Het Kasteel van Frias

Bericht 21

Frias, 10 km ten zuidoosten van Trespaderne, dat weer 75 km ten zuid- zuidwesten van Bilbao ligt, is een mooi plaatsje met een minder mooie geschiedenis, getuige het fraai getekende en gekleurde stripverhaal dat ik bij de plaatselijke VVV kocht. Het dunne boekwerkje doorbladerend werd mij duidelijk dat er door de eeuwen heen nogal gevochten was. Zwaar in ijzeren harnassen verpakte ridders, Mohammedanen met kromzwaarden, koningen met baarden, met pijlen doorboorde soldaten, brandende tentenkampen, zwaar belegerde torens en meer van dat soort dingen die de leesbaarheid van stripverhalen altijd zo bevorderen, trokken aan mijn oog voorbij.

Toen ik het stadje A.D. 2018 over de met een toren versterkte Ebro-brug naderde was het allemaal een stuk rustiger: geen kanongebulder, geen geschiet, geen zwaardgekletter of geschreeuw, dus minder interessant voor een hoofdstuk van een stripverhaal, maar beter om het op je gemak te bekijken. Vanaf de weg aan de zuidzijde had ik een mooi uitzicht over het geheel: links een scherpe rots met daarop het dominerende kasteel en naar rechts de oude, gerestaureerde huizen die zich aaneen regen tot een soort kunstmatige en kunstige rotswand.

IMG-20181010-WA0000
Met toren versterkte brug over de Ebro.
IMG-20181010-WA0001
Voorkaft van het stripverhaal.
IMG-20181010-WA0002.jpg
Zomaar een bloedige bladzijde uit het stripverhaal.
IMG-20181010-WA0003
Uitzicht over de Frias vanaf de zuidzijde.
IMG-20181010-WA0004
Het kasteel van Frias, gezien vanaf de noordzijde.

Dat kasteel nodigde als het ware uit om bezichtigd te worden en uiteraard gaf ik gehoor aan die uitnodiging. Zo’n kasteel hoorde er een beetje bij, vond ik. En ook vanaf de trans had ik een mooi uitzicht over het oude stadje.

IMG-20181014-WA0004
Uitzicht over Frias  vanaf de trans van het kasteel.
IMG-20181014-WA0006
Kijkje door de twee vensters van het kasteel.
IMG-20181014-WA0007
Kijkje vrijwel recht omhoog naar het kasteel.

Na een uitputtend bezoek aan Frias vervolgde ik mijn tocht in de richting van Miranda de Ebro, waarbij ik door de indrukwekkende canyon van de Rio Ebro kwam, langs Embalse de Sobrón, een stuwmeertje in de rivier.

IMG-20181014-WA0008
De canyon van  de Rio Ebro.
IMG-20181014-WA0009
Andere blik op de canyon.
IMG-20181014-WA0010
Rio Ebro.

 

IMG-20181014-WA0011
Embalse de Sobrón met op de achtergrond een schilderachtige rotswand.

Voorbij Miranda de Ebro ging ik op zoek naar een plekje voor mijn tent. Dat op zoek gaan was eenvoudig, maar het vinden bleek een stuk minder eenvoudig te zijn, want hier bevinden zich nogal wat afgemaaide korenvelden. Uiteindelijk kwam ik enkele kilometers voor het plaatsje Ocio op een redelijk plekje terecht. Het redelijke zat hem in het feit dat het vanaf de weg niet te zien was. Minder redelijk waren de harde stoppels van de korenhalmen die als fakir-spijkers onbarmhartig uit de hobbelige aarde omhoog staken. Dat beloofde, vooral door mijn niet opblaasbare dunne rolmatrasje, een masochistisch nachtje te worden, maar zoiets hoort er natuurlijk zo nu en dan bij.

IMG-20181014-WA0012
De chaos na afladen met de uitgerold tent (geel) als proef op de stoppels.
IMG-20181014-WA0013
De tent op het Stoppelveld met daarachter het walletje dat mijn kampement uit het zicht van de weg hield.

