Kasteel van Zamora

56 Kilometer voorbij de Portugees- Spaanse grens kwam ik in Zamora, beroemd om zijn Semana Santa. Dat is de paasweek, maar helaas, althans wat de kleurrijke processies betreft, was het 12 augustus, dus van Pasen was weinig meer te bespeuren dan het bekende Semana-Santa-beeldje bij de cathedraal, waar de processiegangers naar mijn idee wat weg hebben van leden van de Ku Clux Clan. Toch was ik blij dat het geen Pasen was, want dan is het koud in Zamora en nu was het hoog zomer, wat een zonaanbidder als ik een stuk beter uitkomt.

Ik ging natuurlijk een kijkje nemen bij het kasteel, want op deze reis verzamel ik, zoals de trouwe lezer van mijn blog niet ontgaan zal zijn, kastelen. Ook de oeroude brug over de Duero was aardig om te zien, maar wat mij in die stad het meest trof, was een muurschildering waaraan de meeste mensen voorbij liepen zonder er acht op te slaan . Dat ‘schilderij’ was zo levensecht dat ik er een tijdje naar moest kijken om te zien waar dat kunstwerk overging in de realiteit.

IMG-20180920-WA0004
Cathedraal van Zamora met Semana-Santa beeldje ervoor.
IMG-20180920-WA0003
Het bekende Semana-Santa -beeldje voor de cathedraal.
IMG-20180920-WA0002
Brug over de Duere in Zamora.
IMG-20180920-WA0001
Kasteel van Zamora.
IMG-20180920-WA0005
De tot nu toe weinig bekende,maar binnenkort dankzij mijn blog,
  heel bekende muurschildering in een straatje in Zamora. Ziet u de
      Grens tussen kunst en realiteit?                        

In Villalpando, 53 km ten noordoosten van Zamora waren werklieden druk bezig van de centrale plaza een arena te maken: een flinke laag zand over de grond en dicht langs de huizen tribunes en afzettingen met zware houten palen en stalen buizen. Ook in de zijstraten was men druk bezig met dergelijke constructies, want hier ging weer zo’n spannend festival plaatsvinden, waarbij de stieren in de straten losgelaten worden en waar stoere macho’s kunnen laten zien hoe geweldig ze zijn en hoeveel ze durven voordat hun ribbenkast doorboort wordt door een grote scherpe hoorn. Dat uitvloeisel van de Romeinse arena-gevechten werd aanvankelijk in Pamplona gehouden maar tegenwoordig kom je het bijna overal in Spanje tegen en het is zelfs tot in Frankrijk doorgedrongen, want vorig jaar moest ik kilometers omrijden om Sommieres in de buurt van Nimes, door te komen. Er moet nu eenmaal bloed vloeien en/of veel lawaai schallen, anders is het leven saai en zinloos!

Voorbij Villalpando zag ik regelmatig merkwaardige gebouwtjes in het vlakke terrein staan, sommige nieuw en vele ook oud en in verval. Ik ging er kijken en kwam tot de conclusie dat het duiventillen waren. Binnenin zaten de muren vol kleine holtes, juist groot genoeg voor een duif. Ik vroeg me af wat de mensen met al die duiven wilden doen. Post verzenden over heel Spanje of de hele wereld? Daar hebben we nu internet voor, dus die nieuwe duiventillen spraken die mogelijkheid tegen. Misschien voor wedstrijden met postduiven? De Olympische postduivenspelen georganiseerd in Castilla y Leon?

Later las ik op een bord bij zo’n duiventil dat de duivencultuur hier al heel oud is en dat lekkerbekken aan het product hun hart kunnen ophalen, maar of het ging (gaat) om de eieren of de duiven zelf werd me niet duidelijk. Het ging in ieder geval om :’Afanado Pichon de Nidal’ Hier schoot mijn kennis van het Spaans te kort. Als het gaat om brood, gebroken remkabels of het weer kan ik me in die taal aardig redden , maar Afanado Pichon de Nidal gaat me mijlenver boven de pet. Ik vrees echter het ergste voor de arme duifjes, de smaak van de Spanjaarden kennende.

IMG-20180921-WA0002
Binnenin zo’n duiventil.
IMG-20180921-WA0003
De ruïne van een duiventil.
IMG-20180921-WA0001
De plaza van Villapando wordt omgebouwd tot arena voor het stoere werk.

