<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Frank van Rijn</title>
	<atom:link href="http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.frankvanrijn.nl</link>
	<description>Verhalen van een wereldfietser</description>
	<lastBuildDate>Thu, 11 Feb 2010 12:16:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.1</generator>
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>Een oude bekende in Abu Simbel</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=341</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=341#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Feb 2010 12:46:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=341</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=341.Na een interessante tocht vanaf Caïro via de oasen van Farafra, Dakhla en El Kharga naar Luxor en verder naar het zuiden door het Nijldal kwam ik in Aswan aan waar in 1962 een grote dam in de Nijl gebouwd is die het Nassermeer [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=341">http://www.frankvanrijn.nl/?p=341</a>.<br /><p>Na een interessante tocht vanaf Caïro via de oasen van Farafra, Dakhla en El Kharga naar Luxor en verder naar het zuiden door het Nijldal kwam ik in Aswan aan waar in 1962 een grote dam in de Nijl gebouwd is die het Nassermeer deed ontstaan. Ik nam er een hotelletje en het eerste wat de hoteleigenaar me na inschrijven vroeg was: &#8220;Abu Simbel?&#8221;<br />
Ik antwoordde natuurlijk bevestigend, want helemaal naar Aswan fietsen en dan niet Abu Simbel gaan zien is als Parijs bezoeken en niet op de Eifeltoren klimmen, naar Rome reizen en het Colosseum links laten liggen of een expeditie naar Havelte ondernemen en als cultuurbarbaar de hunebedden voorbij peddelen.<br />
&#8220;We hebben een dagelijkse toeristenbus naar Abu Simbel voor 80 pond per persoon. Reveille om 3 uur &#8216;s morgens, vertrek 3h30&#8242; en terug hier in Aswan om 3 uur &#8216;s middags&#8221; zei de hotelier.<br />
Ik antwoordde dat ik mijn eigen transport had en wees op mijn fiets.<br />
&#8220;De politie zal je niet laten gaan met een fiets.&#8221;<br />
&#8220;Waarom niet?&#8221;<br />
&#8220;Er mag daarheen alleen in konvooi gereden worden met politie escorte.&#8221;<br />
&#8220;Is het daar dan zo gevaarlijk?&#8221;<br />
&#8220;Er zitten wilde dieren. De regering wil toeristen zo veilig mogelijk door Egypte laten reizen, vandaar het dagelijkse konvooi.&#8221;<br />
&#8220;Wat voor wilde dieren?&#8221;<br />
&#8220;Slangen bijvoorbeeld en schorpioenen. En wat doet u als er plotseling voor uw fiets een vos oversteekt?&#8221;<br />
&#8220;Dan probeer ik hem aan zijn staart te trekken, maar dat is me zelfs in Nederland nog nooit gelukt.&#8221;<br />
Dat er van Aswan naar Abu Simbel slechts in konvooi gereden mag worden is me al jaren bekend, maar ik wilde toch een poging wagen er op de fiets heen te gaan. Daarom toog ik de volgende dag naar het bureau van de toeristen politie.<br />
&#8220;Kunt u mij toestemming geven om naar Abu Simbel te fietsen?&#8221; vroeg ik, nadat ik de chef te spreken had gekregen.<br />
&#8220;Er gaan bussen heen.&#8221;<br />
&#8220;Mijn fiets is comfortabeler.&#8221;<br />
&#8220;Aha een motorfiets! Haalt u daar 120 km/h mee?&#8221;<br />
&#8220;Nee een echte fiets en daar haal ik misschien wel 20 km/h mee.&#8221;<br />
&#8220;Dan kunt u het konvooi niet bijhouden.&#8221;<br />
&#8220;Dat lijkt me geen bezwaar.&#8221;<br />
&#8220;Ja dat is wel een bezwaar, want er mag daar alleen in konvooi gereden worden.&#8221;<br />
&#8220;Maar daarvoor ben ik nu speciaal naar u gekomen. Kunt u mij toestemming geven om naar Abu Simbel te fietsen, dus zonder konvooi?&#8221;<br />
Hierop ging de chef een paar nummers bellen, sommige met zijn vaste telefoon op zijn bureau, andere met zijn mobiele telefoon. Geen van alle gaven echter antwoord. Er volgde een gesprek in het Arabisch met een man die aan een bureau tegenover dat van de chef zat, waarna de chef op zijn gemak weer wat nummers ging bellen. Uiteindelijk werd er een beantwoord wat resulteerde in een gesprek, lang genoeg om een leek de volledige relativiteitstheorie tot in de finesses uit te leggen. Vervolgens legde de chef de telefoon neer, stak op zijn gemak een sigaret op en zei: &#8220;Helaas&#8221;.<br />
Ik antwoordde dat ik het niet erg vond dat ik het konvooi niet kon bijhouden en voegde er aan toe: &#8220;Ik heb een kaart en een compas, dus ik vind de weg zelf wel.&#8221;<br />
&#8220;Ik twijfel niet aan uw navigatietalent maar het is nu eenmaal de regel dat er naar Abu Simbel in konvooi gereden wordt.&#8221;<br />
&#8220;Elke regel heeft zijn uitzondering, en ik zou het zeer op prijs stellen als u voor mij die uitzondering kunt maken. Ik ben namelijk schrijver en het lijkt me razend interessant om het een en ander over die tocht naar Abu Simbel te schrijven.&#8221;<br />
De chef zoog peinzend aan zijn sigaret, legde die vervolgens nog peinzender in een asbak, nam bedachtzaam zijn mobiele telefoon ter hand en belde weer een nummer, maar na een aanvullende relativiteitstheorie in het Arabisch was het resultaat: &#8220;Helaas.&#8221;<br />
In ieder geval had de man de indruk gewekt zijn best voor me te doen, maar achteraf gezien stond het resultaat natuurlijk van tevoren al vast. Toch interessant om weer eens een politiechef gesproken te hebben en bovendien had het een gratis kop thee kunnen opleveren. Waarom dat deze keer niet lukte is me niet geheel duidelijk.<br />
Meestal begint een dergelijk gesprek in Arabische landen met het laten aanrukken van een glinsterende kan hete thee op een even glinsterend serveerblad. Misschien was de chef toch lichtelijk gepikeerd dat ik hem voor zoiets onnozels als fietsen van zijn werk had gehouden.</p>
<p>De volgende ochtend om 3 uur werd er op mijn deur gebonsd en rond half vier stopte er een minibus met 16 zitplaatsen voor het hotel. Met een lichte verwondering constateerde ik dat er, met mijzelf inbegrepen, ook 16 toeristen in zaten, maar bij de verzamelplaats van het konvooi werd die verbazing verdreven door een zeventiende toerist die er bij gewrongen moest worden. Die moest op een klapstoeltje in het middenpad plaatsnemen. Met een gul gebaar bood ik de nieuwkomer mijn plek aan, en nam ik plaats op het klapstoeltje, wat mij de mogelijkheid gaf mijn benen languit naar voren te plaatsen, terwijl de rest van het gezelschap met de knieën zo ongeveer tegen de neus zat. Comfort was hier van niet te onderschatten belang, want ons wachtte niet een uitje naar de golfbaan of de sociëteit. Er moesten 280 harde kilometers gekraakt worden om in Abu Simbel te komen en dan later natuurlijk ook weer zo&#8217;n lang eind terug. Voor geharde busreizigers natuurlijk een peulenschil, maar voor iemand die zich zijn leven lang verwend heeft met een fiets, een beproeving.<br />
Op het verzamelpunt telde ik 20 minibusjes en 10 grote bussen, wat, uitgaande van een 100% bezetting in plaats van 106%, zoals bij ons, op een totaal van ongeveer 800 toeristen uitkwam. Dat leek me een voorspelbare en rijke prooi voor een groepje gewapende bandieten, politie escorte er bij of niet.<br />
Om 4h 30&#8242; ging het konvooi van start en zodra we de dam in de Nijl over waren zaten we op de asfaltweg door de woestijn. Daar werd meteen fors op het gaspedaal gedrukt. Ik kon de snelheidsmeter van onze minibus goed in het oog houden en zag dat die tussen de 115 en 120 km/h zweefde. Regelmatig zag ik in de berm een bord langssuizen waarop de maximaal toegestane snelheden van de diverse weggebruikers vermeld stond: Personenauto&#8217;s 90km/h, minibusjes 80km/h, grote bussen 70km/h en vrachtwagens 60km/h. Een chauffeur die zich daaraan hield, zou in overtreding zijn, want die zou dan het konvooi niet bijhouden, maar door het bijhouden van het konvooi overschreed hij dus de maximale snelheid. Ik vroeg me af of het politie escorte deze snelheid zelf aangaf, maar eigenlijk heb ik de hele rit heen, zowel als terug nooit een politieauto gezien, wat niet wil zeggen dat die er niet was, want zo&#8217;n autootje kun je natuurlijk in de massa van dertig voortjagende stukken blik makkelijk over het hoofd zien.<br />
Er werd geracet, ingehaald alsof het een wedstrijd was en veelal links gereden, waarschijnlijk omdat het asfalt daar iets effener was dan rechts. Tegenliggers en ook vele bussen van ons konvooi reden zonder licht, misschien om benzine te sparen, het milieu te ontzien, of, zoals iemand mij later uitlegde &#8220;om de tegenliggers niet te verblinden&#8221;. Werd het dan werkelijk spannend dan gooide zo&#8217;n tegenligger even zijn grote lichten aan om te laten zien dat het nu toch een keertje tijd werd om naar de rechterkant terug te keren. Dat gebeurde dan ook steeds op het laatste moment, waarop de minibus meteen weer naar links zwenkte voor meer rijcomfort.<br />
Ja, ja, mijn hotelier had het bij het rechte eind: &#8220;De regering wil toeristen zo veilig mogelijk door Egypte laten reizen&#8221;.<br />
Dus &#8216;s nachts in een bus, zonder licht en op de linker weghelft met 115 km/h waar 80 is toegestaan. Dan ben je er in ieder geval zeker van dat er geen vos voor je fiets oversteekt en mocht er een voor de bus oversteken dan wordt die gewoon platgereden, dus veiliger kan het al niet.</p>
<p>En waarvoor nu om 3 uur &#8216;s morgens opstaan, 80 Egyptische ponden neertellen en vervolgens beangstigend veilig enige uren door de woestijn voortgesleept worden? Wat plaatst Abu Simbel op een lijn met de Eifeltoren van Parijs, het Colosseum in Rome en de hunebedden van Havelte? Mijn geachte weblezers zullen het ongetwijfeld weten, maar voor het geval zich onder hen iemand bevindt die er even niet op kan komen, het volgende geheugenopfrissertje:<br />
Zo&#8217;n 4000 jaar geleden kwam Ramses II, Farao van Egypte, op het aardige idee om, ter meerdere eer en glorie van zichzelf en om de werkloosheid in zijn land terug te dringen en zo tienduizenden slaven weer een baan te bezorgen, twee grote tempels uit te laten hakken in de rotsen naast de Nijl. Het werden twee meesterwerkjes waar Ramses en zijn bouwmeesters, alsmede de tienduizenden nogal onderbetaalde medewerkers met recht trots op konden zijn: Voor de ene tempel bleven, na fors bik- en hakwerk vier zittende, en voor de andere tempel zes staande giganten over. En dan de wanden! Zowel binnen als buiten werden die volgebeiteld met figuren en tekens in reliëf die hele verhalen en sagen uitbeeldden, eigenlijk dus historische stripverhalen in steen, de Egyptische Asterix, zou je kunnen zeggen. Alles werd natuurlijk oerdegelijk uitgevoerd, want het moest de millennia trotseren, ja de eeuwigheid benaderen. Maar helaas &#8230;. Ramses had er geen rekening mee gehouden dat enkele van zijn verre nazaten 4000 jaar later op het voor hem onzalige idee zouden komen om 280 km stroomafwaarts van zijn mooie tempels een hoge stuwdam in de Nijl te gaan plaatsen. Door die dam dreigden zijn pronkstukken voor eeuwig onder het Nijlwater te verdwijnen. Om Ramses te hulp te komen zaagde men de tempels en de beelden in brokken en bouwde de aldus ontstane driedimensionale legpuzzel een eind hoger op het droge weer precies in de originele stand weer op.<br />
Ziedaar een bezienswaardigheid, waar je wat voor over moet hebben om hem te zien. Logisch dat elke dag weer zo&#8217;n 800 toeristen hun fiets laten voor wat hij is en plaats nemen in de Egyptische Dinky Toys om zich afgrijselijk veilig naar Abu Simbel te laten vervoeren.</p>
<p>&#8220;Over twee uur terug bij de bus&#8221; zei de chaufeur, voordat we, gaar van de rit, naar buiten mochten. Meestal kijk ik een beetje meewarig toe als een gezelschap toeristen gekraakt een bus uitstrompelt dat dan binnen zoveel tijd weer terug moet zijn omdat anders het zo fraai berekende en opgestelde tijdschema in de soep loopt. Nu spoelde ik zelf mee in zo&#8217;n groep!<br />
Twee uur slechts! Ik had gedacht dat we daar een dagje rustig konden rondkijken. Op zo&#8217;n moment realiseer je je in ieder geval weer eens hoeveel vrijheid een fiets je verschaft!<br />
Het toegangsloket voor de tempel had moeite om de golf van 800 bezoekers te verwerken, maar uiteindelijk stond ik dan toch voor de grote tempel van Ramses II. Van de vier grote zittende beelden lag de tweede van links volledig aan puin op de grond maar de drie andere zaten er nog puntgaaf bij. Zeker een ongelukje met een hijsmachine, veronderstelde ik, maar voor de rest hadden ze het toch allemaal netjes voor elkaar gekregen met die hele verhuizing van die twee reuzentempels. Waar gehakt wordt valt wel eens een spaandertje. Daar moet je niet te moeilijk over doen!<br />
Terwijl ik wat foto&#8217;s maakte, probeerde ik me voor te stellen hoe je je als machinist van een enorme hijskraan voelt als er een 4000 jaar oude farao uit je grijper schiet en als een vers ei onder je op de stenen uiteen spat. &#8220;Ik drukte op het verkeerde knopje&#8221; zal hij &#8216;s avonds tegen zijn vrouw hebben gezegd &#8220;maar ik deed het niet met opzet&#8221;.<br />
Op dat moment kwam me dat andere Islamitische land voor de geest: Afghanistan, waar ze een aantal jaar geleden ongeveer even oude, even grote, historische even waardevolle uit de rots gehakte beelden wel met opzet uit elkaar hebben laten spatten, want Buddha was geen Islamiet en moest er dus aan geloven, te meer daar afbeeldingen van levende wezens door de Islam verboden zijn.<br />
Heel de wereld keek met afgrijzen toe hoe die kunstschat vernietigd werd, net zoals de hele wereld in 1962 met bewondering toekeek hoe Egypte deze Farao&#8217;s redde van de ondergang.<br />
