Cortez met een blik vol Fanta(sie)

(Column in “De wereldfietser”, herfst 2002, door Frank van Rijn)

Van markante plaatsen waar ik op mijn fietstochten langs kom neem ik altijd een foto. Poolcirkels, polen, keerkringen en de evenaar hebben in dit verband mijn bijzondere belangstelling, hoewel ik net poolcirkels en polen nog niet ver ben.

Begin dit jaar fietste ik door de Kalahariwoestijn. Ik was op weg van Windhoek naar Johannesburg over de vlakke, rechte asfaltweg door zuidelijk Botswana. Ergens kruist die route de steenbokskeerkring zodat ik weer een foto aan mijn kringenverzameling zou kunnen toevoegen, maar toen ik op de door mij nauwkeurig uitgerekende plaats aankwam, bleek mijn vrees, dat daar geen bordje of plaatje zou staan, gerechtvaardigd. Ik keek slechts tegen struikjes, grote graspollen en kleine boompjes aan, want de Kalahari is eerder een soort Drunense Duinen dan een woestijn.

Even overwoog ik om een tak te plukken en die feestelijk tussen een riem op mijn fiets te plaatsen, maar toen viel mijn oog op een Fanta-blikje in de berm. Daarvan had ik er al heel wat zien liggen, evenals van Cola-, Pepsi-, Dr. Pepper-, Heineken- en al die andere fraai gekleurde blikjes. Op de 50 meter die voor me lagen verzamelde ik alle blikjes die er nog mooi uitzagen. Dat bleken er 27 te zijn en die zette ik naast elkaar in een schuine lijn over de weg, precies in de richting van de steenbokskeerkring, waarna ik er een foto van maakte. Na deze geblikte steenbokskeerkring weer netjes in de berm geplaatst te hebben, vervolgde ik voldaan mijn weg.

Een eenvoudige hoofdrekensom deed dat voldane gevoel echter snel vervagen: 27 blikjes op 50 meter weg, waarbij ik zeker net zoveel lelijke, verkleurde en platgereden blikjes had laten liggen, betekende 54 blikjes per strekkende 50 meter, ofwel 1080 blikjes per kilometer, wat neerkomt op een totaal van 1100 x 1080 = 1.188.000 blikjes op het 1100 km lange traject van Windhoek tot de Zuid-Afrikaanse grens. Met een massa van 29 gram per blikje lag daar dus zomaar 34,5 ton aluminium in de berm, en dat langs deze route waar slechts eens in het kwartier een auto over kwam!
In Mexico heb ik over veel drukkere wegen gereden meteen blikafval waartegen dat van Botswana verbleekt. Daar kon je de staart van het ene blikje tegen de kop van het andere leggen, waarbij de aldus gevormde blikken keten sneller aangroeide dan je vorderde langs de weg. Dat levert met een bliklengte van 11,5 cm een blikdichtheid op van 100:11,5 = 8,7 blikje per meter. Met het afgrazen van 50 meter weg heb je dan 435 blikjes om een mooi monumentje te bouwen bij de kreeftskeerkring.

Neem nu eens voor de (on)aardigheid de westelijke Panamericana van Mexico-city naar de grens van de VS, een druk bereden en intensief beblikte route van ongeveer 2300 km. Daar kom je dus een ruwe twintig miljoen blikjes tegen (8,7 x 1000 x 2300). Wat zou je daar niet allemaal voor moois van kunnen maken? Bijvoorbeeld een prachtig 580 ton wegend aluminium beeld, 17 meter
hoog dat Cortez voorstelt, gezeten op zijn paard en met een blikje Fanta in zijn hand, klaar om dat met een grote zwaai in de berm te smijten. Cortez wist immers nog niet zo veel van milieuproblemen, iets wat eigenlijk ook wet een beetje geldt voor het gros van zijn gemotoriseerde nazaten.

Ik kreeg echter een beter idee: geen Cortez met een blik Fanta in de hand, maar een Cortez met een blik vol fantasie in zijn ogen, die enthousiast van zijn paard springt om een gouden Fanta-blikje (citroensmaak) op te rapen en daarmee voor de enige keer in zijn leven het goede voorbeeld geeft. Dat beeld zou ik op een wereldmilieudag bij de keerkring willen onthullen, als symbolisch startschot voor een mondiale campagne om deze angstwekkende vloed van aluminium te keren.