 

De Gorge de la Nesque.

Bericht 16

Mijn geachte volgers, zo die er zijn, zullen zich zo langzamerhand gaan afvragen: ‘Wat is er met Frank aan de hand? Waar blijven zijn berichten van onderweg? Heeft hij er de brui aan gegeven?

En terecht , die vragen, want met mijn berichtgeving ben ik blijven steken op de grens van Portugal met Spanje, terwijl ik met mijn Santos-fiets al gevorderd ben tot Sault aan de voet van de Mont Ventoux. Ik laat even een foto zien om te bewijzen dat ik er nog ben, of in ieder geval 3 dagen geleden nog was toen ik op de Pont du Gard stond.

IMG-20180917-WA0000
Mijn Santos fiets ( De San Francisco) en ik op De Pont du Gard.

De goede wil om u op de hoogte van mijn belevenissen te houden is er zeer zeker, maar er komt steeds wat tussen als ik de elektronische pen (mijn platte Chinees) ter hand wil nemen om verslag uit te brengen over wat ik gezien en gedaan heb: geen wifi, wel wifi, maar niet goed genoeg om fotootjes te verzenden, wel goede wifi, maar geen tijd meer omdat ik ook nog een maaltje macaroni moest opwarmen, te veel tijd besteed aan fietsen, wandelen , het bezoeken van bezienswaardigheden, mijn kleren wassen, een gat in mijn broek afplakken met een oude lap of mijn fiets onderhouden.

Ja, het leven van een reizende fietser kan zwaar zijn, vooral als hij zich, als andigibeet, gaat bezighouden met een website en een blog!

Vandaag moet ik nog een eind rijden, maar over twee dagen houd ik een rustdag en dat wordt helaas voor mij geen echte rustdag, want dan moet er gewerkt worden: een verslag voor mijn blog om u virtueel mee te laten reizen door Noord  Spanje.

Dit korte bericht had voorrang op het vervangen van een set remblokken, want wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen.

Tot over 2 of 3 dagen …… als er niet weer wat tussen komt.

Tot besluit ter compensatie van het lange wachten nog een fotootje, gisteren genomen bij de Gorge de la Nesque.

IMG-20180917-WA0001
Ik bij De Gorge du la Nesque, helaas zon onder.

Kasteel van Celorico da Beira.

Bericht 15

Ik heb een vrij goede wegenatlas van Spanje en Portugal en het mooie ervan is dat hij ook informatie geeft over campings. Als er bij een plaats een symbooltje van een tent staat, weet je vrijwel zeker dat daar géén camping is. Die was er misschien maar is ondertussen opgedoekt, weggespoeld door een vloedgolf of door een andere oorzaak verdwenen. Als er bij een plaatsje niet zo’n symbooltje staat, heb je een kleine kans dat er wel een camping is. En als deze regel geen uitzonderingen had zou die atlas enige campinginformatie hebben wat natuurlijk zeer bruikbaar is voor een reizende fietser die zo nu en dan te lui is om zelf een plek in de bush te zoeken. Helaas blijkt deze regel wel uitzonderingen te hebben  zodat de enige informatie die de gebruiker van de atlas heeft, als het hem om campings gaat, dat hij beter naar een toeristenbureau kan gaan. Het probleem daarbij is echter dat zo’n bureau nogal eens gesloten is in verband met siësta, fiesta of zomaar. Ik prees mij daarom gelukkig dat het toeristenbureau in Celorico da Beira open was. Daar wist de dame me te vertellen dat er in Pinhel, een kilometer of 40 naar het noordoosten, een camping was. Op mijn adlas stond er bij Pinhel geen symbooltje van een tent dus dat droeg bij tot de geloofwaardigheid van haar informatie, maar met die mogelijke uitzonderingen weet je maar nooit. De dame veegde vervolgens met één machtige haal alle twijfels aan de kant door op haar computer de camping op te zoeken. En waarachtig op het scherm verschenen plaatjes van tenten caravans , campers, een zwembad met zonnende zwemmers er omheen en al die andere dingen die je tegenwoordig op drie- en viersterrencampings ziet. Dat kwam mij goed uit, niet dat zwembad, maar wel die afstand van 40 km want die zou juist een goede etappe volmaken. En dus bezocht ik nog even op mijn gemak het kasteel van Celorico da Beira, wat altijd leuk is, want een kasteel is nooit weg , en peddelde vervolgens via Vila Franca das Naves naar Pinhel.