&#8220;Waarachtig! Als dat Frank van Rijn niet is!&#8221; hoorde ik plotseling achter me zeggen. Ik draaide me verbaasd om en stond oog in oog met een bekende Nederlander: Fred uit Nijmegen. Nu zal niet iedere Nederlander deze bekende persoonlijkheid kennen, maar daar zal in de toekomst vrij zeker verandering in komen. Niet alleen weet Fred allemachtig veel van belastingzaken, wat al zeer bewonderenswaardig is, maar ook heeft hij ondertussen een onmetelijke kennis verzameld op het gebied van wereldreizen op de fiets. De laatste keer dat ik hem zag, al weer een paar jaar geleden, was hij al 16 jaar bezig met het voorbereiden van zijn eerste wereld-fietstoer. Hij vertelde me toen dat hij soms nachtmerries had van de gedachte aan een lekke band of een gebroken spaak, ergens in de rimboe van Afrika, maar dat hij een schriftelijke cursus fietsreparatie wilde gaan volgen om zijn kennis op het gebied van fietsreizen te vervolmaken.<br />
Terwijl we elkaar de hand schudden merkte ik op: &#8220;Jij bent nu zeker op wereldreis&#8221;<br />
&#8220;Een kleine&#8221; antwoord Fred bescheiden, &#8220;van Istanboel via het Midden Oosten naar Tunis&#8221;<br />
&#8220;En je fiets staat zeker ook in Aswan omdat ze je daarop niet hierheen lieten gaan. Of kon je ongemerkt om de politieposten heen komen?&#8221;<br />
&#8220;Mijn fiets staat in Nijmegen.&#8221;<br />
&#8220;In Nijmegen?&#8221;<br />
&#8220;Ja ik ben met een reisgezelschap in een omgebouwde vrachtwagen onderweg. Maar die wereldreis per fiets komt er gegarandeerd. Daar twijfelt zelfs mijn buurvrouw niet meer aan. De voorbereiding is nu bijna rond.&#8221;<br />
We praatten nog wat over Freds&#8217; plannen maar veranderden snel van onderwerp want we hadden allebei niet voor niets een enerverende busreis gemaakt. We moesten die tempels niet laten ondersneeuwen door herinneringen aan Drenthe, Nijmegen of theorieën over hoe je een gebroken trapper vervangt.<br />
&#8220;Jammer van dat ene beeld dat ze bij het verplaatsen van de tempel aan puin hebben laten vallen&#8221; merkte ik op terwijl ik op de brokstukken wees.<br />
&#8220;Nee&#8221; antwoordde Fred, &#8220;dat is niet aan puin gevallen. Ik hoorde zojuist van een gids die een groep toeristen rondleidde dat dat al in de tijd van Ramses II is gebeurd. Het was een beeld van de een of andere hotemetoot waar Ramses bonje mee kreeg. In plaats van de kerel op zijn gezicht te slaan of hem levend te mummificeren, liet hij uit nijd het beeld aan puin slaan. Die brokstukken hebben ze na het omhoog hijsen van de tempel precies in dezelfde positie neergelegd ten opzichte van de tempel als ze ze hebben aangetroffen.&#8221;</p>
<p>De kritische lezer zal zich nu ongetwijfeld afvragen of dit verhaal wel historisch verantwoord is. Het is altijd goed kritisch tegenover mooie historische verhalen te staan, maar waarom zou die gids zomaar iets uit zijn duim zuigen? Nee, die heeft het verhaal natuurlijk van een andere historicus gehoord die ook niet zwetst en die het op zijn beurt uit weer een andere oerbetrouwbare bron heeft vernomen &#8230;. En wat Fred betreft, de laatste schakel in de keten van de betrouwbare doorvertellers &#8230;. Beste kritische lezer, denk alleen maar aan zijn met Nijmeegse degelijkheid voorbereide wereld fietsreis! Nee, deze versie van &#8220;Het kapotte beeld van Abu Simbel&#8221; staat net zo stevig als de tempel zelf. Daar kan zelfs geen Egyptoloog meer omheen zonder zich onsterfelijk belachelijk te maken. En dat moet een grote geruststelling zijn voor de hijskraanmachinist, die dat beeld dus niet uit zijn grijper heeft laten vallen, zodat hij &#8216;s avonds tegen zijn vrouw kon zeggen: &#8220;Ik drukte vandaag niet op een verkeerd knopje.&#8221;</p>
<p>Nadat we de tempels tot in detail hadden bekeken en Fred nog een poging had gedaan om de hiëroglyphen te ontcijferen, waarin hij ook een schriftelijke cursus had gevolgd, was het tijd om onze bussen weer op te zoeken voor de terugreis naar Aswan.<br />
&#8220;Zullen we vanavond uit eten gaan in Aswan, als die busrit goed afloopt?&#8221; stelde Fred voor, &#8220;dan kan ik je vertellen over mijn wereldreis per fiets die er gegarandeerd komt&#8221;.<br />
&#8220;Dat lijkt me een goed idee&#8221; antwoordde ik, &#8220;ik weet een tent waar je je voor een halve Euro ongans kunt eten aan een groot bord tuinbonen.&#8221;<br />
&#8220;Ik dacht eigenlijk meer aan een grote dikke pizza voor tien Euro.&#8221;<br />
Ja, Fred zat blijkbaar een paar sterren hoger dan ik op de luxe-schaal, maar een etentje in gezelschap van zo&#8217;n fietsreisexpert is iets dat geen enkele reiziger zich wil laten ontglippen en daarom sprong ik voor die ene avond uit de band.</p>
<p>Abu Simbel ligt ondertussen al weer een flink eind achter me, want fietsen gaat een stuk sneller dan schrijven. De dikke pizza in Aswan was weer eens heel wat anders dan elke dag een bord fijngestampte tuinbonen (foul in het Arabisch). Fred zal nu met zijn gezelschap in de buurt van Tunis zitten, waarna zijn wereldfietsreis niet lang meer op zich zal laten wachten. Houd daarom het nieuws in de kranten goed bij!<br />
Ik zit nu in Kenia en ben op weg naar Katakwi en Butagaya in Uganda waar ik projecten ga bezoeken van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Cycling out of poverty. Van daar keer ik terug naar Kenia om aan het Victoriameer nog zo&#8217;n project te bezoeken. Ik zal daar t.z.t. verslag van uitbrengen. Zie ondertussen <a href="http://www.cyclingoutofpoverty.com">cyclingoutofpoverty.com</a> en <a href="http://www.eenfietsmaakthetverschil.nl">eenfietsmaakthetverschil.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=341</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>501.089 kilometer met toeclips</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=337</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=337#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Sep 2009 12:02:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=337</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=337.De ontwikkelingen in de fietswereld hebben de laatste jaren een grote vlucht genomen, waardoor het door een fiets zakken een sensatie is die slechts weinigen meer te beurt valt. Ook de droge harde, vroeger zo vertrouwde tik van een brekende spaak is in onze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=337">http://www.frankvanrijn.nl/?p=337</a>.<br /><p>De ontwikkelingen in de fietswereld hebben de laatste jaren een grote vlucht genomen, waardoor het door een fiets zakken een sensatie is die slechts weinigen meer te beurt valt. Ook de droge harde, vroeger zo vertrouwde tik van een brekende spaak is in onze tijd een zeldzaamheid en het plakken van  banden is druk op weg een curieus oud ambacht te worden. Dat zijn natuurlijk allemaal grote verdiensten van bedrijven als Gazelle, Schwalbe en Shimano, waar elke fietser blij mee is, maar deze gouden medaille heeft helaas ook een keerzijde: de toeclip, een metalen beugel aan de trapper die de voet veel steun bij het rijden geeft is van het toneel verdreven door een vernuftig kliksysteem waarmee de fietser vast vergrendeld zit aan zijn machine.<br />
Sinds mijn eerste escapades op de fiets heb ik met toeclips gereden en een van mijn gulden regels is: als iets goed voldoet moet je het zo houden en het niet verruilen voor iets dat misschien beter is maar misschien ook wel slechter. En voorts wil ik niet aan mijn fiets vastgeklikt zitten. En dus houd ik het bij de toeclip, ook al loop ik daarmee het risico door menig fietscollega als ouderwets bestempeld te worden. Nu zit ik er absoluut niet mee een ouderwetse indruk te maken, maar waar ik wèl mee zit is dat het door deze klikmode steeds moeilijker wordt om aan die, zo langzamerhand antieke, clips te komen. Zelfs Gazelle kan me er niet meer aan helpen. Ze gaven me fraaie pedalen met kliksysteem en degelijke Shimano klikschoenen in de hoop mijn conservatieve houding op dit punt te doorbreken, maar ik schroefde de klikdingen van de schoenen, draaide de pedalen om en monteerde daar mijn oude toeclips aan.<br />
De laatste jaren heb ik rommelmarkten afgelopen op zoek naar die voor mij zo onontbeerlijke clips. Soms had ik geluk en vond ik tussen stapels oud ijzer een verroeste trapper waar nog zo&#8217;n eveneens verroest wondertje van bijna prehistorische mechanische technologie aan vast zat, maar meestal was het zoeken vergeefs.<br />
Voor deze reis, van Nederland naar Griekenland, kreeg ik van een verzamelaar van oude fietsen een stel tweedehands toeclips cadeau. Met zo&#8217;n driehonderd tweewielers in zijn schuur in het Drentse Echten (waaronder een van mij, waarmee ik in 1986 door de Sahara ben getrokken) valt er hier en daar wel eens een clipje los te schroeven. Met dat setje kan ik weer 10.000 km vooruit, eventueel geholpen door een paar lassers onderweg.<br />
Dicht voor Thonon Les Bains wees mijn teller 3070 km aan (na een omweg via Normandië, Bretagne en het Massif Central) sinds mijn vertrek op 1 Juni uit Drenthe. Op zich is dat natuurlijk niets bijzonders, maar aangezien ik op al mijn vorige fietsreizen 496930 km bij elkaar getrapt had was dat een mijlpaal die gepast gevierd diende te worden. Ik had me voorgenomen me bij deze 500.000ste kilometer eens heerlijk te verwennen met een koude Cola, want een luxe mag op z&#8217;n tijd wel, te meer daar er bij mijn 400.000ste kilometer, die ik in de rimboe van Botswana vol trapte, in de verste verte geen winkeltje met Cola te bekennen was. Nu beleefde ik het tegenovergestelde, want ik stond juist voor een gigant van een supermarkt, aan de grote weg naar Thonon Les Bains. Veel Cola maar weinig sfeer en een decor van niks voor een foto. En dus reed ik, voorzien van een Freeway-Cola, 5 km verder op een zijweggetje. Daar vond ik een boom als decor waar ik wat matig interessante foto&#8217;s maakte van mijn fiets met een velletje papier er aan geplakt waarop ik 500.005 km had geschreven. Mijn Freeway drankje was helaas al niet ijskoud meer en zo ging het feestje, waar ik me honderdduizend kilometer op had verheugd, de mist in. Misschien kar ik voor mijn 600.000ste kilometerparty wel naar het bordje &#8220;Poolcirkel&#8221;. Dat vormt een aardig decor en het zal voor mij een dubbele mijlpaal zijn want noordelijker dan Ameland ben ik nooit geweest. En dan het extra voordeel: de Arctic Cola die ik daar in mijn fietstas zal hebben zal ongetwijfeld nog ijskoud zijn.<br />
Via St.Gallen en over de Resia-pas zakte ik af naar Verona waar ik, om het mislukte mijlpaalfeestje te compenseren, in de grote Romeinse arena een uitvoering van Verdi&#8217;s Aïda bijwoonde. Ook dat drama liep verkeerd af, maar dat was geen verrassing, want Verdi&#8217;s opera&#8217;s lopen vrijwel allemaal verkeerd af. Dat hoort er nu eenmaal een beetje bij met Verdi. Hoe fouter het loopt , hoe mooier de muziek en dus hoe geweldiger de avond.<br />
Na dit hoogtepunt volgde er nog een: een bezoek aan het Italiaanse Giethoorn, de mooiste stad van Europa. Ik slenterde er een dag rond en dat was vandaag. Ik logeer nu bij een marketingmanager van Brooks-zadels (het Engelse Brooks is opgekocht door het Italiaanse Selle Royal). Hij woont in een oud fraai landhuis, dat veel weg heeft van een paleis, 15 km buiten Venetië. En zo geniet ik weer eens wat luxe.<br />
&#8220;Kijk&#8221; zegt Andrea, mijn gastheer, &#8216;s avonds na een overvloedig diner, &#8220;hier heb ik de nieuwste Brooks brochure. Jij staat er ook in.&#8221; en hij wijst op <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?page_id=323">een foto</a> waarop ik naast mijn tent aan de voet van een hoge berg zit, ergens op het Tibetaanse plateau. Dat is eigenlijk geen toeval, want ik heb hem die foto zelf gestuurd.</p>
<p>Als ik wat later in de brochure zit te bladeren ontdek ik dat Brooks behalve uitmuntende zadels, waarmee ik al twaalf en een half maal de aardomtrek heb gereden, ook andere producten maakt. En wat zie ik daar opeens? Leren toeclipsriempjes!!</p>
<p><a href="http://www.brooksengland.com/en/Shop_CategoryPage.aspx?cat=bags+-+other+brooks+products"><img src="../wp-content/images/riempjes.jpeg" alt="" width="84" height="70" /></a></p>
<p>&#8220;Maken jullie er ook toeclips bij?&#8221; vraag ik Andrea.<br />
&#8220;Jazeker, want wat heb je aan toeclipsriempjes zonder toeclips?&#8221;</p>
<p><a href="http://www.brooksengland.com/en/Shop_CategoryPage.aspx?cat=bags+-+other+brooks+products"><img src="../wp-content/images/clips.jpeg" alt="" width="84" height="70" /></a><br />
En hier, na 501.089 km dolen over de wereld is mijn toeclipprobleem plotseling opgelost. Voortaan hoef ik, als ik over rommelmarkten slenter, niet meer uit te kijken naar oude verroeste trappers waar misschien nog een bruikbaar clipje aan zit en kan ik al mijn aandacht wijden aan schoteltjes uit de Ming-dynastie, etsen van Rembrandt, originele, zoekgeraakte manuscripten van Johan Sebastiaan  Bach en cowboyfilms van John Wayne op de video.</p>
<p>PS<br />
Door te grote (of gepaste?) zelfkritiek heb ik een aantal passages van bovenstaand verhaal wel tien keer overgeschreven. Daardoor heeft dit verhaaltje in status nascendi 1985 km meegereisd in mijn fietstas sinds ik het Italiaanse Giethoorn achter me liet. Ondertussen ben ik ben ik dan ook al via Slovenië, Kroatië, Bosnië, en Herzegowina en Montenegro tot in het noorden van Albanië doorgedrongen.<br />
