<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Frank van Rijn</title>
	<atom:link href="http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.frankvanrijn.nl</link>
	<description>Verhalen van een wereldfietser</description>
	<lastBuildDate>Fri, 11 May 2012 10:49:32 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.2</generator>
		<item>
		<title>Eindelijk Mongolië!</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=460</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=460#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Apr 2012 06:42:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=460</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 admin. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=460.Nieuwsbrief nummer 1002 of zoiets. Pasen 2012 Al jaren speel ik met de gedachte om een fietsreis door Mongolië te maken, maar tot nu toe hebben de dik aangeklede ruiters op hun dampende paarden, die ik op plaatjes in menig reisboek heb gezien, mij van een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">admin</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=460">http://www.frankvanrijn.nl/?p=460</a>.<br /><p>Nieuwsbrief nummer 1002 of zoiets. Pasen 2012</p>
<p>Al jaren speel ik met de gedachte om een fietsreis door Mongolië te maken, maar tot nu toe hebben de dik aangeklede ruiters op hun dampende paarden, die ik op plaatjes in menig reisboek heb gezien, mij van een dergelijke onderneming weerhouden. Mongolië ligt tussen de 88e en 120e graad oosterlengte, dus een heel eind naar het oosten. Dat is natuurlijk geen bezwaar, maar wat ik wel een bezwaar vind is dat het zich tussen de 42e en 52e graad noorderbreedte uitstrekt. Het noordelijkste punt ligt dus op dezelfde breedte als Den Haag en het zuidelijkste op dezelfde breedte als Barcelona. De grote massa van het land ligt dus ruwweg zo zuidelijk als Frankrijk. Dat op zich hoeft nog niet zo afschrikwekkend te zijn daar je &#8216;s zomers in Frankrijk soms ook wel lekker weer hebt, maar de gemiddelde hoogte van het land is 1580 meter boven zeeniveau en aangezien de temperatuur ruwweg 0,6 graad daalt bij iedere 100 meter stijging, betekent dat, dat als Mongolië zou liggen waar nu Frankrijk ligt, de temperatuur er 0,6 x 15,8 is 9,5 graden lager zou zijn! Van een mooie zomerdag van 25 graden zou dan slechts een aardige lentedag overblijven en een koude dag van 12 graden, als de wind opeens van de Schotse eilanden blaast&#8230;&#8230;&#8230; Reken maar uit!<br />
Gelukkig blaast er in Mongolië nooit een wind van de Schotse eilanden. Er heerst een landklimaat omdat het ver van zee ligt en daardoor zijn de winters er niet te harden, maar de zomers kunnen er, ondanks die hoogte toch nog aangenaam zijn&#8230;. als de wind ten minste niet uit het noorden blaast, want daar ligt Siberië en die naam alleen doet menig zonaanbidder sidderen. Over een tocht in de winter door Mongolië heb ik natuurlijk nooit een seconde gepiekerd, maar een tocht in de zomer&#8230;&#8230;. Ja, daar pieker ik dus al jaren over.<br />
Gisteren is er echter een einde gekomen aan dat gepieker, want toen heb ik de knoop doorgehakt: deze zomer ga ik eindelijk op de fiets door Mongolië trekken! Enkele mensen hebben mij namelijk mooie verhalen verteld over het land, o.a. dat het er &#8216;s zomers best meevalt met de kou en de regen en dat de temperatuur er &#8216;s zomers in de Gobiwoestijn wel eens tot 40 graden kan oplopen. Om niet weer in een twijfelstemming te komen heb ik niet meer met pessimisten, koukleumen en mooi-weer-fietsers gepraat.<br />
Een van de mensen die me erg positieve verhalen over het land hebben verteld is Maarten Stoffels, die er twee jaar als arts heeft gewerkt. Tijdens die periode heeft hij een tehuis opgericht voor straat- en zwerfkinderen: het Anna Home in Choibalsan, een stad die ongeveer 650 km ten oosten van de hoofdstad Ulaan Baatar ligt. In dat tehuis worden momenteel 25 zwerfkinderen goed verzorgd.<br />
