Gedazzer in de Caucasus

(Dog-repellent; een brief van Frank van Rijn; ongeplubliceerd werk – exclusief verhaal speciaal voor Stanley & Livingstone)

Turkije is een land waar je vaak heerlijk in het wild kunt kamperen. Je zoekt rustig je plekjes het liefst in een bos of achter wat heuvels, zodat je uit het zicht van de weg bent. Als je het dan nog zó kunt organiseren dat je ín de zon en uit de wind zit heb je het ideale kampeerplekje gevonden. Vorig jaar, op mijn fietstocht naar de Caucasus, heb ik op veel van die ideale plekjes gekampeerd, het ene nog idealer dan het andere, voorzover er een vergrotende trap van ideaal bestaat. En mocht er een overtreffende trap bestaan dan was die misschien wel van toepassing op een plekje dat ik na een lange etappe in Centraal Turkije vond, ergens achter wat struiken en bomen, aan de voet van een stenige mooie heuvelrug. Maar zoals de zon zijn vlekken heeft, zo kan het ideaalste kampeerplekje zijn kleine tekortkomingen hebben, en dat was die bewuste keer het geval in de vorm van een licht geblaf. Nu is hondengeblaf mij doorgaans een geweldige ergernis, maar deze keer viel het mee, want het was gelukkig ver weg en bovendien klonk het slechts met grote tussenpozen. Ik vermoedde dat er enkele kilometers verderop, aan de andere kant van de weg een kudde schapen aan het grazen was, die bewaakt werd door een stel van die beruchte grote Turkse herdershonden. Die kudde zou naar mijn overtuiging niet de weg overkomen, aangezien er aan de andere kant van de weg net zoveel dor gras tussen de rotsen groeide als aan deze kant. Deze blaf-dissonant accentueerde als het ware de rust die hier heerste. Juist door dat verre, sterk afgezwakte, geblaf dat zo nu en dan mijn oor bereikte, realiseerde ik me pas goed wat een rust hier heerste. Ik schreef mijn dagboek, kookte mijn potje, genoot van mijn eenvoudige doch geweldige maal en kroop, toen de zon onder was, in mijn tent. ’s Nachts klonk enkele malen nog steeds het door de afstand afgezwakte geblaf, waaruit ik de conclusie trok dat de kudde daar de nacht doorbracht en niet verder trok.

Toen ik de volgende ochtend mijn tent had afgebroken en bijna klaar was met het opladen van mijn fiets, klonk er plotseling van vlakbij een enorm geblaf. Tot mijn schrik zag ik vier van die grote kanjers van herdershonden op me af stormen. Nee vijf…zes…ja, zelfs zeven. Ik had het al vaker met dit soort agressieve woestelingen aan de stok gehad en wist wat me te doen stond. Met een even agressieve schreeuw sprong ik voorwaarts en raapte stenen op ter grootte van tennisballen. Met die dog-repellent wist ik me de monsters van het lijf te houden en ontstond er na een paar minuten een soort van koude oorlog, waarbij de honden zwaar grommend en luid blaffend steeds weer naar me uitvielen en ik met dezelfde frequentie en passie gooibewegingen maakte. Na een minuut of tien kalmeerden mijn belagers wat en keken vervolgens oplettend toe hoe ik mijn fiets met een hand oplaadde en een projectiel klem hield in de andere. Toen ik echter met de fiets naar de weg wilde lopen, gingen ze opnieuw fel in de aanval. Met de fiets aan de linkerhand en een steen in de rechterhand, waarmee ik voortdurend dreigende bewegingen maakte om de honden van mijn benen af te houden, liep ik voetje voor voetje naar de weg. Daar kon ik gelukkig een vrachtwagen aanhouden en om versterking vragen waarna de honden afdropen zodat dit avontuur dus toch nog een happy end had.

Dit jaar ben ik teruggekeerd naar de Caucasus waar de honden uit ongeveer hetzelfde agressieve hout gesneden zijn als in Turkije, maar nu ben ik in het bezit van een prachtig wapen om mij de beesten van het lijf te houden: DE DAZZER, een apparaatje dat er uitziet als een mobiele telefoon, maar waar slechts één knop op zit. In tegenstelling tot de mobiele telefoon, waar hele orgelconcerten uit klinken, of, zo je wilt, hardrock in overvloed, komt er uit de dazzer, als je op het knopje drukt, slechts één toon en nog wel één die je niet hoort omdat de frequentie te hoog is. Honden horen die toon echter wél (als ze niet doof zijn) en vinden die ongeveer net zo weerzinwekkend al ik hardrock vind. Het resultaat is dan dat ze een eind van je vandaan blijven. Dat is althans de theorie en om die aan de praktijk te toetsen kreeg ik bij reisboekhandel Stanley & Livingstone in Den Haag, toen ik daar een reisgids voor Centraal-Azië kwam kopen, zo’n fraaie dazzer mee, waarmee ik onkwetsbaar werd als Achilles. En wat zijn nu mijn ervaringen met deze dazzer? Wel …tot nu toe heeft me hier in de Caucasus nog geen hond aangevallen, zodat ik de waarde van het apparaat nog niet heb kunnen testen. Of toch wel? Misschien is het met een dazzer wel net zo als met een regenpak of met bandenplakspul. Als je je regenpak meeneemt gaat het niet regenen en als je je solutie bij je hebt rijd je precies lángs de punaise in plaats van erover.

Al die honden voelen natuurlijk dat ik een dazzer bij me heb en dat is genoeg voor ze om afstand te houden.

Vriendelijke groeten, Frank van Rijn