IMG-20180901-WA0002
Kasteel van Celorico da Beira met teveel electriek-draad op de voorgrond.
IMG-20180901-WA0003
Kasteel van Celorico da Beira.

Toen ik tegen het vallen van de avond in Pinhel aan kwam waar ik borden verwachtte die mij naar die fraaie camping verwezen, zag ik nergens zo’n bord. En dus vroeg ik aan een man op straat de weg naar de camping.

“Hier is geen camping” antwoordde hij. “Als u naar een camping wilt, moet u naar Celorico da Beira, zo’n 40 km naar het zuidwesten.”

“Daar hoorde ik op het toeristenbureau dat hier een prachtige camping camping is.”

“Meneer, ik woon al 60 jaar in Pinhel en ik ken elke straat en steeg. Er is hier géén camping.”

“Ik heb er een paar uur geleden foto’s van gezien op de computer van het toeristenbureau in Celorico da Beira”

“Een computer met een hoop fantasie, lijkt me”.

En zo zag ik weer eens dat zekerheden, hoe zeker ze ook lijken, toch niet altijd zo heel zeker zijn.

Snel vulde ik mijn vier flessen van anderhalve liter met water bij een fontijn en verliet Pinhel want veel daglicht restte mij niet meer. Ik kreeg een grote afdaling naar de Rio  Côa. Halverwege die afdaling vond ik in een rotsachtig gebied een fantastisch plekje voor mijn tent, maar daarvoor moest ik mijn zwaar beladen fiets een flink eind steil omhoog duwen door omgeploegd land. Zo’n prachtig plekje had ik op geen viersterren camping gevonden. Dit soort treffers zijn de krenten in een reis waar bijna alles onzeker is.

IMG-20180901-WA0004
Afdaling naar de Rio Côa .
IMG-20180901-WA0005
Mijn tent, mijn fiets en ik tussen de rotsblokken. De alternatieve camping van Pinhel

De volgende dag reed ik naar het schilderachtig op een heuvel gelegen Castelo Rodrigo, waar weer een hoop pittoresk puin te zien was.

IMG-20180901-WA0006
Castelo Rodrigo,schilderachtig  gelegen op een heuvel.
IMG-20180901-WA0007
Poort van Castelo Rodrigo.
IMG-20180901-WA0008
Pittoresk puin van Castelo Rodrigo.

Na een aardige op en neer gaande route van ca. 23 kilometer kwam ik bij  Barca de Alva aan, gelegen aan de Rio Douro. Deze rivier vormt vanaf hier over een flinke afstand in noordoostelijke richting de grens met Spanje. Mijn weg volgde ongeveer 25 km lang deze weg waarbij ik steeds mooie uitzichten had over de rivier en op de bergen aan de overkant in Spanje. Met een bootje vol toeristen hield ik een soort race om te laten zien dat een fiets sneller gaat dan een boot. Die machtsdemonstratie mislukte helaas door een paar gemene hellingen. Omhoog ging ik meteen een stuk langzamer dan de boot. Op de afdaling dichtte ik het gat weliswaar enigszins, maar over het totaal verloor ik toch terrein. Na de tweede helling van hetzelfde kaliber lag het bootje zover voor dat voor mij de aardigheid er af was. De passagiers zullen wel lol gehad hebben om die zwetende sukkelaar aan de Portugese kant: “Ha, ha! Probeer dan niet zo stoer te doen!”

IMG-20180902-WA0011
Op de voorgrond de Rio Agueda, die voorbij de brug uitmondt in de Rio Duoro. Rechts Spanje links Portugal.
IMG-20180902-WA0012
Het bootje waar ik eerst ver op voor lag.
IMG-20180902-WA0014
Maar dat mij later zover achter me liet, dat ik maar naar de vogels en planten ging kijken.

Mogadouro, zo’n 50 km naar het noorden , was weer een typisch Portugees plaatsje, waar de gemiddelde toerist flink wat meter film op kon verschieten. Zo ging dat vroeger met dia- en fotofilm, maar tegenwoordig plaatsen we een geheugenkaart van een paar tientallen gigabites in onze platte telefoon en dan kunnen we er weer een tijdje tegen. Ik vraag me overigens af wat ik na afloop van deze reis met een paar honderdduizend foto’s in mijn computer moet doen. Zeven avonden per week foto’s vertonen op een tv-scherm van zestien vierkante meter met een frequentie van één per 3 seconden? En dat van 7 tot 12? En wie wil een dergelijke marteling ondergaan?