Mocht u, geachte lezer, denken: <em>“Daar gaat Frank weer lekker fietsen! Dat zou ik ook wel eens willen&#8230;”</em> dan is hier de gelegenheid, want Maarten is bezig met het organiseren van een fietstocht door Mongolië, die van 2 tot en met 16 september 2012 zal duren, een soort sponsortocht waarvan de opbrengst geheel ten goede komt aan het Anna Home. U kunt dus lekker fietsen zonder al die logistieke problemen van het meezeulen van bagage, water en voedsel, waar ik altijd mee te maken heb. En tevens helpt u daarmee het Anna Home in stand te houden.<br />
Als u geïnteresseerd bent in die avontuurlijke fietsreis, lees dan verder de <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?page_id=456">tekst van Maarten Stoffels</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=460</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwsbrief nummer 1001</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=433</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=433#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 27 Jan 2012 08:20:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=433</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 admin. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=433.Sinds kort heb ik thuis een internetaansluiting, waardoor de wereld aan mijn voeten ligt. Ik heb de boel zelf geïnstalleerd, waardoor het huis nu vol met draden ligt, zodat ik moet oppassen mijn benen daar niet over te breken. Deze nieuwe ontwikkeling stelt me in staat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">admin</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=433">http://www.frankvanrijn.nl/?p=433</a>.<br /><p>Sinds kort heb ik thuis een internetaansluiting, waardoor de wereld aan mijn voeten ligt. Ik heb de boel zelf geïnstalleerd, waardoor het huis nu vol met draden ligt, zodat ik moet oppassen mijn benen daar niet over te breken. Deze nieuwe ontwikkeling stelt me in staat om mijn eigen website, die Erik Stam zo vakkundig voor mij in elkaar heeft gezet, op mijn gemak te bekijken. Zojuist heb ik dat gedaan en daarbij constateerde ik tot mijn schrik en schande dat het alweer een jaar geleden is dat ik mijn laatste nieuwsbrief schreef.</p>
<p>Ik heb in dit afgelopen jaar niet stilgezeten en dat is er natuurlijk de reden van dat ik niet aan het schrijven van een nieuwe nieuwsbrief ben toegekomen. Een zekere luiheid mag daar overigens bijgeteld worden, helaas. Ik schrijf het maar eerlijk. Nu moet er echter toch eens wat gebeuren en daarom zet ik mij met pen en papier aan mijn bureau om op te schrijven wat ik zoal het afgelopen jaar heb gedaan. En straks, na een hoop kladwerk moet ik het resultaat met één vinger uit gaan typen.</p>
<p>Na een voorjaar waarin ik wat lezingen hield en een paar artikelen schreef vertrok ik op 27 mei vanuit mijn woonplaats Doldersum voor een tocht van drie maanden, waarvan het einddoel Alicante was. Ik kwam tot 2 km voorbij Steenwijk, een reis van één uur in plaats van drie maanden. Daar concludeerde ik dat ik er geen zin meer in had. Het was zwaar bewolkt, het regende, het was koud en er stond een harde tegenwind. “Wat doe ik hier?” vroeg ik me af. Zonder die vraag te beantwoorden vervolgde ik: “Weet je wat? Ik ga gewoon terug naar huis.” en dat deed ik.</p>
<p>Twee dagen later deed ik de tweede poging om naar Alicante te rijden en die slaagde. Die dag reed ik naar Bennekom, waar ik bij Adriaan logeerde, een oud collega in het onderwijs. We kunnen allebei terugblikken op een geweldige carrière in die tak van zelfkastijding, hij van 29 jaar en ik van 107 dagen. Het zal duidelijk zijn dat we die avond veel herinneringen hebben opgehaald aan die kleurrijke periode van 107 dagen, waarin we beiden dongen naar de titel van beste leraar van de school, zo niet die van het hele land.</p>