Ik zit nu in een dorpje van 10 huizen aan de voet van hoge bergen. Nu moet ik het verhal nog kopiëren, in een envelop stoppen, een postzegel er op plakken en in een brievenbus gooien, maar in dit dorpje is natuurlijk geen kopieerapparaat  en zeker geen postkantoor.<br />
Daarna moet de brief nog bij mijn webmaster afgeleverd worden, maar dan staat het ook binnen een kwartier op mijn website.<br />
Hoeveel kilometers gaat dat hele proces nog duren, oftewel hoe ver zal ik dit dorpje al weer voorbij zijn als u dit leest?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=337</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lectori Digitali Salutem</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=327</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=327#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Apr 2009 09:33:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=327</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=327.Een stel peperdure visa, letters of invitation, travelpermits en een dag lang bureaucratisch mens-erger-je-niet spelen in een sombere overheidsspelonk voor een stukje voddig papier van 6 x 8 cm met een stempel er op &#8230;. Je moet er wat voor over hebben om een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=327">http://www.frankvanrijn.nl/?p=327</a>.<br /><p>Een stel peperdure visa, letters of invitation, travelpermits en een dag lang bureaucratisch mens-erger-je-niet spelen in een sombere overheidsspelonk voor een stukje voddig papier van 6 x 8 cm met een stempel er op &#8230;. Je moet er wat voor over hebben om een stel voormalige Sowietrepublieken te mogen bezoeken. Dat erger-je-niet spelen gaat mij normaal al niet zo soepeltjes af maar toen in Dushanbe, de hoofdstad van Tadjikistan, door de een of andere belangrijke bons het honderdeneerste probleem werd gecreëerd, met de opmerking: &#8220;Er staat geen nummer boven uw travelpermit&#8221;, werd het me te machtig.<br />
&#8220;Het barst van de nummers op de permit&#8221; antwoordde ik geïrriteerd.<br />
&#8220;Maar op het randje hierboven moet ook een nummer staan en dat ontbreekt&#8221;<br />
&#8220;Dit is mijn laatste reis door zo&#8217;n stempel-nummer-registratie-permitland&#8221; siste ik in het Nederlands, de wanhoop nabij &#8220;volgend jaar ga ik naar het Tjeukemeer&#8221;.<br />
&#8220;Wablief?&#8221; vroeg de bons.<br />
Ik dwong me opnieuw tot geduld en diplomatie van de hoogste orde en na anderhalf etmaal kon ik zo waar het zo vurig verlangde vodje met stempel in ontvangst nemen. Kosten: slechts $ 38,- en daarvoor waren misschien wel vijf mensen een dag voor in de weer geweest. Dat is een uurloon van tweeënzeventig eurocent. Een koopje! Zoiets lukt je in Nederland niet meer!</p>
<p>Afgezien van dit mens-wat-heb-je-je-weer-geërgerd spel, had ik een mooie reis van ruim vier maanden door Centraal Azië, maar verderop doemde al weer een nieuw probleem op. &#8220;Hoe meer fietstoeristen in ons land tijdens de Olympische Spelen, hoe meer kans op revolutie&#8221; dachten de Chinezen en die bezorgdheid is natuurlijk volkomen terecht. Stel je voor: honderdduizenden fietsers die vanuit Europa komen aanzwermen, zoiets als indertijd de horden van Jengiz Khan op hun paarden. Die zouden gemakkelijk Peking kunnen bezetten met en passant heel Tibet er bij. En daar houden de Chinezen niet van, reden om van de ene dag op de andere, de visum afgifte aan de toeristenstop te zetten.</p>
<p>Mijn plannetje om door China naar Laos en Thailand te fietsen viel daardoor in duigen en bovendien kwam ik, in het in September steeds kouder wordende Centraal Azië, vast te zitten. Om de barre winter te ontlopen bood het vliegtuig de enig redelijke oplossing. Daarbij had ik de keuze tussen terug te keren naar Nederland en daar in mijn comfortabele huisje de winter door te brengen met het inplakken van dertig schoenendozen vol krantenknipsels van Heer Bommel, Panda, Koning Hollewijn en Eric de Noorman of een sprong over de Himalaya te maken naar een warme plek om va deze, door de Chinezen in duigen geslagen tocht toch nog iets te maken. Ik koos voor het laatste, namelijk Delhi en bewaar die Bommels, Panda&#8217;s, Hollewijns en Noormannen voor na mijn pensioen. Dan heb ik nog wat te doen en val ik niet in het beruchte vacuüm dat iedere Workaholic als het zwaard van Damocles boven het hoofd hangt.</p>
<p>Vanaf Delhi trok ik vijf maanden rond door het Indiase subcontinent. In het altijd weer mooie Nepal deed ik hoewel het al vrij laat in het jaar was een trekking naar het basiskamp van de Annapurna midden in een overdonderend sneeuwtoppen massief. Bangladesh, waar ik een week rond reed, was nieuw voor me, hoewel het met zijn mensenmassa&#8217;s en legers van fietsriksja&#8217;s sterk leek op het India van 1983. Het grootste deel van deze vijf maanden trok ik rond door het reusachtige India voordat ik van Bombay terugvloog naar Nederland.</p>
<p>In mijn vorige web-nieuwsbrief (al weer een tijdje geleden!) schreef ik over de veranderingen in India, de laatste 25 jaar. Ik wil daar nog een drietal opmerkingen aan toe voegen:</p>
<p>1. Filmster<br />
Er blijken, anders dan ik vorige keer schreef, toch nog veel gebieden in India te zijn zoals Bihar en West-Bengalen (en zeker ook het buurland Bangladesh) waar je het absolute middelpunt van de belangstelling bent met elke keer als je een pauze houdt drommen mensen om je heen en waar je als een gevierde filmster handtekeningen kunt uitdelen. Dat zijn voornamelijk de arme en minder ontwikkelde gebieden waar je ook nog veel fietsen en fietsriksja&#8217;s ziet die in de rijkere gebieden en steden vrijwel geheel vervangen zijn door motorfietsen en scooter-riksja&#8217;s.</p>
<p>2. Banken<br />
Ik schreef in mijn vorige nieuwsbrief dat je tegenwoordig in India heel makkelijk geld kunt wisselen, in tegenstelling tot 25 jaar geleden. Dat geldt zeker voor de toeristische plaatsen waar privé wisselbureaus zijn, maar bij banken gaat dat toch nog steeds op z&#8217;n elfendertigst. Loop voor de aardigheid maar eens een bank binnen in een stad die niet toeristisch is. Dat deed ik, hoewel beslist niet voor de aardigheid, toen ik vanuit Bangladesh India weer in reed en dat ging zo:<br />
&#8220;Goedemorgen kan ik hier dollars of euro&#8217;s wisselen?&#8221;<br />
&#8220;No sir, deze bank is niet gerechtigd buitenlands geld te wisselen. Ga naar Calcutta.&#8221;<br />
&#8220;Ik moet helemaal niet naar Calcutta.&#8221;<br />
&#8220;In Bhupaneshwar, de hoofdstad van Orissa kan het ook. No problems in India!&#8221;<br />
&#8220;Maar dat is 400 km hier vandaan!&#8221;<br />
&#8220;Yes, no problem!&#8221;<br />
En dus reed ik op een krap budget naar Bhupaneshwar terwijl mijn zakken uitpuilden van de dollars en de euro&#8217;s. Waar ik onderweg ook probeerde te wisselen, ik werd doorverwezen naar Bhupaneshwar (merkwaardig toch, die Indiërs die wel graag buitenlandse deviezen krijgen, maar het de wissel- en bestedingsgrage toerist zo moeilijk maken!)<br />
In Bhupaneshwar liep ik een bank binnen.&#8221;Goedemorgen kan ik hier dollars of euro&#8217;s wisselen?&#8221;<br />
&#8220;No Sir u moet bij de Main Branch van de Statebank of India zijn, aan de andere kant van de stad&#8221;.<br />
Aan de voorkant van die Main Branch stond een groot bord met daarop: &#8220;The customer is the most important person in this bank&#8221;. Fijn! Eindelijk een bank waar goed zaken mee te doen was! &#8220;Goedemorgen kan ik hier dollars of euro&#8217;s wisselen?&#8221;<br />
&#8220;Please Sir, sit down.&#8221;<br />
&#8220;Nee, ik kom niet om te zitten maar om te wisselen.&#8221;<br />
&#8220;Yes wait&#8221;.<br />
Na een kwartier kwam er al beweging in de zaak. Ik moest mijn pas laten zien en de cheque tekenen. Daarna ging de man aan de slag met zijn computer. Al een geweldige vooruitgang met vroeger, toen alles met een pennetje in grote boeken geschreven werd. Er volgde een klik- en typewerk waar geen einde aan leek te komen, en na dit een tijd aanschouwd te hebben vroeg ik: &#8220;Bent u een boek aan het schrijven of alleen maar een artikel?&#8221;<br />
&#8220;No Sir, sit down.&#8221; Eindelijk kwam het computerwerk dan toch tot een einde, maar in plaats van me de rupees te geven haalde de noeste werker een groot boek tevoorschijn en begon daarin met een pennetje het hele verhaal op te schrijven dat hij zojuist met zijn computer had gemaakt.<br />
&#8220;Vertrouwt u uw computer niet?&#8221;<br />
&#8220;Safety first.&#8221;Daarin kon ik hem geen ongelijk geven, maar waarom dan al dat computerwerk? Als je geen vertrouwen in het ding hebt, zet hem dan bij het grof vuil!Na het schrijfwerk in zijn grote boek kwam het bonnenboekje met vier carbonvelletjes op tafel, en daarna &#8230;. werd het hele spul naar de buurman geschoven die echter met andere gewichtige zaken bezig was. &#8220;Mijn&#8221; employé ging ondertussen een andere klant &#8220;helpen&#8221;!<br />
&#8220;Hoe is het nu met mijn rupees?&#8221; vroeg ik.<br />
&#8220;Wait. Over 15 minuten of zo is alles al voor elkaar.&#8221;<br />
Nog eens 15 minuten!! Dat werd me te gortig en daarom verloor ik mijn alom geroemde bank-diplomatie:<br />
&#8220;Meneer, ik ben naar India gekomen om India te zien, om jullie fraaie tempels te bekijken, om te reizen en om geld uit te geven. Niet om een dag in de catacomben van de State Bank of India door te brengen! Voor dit gebouw heb ik een groot bord gezien waarop staat dat ik hier de belangrijkste persoon ben. Welnu, als ik dan zo belangrijk ben wil ik niet, na al een half uur gewacht te hebben, nog eens 15 minuten wachten enkel om een paar rupees te wisselen. En waarop? Moet het geld nog gedrukt worden? Ik dacht dat India bezig is the Number One in the World te worden, maar op deze manier kan het nog wel een tijdje duren voordat het zover is.&#8221;<br />
Daarna had ik verrassend snel mijn rupees en kon ik terug de zon in en de interessante oude tempels van Bhupaneshwar gaan bekijken.</p>
<p>3. Afval<br />
Kort nadat ik mijn vorige nieuwsbrief schreef met daarin een verhaal over hoe men in India met afval omgaat, ontdekte ik dat men hier een grote sprong voorwaarts had genomen, op hygiënisch gebied. Dronk met tot voor kort thee uit glaasjes, die vervolgens in een bak niet al te schoon water werden omgespoeld, nu zie je steeds meer dat men thee drinkt uit kleine plastic bekertjes. Die hoeven niet omgespoeld te worden en kunnen zo de straat op of de goot in. Ik heb uitgerekend dat, aangezien alle Indiërs elke dag herhaaldelijk thee drinken, heel India over ongeveer 5 jaar bedekt zal zijn met een 30 à 40 cm dikke laag van die bekertjes. Als Mars bewoond is zullen de Marsmannen onze mooie aarde meer zien glinsteren dan voorheen. Interessant voor de Marsmannen maar misschien (hopelijk!) gaan de Indiers zich tegen die tijd eens afvragen of ze wel op de juiste weg zijn met hun hygiene.<br />
Afgezien van deze en nog enkele andere merkwaardige en hinderlijke ervaringen, heb ik een mooie aangename reis door India gehad. Het blijft een land dat altijd weer boeit door zijn interessante cultuur en bonte couleur locale, een land waar het weer in de droge tijd elke dag prachtig is, waar erg schilderachtige plaatsjes zijn, waar adembenemend mooie forten, tempels en moskeeën voor het oprapen liggen, waar je in geweldig indrukwekkende landschappen kunt rondtrekken en waar je veel bijzondere ontmoetingen hebt, de meeste sympathiek, maar vaak wel met een groot taalprobleem (als je geen Hindi, Punjabi, Tamil, Telegu, Marati, en nog zo&#8217;n 80 andere talen spreekt).</p>
<p>Na elke reis door India denk ik dat ik het er verder maar bij moet laten aangezien ik er al erg veel van heb gezien en het toch in nogal wat opzichten een vermoeiend land is. En toch was dit al weer mijn zesde India-reis. Nu, na bijna 30.000 km op al mijn India-reizen bij elkaar (28.965 volgens mijn grote administratieboek) vind ik het toch echt wel welletjes. Vaarwel India!<br />
Hoewel &#8230;.. In Kasjmir, Sikkim en Assam ben ik nog nooit geweest en daar moet het wel erg mooi zijn, dus wie weet? En als ik dan weer de smaak te pakken heb&#8230;&#8230;.</p>
<p>Ik ben u al weer een tijdje terug in Nederland. &#8220;Ben je al geacclimatiseerd?&#8221; vragen vrienden mij vaak. Na maandenlang zon bij temperaturen van 20 à 30° Celsius, ploffen de Maartse buien natuurlijk hard op me neer, maar wat nog harder op me neerploft is de stapel post van 9 maanden, waarvan sommige brieven leuk en vele brieven (gas, water elektra, belasting, verzekering etc, u kent ze misschien ook wel) vervelend tot ronduit onaangenaam zijn en die erg veel werk en tijd vergen.<br />
Bij een vriend die een computer heeft ontdekte ik dat er ook een flinke stapel digitale post in mijn gastenboek is binnengekomen. Dat is natuurlijk wèl erg aardige post. Helaas heb ik gedurende mijn reis niet veel gelegenheid gehad daarop te reageren, maar nu is er dan eindelijk de tijd gekomen om allen die zo spontaan en sympathiek hun bericht in dit gastenboek hebben geschreven te bedanken. De vele positieve reakties op mijn boeken en lezingen waren erg bemoedigend. Sommigen vroegen me of ik weer met een nieuw boek bezig ben, een vraag waar ik weliswaar &#8220;ja&#8221; op kan antwoorden, maar waar ik onmiddellijk aan toe moet voegen dat ik er nog niet veel van op papier heb staan. Hopende op genoeg inspiratie pak ik de pen weer op om tijdens mijn verblijf in Nederland mijn belevenissen in Centraal Azie op papier te zetten.</p>
