Frank van Rijn, wereldfietser dichtbij natuur en cultuur

De vakantiefietser staat dichtbij natuur en cultuur

Doldersum – De liefde voor het fietsen zit bij ons, Nederlanders, in de genen. De één rijdt dagelijks van huis naar kantoor en terug, dat is de forens. Een ander fietst voor zijn of haar beroep, het is de wielrenner. Een derde stapt voor de lol op de pedalen, daar hebben we de ware liefhebber. De laatste categorie neemt jaarlijks in omvang toe, ook op vakantie.

6215.jpgFrank van Rijn en Cok Oostveen zijn ervaren reizigers per rijwiel. De eerste woont in een recreatiebungalowtje in Doldersum, naast één van de mooiste natuurreservaten van ons land, het Drents-Friese Wold, met fietspaden te kust en te keur. De tweede bewoont een etage in een multi-culturele omgeving, de Mesdagstraat in Amsterdam Oud-Zuid, middenin de grote stad waar de fiets maar beter op slot kan worden gezet.

Van Rijn heeft vanaf het zadel al tien keer de omvang van de aarde gezien, de teller van zijn fietscomputer staat op ruim 400.000 kilometer . “Ruim de afstand van de aarde naar de maan”, zegt hij met gepaste trots. Die magische grens, geschat op 384.400, bereikte hij vorig jaar in Bolivia, bovenop een Andes-top. Daar staat de Tempel van de Maan, plek van waarde volgens het aloude Inka-geloof. “En het was ook nog volle maan op dat moment.”

Hij maakte fascinerende foto’s, schreef fascinerende boeken over zijn al even fascinerende bestaan, met dank aan uitgeverij Elmar. “Ik houd op al mijn reizen een dagboek bij. Als ik voor een wat langere periode thuis ben, zoals nu, dan werk ik die aantekeningen uit, eerst in het klad, later in het net geschreven. Nee, niet op de computer, die heb ik niet en die hoef ik niet.”

Oostveen is voorzitter van de vereniging Wereldfietser. “We hebben 1700 leden en de belangstelling voor de fietsvakanties neemt jaarlijks toe”, zegt Oostveen. “In ons tijdschrift wisselen we ervaringen en ideeën uit. We hebben ook een Vlaamse tak.”

De Mokummer is tevens de drijvende kracht achter Bike Tracks, een reisbureau dat fietsreizen naar verre en vaak vreemde oorden als de Oekrainse Karpaten of de voormalige Sovjet-republiek Tadzjikistan organiseert. Zijn klantenbestand bestaat uit avonturiers die geen luxe hoeven, die tevreden zijn met overnachten in een tentje, lijf en kleren wassen in de beek, die zelf de handen uit de mouwen steken om te helpen met aardappels schillen.

Het aanbod van fietsvakanties is groot, zo bleek in maart nog tijdens de jaarlijkse Op Pad Beurs in de Amsterdamse RAI, waar ook Oostveen zijn stand had. Samen met onder meer Cycle Tours. Daar kan de wat meer verwende vakantieganger een fietsreis langs de Donau boeken, daar hoeft geen angst voor steile hellingen of slechte wegen te zijn, daar wordt overnacht in goede hotels, daar wordt gegeten in goede restaurants.

De keuze is groot, er is voor elk wat wils. Dat maakt de fietsvakantie juist zo populair. Voor jong en oud, voor getraind en voor mensen met wat minder zitvlees, ja, voor kinderen zelfs. De baby kan al vroeg mee, bijvoorbeeld in een aanhangertje achter de fiets. Dan zijn verre reizen voor menigeen nog niet eerste prioriteit, maar ook dichterbij huis kan een leuke bestemming worden gevonden. De website van Cycle Tours (www.cycletours.nl) biedt een overzicht van de aanwezige mogelijkheden: Fietsen met Kinderen, Jongeren, Aktieve 50-ers, Eenvoudig kamperen, Cultureel toeristisch, Sportief en Cyclosportief, Ver en exotisch, Individueel, Fietsbus en vliegfiets.

Soms is het enige dat de reiziger moet doen: de pedalen ronddraaien, voor al het overige wordt gezorgd. “Laat mij mijn eigen gang maar gaan”, zegt Van Rijn die zich het lekkerst voelt in zijn anderhalf-persoons tentje, ergens in de rimboe, alleen met zijn gedachten. “Ja, natuurlijk voel ik me wel eens eenzaam, depressief. Maar dan vooral in de grote steden, zoals in China, met miljoenen mensen om je heen en met wie je door het taalprobleem geen woord kunt wisselen.”

Eén belangrijke voorwaarde stelt de afgestudeerd ingenieur elektrotechniek slechts aan zijn bestemmingen. “Het moet er warm zijn, het liefst heet. Ik gedij het beste in de tropen, dan voel ik me lekker.”

Goed oppassen is het wel voor degene die lichamelijke inspanningen levert onder dergelijke schier bovenmenselijke omstandigheden. “Zorg ervoor dat je altijd genoeg water bij je hebt. Ik ben één keer bijna de fout ingegaan. Dat was in Amerika, in California, in Dead Valley om precies te zijn. Het was er 52 graden in de schaduw en daar zijn geen bomen of struiken, dus ook geen schaduw. Ik was lekker aan het fietsen, maar bij een stop viel mijn fiets om en was een bidon stuk, weg water.”’

