Mijn mobieltje, de GBSM

(Column in “De wereldfietser”, winter 2001, door Frank van Rijn)

Het was een koude gure decemberavond en een zuidwesterstorm van negen op de schaal van Beaufort raasde over het land. Zo nu en dan schoven de langs de hemel voortjagende wolkenmassa's uit elkaar en liet de halve maan zich tussen de zwaar heen en weer zwiepende takken van de kale bomen zien, meteen weer gevolgd door buien van natte sneeuw. Een enkele winterharde nachtvogel probeerde met zijn krakende roep boven het tumult van de natuur uit te komen en leek tegen een soortgenoot verderop te krassen: "t Is een vreemdeling zeker die verdwaald is zeker!" Weliswaar was ik een vreemdeling, maar verdwaald was ik niet. Ik was op weg naar een plaatsje ergens in de binnenlanden van Zeeland om een lezing over een fietstocht door de Sahara te houden. 

Toen ik rond half acht, dik ingepakt in winterjas, wollen muts en handschoenen mijn spullen, die ik voor de lezing nodig had, het verenigingsgebouwtje binnendroeg, werd ik verwelkomd door de mevrouw van de organisatie, met: "Heeft u een goede reis gehad?"
"Voor zover dat in deze tijd van het jaar mogelijk is", antwoordde ik.
"En op de fiets natuurlijk!"
Nu zijn er veel dingen 'natuurlijk', maar om door een dergelijk hondenweer 250 km te fietsen met een projector achterop en verder een scherm, een projectietafel en een doos boeken is natuurlijk niet natuurlijk, althans voor mij. Ik antwoordde dan ook dat ik met mijn mobieltje was gekomen, mijn automobieltje, ofwel de GBSM, wat staat voor 'Grote Benzine Slurpende Machine'.
"U bent met een auto??"
"U bent toch een fietser!"
Blijkbaar hebben sommigen er behoefte aan om mensen in hokjes te stoppen: een hokje voor fietsers, een hokje voor automobilisten, een hokje voor wandelaars, een hokje voor bijenhouders, etc. Als je bijenhouder bent mag je beslist geen koeien melken en als je fietser bent, wat doe je dan in een auto?? Foei!

En nu is de aap dan eindelijk uit de mouw: ja, ik rijd zo nu en dan auto. Jaren heb ik het proberen geheim te houden en reed ik met mijn GBSM tot op 400 meter van de plek waar ik een lezing had. Daar haalde ik dan mijn fiets uit de achterbak, laadde mijn projectiespullen en 50 kg boeken op mijn fiets en peddelde die laatste 400 meter naar waar ik moest optreden, alsof ik van heel ver kwam.
"Heeft u een goede reis gehad?" werd er dan gevraagd.
"Prima", antwoordde ik steeds.
"En op de fiets natuurlijk!"
"Natúúrlijk!"
Ja, ik had natuurlijk altijd een goede reis gehad en ook op de fiets, namelijk die waarover ik kwam vertellen, door een land waar het vrijwel altijd warm en zonnig is, want ik plan mijn tochten zo dat de kans op zuidwesters van windkracht negen en jagende sneeuwstormen minimaal is.

Beste wereld- en vakantiefietsers, wees gerust: mijn GBS-emmetje is voor mij niets meer dan een handig hulpmiddeltje, dat ik afzet en opberg als het échte mobiele werk begint!