<p>Suzanne, Jackie, Jan, Annie, Nel, Dmitri, Adrie, Jan, Peter en Monique, Jos en Annemarie, Ernie, Rineke, Willy, Samuel, Martijn, Rob, Kor, Michael, Andre, Adriana, Ingeborg, Hans en Joke, Hans en Marianne, Annemiek, Yvette en Vera, allen hartelijk dank voor jullie enthousiaste en aardige reakties in mijn gastenboek. En verder natuurlijk een groet aan al mijn trouwe web-lezers (lectori digitali), die steeds weer (en soms vergeefs)  kijken of ik wat nieuws geschreven heb. De frequentie van mijn berichtgeving is wat aan de lage kant, geef ik toe. Ik zal echter proberen die frequentie in de toekomst wat op te voeren. Een goed voornemen, nu eens niet op 1 Januari maar op 1 April.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=327</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>India toen en nu</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=286</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=286#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 29 Nov 2008 15:13:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=286</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=286.Ik bewonder de mensen die kans zien tijdens hun reis verslagen op hun website te zetten die zo lang zijn dat je er een huis mee kunt behangen. Ik vraag me wel eens af waar ze de tijd voor zulk monnikenwerk vandaan halen. Mij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=286">http://www.frankvanrijn.nl/?p=286</a>.<br /><p>Ik bewonder de mensen die kans zien tijdens hun reis verslagen op hun website te zetten die zo lang zijn dat je er een huis mee kunt behangen. Ik vraag me wel eens af waar ze de tijd voor zulk monnikenwerk vandaan halen. Mij kost het fietsen, dingen bekijken, wandelingen maken, voedsel kopen, slaapplekken zoeken, de was doen en uit elkaar vallende kleren oplappen zoveel tijd dat het bijhouden van mijn dagboek soms al in het gedrang komt. Maar gezegend met een vingervlugheid van 750 tot 1000 aanslagen per minuut rammel je toch nog wel redelijk snel een vierkante meter literair behang uit de computer, die dan meteen het web op kan om de verste uithoeken van onze aardbol te veroveren.<br />
Bij mij ontstaat een stuk tekst pas na een hoop geklad in een schriftje met doorhalingen en tussenvoegingen, correcties en correcties op correcties. Maar mijn grootste remmende factor is de inspiratie die het nogal eens laat afweten. En als die dan soms toch de kop op steekt en ik zit juist op de fiets, krijg ik nog niets op papier. Dat is waarom mijn website niet iedere dag bol staat van de nieuwe verhalen. Het wordt nu echter tijd de trouwe volger van deze site tevreden te stellen met een nieuw verhaal en daarom heb ik mijn schriftje maar eens uit de diepten van mijn fietstas omhoog gehaald. Als ik straks tevreden ben over de tekst, wat ik nog maar moet afwachten, gaat die per c-mail (conventional mail, oftewel in een envelop met een postzegel erop) naar mijn geweldige webmaster in Nederland, die vervolgens <a class="thickbox" title="geknoei" href="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/schriftje.jpg">mijn geknoei</a> omzet in fraai getypte vorm op mijn site. Een even moeizaam proces als het fietsen zelf, en dat is dus eigenlijk heel passend voor deze website.</p>
<p>Na een reis door Centraal Azië , waar ik een boek over aan het schrijven ben (al vijf kantjes in klad klaar, weer in een ander schriftje) ben ik in India aangekomen. Daarbij heb ik helaas wat moeten sjoemelen: per vliegtuig van Almaty in Kazakhstan naar Delhi, want de Chinezen gaven in verband met de Olympische spelen geen toeristen visa meer af. Dat was om een zo goed mogelijke indruk naar de buitenwereld te maken iets wat hen helaas maar zeer ten dele gelukt is aangezien ze daarmee vele duizenden reizigers een spaak in het wiel gestoken hebben.<br />
India is sinds mijn eerste bezoek in 1983 enorm veranderd, gedeeltelijk ten goede en gedeeltelijk ten slechte. Moest ik vroeger vijf tot tien uur wachten tussen drommen mensen in een somber telefoonkantoor, op een peperdure telefoonverbinding met Nederland (zo rond de tien gulden per minuut), iets wat je in een stad kleiner dan een miljoen inwoners in het geheel kon vergeten, nu struikel je in de straten over de PCO&#8217;s (Public Call Office) waar je voor een paar centen direct verbinding hebt. Internet bestond niet en een fax was een soort Jules Verne-achtige sciencefiction. Mobiele telefoons waren slechts mobiel tot de spiraaldraad tussen de hoorn en het toestel geheel uitgerekt was, dus daar liep je niet verder mee weg dan één meter dertig. De telecom is dus enorm verbeterd en dat is natuurlijk fijn, hoewel &#8230;. als je nu op straat aan iemand de weg vraagt heb je een vlotte kans dat hij &#8220;bezet&#8221; is met zijn mobiel tegen het oor.<br />
Een andere grote vooruitgang is dat er tegenwoordig in India veel meer Engels wordt gesproken dan vroeger. Nu vind je zelfs buiten de grote steden soms mensen met wie je in mindere of meerdere mate Engels kunt spreken. In 1983 was het buiten de grote steden gebeurd met Engels en kon je met gebarentaal aan de slag die meestal verkeerd begrepen werd.<br />
Tijdens deze reis kan ik er bij een theehuisje of eethuisje halt houden en op mijn gemak een theetje drinken en de kaart bekijken. Dat was in 1983 uitgesloten. Waar en wanneer ik ook maar stopte, meteen verdrongen zich tientallen, zo niet honderden mensen om me heen om me aan te staren alsof ik een vers uit een UFO gestapte Jupiterman was. Soms werkte zich dan een linguïstisch wonder door de menigte naar voren om me te bestoken met vragen als:<br />
&#8220;Your sweet name please?&#8221;<br />
&#8220;Which country belongs to you?&#8221;<br />
&#8220;What is this?&#8221;<br />
&#8220;Where are you?&#8221;<br />
&#8220;Are you married?&#8221;<br />
&#8220;Do you travel lonely?&#8221; en meer van dat soort apekool, want als ik dan vroeg hoe ver het nog naar de de een of andere plek was, dirkte de ijverige vragensteller er gewoon over heen met:<br />
&#8220;What are your qualifications?&#8221; of<br />
&#8220;Where is your headquarters?&#8221;<br />
Dat vermoeiende opvoeren van de One Man Show is nu grotendeels voorbij en dat is natuurlijk een opluchting. Maar ja &#8230;. daarmee is toch ook wel iets van de charme van India verdwenen. Vroeger kon een Westerling zich twintig maal per dag het absolute middelpunt van het heelal voelen of op z&#8217;n minst een gevierde filmster. Nu ben je, zelfs met een fraai gekleurde fiets, gedevalueerd tot een misschien nog enigszins merkwaardige figurant in het Indiase straatbeeld.<br />
Plastic afval is, net zoals op zoveel plekken in de wereld, zachtjesaan een ramp aan het worden. Snoepjes die vroeger per kilogram verkocht werden en in een stuk krant gewikkeld werden, worden nu door de fabrikant netjes elk afzonderlijk in plastic verpakt. Reuze hygiënisch! De winkeltjes hangen vol met plastic zakjes met chips zoutjes en koekjes en elke aankoop wordt nog eens extra in een plastic zakje gedaan. En waar komt al dat plastic uiteindelijk terecht? In de vuilnisbak? Ja, want heel India is druk op weg een groot vuilnisvat te worden.  Als je met een zak netjes gespaard vuilnis in de hand vraagt naar een vuilnisbak heb je een vlotte kans vol onbegrip aangestaard te worden.<br />
&#8220;Wil je dat verkopen? Nee? Wat wil je er dan mee? O weggooien? Nou doe dat dan! Waar? Gewoon hier op straat of daar in de rivier. In de rivier gaat het vanzelf weg. Dan heb je er helemaal geen omkijken meer naar.&#8221;<br />
En als je dan vervolgens de zak weer in je fietstas opbergt in de hoop toch nog ooit ergens een vuilnisbak te vinden, ben je de clown van de dag. En zo kun je tegenwoordig dus toch nog het absolute middelpunt van de belangstelling worden.<br />
Met geld wisselen is sinds 1983 een grote vooruitgang geboekt. Je loopt nu een bank of wisselkantoor binnen en in een paar minuten heb je dollars of euro&#8217;s omgezet in rupies. Zelfs voor het verzilveren van een travellercheque is men hier niet meer benauwd (iets waar de banken in Nederland nog wat van kunnen leren!).<br />
In 1983 kon ik voor geld wisselen een halve dag uittrekken. Als ik na veel zoeken uiteindelijk de bank gevonden had waar het kon, waren er tien mensen een paar uur mee bezig: de één moest de cheque bestuderen en vergelijken met afbeeldingen in een voorbeelden boek, een ander moest mijn pas bestuderen, een derde moest een reçu in vijfvoud uitschrijven omdat het carbonpapier zoek was, een vierde zette zijn handtekening op de reçus, een vijfde duwde een speld door de reçus om ze bij elkaar te houden, een zesde trok die er vervolgens weer uit en verving hem door een paperclip. Als er uiteindelijk stempels op stonden en je dacht dat je je rupies nu weldra in de hand gedrukt zou krijgen, kreeg je in plaats daarvan een damschijf met een nummer erop en kon je achter aansluiten bij de rij voor de kassa, een wanordelijke rij met een omvang waar je onpasselijk van werd.<br />
Met het verkeer is het daarentegen niet alleen achteruit gegaan maar veeleer volledig uit de hand gelopen. Vroeger waren de straten gevuld met voetgangers, fietsers en fietsriksja&#8217;s, waar zich zo nu en dan een auto scooter of vrachtwagen doorheen wrong, een chaotisch straatbeeld met echter een zekere charme, als je er oog voor had. Nu rijdt iedereen die vroeger fietste op een motorfiets en iedereen die vroeger op een motorfiets reed in een auto. Osse- en kamelenkarren hebben plaats gemaakt voor tractoren en vrachtwagens en het aantal bussen is vertienvoudigd. De charmante chaos van weleer is veranderd in een gemotoriseerde gassen uitstotende heksenketel. Delhi uitfietsen was een onderneming die zelfs Hercules de haren ten berge had doen rijzen. Het leek alsof met mij alle vrachtwagens van India de uitvalsweg richting Chandigarg hadden gekozen. Flyovers en rotondes in aanbouw leverden hun niet geringe bijdrage aan het perfectioneren van de totale inferno.<br />
Dit alles zou nog te overkomen zijn geweest als de Indiër de claxon nooit had ontdekt, maar helaas &#8230;. hij heeft hem wèl ontdekt en hem als een soort godheid zijn cultuur binnengesleept zodat India&#8217;s straten nu gevuld zijn met zinloos, keihard, krankzinnig makend getoeter. Zodra een weggebruiker iets voor zich ziet bewegen, het doet er niet toe of het een auto, fiets, voetganger, olifant of vlinder is, drukt hij op zijn claxon en blijft dat doen, continu of met een drie, vier of vijftonig zenuwendeuntje, totdat hij het bewegende object een eind voorbij is. Het resultaat is een huiveringwekkend dissonanten-concert dat menig hardrock musicus zou inspireren tot het ontlokken van nog mooiere tonen aan zijn elektrische gitaar. Deze overdosis aan decibels (zo het geen megabels zijn) schijnt geen enkele Indiër te storen, maar mij stoorde het dermate, dat ik na een week fietsen door de staten Haryana en Pujab overwoog het vliegtuig terug naar Nederland te nemen.<br />
De dag na dit psychologische dieptepunt reed ik de bergen van Himachal Pradesh in, waar ik met een redelijke kaart de kleine wegen opzocht. Hoewel daar zo nu en dan ook bussen en vrachtwagens toeterend langs kwamen denderen was het er toch veel rustiger dan in Haryana en Punjab, twee vlakke en relatief dichtbevolkte landbouwstaten. Met de prachtige, met dennenbossen begroeide bergen om me heen, keerde het plezier terug. Over bochtige smalle hobbelige asfaltweggetjes vol gaten en stukken gravel, klom ik naar passen van Alpen-niveau en daalde ik af in valleien waar blauwe kolkende beken en rivieren door stroomden. Het absurde plan om overhaast het vliegtuig terug naar Nederland te nemen smolt uiteraard weg als sneeuw voor de Indiase zon.<br />
<img src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/centrazie.jpg" alt="centraal Azie" width="" height="" align="middle" /><br />
Ondertussen ben ik in Rishikesh aangekomen, een van de belangrijkste spirituele plaatsen van India, gelegen aan de Ganges, niet zo heel ver van de oorsprong van deze heilige rivier. Hier kun je je hart ophalen aan yoga en allerlei soorten meditatielessen en verder kun je er Hindi leren spreken en je bekwamen in koken op z&#8217;n Indiaas. En er is nog veel meer te doen en te leren, maar ik heb al die wijsheid voorlopig aan mij voorbij laten gaan aangezien het afmaken van dit stuk tekst prioriteit nummer één was. Die klus is nu bijna voltooid, zodat ik vanmiddag misschien nog even een cursusje Sanskriet of zo kan gaan volgen, iets waar je toch al gauw een paar uur mee bezig bent om dat geheel onder de knie te krijgen. Maar voordat ik de pen neerleg wil ik dit verhaal van veranderingen die zich in India hebben voltrokken besluiten met iets dat in al die 25 jaar geheel onveranderd is gebleven, zo stabiel als een granietrots in de branding en dat is de gewoonte van de Indiër om zijn voedsel overdadig te &#8220;verrijken&#8221; met chilli&#8217;s, pepers, masala en allerlei andere afschuwelijke kruiden die je al in je mond voelt branden als je er alleen nog maar naar kijkt. Maar gelukkig zijn er, net als vroeger, overal bananen te koop dus ook deze reis door India ga ik overleven.</p>
<p>PS:<br />
In mijn boek Pelgrims en Pepers, dat kort geleden bij Rainbow Pockets in herdruk is verschenen (met zwart-wit foto&#8217;s) is te lezen hoe het reizen door India vroeger was. Dat boek zal dit najaar (2008) ook weer uitkomen bij Uitgeverij Elmar, maar geheel in kleur.<br />