<p>Van Bennekom reed ik door België en Frankrijk naar Vallauris, een stadje dicht bij Cannes. Daar zocht ik mijn neefje op die iets met computers doet voor een Frans bedrijf. Wat precies ging me natuurlijk een mijl boven de pet. Zijn vrouw is vertaalster en ik hoop nog altijd dat ze eens mijn boeken in het Frans gaat vertalen, omdat er in Frankrijk ongetwijfeld vijftig miljoen mensen staan te trappelen om mijn avonturen op de fiets te lezen.</p>
<p>Na een wandeling door de Esterel fietste ik door de Provence naar Gerard en Marie Bastide in de Languedoc. Gerard ben ik in 1993 tegengekomen op de Olympus in Griekenland, toen hij zijn fiets naar de top aan het sjouwen was. “Het is met die fiets wat zwaarder dan zonder, maar op de terugweg dender ik met een noodvaart omlaag”, vertrouwde hij mij toe, en inderdaad zag ik hem later in bijna vrije val de berg afsuizen. Hij overleefde het, anders zou ik hem niet hebben kunnen opzoeken.</p>
<p>Na een paar dagen rust bij Gerard en Marie fietste ik via een andere vriend in Lezignan naar de Tour de Madaloc, een oude communicatietoren die op een berg staat, die 650 meter boven het plaatsje Collioure aan de côte Vermeille uitsteekt. Op die berg heb ik in 1969 de grondslag gelegd voor mijn fietsreizen. Zie daarvoor mijn boek: &#8216;Aan de voet van de Tour de Madeloc&#8217; (maar dat heeft u waarschijnlijk al 3x gelezen!?!)</p>
<p>Door Spanje maakte ik vervolgens een grote slinger waarna ik uiteindelijk in Alicante uit kwam. Aanvankelijk was het mijn bedoeling geweest om direct in aansluiting op deze reis een tocht door Madagaskar te gaan maken, dus ergens in Spanje het vliegtuig naar Antananarivo te nemen. Na de mensen op mijn reisbureau herhaaldelijk verveeld te hebben met steeds weer nieuwe vragen over vluchttarieven van verschillende plaatsen in Spanje en zelfs zuid Frankrijk naar Antananarivo, bleek het uiteindelijk het goedkoopst te zijn om van Alicante terug te vliegen naar Nederland en vandaar een retourticket naar Antananarivo te nemen. En dat is wat ik deed. Het leverde me twee rustdagen in Nederland op, die echter erg chaotisch bleken te zijn en me dus meer onrust dan rust brachten. Ik moest opeens veel meer dingen doen en organiseren dan ik verwacht had. Het was dan ook met grote opluchting dat ik op 2 September op Schiphol het luchtruim koos en met een nog grotere opluchting dat ik uit Antananarivo wegfietste voor een 69 dagen durende reis door Madagaskar. Over die reis, waarvan ik op 11 November terugkeerde ben ik een boek aan het schrijven en om mijzelf het gras niet voor de voeten weg te maaien en u nog wat in spanning te houden, schrijf ik over deze reis slechts één ding: Het was mooi. De rest leest u wel in het boek als het klaar is. Het zal bij uitgeverij Elmar verschijnen.</p>
<p>Mocht u alvast een voorproefje willen hebben, kom dan naar de Fiets- en Wandelbeurs in de Rai in Amsterdam, die op 11 en 12 Februari gehouden wordt. Daar ga ik, zowel Zaterdag als Zondag, een lezing met powerpointbeelden houden over die reis.</p>
<p>Behalve met een boek over Madagaskar ben ik ook bezig met een artikel over dat land. Dat zal t.z.t verschijnen in Op Pad van de ANWB.</p>
<p>Deze winter zit ik dus, geheel tegen mijn gewoonte, in Nederland en dat valt tegen voor iemand die in deze periode gewend is in een lekker warm land te vertoeven. Maar wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen en dat Madagaskarboek is het zwaarst. Of het ook het zwaarst zal wegen is nog maar de vraag. Ik hoop op 6 kilogram en 369,4 gram, wat precies op 4000 bladzijden uitkomt, maar ik vrees dat ik zo&#8217;n berg papier niet vol krijg. 400 gram lijkt me realistischer, wat 251 bladzijden oplevert en daar zou ik al tevreden mee zijn.</p>