De volgende dag vond ik in Estella, dat op de Camino de Santiago ligt, een comfortabelere overnachtingsplek in de vorm van een refugio voor pelgrims op weg naar Santiago. Hoewel ik niet op weg was naar dit bekende bedevaartsoord, mocht ik er echter overnachten aangezien de beheerder vond dat ik toch wel een beetje pelgrim was.

Dat ‘beetje pelgrim’ bleek de volgende ochtend in mijn nadeel te werken: men wees mij, toen ik de richting vroeg om de stad uit te komen, de weg naar Santiago, aannemende dat ik, evenals 99% van de vreemdelingen die door Estella trokken, op weg was naar het graf van de heilige Jacobus. En zo bevond ik mij, na een steeds slechter wordende weg, opeens op het middeleeuwse voetpad naar Santiago, maar daarover in de volgende aflevering van dit bijna eindeloze vervolgverhaal.

IMG-20181015-WA0000
En daar stond ik op het pad in de verkeerde richting.

‘Dolmen La Cotorrita’ oftewel: ‘Hunnebed Het Papagaaitje’ .

Zo’n 5500 jaar geleden werden er in de buurt van het huidige Porquera del Butrón 15 mensen begraven in een graf dat noeste werkers daar van grote, zware natuurstenen hadden gebouwd. De weg waarover ik 20 augustus j.l.op mijn gemak van Pesquera de Ebro naar Dobro peddelde bestond toen vrij zeker nog niet. Nu ligt er asfalt en op de afslag waar die sjouwers vijf en een half millennium geleden misschien wel zwetend en hijgend aan het tobben waren met die veel te grote stenen staat nu een bordje met: ‘Dolmen La Cotorrita’ oftewel: ‘Hunnebed Het Papagaaitje’ . Met het mooie hunnebed van Havelte dicht bij huis vroeg ik me af of het wel de moeite waard zou zijn om af te slaan op het zandpad en daar een eind over te gaan rijden om weer zo’n stenen graf uit de oudheid te bekijken. Maar och… die sjouwers van zo lang geleden hadden het zwaarder dan ik op mijn Santos en misschien was het wel een nog vrij onbekend wereldwonder, dus ik sloeg af en reed over het steeds beroerder wordende pad naar het hunnebed. Het was ongeveer een kilometer, dus dat viel mee. Wat tegenviel was dat het hunnebed geen wereldwonder bleek te zijn, maar meer een provinciaal wonder, wat dus toch ook een soort wonder is, niet zo groot dat het een fietsreis van Nederland en terug rechtvaardigt, maar wel groot genoeg om er twee kilometer voor om te rijden. In een cirkel met een straal van ongeveer twee meter was een tiental forse platte stenen geplaatst en wel verticaal, zodat de omsloten ruimte een soort stenen kamer, het feitelijke graf, vormde. Het was niet afgedekt, maar zal dat, evenals onze hunnebedden, aanvankelijk stellig  wel geweest zijn. Een stenen gang leidde er heen en was juist er voor met één platte steen afgedekt. Toch aardig om zo’n geheel andersoortig hunnebed te zien dan die van Drenthe. Voor Havelte een reden om zich met Pesquera de Ebro te verbroederen, waarna de Fiets-Toerclub van Havelte er elk jaar een tocht naar zou kunnen organiseren. En dan is de fietstocht vice versa naar Dolmen La Cotarrita  opeens wél gerechtvaardigd en zullen de Havelter fietsers zeer zeker met fanfare en lauwerkransen ontvangen worden, waarna een diner en een fiesta op z’n Spaans volgen.

Na een kwartiertje had ik het wel gezien en vervolgde ik mijn tocht naar het volgende wonder, dat zeker een nationaal wonder genoemd mag worden: het plaatsje Frias.

IMG-20181007-WA0011.jpg
Dolmen La Cotaritta.
IMG-20181007-WA0012
Toegangsgang tot Dolmen La Cotaritta.

