.

Dus wellicht tot begin maart in Utrecht!