Een ander boek van mij: &#8220;Revanche in de Andes&#8221; zal eveneens dit najaar bij uitgeverij Elmar in herdruk verschijnen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=286</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een serieus geworden grapje</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=240</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=240#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 May 2008 11:00:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=240</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=240.Onze chauffeur was een waar vakman. Met één hand aan het stuur en in zijn andere zijn mobiele telefoon waardoor hij Georgische volzinnen naar de satelliet zond, koerste hij met een vaart van 140 km/h, waar 50 was toegestaan, door het drukke stadsverkeer van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=240">http://www.frankvanrijn.nl/?p=240</a>.<br /><p>Onze chauffeur was een waar vakman. Met één hand aan het stuur en in zijn andere zijn mobiele telefoon waardoor hij Georgische volzinnen naar de satelliet zond, koerste hij met een vaart van 140 km/h, waar 50 was toegestaan, door het drukke stadsverkeer van Tbilisi. Als je kenteken met SPS begint (Special Presidential Service) zal geen agent het in zijn hoofd halen op zijn fluitje te blazen. Voor het eerst in mijn leven knoopte ik vrijwillig de veiligheidsgordel om, hoewel zo&#8217;n ding bij een dergelijke snelheid weinig uitricht als het fout gaat.<br />
Achterin zat Joop die zichtbaar genoot van deze kermisrit en naast hem lag, geheel uitgeteld, onderuit gezakt en bleek van de wagenziekte, Natia, onze speciaal voor deze gelegenheid toegewezen fotografe.<br />
&#8220;Je bent toch niet bang?&#8221; vroeg Joop me lachend terwijl we de linker vangrail op een haar na geraakt hadden en in een diagonaal over de weg op die aan de rechterkant afsuisden, een manoeuvre om wat hinderlijke kruipauto&#8217;s van 80 km/h voorbij te gaan.<br />
&#8220;Ik bang??&#8221; vroeg ik, met moeite een glimlach uit mijn gezicht wringend, terwijl het zweet van mijn voorhoofd droop, &#8220;Kom nou toch!&#8221;<br />
Enkele minuten later kwamen we bij het door militairen en politie bewaakte, zwaar ommuurde, huis van Michael Saakashvili, de president van Georgië en zijn Zeeuwse vrouw Sandra Roelofs aan. Ik telde een dozijn grote Jeeps. Lijfwachten in nette zwarte pakken, met onder hun onberispelijke jasjes grote schietijzers, liepen rond op het pad voor de grote metalen poort in de met camera&#8217;s bewaakte muur.<br />
<img class="center" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/joop.jpg" alt="" align="center" /><br />
Joop had aanvankelijk niet mee gemogen naar de president, want wie was Joop? Toen ik echter toegelicht had dat hij een goede vriend en fietsmaat was van Eduard Roelofs, de vader van Sandra, gingen ook voor hem de presidentiële poorten open. Voorlopig bleef de grote metalen poort voor ons echter nog dicht, maar na verloop van tijd ging die toch open en werden we door Sandra op de veranda ontvangen. De president was nog bezig zich klaar te maken, niet zozeer om ons te begroeten, als wel voor het defilé dat hij later voor de kanselarij moest afnemen, want het was 26 Mei, Georgië&#8217;s Onafhankelijkheidsdag.<br />
Tegen een boompje in de tuin stonden de cadeaus die ik de president en Sandra zou gaan overhandigen: twee goudglimmende Gazelles. Die waren alvast door de fabrikant vooruit gestuurd, zodat ik er niet mee hoefde te sjouwen. Toen ik vorig jaar van Nederland naar Georgië was gefietst werd ik in Tbilisi door de president ontvangen. Meer als grapje dan serieus, beloofde ik hem toen, dat ik voor hem en Sandra een paar mooie fietsen zou regelen bij Gazelle. &#8220;Dan kunt u na uw tweede ambtstermijn samen met Sandra op de fiets van Tbilisi naar Terneuzen&#8221; had ik erbij gezegd.<br />
Een grapje? Toen ik er later over nadacht leek het me nog helemaal niet zo&#8217;n slecht idee en terug in Nederland belde ik er Peter Cijs over op, de accountmanager van Gazelle. Die vond het zelfs een voortreffelijk idee en zo was het gekomen dat Joop en ik nu hier op de veranda van de presidentiële residentie zaten om die fietsen aan te bieden.<br />
<img class="center" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/goudglimmend.jpg" alt="" align="center" /><br />
De overdracht van de twee goudglimmende Gazelles was helaas voorbij voordat ik het in de gaten had. Ik had een praatje van ongeveer een half uur willen houden met wat aardige suggesties, maar toen de president eindelijk op de veranda verscheen was het met een handdruk en twee tellen poseren met de fietsen, waarbij de weer wat opgeknapte Natia wat plaatjes schoot, gebeurd. Met loeiende sirenes en zwaailichten stoven de auto&#8217;s van de president en zijn escorte na het laatste plaatje weg, maar onze chauffeur was net even te laat om zich daarbij aan te sluiten. Hij moest het dus zonder dat escorte doen, maar dat was natuurlijk helemaal geen probleem, want hij was een vakman. En wederom bewees hij dat door met zijn machtige SPS bij 140 km/h tussen de linker en rechter vangrail te oscilleren, terug naar het centrum. Daar kwamen we enkele minuten later tot onze verbazing geheel ongedeerd aan. Door een politieman werden Joop en ik naar een plek voor &#8216;tweederangs VIP&#8217;s&#8217; gebracht, vanwaar we het defilé goed konden zien. Soldaten, pantserwagens en tanks trokken langs ons heen en onderwijl speelde de militaire kapel aan de overkant het Georgische Wilhelmus.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=240</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cuba op z&#8217;n breedst</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=227</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=227#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 19 Feb 2008 16:30:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=227</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=227.Cuba is een lang smal licht gebogen eiland in de vorm van een banaan die klem heeft gezeten in een fietstas en zo 100 km heeft mee geschud over een asfaltweg vol gaten en scheuren. De banaan is nog wel herkenbaar maar is gedeeltelijk [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=227">http://www.frankvanrijn.nl/?p=227</a>.<br /><p><img class="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/cuba.png" alt="" vspace="5" width="100" height="68" align="left" />Cuba is een lang smal licht gebogen eiland in de vorm van een banaan die klem heeft gezeten in een fietstas en zo 100 km heeft mee geschud over een asfaltweg vol gaten en scheuren. De banaan is nog wel herkenbaar maar is gedeeltelijk in elkaar gedrukt zodat hij op sommige plaatsen niet meer te genieten is. De smalste plek van dit bananenland bevindt zich iets ten westen van Havanna. Daar ben je in een rechte lijn in 32 km van de noordkust naar de zuidkust. In de buurt van Holguin is Cuba op z&#8217;n breedst met ongeveer 168 km. Daar heeft de banaan het minst te lijden gehad en is hij dus op z&#8217;n lekkerst.</p>
<p><a title="googlemap;w:100%;h:300" href="http://maps.google.nl/maps?f=q&amp;hl=nl&amp;geocode=&amp;q=cuba&amp;ie=UTF8&amp;ll=21.677848,-79.343262&amp;spn=8.588862,13.623047&amp;t=h&amp;z=6"></a><br />
Het toeval wil dat dit oostelijke gebied van Cuba ook het mooiste is van heel het land. Daar bevindt zich het grootste en hoogste gebergte van Cuba, de Sierra Maestra met veel tropisch groen en alleraardigste bergpassen. Ruim drie weken trok ik daar op mijn fiets rond. <img class="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/Cuba (081).JPG" alt="" width="279" height="418" align="left" />Aangezien mijn visum voor Cuba slechts 30 dagen geldig was en ik twee maanden op dit heel bijzondere eiland wilde blijven, waar de politieke denkbeelden uit dezelfde tijd schijnen te stammen als de vele prachtige Buicks, Chevrolets en Cadillacs die er rondtuffen, moest ik mijn visum laten verlengen. Daarvoor had ik Holguin uitgekozen, dus waar Cuba op z&#8217;n breedst is.<br />
Dinsdag 25 December, eerste Kerstdag, kwam ik om een uur of één in de middag deze stad binnenrijden. Ik ging meteen naar het bureau van de vreemdelingenpolitie (immigración), maar dat was op deze feestdag gesloten, zoals ik eigenlijk ook wel verwacht had. Toch waren er drie beambten aanwezig, waarschijnlijk omdat een dergelijk belangrijk bureau hier permanent bemand moet zijn. Van hen kreeg ik te horen dat ik de volgende ochtend om 8 uur terug moest komen. Dan zou de klus in een kwartiertje gefikst zijn. Dat klonk positief en goedgemutst ging ik op zoek naar een Casa Particular, de Cubaanse variant van het Engelse Bed and Breakfast.<br />
In mijn reisgids had ik er al een paar aangestreept met een patio, tuin of dakterras, want als ik niet kampeer ben ik natuurlijk erg op luxe gesteld. Het mooiste bleek echter vol te zijn en het op één na mooiste ook. Dan maar het op twee na mooiste. Helaas ook dat had zijn kamers al verhuurd. Al dwalende van het ene Casa naar het andere kwam ik tot de ontdekking dat alle kamers in Holguin bezet waren en daarom klopte ik uiteindelijk aan bij het toeristenhotel.<br />
“Jammer meneer, maar we zijn vol”<br />
“Mag ik dan mijn tent voor één nachtje in die groene tuin van jullie opzetten?”<br />
“De directeur is er niet.”<br />
“Dan bent u toch de chef?”<br />
Maar hij was geen chef en hij kon de directeur niet opbellen en durfde geen toestemming te geven de tent op te zetten.<br />
Toen ik naar buiten kwam zei een fietstaxi eigenaar dat hij wel een kamer voor me wist: ”Fiets maar achter me aan”.<br />
De kamer bleek voor twee maanden verhuurd te zijn aan een overwinterende Duitser.<br />
“Ik weet nog wel een andere Casa,” zei de man,”daar kun je gegarandeerd terecht”.<br />
Ik fietste weer met hem mee en kwam bij een huis waarvan de eigenaar op zijn balkon zat.<br />
“Ik heb een klant voor je” riep mijn kamer makelaar hem toe.<br />
“Vol” was het antwoord.<br />
“Kan ik dan mijn tent in uw tuin opzetten?” vroeg ik.<br />
De man staarde me een volle minuut lang doordringend over zijn bril aan, zoals een strenge schoolmeester uit de 19e eeuw een leerling aankeek die gespiekt had en schudde daarna langzaam maar resoluut van nee.<br />
“Kom mee”, zei de fietstaxibestuurder, die zo langzamerhand mijn siteseeing-gids aan het worden was, “iets verderop weet ik een Casa waar 100% zeker plaats is”.<br />
“Zou het?”<br />
“110%, let maar op!”<br />
Toen die 110% even later ook tot 0% gereduceerd bleek te zijn wist de man het niet meer en ging zitten nadenken. De zon begon al flink te dalen en ik had ondertussen de hoop opgegeven hier nog onderdak te vinden. Daarom bedankte ik de man, fietste de stad uit en ging op zoek naar een plek voor mijn tent. Bij een huis met een grote tuin vroeg ik of ik er één nachtje mocht kamperen.<br />
“Ik ben de eigenaar niet”<br />
Bij het tweede huis met een grote tuin:”Dat is verboden. Prohibido!”<br />
Bij het derde: “Kom morgen terug, dan is de baas er”.<br />
Bij het vierde: “Dat is moeilijk, want ……”<br />
Bij het vijfde: “Ik weet eigenlijk niet of ……….”<br />
Bij het zesde: “Waarom ga je niet naar …….”<br />
Het was duidelijk dat geen mens mij de toestemming durfde te geven. Het leek wel alsof de mensen bang waren een vreemdeling op hun erf toe te laten. In vrijwel elk ander land van de wereld schiet je bij de eerste of hooguit de tweede poging in de roos, maar dit was niet “elk ander land”. Dit was Cuba, en Cuba is anders. Het deed me soms aan Roemenië in de tijd van Ceaucescu denken. De omgeving leende er zich helaas niet toe om de struiken in te duiken en mijn tent te verstoppen. Ik zat daarvoor te dicht bij de stad en het was te laat om nog een eind verder te gaan, want de zon was bijna onder.<br />
<img class="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/Cuba (245)a.JPG" alt="" width="400" height="267" /><br />
Maar het geluk lachte me uiteindelijk toch toe, althans zo leek het. Ik kwam, een eindje van de weg, bij een soort werkplaats voor vrachtwagens: een loods op een braakliggend veldje met een afzetting er omheen. Bij het toegangshek stond een huisje met een portier. Na veel overleg met enkele omwonenden kwam de oplossing: “Je kunt op dat veldje daar je tent opzetten” en hij wees naar een door prikkeldraad afgeschermd weitje vol paardenkeutels.<br />
“Daar komt niemand langs en bovendien ben ik hier de nachtwaker, zodat je niets zal overkomen”<br />
Toen ik mijn tent had staan was de duisternis al gevallen. Vermoeid van het met mijn volle fiets urenlang ronddolen door de stad, ging ik voor mijn tent zitten en at mijn kerstmaal: een stuk brood met een banaan.<br />
Plotseling hoorde ik achter me: “De vreemdelingenpolitie wil je spreken”<br />
Ik moest mee naar de portier die me door het luikje van zijn wachthokje de hoorn van zijn telefoon aanreikte.<br />
“Goedenavond” klonk het door de telefoon “we hebben een Casa Particular voor u gevonden. Komt u maar naar ons toe, dan brengen we u er heen.”<br />
“Bedankt voor de moeite, maar ik heb juist mijn tent opgezet en ik ben moe van de hele middag vergeefs zoeken. Ik blijf nu liever hier.”<br />
“Het is toch beter dat u hierheen komt. Dan heeft u een kamer, een goed bed, een warme douche en alle comfort.”<br />
“Sorry, maar ik geef er de voorkeur aan vannacht hier te blijven, aangezien het al donker is en het gevaarlijk is nu langs de grote weg te fietsen. Bovendien ben ik moe, dus als u het goed vindt kruip ik in mijn tent.”<br />
“Wat u doet is veel gevaarlijker. Stel dat er bandieten komen. Wat doet u dan?”<br />
“Is Cuba dan zo’n gevaarlijk land?”<br />