“Toen heb ik heel dicht tegen de grens aan gezeten. Ik was nog net niet aan het hallucineren, maar het scheelde niet veel, ik voelde me al helemaal slap worden. Ik ben doorgegaan, zat werkelijk in the middle of nowhere op zo’n wasbordweg, een zogenaamde dirt road. Met niets, maar dan ook niets dan woestijn en stenen om me heen. Gelukkig kwam ik uiteindelijk een asfaltweg tegen. Daar reden auto’s, daar kon ik water krijgen. Ik heb me nog nooit zo opgelucht gevoeld.”

Met dank aan de medemens overleefde Van Rijn die angstige uren. Niet altijd is hij zo blij anderen te ontmoeten. Op zijn vele reizen over de aardbol kwam hij al fietsend door gebieden waar de plaatselijke bevolking minder goede bedoelingen had. “In Burkina Faso werd ik eens door een bende boeven met mijn eigen reserve binnenbanden vastgebonden. Alles hebben ze meegenomen. Gelukkig kon ik mezelf bevrijden. Net zoals elders in Afrika, in Mozambique, het was al jaren na de burgeroorlog, maar er waren nog allerlei bevrijdingsfrontjes actief, jongetjes van 16 jaar met hun enige bezit, een machinegeweer. Die waren gelukkig ook niet zo heel snugger.”

Toch heeft een fietser in den vreemde minder te duchten dan andere toeristen. “Je wordt”, vertelt Van Rijn, “als fietser toch een beetje meewarig aangekeken. Ik zie er altijd ook een beetje onverzorgd uit. Deels omdat ik nu eenmaal zo ben, deels omdat het ook handig kan zijn. Van een kale kip valt niets te plukken. Bandieten overvallen liever een vierwiel aangedreven Landrover, die mensen zijn slechter af. Ik heb op al mijn reizen heel wat ellende gezien, gelukkig aan den lijve minder meegemaakt.”

Laat de sieraden en juwelen dus maar thuis als u op fietsvakantie gaat, veilig achter slot en grendel. “Je moet natuurlijk sowieso zo licht mogelijk pakken, alleen het hoogst nodige meenemen”, weet ook Cok Oostveen. “Daarin wordt men vanzelf heel inventief. Ik neem liever een trainingsbroek dan een spijkerbroek mee. Ten eerste is die lichter, ten tweede zit het nog lekkerder ook. En niet te veel, doe onderweg liever een extra wasje dan kilo’s bagage mee te moeten sjouwen op de bagagedrager.”

Van Rijn fietste ooit dwars door de Sahara en de Sahel, zag en proefde zand, zand en nog eens zand. “Dan moet je een goede planning hebben, want je komt dagen lang geen dorpje tegen. Eten heb ik genoeg bij me, je leeft dan op soep en macaroni. Maar water, dat is veel belangrijker. Waar de mens is, is water. Dus moet je voorzichtig met je rantsoen omspringen, ik heb wat dorst geleden.”

Het zijn ontberingen die neigen naar masochisme. “Waar ben je nu mee bezig? Nee, dat gevoel heb ik nooit gehad. Je weet waarom je het doet. Ik ben geen type voor een baantje van negen tot vijf, voor een gezin, kinderen opvoeden, ik moet er niet aan denken. Al is het ook best gezellig mensen om je heen te hebben, aanspraak te hebben. Ook tijdens het fietsen, ik ben reisleider bij SNP Natuurreizen, wijs mensen de weg. Dit jaar ga ik eerst een maand naar Mongolië, daarna nog een maand naar Peru.”

Inkomsten uit lezingen, de verkoop van zijn boeken maken het leven van Frank van Rijn tot wat het nu is. Sponsors heeft hij ook, Gazelle voor de fiets, Schwalbe voor de banden, Nomad voor kleding en kampeerartikelen. “Ik doe ook iets terug, voor het goede doel. Een jaar of tien geleden heb ik voor de Nederlandse Lepra Stichting gefietst, van Dar-es-Salaam naar Dakar. Onderweg deed ik lepra-centra aan, waar Nederlandse artsen werkten, dan werd er een journalist ingevlogen om een verhaaltje te schrijven. Heeft aan fondsenwerving drie ton opgeleverd.”

Fietsen is voor zowel Van Rijn als Oostveen hun lust en hun leven. “De mensen op onze vakanties hoeven niet de conditie van een wielrenner te hebben”, zegt Cok Oostveen. “Het tempo ligt niet te hoog, het gaat vooral om doorzettingsvermogen. We rijden niet in kolonne, maar houden elkaar liefst wel in het zicht. Eén standaardregel: de laatste van de groep mag nooit alleen fietsen, als er iets gebeurt, moeten de anderen gewaarschuwd kunnen worden. Lekker fietsen, lekker rondkijken, lekker kletsen. Je beleeft het land meer vanaf de fiets dan vanuit de bus of de trein. Op een mooi plekje stap je af, je hebt contact met de plaatselijke bevolking, men is vaak nieuwsgierig. De vakantiefietser staat dichtbij de natuur en dichtbij de cultuur.”

bron: Dick Kiers, freelance journalist en tekstschrijver
Gepubliceerd in: Spirit