<p>Ondertussen is Gazelle bezig voor mijn volgende reis een nieuwe fiets te fabriceren, de Gazelle Goldline 2012 of misschien wel de Goldline Gazelle 2012. Daar komen dan weer Vaude-tassen en een Brooks-zadel op en natuurlijk Schwalbe-banden onder. En waar die volgende reis heen zal gaan&#8230;.? Ik zal u daarover informeren zodra mijn plannen vastere vorm hebben aangenomen.</p>
<p>In het begin van dit nieuwe jaar zit ik vol goede voornemens en een daarvan is: wat regelmatiger verslag van mijn reizen doen op deze website. Dat goede voornemen heb ik al eens eerder gehad en wel op 1 April 2010. Nu zal de geachte lezer zich afvragen: “Wat is beter, een goed voornemen waar niets van terecht komt of helemaal geen voornemen, waar wel wat van terecht komt? Nu ik erover nadenk heb ik een lichte voorkeur voor het laatste. Daarom neem ik mij voor om me toch maar niets voor te nemen en dat is eigenlijk best wel een goed voornemen. Maar ik ga in ieder geval proberen die nieuwsbrieffrekwentie op te voeren.</p>
<p>Tot slot van deze brief boordevol nieuws wil ik alle mensen, die steeds weer trouw mijn website bekijken in de hoop daar een nieuwe nieuwsbrief aan te treffen, bedanken voor hun interesse in mijn verrichtingen. En in het bijzonder wil ik hen bedanken, die een stukje in mijn gastenboek hebben geschreven, dus dank aan:</p>
<p>Jan, Alice, Willy, André, Nel, Albert, Jackie, Henk, Frans, Johan, Nel, Margot, Frits, Kor, Willy, Annerieke, Erik, Ilse, Koos, Bob, Martijn, Merlijn, Eric, Henk, Talisman, P.Pijnenburg, Bas, Brigit, Erik, Elisa, Fakje, André, Colin, Henk, Manon, J.Kuper, Juan, Erik, Roald, Paul, Bianca, Chantal, Diederik, Hennie, Herwig, Jaap, Joan, Remco en Henriette, E.Reijnhout, Brigit, Antonio, Lia, Ilesen, Pim en Jan.</p>
<p>Als ik dat zo zie, een indrukwekkende lijst! Mijn verontschuldigingen voor dit onpersoonlijke antwoord. Liever had ik elk afzonderlijk een antwoord gestuurd, maar daarvoor ontbreekt me helaas de tijd.</p>
<p>Tot spoedig in deze rubriek of tot ergens onderweg,</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=433</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Presentatie van &#8216;In de ban van Stempelstan&#8217; tijdens de Fiets- en Wandelbeurs 2011</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=404</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=404#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Mar 2011 18:12:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=404</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=404.Zaterdag 26 Februari presenteerde ik op de Fiets- en Wandelbeurs in de Rai in Amsterdam mijn nieuwe boek &#8216;In de ban van Stempelstan&#8217;, een reis door Centraal Azië. Dat deed ik tijdens mijn lezing met lichtbeelden over een fietstocht door Afrika. Bij een dergelijke [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=404">http://www.frankvanrijn.nl/?p=404</a>.<br /><p>Zaterdag 26 Februari presenteerde ik op de Fiets- en Wandelbeurs in de Rai in Amsterdam mijn nieuwe boek &#8216;In de ban van Stempelstan&#8217;, een reis door Centraal Azië. Dat deed ik tijdens mijn lezing met lichtbeelden over een fietstocht door Afrika. Bij een dergelijke gelegenheid is het gebruikelijk om het eerste exemplaar aan te bieden aan een bekende Nederlander. Ik wilde me bij dat gebruik aansluiten, maar het probleem was: welke bekende Nederlander? De topscorer van een reuze-belangrijk voetbalteam? Een van onze ministers? De algemeen directeur van een geweldig concern? Witteman, Pauw of een andere TieVie-star zoals de weerman of de nieuwslezer? Ongetwijfeld hebben die allemaal al een eerste exemplaar van het een of andere boek en de kans is niet denkbeeldig dat het op de stapel ongelezen papier terecht is gekomen. Na diep nadenken besloot ik het boek te geven aan iemand die erg belangrijk voor mij is en die het ook zeker zou gaan lezen: Erik Stam, bij het grote publiek nog niet erg bekend en misschien zelfs ook niet bij u, maar u kent ongetwijfeld wél zijn werk. U kijkt er op dit moment zelfs naar: mijn prachtige, boeiende website, die al menigeen lange tijd van zijn werk heeft gehouden, want als je er in begint te lezen is het moeilijk om er mee te stoppen, zo hoor ik van velen.</p>