“Nee, nee! Helemaal niet! Cuba is een zeer veilig land! Maar je weet maar nooit!”<br />
“Als het dan zo veilig is blijf ik lekker in mijn tent.”<br />
“We raden u zeer dringend aan om hierheen te komen voor uw veiligheid en comfort.”<br />
Het was duidelijk: ik móést mijn tent afbreken en terugkeren naar het bureau. Meer weerstand bieden zou alleen maar problemen creëren. En dus brak ik de tent af en reed terug naar de stad.<br />
Hoe was de politie er zo snel achter gekomen waar ik mijn tentje had opgezet? Heel eenvoudig: de portier was natuurlijk bang geworden dat hij zijn boekje te buiten was gegaan. Angst voor strafmaatregelen had hem doen besluiten de politie te bellen om te zeggen dat er een bleekgezicht met zijn tent op het veldje tegenover hem stond en daarmee was de kampeerpartij uiteraard naar de maan. Stel je voor: een toerist in een tent in Cuba!! Dat kan niet, dat mag niet, dat is verboden! Prohibido, zoals zoveel andere dingen. Prohibido,  Prohibido, Prohibido!! Je hoort het woord zo vaak dat je er de salsa op kunt dansen.<br />
Terug bij het bureau werd er een man met me meegestuurd om me bij het Casa Particular te brengen.<br />
“Geef me het adres maar” zei ik, “Ik heb een kaartje van Holguin en daarmee vind ik het wel.”<br />
“Nee nee, we willen niet dat u verdwaalt.”<br />
“Ik heb de weg over de hele wereld gevonden dus hier in Holguin vind ik het ook wel.”<br />
“Nee, nee. Je weet maar nooit. Deze man gaat met u mee op zijn fiets.”<br />
Nog voor hij zijn fiets gehaald had wist ik dat de banden lek zouden zijn en jawel hoor. En dus liep ik een eindeloos stuk achter mijn trouwe gids aan. Die ging pas terug toen het achterwiel van mijn fiets over de drempel van het huis was. Fijn toch, dat de overheid in Cuba zo goed zorgt voor de veiligheid en het welzijn van de toerist die vast en zeker zou verdwalen!?!</p>
<p>De volgende ochtend kreeg ik op het immigratiebureau te horen dat ik eerst naar de bank in het centrum moest om voor 25 dollar leges-zegels te halen voor de verlenging van het visum.<br />
“Heeft u die zegels niet hier te koop? Dat zou een hoop tijd en moeite besparen” vroeg ik, maar dat was natuurlijk een zinloze vraag.<br />
Toen ik terugkwam van de bank moest ik mijn pas afgeven en wachten in het halletje. Daar zat een administratrice in een groot boek de namen, geboortedata en paspoortnummers van toeristen over te nemen uit de gastenboeken van een eindeloze sleep Cubaanse B&amp;B eigenaars. Die mensen moeten elke keer als ze een gast krijgen naar het bureau voor een stempeltje en o wee, als er een handtekening of een stempeltje in hun boek ontbreekt! Dat staat ongeveer gelijk met landverraad.<br />
Nadat ik lang gewacht had en vele Casa eigenaren vol geduld en gelatenheid met hun boek had zien passeren, kwam er een jongeman van een jaar of 20 met mijn pas en een kladblok in de hand naar me toe: “Kom mee!”<br />
Ik volgde hem een trap op en een grote lege vergaderzaal in. De man wees me een stoel aan de vergadertafel en nam zelf tegenover me plaats.<br />
“Waar ben je het land binnen gekomen?” vroeg hij.<br />
“Bij Varadero”<br />
“Met welke vliegmaatschappij?”<br />
“Met Martin Air”<br />
“Waar heb je daar de nacht doorgebracht?”<br />
“In hotel Viazul”<br />
“Hoeveel nachten?”<br />
“Eén”<br />
“En toen?”<br />
“Per bus naar Las Tunas om daar mijn fietstocht te beginnen.”<br />
“Met welke busmaatschappij? In welk hotel heb je daar gezeten? Hoeveel nachten? Wat heb je er gedaan? Waar ben je toen heen gegaan? En daarna?? En daarna??? En heb je wel genoeg geld bij je?”<br />
Alleen de verblindende lamp recht in mijn gezicht en een stel duimschroeven ontbraken aan dit kruisverhoor.<br />
“Kom mee!”<br />
Ik liep weer achter mijn grootinquisiteur aan, nu naar beneden waar hij ruggespraak hield met een man van middelbare leeftijd, wiens hoofd wat scheef op zijn romp stond, waarschijnlijk het grote opperhoofd van dit toeristenvriendelijk instituut. Toen hun onderonsje klaar was moest ik weer mee naar boven.<br />
Opnieuw sjokten we de trap op en de vergaderzaal in. Terwijl de grootinquisiteur op een voorbedrukt formulier mijn naam, geboortedatum, paspoortnummer, lengte, breedte, kleur haar, en alles wat maar enigszins van belang kon zijn, noteerde, viel mijn oog op een bord in de hoek met een van de vele honderdduizenden uitspraken van Fidel Castro: “Met intelligentie en met ideeën krijg je alles voor elkaar.”<br />
Mooi van toepassing want aan ideeën en intelligentie ontbrak het deze mensen zo te zien niet en reken maar dat ze heel wat voor elkaar konden krijgen!<br />
Welnu, dat bleek al meteen: “Teken dit formulier! Hier!!” en hij wees waar ik mijn handtekening moest zetten. Daar stond: “El infractor” (de wetsovertreder).<br />
Ik las het papier door waarop een verhaal stond dat min of meer inhield dat ik een halve crimineel was en dat als nog éénmaal geconstateerd werd dat ik ergens illegaal de nacht doorbracht, ik ofwel onmiddellijk het land uitgegooid zou worden, ofwel een zware geldboete zou krijgen ofwel in de gevangenis zou belanden.<br />
“Ik heb de nacht niet illegaal doorgebracht” antwoordde ik “Ik heb braaf mijn tent weer afgebroken en ben onmiddellijk naar jullie toegekomen.”<br />
“Je hebt er mee gedreigd”<br />
“Luister, ik heb vier uren lang gezocht naar een legale overnachtingsplek en alles was vol. Wat moest ik dan doen?”<br />
“Toch een Casa Particular of een hotel zoeken, want je tent opzetten is verboden. Prohibido!”<br />
“En als alles nu vol is en er niets te vinden is?’<br />
“Toch een Casa Particolar of een hotel zoeken, want je tent opzetten is verboden. Prohibido!”<br />
“Weet je, die Fidel van jullie heeft ook een hoop illegale dingen gedaan, samen met Che Guevara, toen hij in 1956 met zijn bootje bij Las Coloradas landde om Battista te verdrijven. Dat was ook Prohibido!!”<br />
Dat laatste van Fidel en Che dàcht ik natuurlijk alleen maar, want als ik dat had gezegd was ik beslist niet meer op tijd geweest voor de Fiets- en Wandelbeurs. Ik had op dat moment in het Holguinse inquisitiepaleis nog slechts één behoefte: weg uit dat sinistere hol en wel zo snel mogelijk. Weg van daar, weg van die kleverige greep van een al 49 jaar lang vastgeroest, rigide, beklemmend systeem. En dus tekende ik het formulier waarmee ik officieel een Cubaanse wetsovertreder werd.<br />
Bij Holguin is Cuba op zijn breedst, maar in dit bureau toonde Cuba zich op z’n smalst. Jammer. Gemiste kans voor Cuba om een sympathieke indruk naar buiten te maken. Ik had een aardig boek over mijn reis willen schrijven maar dat is na deze ervaring natuurlijk van de baan. Ik schrijf liever over plezierige landen, waar je je tent mag opzetten, waar de plaatselijke bevolking je zonder controle en stempeltjes bij zich thuis mag uitnodigen en waar je als brave fatsoenlijke toerist niet met gevangenisstraf bedreigd wordt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=227</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op bezoek bij de president van Georgië</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=204</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=204#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Oct 2007 18:45:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=204</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=204.Maandag 1 Oktober hield ik tegen de avond halt voor een van de chicste hotels van Tbilisi. Normaal waag ik me niet eens in de b&#250;&#250;rt van zo&#8217;n luxe tent, maar die dag lag de zaak anders. Ik was hier uitgenodigd voor een diner [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=204">http://www.frankvanrijn.nl/?p=204</a>.<br /><p>Maandag 1 Oktober hield ik tegen de avond halt voor een van de chicste hotels van Tbilisi. Normaal waag ik me niet eens in de b&uacute;&uacute;rt van zo&rsquo;n luxe tent, maar die dag lag de zaak anders. Ik was hier uitgenodigd voor een diner met Sandra Roelofs, de Nederlandse echtgenote van de president van Georgi&euml;. Met de fiets aan de hand liep ik zelfverzekerd op de twee ge&uuml;niformeerde portiers af, niet anders verwachtend dan dat ze snel en beleefd voor me aan de kant zouden springen om mij door te laten.&nbsp;</p>
<p><img height="267" alt="" width="400" align="middle" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/IMG_3222.jpg" /><br />
In plaats daarvan blokkeerden ze me echter de weg en beduidden me dat mijn fiets niet naar binnen mocht. Hoe ik ook betoogde dat deze hele avond juist om mijn fiets draaide omdat die mij 10.000km lang over bergen en door vlakten hierheen gebracht had, speciaal om Sandra te ontmoeten, de twee portiers bleven doof voor mijn argumenten. Zelfs toen de gerant erbij gehaald werd lukte het niet de mooiste fiets van het Noordelijk halfrond over de drempel te krijgen. Het bleef bij wat rondjes rijden over het pleintje tegenover het hotel voor de in forse getale toestromende persfotografen en cameralieden, waarna de fiets in een zijgebouwtje werd ondergebracht. <br />
Sandra was ondertussen ook gearriveerd en gaf op de bovenverdieping een persconferentie voor een dozijn naar haar uitgestoken microfoons. Dat ging in het Georgisch, zodat ik niet verstond waar het over ging. Ik vermoedde dat het iets met mijn reis en het (fiets)toerisme in Georgi&euml; te maken had. Toen zij klaar was werden alle microfoons op mij gericht en kon ik vertellen over mijn reis en waarom ik dacht dat Georgi&euml; zo&rsquo;n mooi land was en zo geschikt voor toerisme. Dat ging in het Engels zodat nu de pers niet verstond waar het over ging. Gelukkig was daar de secretaresse van Sandra die alles wat ik zei keurig in het Georgisch vertaalde.<img class="left" height="375" alt="" width="250" align="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/IMG_3266.jpg" /><br />
Na afloop van de persconferentie volgde het diner, waar behalve Sandra en ik ook de Nederlandse ambassadeur aan deelnam, alsmede twee beambten van het ministerie van toerisme, de secretaresse en de twaalfjarige zoon van Sandra. Ook was er een Nederlands echtpaar van de partij dat op fietsvakantie was en gedurende een maand door Georgi&euml; en Armeni&euml; toerde: John Telleman en Gudy Rooijakkers, kortweg Zjon en Guud. Deze laatsten zijn actieve leden van Nederlands belangrijkste vereniging: &ldquo;De Wereldfietser&rdquo;. Ze hadden met enige moeite hun vakantie zo georganiseerd, dat ze bij deze ontvangst aanwezig konden zijn om daar in woord en beeld verslag van te doen.&nbsp;<br />
En tenslotte was daar als volmaker van dit illustere tiental het beste renpaard van stal: Eduard Roelofs, de vader van Sandra die mij op mijn laatste etappes naar Tbilisi had vergezeld en die, naar zijn zeggen, &ldquo;bijna gek&rdquo; van me was geworden omdat ik niet hard genoeg doortrapte en te vaak stopte om een kilogram taaie Soviet-koek te kopen. Zo is hij het in Zeeuws Vlaanderen waar hij met zijn wielerclub met 35km/h over het effen asfalt suist, niet gewend. Nochtans hadden we het goed met elkaar uitgehouden en was er zelfs sprake van uitwisseling van fietscultuur: Hij begon steeds meer plezier in de keienpaden en de taaie koek te krijgen en ik kwam wat los van mijn eigen tempo waarin ik de laatste 25 jaar, door te veel alleen fietsen, was vastgeroest. <br />
Bij het dineetje ging het er natuurlijk van dik hout zaagt men planken aan toe, wat je in Georgi&euml; kunt verwachten: gatchapuri (warm kaasbrood) ghinkali (een soort reuzen ravioli), salades, pkhali (spinaziepasta met walnoten en knoflook), vlees, kaas, patatten en nog zoveel meer dat ik het me allemaal niet herinner. Wat ik me w&egrave;l herinner is dat er veel bij zat waarvan ik geen idee had uit welke componenten het was samengesteld en dat alles z&oacute; overvloedig was dat er na afloop, toen iedereen zich tonrond had gegeten ongeveer 80% over bleef. Dat hoort zo in Georgi&euml;, want o wee als een van de schotels leeg raakt! Dat zou kunnen betekenen dat iemand te weinig van dat gerecht had gekregen en zoiets moet tot elke prijs worden voorkomen. Met mijn Nederlandse &ldquo;bord-leeg-eten-en-niets-laten-staan-mentaliteit&rdquo; viel het mij die avond zwaar. Eduard deed mij na afloop het idee aan de hand een van de bedienden een doggy-bag te vragen, maar dat zou er dan een van de afmetingen van een grote vuilniszak moeten zijn. En waar laat je dat alles op je fiets?&nbsp;<br />
Met een ijsje, zo groot dat de tafelgenoot tegenover je daar geheel achter schuil ging, werd dit bijzondere etentje besloten.</p>
<p>Was het al moeilijk geweest om Sandra te ontmoeten in verband met haar vele bezigheden op het humanitaire vlak, een bezoekje aan haar man, bleek een waar &ldquo;pi&egrave;ce de r&eacute;sistance&rdquo; te zijn. Steeds als er een afspraak met zijn staf gemaakt was, kwam er wat tussen en moest het uitgesteld worden. Het heeft me altijd leuk geleken om president te zijn in een grote glimmende auto met vlaggen erop en ge&euml;scorteerd door en dozijn andere grote glimmende auto&rsquo;s rondgereden te worden. Helaas blijkt het vak toch ook een hoop verplichtingen en werk met zich mee te brengen en dat verandert de zaak natuurlijk.&nbsp;<br />
Na vier dagen wachten in Tbilisi, terwijl de Heer Saakashvili heen en weer vloog tussen Tbilisi, New York, Athene en Parijs, begon ik te betwijfelen of ik de geschikte man voor zo&rsquo;n job zou zijn. En wat ik ook begon te betwijfelen was of het ooit tot een ontmoeting met de president zou komen. Daarom ging ik mijn tassen maar pakken voor de laatste fase van mijn reis: een rondje Armeni&euml;.&nbsp;<br />