Daar dacht ik maar niet aan toen ik door de leuke straatjes van Mogadouro liep en het knallen weer niet kon laten.

IMG-20180902-WA0015
Leuk straatje in Mogaduoro.
IMG-20180902-WA0016
En voor de verandering maar weer eens een kasteel op een rots.

Na een paar honderd megabytes verschoten te hebben op al het moois van Mogadouro, vervolgde ik mijn weg in noordoostelijke richting naar Miranda do Douro, gelegen aan de Douro, zoals de naam al suggereert. (Uitkijk op de Douro, betekent dat, of iets dergelijks). En dat had ik, een mooi uitzicht zelfs op de canyon van de rivier, dat echter enigszins verknoeid werd door electriciteitskabels. (Die electrokerels toch!! Die hangen maar slingers over de hele wereld, alsof het overal feest is)

Het was hier dat ik over een dam in de Douro Spanje voor de tweede keer deze reis binnenreed. En daar heette de rivier Rio Duero.

En nu op weg naar Zamora, waar vermoedelijk wel een kasteel uit de grond was gestampt….. en nog veel meer bezienswaardigs.

Maar daarover leest u dan hopelijk in het volgende bericht het een en ander.

IMG-20180902-WA0017
Canyons van de Rio Duoro helaas ‘versierd’ met een elektrische slinger.
IMG-20180902-WA0018
Cathedraal van Miranda do Duoro.
IMG-20180902-WA0019
De dam in de Rio Duoro met aan de overkant de weg naar Zamora.
IMG-20180902-WA0020
De minst mislukte foto van mezelf uit een serie van 20. De rest gaat de elektronische prullenbak in.

Kasteel Van Monsanto 50 km ten noordoosten van Castelo Branco

Garry, de eigenaar van de camping in Santo Antonio dos Areias, had me verteld dat Monsanto, ongeveer 50 km ten noordoosten van Castelo Branco, een van de oudste plaatsjes is van Portugal en dat het de moeite waard was om er te gaan kijken. Het was wel weer een eind om, maar eigenlijk was alles op deze reis om. Reizen is omrijden, dus waarom ook niet?

En dus reed ik om naar Monsanto, waarbij ik me de laatste kilometers min of meer te pletter trapte omdat de plek, zoals te verwachten was, boven op een steile heuvel ligt. Elke oude plek met kasteel ligt natuurlijk boven op een heuvel, want daar was hij goed te verdedigen tegen lieden met verkeerde bedoelingen. En die waren er in het verleden nogal eens, zoals we ook uit onze vaderlandse geschiedenis weten.

IMG-20180822-WA0004
Toren op de enorme rotsblokken van Monsanto.

Ik mocht mijn fiets tegenover het toeristenbureau plaatsen zodat ik, verlost van die last, als een berggeit de laatste tientallen meters over een nog steiler pad omhoog kon lopen. Op en langs deze rotsheuvel lagen enorme rotsblokken en daarvan had men bij de constructie van het fort gaarne  gebruik gemaakt. Waar zo,’n blok lag hoefde immers geen muur gebouwd te worden. Daarom bestond het kasteel gedeeltelijk uit rotsblokken en gedeeltelijk uit geconstrueerde muren.

IMG-20180822-WA0005
Rotsblokken en muren van het kasteel van Monsanto.

Het was een plezier om tussen deze verdedigingswerken, die meer dan 1000 jaar stand hadden gehouden, door te lopen.

IMG-20180822-WA0006
Oud straatje in Monsanto.
IMG-20180822-WA0007
Een natuurlijk fort bij Monsanto.
IMG-20180822-WA0008
Blik omlaag naar het nieuwere dorp.

Ik was precies op sluitingstijd terug bij het toeristenbureau, zodat ik mijn fiets kon ophalen en mijn weg kon vervolgen.