Ik kwam daarbij door de Hoz de Valdevielso, een smalle kloof door een berg met een enorm steil zigzag weggetje er in. Dat ontaarde in duw- en trekwerk, ongeveer net zo inspannend als wat die hunnebedbouwers in het grijze verleden hadden geleverd, schatte ik. Ik had natuurlijk de gewone, eenvoudige weg over Cereceda kunnen nemen, maar het steile weggetje werkte hypnotiserend op me, waardoor ik steeds als ik dacht: ‘Ik ga terug,’ tóch door ging. Uiteindelijk bleek het nog een iets kortere route te zijn, die echter veel meer tijd in beslag nam. Maar daarvoor had ik dan ook wat, zoals de foto’s laten zien.

IMG-20181007-WA0013
Hoz de Valdevielso ( met fiets!).
IMG-20181007-WA0014
Altijd spannend wat er achter de bocht te zien zal zijn.
IMG-20181007-WA0015
Terugblik  op het steile weggetje.

Voorbij deze kloof lag de weg naar Frias voor me open, maar dat historische plaatsje bewaar ik voor de volgende keer.

 

Valle de Zamanzas

Bericht nummer 19

Ondertussen ben ik weer thuis in Drenthe, maar met mijn verslag bevind ik me nog diep in Spanje. Ik moet dus een reuzestuk inhalen met schrijven, want mijn reis eindigde 26 September in Nice.

Ik was in Reinosa blijven steken met mijn verhaal, enkele kilometers ten oosten van de bron van de Rio Ebro. Die dag was het slecht weer in tegenstelling tot veruit de meeste dagen van deze reis. Normaal laat ik een bron van een rivier op 6 km afstand niet liggen, maar de bewolking werd dreigend en ik wilde voor de bui op een camping, 25 km naar het oosten, aankomen. Dat haalde ik gelukkig, afgezien van enkele spatten in mijn gezicht. De volgende dag was het weer nog niet hersteld, maar ik had slechts een korte etappe te rijden: 32 km naar het dorpje Gallejones, waar ik vrienden bezocht: Luis en Emilia. Luis had mij anderhalf jaar geleden uitgenodigd om naar Burgos te komen voor het houden van een lezing over mijn fietsreizen door Afrika. Daar had ik in een optimistische bui ‘ja’ op geantwoord en in een nog optimistischere bui aan toegevoegd dat ik ook nog wel “algunas palabras Españolas’ sprak. ‘O, dan heb je tolk nodig’ kreeg ik prompt ten antwoord. Dat heb ik tijdens de voorbereiding van de lezing geweten!! Maar toen ik eindelijk voor een grote zaal vol enthousiaste Spaanse fietsreizigers stond gaf dat toch wel een zeker voldoening.

En nu bezocht ik Luis en zijn vrouw in hun kleine dorpje in de vallei van Zamanzas, 70 km ten noorden van Burgos.

IMG-20181001-WA0001.jpg
Louis en ik juist voor de afdaling van de Gallejones
IMG-20181001-WA0002
Mijn fiets en ik met in de diepte Gallejones.

Gallejones bleek eerder een gehucht te zijn dan een dorpje. Luis vertelde dat er in de winter drie mensen wonen: hij, zijn vrouw en nog ergens een soort kluizenaar. s’ Zomers zitten er een paar meer mensen, o.a uit Burgos, die hier hun geboortehuis als vacantiehuis hebben.

“Als het sneeuwt is het zeker lastig om in Burgos te komen over dat bochtige, smalle weggetje omhoog,” merkte ik op.

” Dan zitten we hier soms één a twee weken vast, maar we hebben een voorraadje blikjes en ander voedsel. En een koelkast hebben we dan niet nodig. Wel plezierig rustig hier.”

Luis bleek een grote verzameling boeken over fietsreizen te hebben. Hijzelf en zijn vrouw hadden jaren eerder ook grote fietsreizen gemaakt, o.a. door Zuid, midden en noord Amerika.

IMG-20181001-WA0003
De bijna voltallige zomerbezetting van Gallejones met links op de bank Luis.
IMG-20181001-WA0004
Luis, Emilia en ik voor hun huis.

Na de lunch zei Luis: “Kom mee, dan gaan we naar de bus.”

“Stopt hier dan een bus?” Vroeg ik verbaasd.

“Nee,” antwoordde Luis, “De bus is een paar jaar geleden gestopt. Je zult het wel zien.”