Opeens kwam Zjon, die in hetzelfde 7e-rangs pensionnetje logeerde als ik, binnenrennen met de mededeling: &ldquo;Eduard belde me zojuist op mijn mobiele telefoon. We worden over een half uur bij de president verwacht&rdquo;. Dat was om vijf uur in de middag en inderdaad om elf uur &rsquo;s avonds was het zover. Na ons met succes door een serie security checks gewerkt te hebben, konden Eduard, Zjon en ik de werkkamer van de president binnen. Ik vond de afmetingen van de kamer wat tegenvallen, want je kon er amper een partij tennis spelen, maar het bleek slechts de wachtkamer te zijn. De werkkamer zelf waar we na een half uur wachten werden toegelaten was gelukkig wat ruimer zodat we onze benen konden uitstrekken.<img height="267" alt="" width="400" align="middle" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/IMG_3624A.jpg" /><br />
Mikheil Saakashvili, nog geen 40 jaar oud (!) bleek een gezellige prater te zijn en informeerde nog voor we goed en wel in de zachte kussens van een comfortabele bank waren weggezakt, naar de hondenbeet die ik enkele dagen daarvoor had opgelopen. (Voor meer info over die beet en vele andere voorvallen tijdens mijn reis, zie mijn boek waarvan ik nog geen letter op papier heb staan, maar waarvan al veel zinnen in mijn hoofd zitten. Nog even geduld dus.) Ik antwoordde dat dat wel los liep, maar dat er nog veel meer los liep: ongeveer tien miljoen honden die niet allemaal tot het gezellige schoothondjes-type behoren, en waarbij je het wel uit je hoofd laat om ze over de bol te aaien.</p>
<p>&ldquo;Zo erg als de honden zijn, zo vriendelijk en gastvrij zijn de mensen&rdquo; voegde ik er snel aan toe om de balans, die de verkeerde kant uit dreigde te slaan, weer in evenwicht te krijgen.<br />
&ldquo;Bovendien is Georgi&euml; een prachtig land met indrukwekkende bergen en even indrukwekkende kloosters. Een land met een geweldig toeristisch potentieel. Voor fietsers is het op de kleinere wegen met gravel en vol gaten een waar eldorado.&rdquo;<br />
&ldquo;Die wegen zullen aan het einde van mijn ambtstermijn allemaal geasfalteerd zijn&rdquo; <br />
Ik betoogde dat een groot deel van de lol voor fietsers bestaat uit het links en rechts om potholes heen rijden. Hoewel ik Mikheil, die zelf een enthousiast fietser is en elke ochtend, als zijn werk het toelaat, zo&rsquo;n half uur fietst,&nbsp; daarvan kon overtuigen, is het de vraag of er na die asfalteerkruistocht nog wel genoeg gaten in de secundaire wegen over zullen zijn om de fervente pothole-fietser tevreden te stellen.<br />
&ldquo;Kijk&rdquo; zei hij opstaand, &ldquo;dit heb ik van een oliesjeik uit het Midden Oosten gekregen&rdquo;, en hij tilde een puur gouden moskee van 25 bij 25 cm op waar een klokje in zat. &rdquo;Leuk, maar wat heb je er eigenlijk aan? Een fiets, d&aacute;&aacute;r kun je wat mee!&rdquo;&nbsp;&nbsp; <br />
Dat hete ijzer liet ik natuurlijk niet afkoelen en smeedde het meteen: &ldquo;Dan breng ik volgend jaar voor u en Sandra een prachtige Gazelle, type Kathmandu, mee, waarop u, als uw ambtstermijn er op zit, naar Nederland kunt fietsen&rdquo;.<br />
De tijd tikte tijdens dat geanimeerde gesprek genadeloos door, waardoor de geplande vijf minuten, voor slechts een handdruk en een foto, uitliepen tot twintig minuten, gedurende welke Zjon een paar Gigabytes aan digitale foto&rsquo;s op ons verschoot. Daarna moest de Heer Saakashvili snel naar het vliegveld, want er stond die nacht nog iemand op zijn programma. &ldquo;De Hoop Scheffer zal al wel geland zijn en vraagt zich nu natuurlijk af waarom ik op me laat wachten&rdquo;<br />
We namen afscheid en toen Eduard, Zjon en ik buiten kwamen zagen we een sleep auto&rsquo;s met zwaailichten in snelle vaart de kanselarij verlaten, richting vliegveld.<br />
&ldquo;Op naar Armeni&euml; voor nieuwe belevenissen&rdquo; zei Zjon, die net als ik blij was dat we de volgende dag deze drukke stad konden verlaten en weer in actie konden komen.&nbsp;&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=204</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een weggetje dat je op je sloffen doet</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=203</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=203#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Sep 2007 22:59:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=203</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=203.Door een nogal desolaat bergland fietste ik van Vardzya in de richting van Tbilisi. Dicht voor de grote afdaling naar Manglisi werd ik weer eens aangevallen door een stel honden die vonden dat ze Georgië tegen vreemde indringers moesten beschermen. Snel trok ik, als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=203">http://www.frankvanrijn.nl/?p=203</a>.<br /><p>Door een nogal desolaat bergland fietste ik van Vardzya in de richting van Tbilisi. Dicht voor de grote afdaling naar Manglisi werd ik weer eens aangevallen door een stel honden die vonden dat ze Georgië tegen vreemde indringers moesten beschermen. Snel trok ik, als Ivanhoe, mijn zwaard van onder een binder vandaan, gooide mijn fiets op het plaveisel en stormde met een woeste schreeuw op mijn belagers af. Hoewel mijn zwaard van hout was en net zo scherp als een bezemsteel, had mijn tegenaanval succes. De draken kozen schielijk het hazenpad. Toen de laatste met de staart tussen de poten in het struikgewas verdween, verscheen om de bocht van de nogal verlaten weg een grote glimmende machine van het luxe land cruiser type.<br />
De auto met het kenteken SPS103 stopte en een man in een veelkleurig wielertenue stapte uit, alsmede een in een keurig zwart pak gestoken man die eruit zag als iemand waar je liever geen ruzie mee maakt. Even stond ik vreemd te kijken, een wielrenner in Georgië? Zo iemand is ongeveer net zo zeldzaam als een eskimo in de Sahara. Maar vrijwel onmiddellijk herkende ik in deze sportverschijning Eduard Roelofs, de vader van de meest populaire vrouw van Georgië, Sandra Roelofs, de echtgenote van de president. De man in het zwart kon niet anders dan Eduards persoonlijke lijfwacht zijn.</p>
<p>Eduard had ik leren kennen op de Fiets- en Wandelbeurs in Amsterdam en we hadden daar afgesproken dat hij mij op mijn fietstocht door Georgië een stuk zou begeleiden. Na een enthousiaste begroeting, waarbij ik uitlegde wat mijn houten zwaard te betekenen had, haalde Eduard zijn fiets uit de achterbak, een prachtige gepoetste felgele mountainbike.<img src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/3153a.jpg" alt="" align="middle" /><br />
“De fiets van de president”, lichtte Eduard toe, “maar ik mag er op rijden. Hij heeft het toch te druk”.<br />
“Geen Gazelle”, constateerde ik kritisch.<br />
“Nee, nu je het zegt”, gaf Eduard toe.<br />
“Daar moet natuurlijk verandering in komen”, vond ik, ”maar er is wel mee te rijden, hoop ik”.<br />
Dat er mee te rijden was bewees Eduard die er meteen als een speer vandoor ging. Omdat ik mijn bagage in de auto kon deponeren, kon ik ook aardig uit de voeten en zo stoven we heuvel op, heuvel af richting Tskneti, een plaatsje dat ca. 600 meter boven de hoofdstad Tbilisi ligt. Daar logeerde Eduard met zijn vrouw Magda in een fraai appartement op een zwaar bewaakte compound waar veel regeringsfunctionarissen wonen.</p>
<p>Ik werd er door beiden gastvrij ontvangen en na de uitgebreide thee liepen we wat door het plaatsje. Dicht achter ons liep de man in zijn zwarte pak met een pistool onder zijn jasje.<br />
“Die lijfwacht volgt ons waar we gaan en staan”, lichtte Eduard toe.<br />
“Leuk?” vroeg ik.<br />
“Soms”.<br />
Dat het zijn aantrekkelijke kanten had, merkte ik drie minuten later.<br />
“Vanavond wordt in de opera van Tbilisi Rigoletto opgevoerd”, liet mevrouw Roelofs zich op een gegeven moment ontvallen.<br />
“Jammer dat het daar nu te laat voor is”, antwoordde ik.<br />
“Te laat?”vroeg Eduard. “Het begint om 7 uur en het is nu 6 uur”.<br />
“Ja, dat bedoel ik. Eer we gegeten hebben, die 15 km hebben gereden door het, ongetwijfeld waanzinnige verkeer van de hoofdstad en kaartjes hebben gekocht, als die er nog zijn, is de eerste acte al ruimschoots voorbij”.<br />
“Let maar eens op”, zei Eduard en overlegde het een en ander in het Russisch met zijn lijfwacht. Die haalde vervolgens zijn mobiele telefoon voor de dag, belde wat heen en weer en 5 minuten later kwam de SPS103 voorgestoven, (Special Presidential Service). Eduard en ik stapten in en meteen stoven we omlaag, richting Tbilisi. Magda moest thuis blijven om op hun kleinzoontje te passen, de president junior. Alsof we een rally reden, stoven we even later door de stad, stoplichten negerend en politieauto’s met afzonderlijke zwaailichten aan de kant toetterend.<br />
In een restaurantje tegenover de opera, dat veel weg had van een metrotunnel, maar waar ze snel een goede gathchopuri op tafel wisten te zetten, deden we ons tegoed aan deze dikke warme, met kaas en ei gevulde broden, een specialiteit van Georgië. Om 5 voor 7 waren de gatchopuris naar binnen gewerkt. We staken de Rustaveli, de drukste straat van heel het land, over, waarbij onze lijfwacht het verkeer voor ons tegenhield en gingen onder zijn leiding de opera binnen via een zijdeurtje.<br />
“Moeten we niet aan de voorkant in de rij gaan staan voor een kaartje?” vroeg ik.<br />
&#8220;Ik laat alles maar gewoon over me heenkomen”, antwoordde Eduard. De lijfwacht bracht ons regelrecht naar de loge waar indertijd de tsaar nog best wel eens gezeten zou kunnen hebben en zo waren we precies op tijd voor de ouverture.<img src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/images/IMG_3045.jpg" alt="" width="400" height="267" align="middle" /></p>
<p>Dat zo’n lijfwacht die altijd achter je aan hobbelt ook nadelen kan hebben, merkten we een paar dagen later toen we op weg waren naar Kazbegi, hoog in de Caucasus en dicht bij de Russische grens. Een extra ritje naar de Truso-kloof lokte ons erg aan en dus sloegen we 7 km voorbij de Ivari-pas een zijdal naar het westen in. Enkele kilometers verder kwam de auto met lijfwacht die al die dagen min of meer op onze achterwielen reed, naast Eduard rijden. Er volgde een gesprek in het Russisch dat ik niet verstond maar Eduard lichtte het even later toe:<br />
“We moeten dit paadje op”.<br />
“Welk paadje?” vroeg ik rondkijkend.<br />
“Dit hier links”.<br />
Inderdaad ontwaarde ik door een onooglijk ruig keienpad dat ijzingwekkend steil omhoog voerde, de zijkant van de kloof op.<br />
“Waarom daarheen?” vroeg ik. “De Truso-kloof is toch rechtuit?”<br />
“Ja, maar de weg is verderop versperd door gevallen stenen”.<br />
“Daar tillen we onze fietsen gewoon even overheen”.<br />
“Jawel, maar de SPS103 kon er niet door”.<br />
“Dan wacht die hier, want we komen toch over een paar uurtjes op deze plek terug”.<br />
“Uitgesloten. De security mag niet van me wijken. Speciale order van de president”.<br />
En zo fietsten en sjorden we onze fietsen kilometers lang over het ezelpad omhoog. Op zich geen onaardige bezigheid, maar als er een relatief comfortabel en mooier alternatief is, krijgt zo’n exercitie iets van slavenarbeid. Eduard die kort daarvoor nog de loftrompet had gestoken over zijn geweldige kliksysteem waarmee zijn wielerschoenen aan de trapper vastklikken, slipte opeens over een van de 10.000.000.000 keitjes op het pad. Omdat hij zijn schoenen niet snel genoeg uit de klik kreeg, maakte hij een geweldige smak.<br />
“Wat nu”? vroeg ik verbaasd. “Op een weg als deze is zo’n kliksysteem een blok aan het been”.<br />
Na een tweede doffe dreun op de keien opende hij de kofferruimte van de SPS, haalde daar zijn pantoffels uit en begon zijn kliksysteem schoenen los te maken.<br />
“Wat ga je doen?”, vroeg ik.<br />
“Ik ga mijn pantoffels aantrekken. Daarmee kan ik tenminste fatsoenlijk over dit keienpad”.<br />
En zo kwamen we, na een afdaling die zo steil was dat we er moesten lopen, omdat je anders zelfs met pantoffels aan een doodssmak maakt, in de prachtige Truso-kloof terecht. Eenmaal op veilige grond merkte Eduard snedig op: “Een weggetje dat je op je sloffen doet”.</p>
<p>Georgië<br />
15 oktober 2007</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=203</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bedorven tomatenpuree</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=174</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=174#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 14 Sep 2007 11:19:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=174</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=174.In mijn vorige bericht op deze website schreef ik dat als er weer eens weinig te beleven is, bijvoorbeeld in verband met slecht weer, en ik geen zeep had om de was te doen, ik zal proberen meer over mijn belevenissen te schrijven. Welnu, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=174">http://www.frankvanrijn.nl/?p=174</a>.<br /><p>In mijn vorige bericht op deze website schreef ik dat als er weer eens weinig te beleven is, bijvoorbeeld in verband met slecht weer, en ik geen zeep had om de was te doen, ik zal proberen meer over mijn belevenissen te schrijven. Welnu, vandaag is het heerlijk weer, ik heb w&egrave;l zeep en veel vuile kleren en ik zit in Vardzia dat, zoals velen van u ongetwijfeld zullen weten, in een prachtige canyon ligt. Er is dus veel te beleven en veel te doen en toch heb ik mijn schriftje voor de dag gehaald om verslag uit te brengen van mijn reis.&nbsp;<br />