In  centraal Portugal zijn vorig jaar october enorme bosbranden geweest. Het is daar ’s zomers, en blijkbaar in october ook nog, zo droog dat de boel daar in de fik staat voor je het goed en wel in de gaten hebt. Oppassen dus, als je je potje bonen wilt  opwarmen!! De camping bij Ponte das tres Entradas, midden in zo’n afgebrand gebied, bleef gelukkig gespaard, waarschijnlijk omdat hij pal aan een riviertje ligt. Ik zette er mijn tent op en maakte de volgende dag, ondanks al dat verkoolde hout, een aardige wandeling. Dit tegen het negatieve wandeladvies van de Nederlandse eigenares van de camping. ‘Blijf tussen 11 en 16 uur uit de zon of in het zwembad vanwege de hitte!’

Ja, eindelijk werd ook Portugal getroffen door een hittegolfje van 41 graden.

Het werd een heerlijke wandeling, maar het geheim is dat je genoeg water moet drinken, meer dus dan alleen je dorst lessen. Ik denk dat ik op menige weg waar langs ik gepeddeld heb, meer gevaar heb gelopen om ondersteboven gereden te worden, dan dat ik hier liep om uit te drogen.

IMG-20180825-WA0004
Afgebrand bos in centraal Portugal. Het nieuwe groen komt er alweer op.
IMG-20180825-WA0005
Ponte das tres entradas met de brug over de Rio Alva. De derde boog is rechts nog juist te zien.

De volgende dag was het gelukkig opnieuw prima weer en daarom reed ik per fiets zonder bagage van de camping naar Monte Colcorinho, een bergtop van 1244 meter. 647 Jaar voordat ik er arriveerde was daar voor een herder Nossa Senhora das Preses of ook wel Nossa Senhora das Necessidades verschenen. Reden genoeg om er een kapelletje te plaatsen, maar omdat een kapelletje wat magertjes is voor een verschijning van de Heilige Maagd zette men een eind lager op de berg nog een cathedraaltje neer. Dat werd uiteraard een bedevaartsoord.

IMG-20180825-WA0006
Kapelletje op de top van de Monte Colcorinho.
IMG-20180825-WA0007
Stenen kruis op de top van de Monte Cocorinho, dat de plek markeert Waar Nossa sen hora des Preses In 1371 verscheen.
IMG-20180825-WA0008
Op 20 mei 2018 zijn er ongetwijfeld meer mensen verschenen op de top van de Monte Colcorinho.
IMG-20180825-WA0009
Flinke kerk ( cathedraaltje) halverwege de top van de berg.
IMG-20180825-WA0010
Een fontein met heerlijk koel water bij de kerk.

Van Ponte das tres Entradas vervolgde ik mijn tocht in noordoostelijke richting en daarover ga ik de volgende keer berichten.

 

Marvāo, een van de mooiste plaatsjes van Portugal.

Ik was met mijn vorige bericht blijven steken bij de de Portugese grens. Een paar kilometer verderop zette ik mijn tent tussen de olijfbomen  wat mij een rustige nacht opleverde. De volgende dag ging het voortdurend op en neer via Safara naar Mourão waar ik het kasteel van buiten bekeek. Van binnen ging niet omdat het gesloten was in verband met de voorbereidingen van een Middeleeuws feest. Ik vermoedde dat het kasteel dan belegerd zou gaan worden. Ladders tegen de muren, soldaten die daar langs omhoog klimmen, kokend pek dat van de transen op ze neergegoten wordt, ridders die elkaar met lansen van het paard stoten, martelkamers en al die andere folkloristische aardigheden die bij zo’n ‘feest’ horen. Jammer dat ik dat niet allemaal kon zien, maar dan had ik daar een paar dagen moeten gaan wachten. Maar geduld is nu eenmaal niet mijn sterkste kant.

IMG-20180817-WA0005
Tent tussen de olijfbomen.
IMG-20180817-WA0001
Kasteel van  Murão

Evenals in Spanje zijn ze in het verleden in Portugal niet krenterig geweest met kastelen. 15 kilometer verderop kwam ik na een steile klim, die mij de lucht bijna uit de longen perste, bij het kasteel van Monsaraz. Hier kon ik wel naar binnen. Ik beklom er de muur, niet via een wiebelend laddertje aan de buitenkant zoals de soldaten in de middeleeuwen deden, maar via een stenen trap aan de binnenkant. Vanaf de transen had ik een mooi uitzicht over het pittoreske stadje met zijn sneeuwwitte huisjes. Daar waren ook aardige pensionnetjes, maar de prijzen waren er wat minder aardig en daarom werd het voor mij weer Hotel la Oliva tussen de olijfbomen. Nul euro maar geen douche en ook geen wifi. Wel rust en landelijke sfeer.