We fietsten naar een, met een hek afgezet veldje iets buiten het dorp. Daar stond en grote bus met wilde kleuren. Voorop stond: ‘Bibliotejo’.

“Ziedaar de bibliotheek van het dorp,” zei Luis. “We hebben hem ‘Bibliotejo’ gedoopt omdat hij achter tegen een tejo (taxusboompje) staat.”

De bus bleek vol te staan met boeken over allerlei onderwerpen, voornamelijk reizen. Er was ook een doos met gratis mee te nemen boeken. Daarin ontdekte ik een prachtig geïllustreerd exemplaar van ‘Don Quijote de la Mancha’. Ik bladerde er doorheen en keek vragend naar Luis.

“Neem mee,” zei hij.

Het was werkelijk een prachtig boek, iets om in mijn verzameling op te nemen, maar helaas woog het anderhalve kilogram. Ik woog de fraaie illustraties af tegen het extra gewicht dat ik nog enkele duizenden kilometers mee zou moeten sjouwen, bergop, bergaf. Met twijfels en hartzeer legde ik het boek terug in de doos. “Iets om eens met mijn auto voor terug te komen,” prevelde ik, maar ik betwijfelde of ik ooit zo’n eind met een auto zou rijden.

De volgende dag maakte ik, samen met Luis, een tochtje zonder bagage. Bij Escalada sloegen we af van de grote weg naar Burgos en reden verder langs de door een kloof meanderende Ebro. Links verhief zich, als een vol gaten geschoten stadsmuur, een imposante rotswand, fel beschenen door de zon. Toen de rivier een paar kilometer verderop een scherpe meander naar links nam, kregen we diezelfde rotswand van de andere kant, dus in spiegelbeeld, te zien, nu niet belicht door de zon, waardoor hij zwart en dreigend afstak tegen de staalblauwe hemel. Aan de andere kant van de kloof lag het prachtige, maar nogal toeristische plaatsje Orbaneja del Castillo, waar vanuit een grot , een waterval doorheen liep. De huizen waren uit natuursteen opgetrokken. Vanuit het plaatsje had ik een mooi uitzicht op de geërodeerde rotswand en vanaf een zekere plaats leek een van de gaten in de rotswand op de kaart van Afrika.

IMG-20181003-WA0002
De bibliotheek van Gallejones.
IMG-20181003-WA0003
Escalada in het dal van de Ebro.
IMG-20181003-WA0004
Rotswand met gaten.
IMG-20181003-WA0005
Ik met de Santos voor de waterval van Arbanejo del Castillo.
IMG-20181003-WA0006
Het gat in de rotswand lijkt op de kaart van Afrika.
De
IMG-20181003-WA0007
Blik vanuit de ingang van de grot op de rotswand.

Luis moest hier terug naar huis omdat hij bezoek verwachtte. Ik ging door voor nog een extra ronde in dit mooie gebied, klom naar een plateau en daalde aan de andere kant weer af in de vallei, eigenlijk kloof, van de Ebro, waarbij ik van bovenaf een mooi uitzicht kreeg op het plaatsje San Felices. Via de vrij rustige N623 en de smalle afslag die ik de dag daarvoor al gereden had fietste ik terug naar Gallejones.

De volgende ochtend vervolgde ik mijn reis in oostelijke richting, zoveel mogelijk de Ebro volgend.

IMG-20181003-WA0008
De vallei van de Ebro in de buurt van San Felices.
IMG-20181003-WA0009
San Felices van boven gezien.
IMG-20181003-WA0010
Rotswanden boven de Ebro.
IMG-20181003-WA0011
Vertrek uit Gallejones.

Tot zover deze keer, waarbij ik wil besluiten met een opmerking:

Van mijn webmaster die steeds trouw alle door mij opgestuurde verhalen en foto’s op deze blog zet, hoorde ik dat er lezers zijn die via Facebook reageren. Ik heb echter geen Facebook account, weet niet hoe het werkt, weet niet hoe ik er in moet komen en krijg die reacties dus niet te zien, laat staan dat ik daar weer op kan antwoorden.

Wilt u reageren, doe dat dan via het gastenboek van mijn website: www.frankvanrijn.nl, die ik wel kan uitlezen.

