Hollander trap die wêreld plat

Frank van Rijn: een jaar lesgeven, een jaar fietsen

Door Hans Beugel
Op de Trans-Sumatra Highway waren wij — met dikke sigaar neokoloniaal weggezakt in de fauteuils van een airconditioned limousine met chauffeur — hem al eens voorbijgestoven: een lange Belanda, diep gebogen over het stuur van zijn racefiets waarop hij naar schatting zo’n 30 tot 35 kilo kampeerbagage meezeulde. Vlak voordat we passeerden keek hij enigszins schichtig om, kennelijk snel taxerend of hij het zinderend asfalt moest verlaten om in de berm het vege lijf te redden. Gemengde gevoelens van bewondering, jaloersheid en medeleven kwamen bij ons op. Zou in dit voor ons ‘onbegrijpelijk’ verkeer en bij een temperatuur van 30 graden ‘plus’, fietsen de ideale manier van reizen zijn?
Later, in het vliegtuig op weg naar Jakarta, lazen we in de Indonesian Observer dat ene Ir. Frank van Rijn die 11 maanden geleden in Den Haag op zijn tweewieler stapte rond 7 mei in de Indonesische hoofdstad werd verwacht.
Zijn reis had hem door Duitsland, Oostenrijk, Joegoslavië, Griekenland, Turkije, Iran, Pakistan, India, Nepal, Sri Lanka, Thailand en Maleisië gevoerd. Alleen de grens van Birma bleek voor pedalisten gesloten zodat er tijd over was voor een ommetje door Thailand tot aan de grenzen van Laos en Birma en door de Gouden Driehoek.

Versnelling
Toen ik hem trof bij zijn Indonesische gastheer wilde ik uiteraard eerst weten welk verzet hij nu wel gebruikte. Dat wist hij onmiddellijk uit het blote hoofd. Een 36 en een 51 vóór en 14, 17, 20, 24, 28 áchter. Eigenlijk had hij vóór een 50 willen hebben maar die was eventjes niet voorhanden geweest, dus had hij er maar een 51 opgezet, vertrouwde hij mij toe. Snel rekenen leerde dat de verhoudingen drie duplicaties opleverden waardoor zeven versnellingen beschikbaar waren. En ook dat ik met 38 vóór, 30 áchter op mijn eigen fiets op een lagere versnelling uitkwam. Toch was ik er van overtuigd dat ik daarmee, zelfs zonder bagage, nog geen 1000 meter de Bromo op zou kunnen komen.
Vol ontzag keek ik dan ook naar zijn blote gespierde onderdanen toen hij met Monsieur Hulot-achtige tred de kamer uitbeende om mij zijn fiets te tonen. These legs were made for cycling, daar bestond geen twijfel over.
"Framepje zeker bij Gerrit Bontekoe laten opbouwen" veronderstelde ik, voornamelijk om de indruk te wekken aardig ingevoerd te zijn in het Haagse rennerswereldje. Maar de ingenieur in de electrotechniek bleek volledig doe-het-zelver. "Dat superlichte en supersnelle van Bontekoe kan ik niet gebruiken. Ik ben blij dat ik na lang zoeken een spaak gevonden heb die stevig genoeg is voor mijn zwaar beladen fiets. Op mijn tocht naar Kaapstad had ik 60 gebroken spaken."