IMG-20180817-WA0002
Kasteel van Monsaraz.
IMG-20180817-WA0003
Monsaraz met zijn witte huisjes en dure pensionnetjes.
IMG-20180817-WA0004
Hotel la Oliva.Duizend sterren,duizend olijfbomen, nul WIFI.

Tussen Alandroal en Borba, een kilometer of 30 ten zuidwesten van Elvas, kwam ik langs een aantal enorme marmergroeven. Bij één ervan kon ik tot aan de rand komen. Het leek wel een canyon, zo diep was hij. Beneden in deze ‘marmercanyon’ stond een grote machine die echter van boven bezien een dinkytoy leek. Die referentie gaf een goed beeld van de dimensies van deze groeve. Uit deze groeve moeten heel wat tegeltjes, beeldjes en traptreden van deftige villa’s gehakt en gezaagd zijn!

IMG-20180818-WA0000
Marmergroeve bij Borba. Zie voor referentie het “kleine machientje” op de bodem.

Op een rotonde had men een aardig marmeren beeldje van van een ‘marmerbikker’ geplaatst.

IMG-20180818-WA0001
Marmeren marmerbikker, meer dan levensgroot.

Na een aantal steile klimmen door de Serra de São Mamende, waar geen einde aan leek te komen en evenzovele net zo steile afdalingen waarop mijn velgen door het remwerking gloeiend heet werden, kwam ik in het plaatsje Santo Antonio dos Areias, waar ik mijn tent op de mooie rustige camping zette. Ik was daar op voorgaande tochten al een paar keer geweest en ook deze keer kwam de Engelse eigenaar met een comfortabele klapstoel aanzetten ‘om het leven van een dolende fietser draaglijker te maken’. Van daaruit wandelde ik de volgende dag omhoog naar Marvāo, een van de mooiste plaatsjes van Portugal. Een Duitser die ik daar in 1982 ontmoette en die er in de buurt een huis had vertelde dat de juiste uitspraak ervan klinkt als het gegrom dat een grote buldog maakt als je hem zijn bot af pakt. Ja, de uitspraak van het Portugees is een stuk lastiger dan die van het Spaans.

IMG-20180818-WA0002
Marvão boven op een rotsheuvel.
IMG-20180818-WA0003
Straatje in Marvão  alles wit behalve de hemel.
IMG-20180818-WA0004
Kasteel van Marvão.

Via Castelo de Vide, nog zo’n fraai wit plaatsje op een heuvel, reed ik naar Vila Velha de Ródão waar ik de Rio Tejo (in het. Spaans Rio Tajo en in het Nederlands de rivier de Taag) overstak. Daarmee reed ik de deelstaat Alentejo uit. Alentejo betekent zoiets als Aan de andere kant van de Tejo, vergelijkbaar met ons Overijssel. Als je de IJssel oversteekt ben je Overijssel uit. (Of juist er in afhankelijk van de rijrichting.) Vanaf de brug had ik een mooi uitzicht op een engte in de rivier, een kleine canyon.

 

IMG-20180818-WA0005
Uitzicht op Castelo de Vide.
IMG-20180818-WA0006
Ik in een verkeersspiegel, in dit geval een lachspiegel, ergens langs de weg.
IMG-20180818-WA0007
Engte in de taag bij Vila Velha de Ródoã.

Een eindje buiten de relatief grote stad Castelo Branco zag ik rijen van grote rechtop geplaatste rotsblokken langs de weg. Het geheel had iets weg van Carnac in Bretagne, maar het verschil was dat deze blokken er nog maar kort stonden getuige het feit dat men nog met grote machines bezig was nieuwe te plaatsen, terwijl die in Bretagne er al een paar duizend jaar staan. Op mijn vraag waartoe de stenen  dienden werd een gebaar gemaakt van ‘het is allemaal flauwekul’ . Nochtans leek het mij een flinke job om daar Carnac na te bouwen. Op sommige waren zelfs dwarsstenen gestapeld wat een hunnebed-effect gaf. Iets waar archeologen in het jaar 7018 zich het hoofd over kunnen breken.

IMG-20180818-WA0008
Carnac op z’n Portugees.
IMG-20180818-WA0009
Een spiksplinternieuw hunnebed.

Monsanto, niet ver van de Spaanse grens, was weer  oeroud, maar daarover schrijf ik de volgende keer.