Met vriendelijke groet en tot over een paar dagen als ik weer een vervolgstukje schrijf.

De Meseta, de Spaanse Hoogvlakte

De Meseta, oftewel de Spaanse hoogvlakte (ca 800 m boven zeeniveau) waarop ik me voorbij Zamora bevond, zou je saai kunnen noemen, maar voor mij vormde hij, na het bergachtige Portugal, een aangename afwisseling op het zware klimwerk. Bovendien waren er best wel aardige, mooie en interessante dingen te zien, zoals bijvoorbeeld de Palmares (duiventillen) waar ik het de vorige keer over had. Hier een plaat van nog zo’n aardige duiventil.

IMG-20180924-WA0003
Restant van een oude duiventil.

Op een kaarsrechte, eindeloos lange weg tussen afgemaaide korenvelden zag ik opeens twee eenzame zonnebloemen. Wat deden die daar? Hoe kwamen die daar? Vragen waar ik weer 20 km mee vooruit kon. Dat soort details mis je vrij zeker als je in een auto met 120 km/uur voortsuist. Bovendien laat je die 20 km dan na 10 minuten al achter je.

De sporadische dorpjes vormen weer een plezierige afwisseling op de vlakke rechte wegen en de kerkjes waren vaak juweeltjes van architectuur. Zo ook die van Castroponce, althans als je er oog voor hebt. Er vlogen vogels rond de toren. Een grote vogelaar ben ik niet, maar toen ik de foto van de toren vergrootte, leek het mij niet onmogelijk dat het duiven waren. Dan was deze kerk dus een religieuze  duiventil! Maar als een ornitholoog mij op de vingers tikt en zegt dat het valken zijn, zullen het ongetwijfeld torenvalken zijn.(Waar woonden die vogels overigens in de tijd dat de mens nog geen torens bouwde?)

IMG-20180924-WA0004
Twee verdwaalde zonnebloemen langs mijn weg over de Meseta.
IMG-20180924-WA0005
Een architectonisch juweeltje als je er oog voor hebt.
IMG-20180924-WA0006
Zijn dit duiven, torenvalken of kerkuilen??

Bij een dorpje zag ik een 28 meter hoge toren uit de 12e eeuw, weer zo’n verrassing van de Meseta. Van de kerk er naast was weinig meer over dan de poort, maar juist door het ontbreken van de rest van de kerk kwam de poort geheel tot zijn recht.

IMG-20180924-WA0007
Een twaalfde eeuwse toren naast een kerk waarvan eigenlijk alleen de poort nog overeind staat.
IMG-20180924-WA0008
Poort van een twaalfde eeuwse kerk zonder kerk.

Bij Calzada de los Molinos bevond ik mij plotseling op de Camino de Santiago, waarschijnlijk de meest bewandelde route van Europa. Een paar kilometer verderop kwam ik in Carrion de los Condes, waar ik in 1986, op weg naar de Sahara, nog eens met een gestrande Santiago-ganger heb zitten schaken. Deze keer ontmoette ik er een Nederlander die met de fiets onderweg was naar Santiago. Samen bekeken we een paar kerken van binnen. In een er van bespeelde een man het orgel. Geen Bach en voorzover ik kon beoordelen ook geen Rameau, maar wie wel bleef in het duister. Misschien een Spaanse barokcomponist? De orgelpijpen waren nogal ludiek beschilderd en aan heiligenbeelden was geen gebrek.

IMG-20180924-WA0009
Mijn San Francisco naast de stenen wegwijzer naar Santiago.
IMG-20180924-WA0010
Een van de kerken van Carrion de los Condos.
IMG-20180924-WA0011
Orgel van een van de kerken van Carrion de los Condos.

Bij Aguilar de Campoo liet ik de vlakke Meseta achter me. Hier vormden de heuvels en de bergen weer een aangename afwisseling op het vlakke land. Ik kwam in het stroomgebied van de Ebro en daarover ga ik het de volgende keer hebben.

IMG-20180924-WA0012
Dorpje op de Meseta.
IMG-20180924-WA0013
Reinosa, 6 km van de bron van de Ebro.’