Mozambique
Dat brengt ons op zijn vroegere omzwervingen. Frank van Rijn heeft een groot deel van zijn 36-jarig leven op het zadel doorgebracht. In 1981 /82 fietste hij zo’n slordige 26.000 kilometer door Afrika. ‘Hollander trap die wêreld plat’ schreef de Zuid-afrikaanse District Mail toen hij ‘330 jaar nadat Jan van Riebeeck Tafelbaai binnegevaar het, met sy fiets in Kaapstad aangekom het’.
Bijna twee maanden daarvoor had hij een angstig avontuur beleefd toen hij in het grensgebied van Mozambique door een 16-jarige Frelimo-jongen ‘gearresteerd’ werd en ternauwernood kon voorkomen dat zijn fiets en paspoort werden geconfisqueerd. In de vroege ochtend wist hij te ontsnappen en via een klein bospaadje Malawi te bereiken.
Nog geen twee weken na thuiskomst uit Zuid-Afrika zat Frank van Rijn alweer op een nieuwe Gazelle om deze uit te proberen tijdens een rondtochtje ‘slechts’ 11.000 kilometer door Zuid-Europa en Noord-Afrika. Tijdens die trip raakte hij in de Sahara bij zo’n 40 graden door de hitte bevangen en lag hij ruim twee uur min of meer in coma achter een ruïne. Met moeite wist hij zich weer op het zadel te hijsen en slaagde hij erin terug te fietsen naar Qumache, de laatste kilometers met een gebroken achteras. ‘Ontzettende hitte. Kon niet stoppen’, schreef hij later in zijn dagboek. Door liters prikwater te drinken en veel emmers water over zich uit te storten kon hij even op verhaal komen om vervolgens geveld te worden door een hevige buikloop. `Te veel prik gedronken’, verduidelijkte Frank.
De ‘afgang’ bij Qumache kan hij moeilijk verkroppen en hij is vast van plan een nieuwe poging te wagen vanuit Biskra de Sahara door te steken. Een andere ‘nederlaag’ betrof die keer dat hij er niet in slaagde ergens de Andes (of waren het de Rocky Mountains, daar wil ik afwezen) te beklimmen. Dat moet dus ook over, heeft hij al beslist.
Deze keer heeft hij geen noemenswaardige avonturen beleefd of het zou moeten zijn de aanhouding door de politie in Bogor. De agenten, die geen Engels spraken, konden hem niet duidelijk maken waarom hij vastgehouden werd. Het misverstand werd pas opgelost toen de gealarmeerde voorzitter van de sportvereniging van Jakarta arriveerde. Deze vertelde dat de politiekorpsen van Sumatra en Java al een week lang naar hem speurden om een ‘officiële intocht in Jakarta’ te kunnen regelen.
Die is toen aardig de mist ingegaan. Terwijl de halve Nederlandse ambassade en een leger verslaggevers en fotografen bij kilometerpaal 11 stonden te wachten, loodste een overijverige gemotoriseerde vrijwilliger die de krant niet goed gelezen had, hem via vele dwarsstraten naar het clubhuis waar de enig achtergebleven sportbestuurder van wanhoop in een huilbui losbarstte. Toen de inmiddels losgebroken regenbui over was en de verregende meute bij de sportclub aankwam, werd alsnog een officiële aankomst in scène gezet.
De tochten worden door Frank in nauwe samenwerking met zijn vader, een gepensioneerde generaal, als een militaire operatie voorbereid en uitgevoerd. Op zolder bij zijn ouders ligt een fiets identiek aan die waarop hij rijdt, gedemonteerd, met nummertjes bij de onderdelen. Dat is makkelijk bij telefonische en telegrafische bestellingen, vindt Frank, die tot op de dag nauwkeurig kan voorspellen wanneer hij waar aankomt en die precies weet hoe lang zijn speciale Swallow-banden en de diverse onderdelen van zijn fiets meegaan.
"Hoe ik het allemaal financier? Als leraar natuurkunde verdien ik 2.300 gulden netto. Omdat ik zuinig leef kan ik na elk jaar lesgeven een jaar fietsen voor gemiddeld 20 gulden per dag. Bij Sociale Zaken heb ik nooit mijn hand opgehouden. Ik zou het niet netjes vinden als de belastingbetalers voor mijn hobby zouden betalen."
Een dezer dagen arriveert Frank per KLM op Schiphol. Ik ben toch benieuwd of hij met 36/28 de Bromo heeft kunnen beklimmen.