<p style="text-align: left;"><img class="thickbox" title="Forumzaal" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/Selectie_031a.jpg" alt="" width="480" height="264" /><br />
Ik ken Erik al vanaf 1964 toen ik met mijn ouders op vakantie was in het Zuidfranse dorpje Montauroux. Erik was daar ook met zijn ouders. We maakten er lange wandelingen door het dal van de Siagne, naar St. Cézaire en over de Plaine des Rochers. Toen het eens een dag wat minder mooi weer was heb ik hem schaken geleerd. In één middag presteerde ik het om niet alleen alle regels te behandelen, maar ook een flinke dosis openings-, middenspel- en eindspeltheorie, waarbij matdrijven met paard en loper niet ontbrak, een, zelfs voor gevorderde schakers, vrij taaie klus. Hier bleken voor het eerst mijn bijzondere gaven op het gebied van de didactiek, die mij jaren later tijdens mijn docentschap natuurkunde zo goed van pas zijn gekomen, een docentschap dat overigens maar enkele maanden duurde. Het resultaat van die vijf en een half uur durende schaakles: Erik heeft nooit meer een schaakstuk aangeraakt.<br />
Ruim veertig jaar later nam hij revanche. Hij drong er bij mij op aan dat ik me eindelijk eens een computer zou aanschaffen. Toen ik dat had gedaan vertelde hij me in één middag <em>alles</em> (nu ja, toch wel <em>bijna</em> alles) over de computer, waarbij het rangschikken van digitale foto&#8217;s niet ontbrak, een zelfs voor gevorderde computerologen vrij gecompliceerde job. Resultaat&#8230;&#8230;.Ik heb nooit meer&#8230;&#8230;..<br />
Ja, dat had u, geachte lezer, gedacht. Neen! Na vijf minuten was mijn hoofd verzadigd met klik-hier-en-klik-daar en heb ik de rest van de tijd uit het raam zitten kijken naar de vogels en alle wijsheid over me heen laten gaan, iets waarin ik altijd heb uitgeblonken. Bij de volgende computerles van Erik heb ik in een schriftje alle klikken en klakken, die ik nodig heb om een zeker doel te bereiken, opgeschreven zonder er één over te slaan. Dat schriftje leidt mij nu feilloos door het gecompliceerde computerlabyrinth en stelt mij zelfs in staat complexe bewerkingen uit te voeren als het rangschikken van digitale foto&#8217;s.</p>
<div id="attachment_414" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a class="thickbox" href="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/DSC00582.jpg" rel="lightbox[404]"><img class="size-medium wp-image-414" title="DSC00582" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/DSC00582-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">digital Frankie</p></div>
<p>Dankzij Erik en het klein computerboek, is ook mijn elfde boek digitaal uit de verf gekomen, het eerste op die manier, want alle tien voorgaande boeken heb ik de uitgever analoog aangeleverd, ofwel met de hand geschreven. (In dit verband is het aardig op te merken, dat ik van die tien boeken de originele manuscripten nog heb. Ik heb een stille hoop dat die over een paar honderd jaar plotseling zullen opduiken in het programma &#8216;Tussen Kunst en Kitsch&#8217; en dat de presentator ze dan in de juiste van de twee categorieën zal plaatsen.)<br />
Jammer genoeg ontbrak bij de presentatie van mijn boek in de Rai de tijd om Erik een wederwoord te gunnen, toen hij het boek in ontvangst nam, want ik moest me, in het uur dat mij door de organisatie ter beschikking was gesteld, ook nog door 5925 kilometer Afrika heen werken. Erik is emeritus-legerpredikant en als je een predikant het woord geeft&#8230;&#8230;.. dan zou de reis door Afrika wel eens in een tijdnoodrace kunnen ontaarden.<br />