Is het mijn plichtsbesef dat opeens zo ongenadig heeft toegeslagen? Nee, want wat mijn plichtsbesef betreft lijk ik een beetje op Pinokkio. Ik heb het wel maar soms duurt het even voordat het zich manifesteert. Nee, het was een blikje met bedorven tomatenpuree waarmee ik gisteravond mijn macaroni wilde opfleuren. Resultaat: diarree, misselijkheid en een algehele slapte die elke fysieke bezigheid verhindert.&nbsp;<br />
Ik zit hier op een mooie camping in een boomgaard. Op loopafstand bevindt zich een houten hokje waar een scheefgezakte deur voor zit die zowaar nog redelijk dicht kan en er bevindt zich ergens een stuk tuinslang waar, als je geluk hebt, water uit komt. Alle ingredi&euml;nten voor een ideale camping dus, afgezien dan van twee waakhonden die me vannacht met al hun gewaak nogal uit mijn slaap hebben gehouden. Vanochtend was ik daarom ondanks mijn lichamelijke ongemakken en het feit dat ik in een van de bijzondere archeologische plekken van Georgi&euml; zit, vast van plan om hier onmiddellijk te vertrekken. En aldus deed ik want n&oacute;g een nacht zou me teveel masochisme zijn.&nbsp;<br />
De eerste zes kilometer met flinke klimmen en afdalingen erin waren echter ook een eerstegraads masochisme. Bij een winkeltje stopte ik, spoelde als medicijn twee flesjes limonade door mijn keel en zag af van mijn plan om die dag nog mijn reis te vervolgen. Ik moest kiezen uit twee masochismen en koos voor die van de honden. Veel alternatief was er niet want alles wat in Vardzia naar hotel riekt zakt langzaam uit elkaar en is al tijden verlaten. En dus keerde ik terug naar de door mijn twee vrienden zwaar bewaakte camping die nog wel werkt.&nbsp;<br />
Na daar drie uur lang uitgeteld op de grond te hebben gelegen had ik de moed om dat schriftje ter hand te nemen en naar goede idee&euml;n te zoeken want voor de websites van Gazelle en VAUDE kun je niet met matige idee&euml;n aankomen. Ik zit nu in de schaduw en dat toont aan dat ik me niet lekker voel.&nbsp;<br />
Het is de schaduw van een appelboom waar zo nu en dan en halfrijp appeltje afvalt. Mijn gedachten drijven daardoor af naar een grote geest die ook ooit eens onder een appelboom zat en die, toen hij een appel op zijn hoofd kreeg, een geweldige inval kreeg. Niet: &ldquo;Is het appeltje rijp en zoet?&rdquo; maar &ldquo;Waarom valt dat appeltje eigenlijk?&rdquo; Daar is hij nooit achter gekomen maar hij is er wel mee aan de slag gegaan en om een beetje leuk aan de gravitatie te kunnen rekenen vond hij en passant de differentiaal- en integraalrekening uit. En daarmee heeft deze ingenieuze Isaac het gras voor mijn voeten grotendeels weggemaaid of beter gezegd: de appels voor mij van de boom geplukt. Anders had ik die rekenfoefjes misschien zelf wel uitgevonden want tijdens mijn studie was ik met een 7 en soms wel met een 7,5 een bolleboos in wiskunde.&nbsp;<br />
Vardzia bestaat dus uit desintegrerende hotels waar bomen door de geopende vensters groeien, daken bij stukjes en beetjes instorten en het oude Sovjet-beton langzaam wegrot. Maar er is meer want deze ruїnes, hoewel archeologisch beslist niet oninteressant, zijn niet waarover de reisgidsen hoog opgeven. Tegenover al deze twintigste-eeuwse archeologische schatten aan de zuidelijke canyonwand bevinden zich in de noordelijke canyonwand zo&rsquo;n slordige 600 grotten die 1000 jaar geleden in de rots gehakt zijn. Door een zware aardbeving in 1283 scheurde de enorm uitgeholde en geperforeerde wand af en stortte er een enorm stuk rots naar beneden waardoor zo&rsquo;n 300 kamers zichtbaar werden. Die noordelijke canyonwand is dus een reuzen-gatenkaas waar je urenlang langs en doorheen kunt lopen om van de schitterende uitzichten te genieten, je onderwijl afvragend hoeveel uurtjes (of jaartjes) van bikwerk het gekost heeft om zoiets voor elkaar te krijgen. Er zit zelfs nog een complete kerk vol originele fresco&rsquo;s in.&nbsp;<br />
Gelukkig heb ik die &ldquo;grottenstad&rdquo; gisteren al uitgebreid bekeken want ik zou er vandaag de fut niet voor hebben. Enkele kilometers verderop moet echter in een diepe bergkloof nog een 1000 jaar oud kerkje liggen dat ik nog niet gezien heb. Het zou jammer zijn als ik dat moest missen en daarom staat er naast me nog een halve liter limonade-medicijn waarmee je de meest afschuwelijk vastgeroeste moeren los kunt krijgen. Ik hoop maar dat dit wondervocht ook bij machte zal zijn alle ellende in mijn maag en ingewanden los te krijgen zodat ik, als dit verhaal af is, dat kerkje alsnog kan gaan bekijken .&nbsp;</p>
<p>Vanuit Turkije ben ik ruim twee weken geleden Georgi&euml; binnengefietst. Hoor je in bijna de hele wereld: &ldquo;Cruyff, van Basten&rdquo; en nog een aantal van dat soort halfgoden, als je zegt dat je uit Nederland komt, hier hoor je: &ldquo;Sandra&rdquo;. Sandra Roelofs is de Nederlandse vrouw van Mikheil Saakashvili, de president van Georgi&euml;. &ldquo;Sandra good!&rdquo; zeggen de mensen dan en steken daarbij ook hun duim op. &ldquo;Laten we wodka drinken op de vriendschap tussen Nederland en Georgi&euml;.&rdquo;&nbsp;Onder die wodka (ruwweg 80% alcohol), dat als een soort brandend vergif door je slokdarm zakt alvorens je maag te bestormen, is vaak moeilijk uit te komen omdat de Georgi&euml;rs op dat punt nogal insisteren. Met een toneelstukje (hoestbui en: &ldquo;Doctor says njet&rdquo;, waarbij ik mijn rechter wijsvinger als een mes langs mijn keel laat glijden) is het me echter nog steeds gelukt om de wodka-dans te ontspringen.</p>
<p>Georgi&euml; is een prachtig land en een van de mooiste gebieden daarvan is Svaneti&euml; in het noorden, waar de machtige tot over 5000 meter hoogte reikende Kaukasusketen de grens met Rusland vormt. Dicht onder kubieke kilometers graniet en mijlenlange gletsjers ligt het plaatsje Mestia met zijn zeer bijzondere bijna 1000 jaar oude karakteristieke torens. Vroeger had iedere familie hier zo&rsquo;n toren om zich in terug te trekken in tijden van gevaar. Er staan er daar nog 30 &aacute; 40 van overeind. Ushguli, 45 kilometer verderop, overtrof met zijn woud van soortgelijke torens zelfs het fraaie Mestia en het d&eacute;cor van Bergen en gletsjers was n&oacute;g indrukwekkender. Het dorpje ligt op 2200 meter en is daarmee volgens mijn reisgids het hoogst gelegen permanent bewoonde dorp van Europa. En laat ik nu altijd gedacht hebben dat Georgi&euml; in Azi&euml; ligt! Maar als je het de Georgi&euml;rs vraagt krijg je unaniem &quot;Europa&quot; als antwoord.&nbsp;<br />
Vanaf Ushguli moest ik volgens een reisfoldertje van SNP, een reisorganisatie die zich specialiseert in prachtige wandel- en fietsreizen, nog over een pasje van 2300 meter om af te dalen naar lagere oorden. &quot;Pasje&quot; want als je al op 2200 meter zit is het natuurlijk een fluitje van een cent. Dat fluitje bleek een trompet van een rijksdaalder te zijn. Acht kilometer lang moest ik me op een grove-keienweg te pletter trappen om boven te komen. Daar wees mijn hoogtemeter 2800 meter aan, waarmee deze klim dus vijfmaal zo hoog was als ik had verwacht. Dat was natuurlijk een grapje van een van de reisleiders van SNP om hun klanten te verrassen. Het moet per slot van rekening niet allemaal vanzelf gaan. De afdaling ging ook niet vanzelf: een volledig weggeregend pad van keien, geulen, plassen en beken en z&oacute; steil dat ik grote stukken van de eerste 12 kilometer moest lopen met beide remmen zwaar ingeknepen. Maar voor dat soort lol doen we het natuurlijk allemaal en achteraf is die lol nog leuk ook!</p>
<p>En wat ook leuk, of eerder erg fijn is, mijn maag en ingewanden zijn zich flink aan het herstellen en mijn energie keert terug. Tijd dus om dat 1000 jaar oude kerkje in die bergkloof op te gaan zoeken. Tot een volgende keer, maar dan hopelijk niet na een macaronimaal met bedorven tomatenpuree als saus.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=174</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Niet te snel en niet te langzaam</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=173</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=173#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Aug 2007 11:14:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=173</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2010 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=173.Eindelijk dan toch weer eens een berichtje op het web. Ik had mij voorgenomen om u regelmatig op de hoogte te houden van mijn belevenissen onderweg, maar het blijkt dat ik het zo druk heb met het beleven van die belevenissen, dat ik geen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2010 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=173">http://www.frankvanrijn.nl/?p=173</a>.<br /><p>Eindelijk dan toch weer eens een berichtje op het web. Ik had mij voorgenomen om u regelmatig op de hoogte te houden van mijn belevenissen onderweg, maar het blijkt dat ik het zo druk heb met het beleven van die belevenissen, dat ik geen tijd overhoud voor het schrijven daarover. En als er eens even toch wat tijd over is en er niets te beleven valt, ben ik druk met triviale dingen als het wassen van kleren of het doen van inkopen.&nbsp;<br />
Maar nu is er opeens tijd voor schrijven. Weliswaar moet er een reus van een was gedaan worden, maar gelukkig is hier geen gelegenheid om kleren te wassen en dat opent mogelijkheden voor een verhaal.&nbsp;<br />
Vanaf St. Gallen in Zwitserland, waar ik mijn vorige verhaal schreef, vergezelde Hans Koster, bij wie ik logeerde, me door Oostenrijk naar Ljubljana in Sloveni&euml;. Daar waren de 50 sigaren die hij bij zijn speciaalzaak had ingeslagen en die een niet onaanzienlijk deel van zijn bagage vormden, op. Voor Hans is een reis zonder sigaren als thee zonder suiker of soep zonder zout en dus nam hij de trein terug naar St. Gallen. Volgend jaar als hij weer een stuk met me meefietst, zal hij 150 sigaren meenemen, zo beloofde hij me.&nbsp;<br />
Ik vervolgde alleen mijn tocht door Sloveni&euml;, Kroati&euml;, Bosni&euml; Herzegovina, Servi&euml; en Bulgarije naar Turkije. In plaats van de relatief rustige route over de Dardanellen te nemen, koos ik voor Istanbul, aangezien de vorige keer toen ik daar was, vrijwel alle bezienswaardigheden gesloten waren i.v.m. het einde van de Ramadan. Topkapi vormde het hoogtepunt van die bezienswaardigheden en een groot deel van mijn rustdag liep ik door de tuinen en gebouwen van dit even fraaie als uitgebreide paleizencomplex. De zalen met gouden en zilveren sierraden vol edelstenen deden me niet veel, maar de architectuur was het bezoek dubbel en dwars waard.&nbsp;<br />
Voor de harem moest je extra betalen, waarom was met niet duidelijk en hoewel de mensen er wild enthousiast over zijn, verwachtte ik er niet veel van. Dat leverde echter de, in dergelijke gevallen gebruikelijke zelfconflictsituatie op: Ik ben nu hier en hoe vaak zal ik me nog door de jungle van zes miljoen auto&#8217;s heen wurmen om weer in Istanbul te komen? Als ik die harem laat varen loop ik weer tijden rond met het zelfverwijt dat ik 10 TL (= fl 12,50) heb uitgespaard ten koste van misschien wel het geweldigste dat deze stad te bieden heeft. En dus kocht ik de ticket en sjouwde in een kwartier door een rijtje zaaltjes met weliswaar fraai tegelwerk, maar dat toch weinig toevoegde aan het geheel.&nbsp;<br />
De harem was dus precies wat ik ervan verwacht had: een verspilling van tijd en geld. Maar was dat vroeger voor de sultans eigenlijk ook niet het geval? In Istanbul zakte ik naar het Zuidoosten af naar mijn favoriete gebied van Turkije: Capadoci&euml; met zin grillige pilaren die door een gigant van een kunstenaar uit de heuvels lijken te zijn gehakt. Vier dagen liep en fietste ik er rond vol ontzag voor deze Artiest.&nbsp;<br />
Daarna verlegde ik de koers iets naar het Noordoosten om een ander bijzonder gebied aan te doen, de Ka&ccedil;kar bergen niet ver van de Zwarte Zee en de grens van Georgi&euml;. Daar maakte ik een lange dagwandeling naar een top van 3500 m en had er, toen ik mijn weg vervolgde spijt van dat ik er niet wat langer was gebleven. Maar een mens maakt zich soms slaaf van een plan en mijn plan was om voor half oktober, wanneer ik weer terug moet zijn in Nederland, Georgi&euml;, Azerbeidjaan en Armeni&euml; ook nog te bezoeken. En, ik geef het toe, hier maak ik, zoals zo velen, de fout te veel te willen zien en doen in te korte tijd.&nbsp;<br />
Berlioz, de beroemde Franse negentiende-eeuwse componist schijnt eens vertwijfeld uitgeroepen te hebben: O, als ik maar 130 jaar zou mogen worden! Dan zou ik alles kunnen componeren wat ik wil! Maar helaas, hij haalde amper de helft. Of ik de 130 ga halen weet ik niet, maar ik vrees dat ik na mijn honderdste niet meer zo flitsend over de bergen zal rijden. Weliswaar heb ik (hopelijk!) nog heel wat tijd, maar de wereld is, zoals ik steeds duidelijker ga zien, ook heel erg groot. Ik zal dus naar een optimale reissnelheid moeten zoeken en dat valt niet mee.&nbsp;<br />
Morgen fiets ik, als alles naar wens verloopt, Georgi&euml; binnen, waar ook veel te zien is. Daarom wil ik daar niet te snel en niet te langzaam doorheen trekken, het optimum zo dicht mogelijk benaderend. Als er weer eens weinig te beleven valt (zoals nu, want het regent) en er ook geen teil is waarin ik mijn kleren kan wassen, zal ik u verder op de hoogte houden van mijn belevenissen.<br />
Hanak, Oost Turkije 17 augustus 2007</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&amp;p=173</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