Zondag 27 Februari hield ik nogmaals de Afrika-lezing op de beurs. Tijdens die lezing was er wéér een, bij het grote publiek niet bekende, maar voor mij en de toeschouwers wel erg belangrijke, Nederlander in de zaal aanwezig, die eigenlijk ook in aanmerking kwam het eerste exemplaar van mijn nieuwe boek overhandigd te krijgen. Gelukkig had ik het tweede exemplaar nog en toen ik het inkeek viel het mij op, dat het erg leek op het eerste, zozeer zelfs, dat ik me afvroeg of dít niet het eerste was. Ik gunde John Telleman het voordeel van de twijfel, riep hem in de zaal naar voren en bood hem dit tweede eerste exemplaar van “In de ban van Stempelstan” aan. En ook hij kreeg geen wederwoord, want weer moest er in een uur een kleine 6000 kilometer over het witte doek gefietst worden.<br />
“Waarom was John Telleman zo belangrijk dat hij een tweede eerste exemplaar uitgereikt kreeg?” zult u zich afvragen. Welnu, voor deze lezing rangschikte ik met behulp van mijn computer en mijn schriftje een serie foto&#8217;s waar ik over wilde vertellen en het was John die daar een  powerpointpresentatie van heeft gemaakt. Zonder powerpoint kun je tegenwoordig bijna nergens meer aankloppen en zeker niet bij de Rai, die kort geleden zijn fantastische overvloei-diaprojectoren naar de kringloopwinkel heeft gebracht. Zonder John dus geen plaatjes en zonder plaatjes geen Afrika-lezing. John was het ook, die mij in contact heeft gebracht met Eduard Roelofs, de vader van Sandra Roelofs, die met Mikhail Saakashvili, de president van Georgië, is getrouwd. En het is bij deze president thuis in Tbilisi, dat zowel het eerste exemplaar als het tweede exemplaar van mijn nieuwe boek begint. Overigens beginnen ook het derde en alle volgende exemplaren daar, want om helemaal eerlijk te zijn, lijken alle exemplaren van &#8216;In de ban van Stempelstan&#8217; op elkaar, zodat als u, geachte lezer, het boek in de winkel koopt of in de bibliotheek leent, u zichzelf ook kunt beschouwen als een, misschien niet zo heel bekende, maar voor mij wel erg belangrijke Nederlander.<br />
“En wat doet een eenvoudige globetrotter, die in een tent hoort te zitten, nu bij een president thuis?”, zult u zich terecht afvragen. Om deze vraag te beantwoorden, laat ik hier het korte eerste hoofdstuk van mijn nieuwe boek volgen:</p>
<p><em>1-Een straaljager zonder vleugels </em><br />
Met één hand aan het stuur en in de andere zijn mobiele telefoon, waardoor hij Georgische volzinnen naar de satelliet zendt, koerst onze voortreffelijke chauffeur met een vaart van 140 kilometer per uur, waar slechts 50 is toegestaan, door het drukke stadsverkeer van Tbilisi. SPS 145 is het kenteken van zijn bolide en aangezien SPS staat voor Special Presidential Service, of iets dergelijks, zal geen enkele agent het in zijn hoofd halen om op zijn fluitje te gaan blazen. Voor het eerst in mijn leven knoop ik vrijwillig de veiligheidsgordel om, hoewel die bij een dergelijke snelheid weinig zal uitrichten als het fout loopt.<br />
Achterin zit Joop Verstrate, die zichtbaar geniet van deze kermisrit en naast hem hangt onderuitgezakt, geheel uitgeteld en bleek van de wagenziekte, Natia, een speciaal voor deze gelegenheid opgetrommelde fotografe. Ik hoop dat ze straks nog in staat zal zijn wat foto&#8217;s te maken van ons bezoekje aan de president.<br />
&#8220;Het lijkt wel of je benauwd bent&#8221;, zegt Joop lachend, terwijl we de linker vangrail op een haar na raken en vervolgens schuin over de weg op die aan de rechterkant af koersen, een manoeuvre om wat hinderlijke kruipers van 80 kilometer per uur voorbij te gaan.<br />
&#8220;Ik bang??&#8221;, vraag ik, met moeite een glimlach producerend, terwijl het zweet op mijn voorhoofd staat. &#8220;Kom nu toch!&#8221;<br />
Tot mijn verbazing komen we enkele minuten later geheel ongedeerd aan bij het door politie en militairen bewaakte, zwaar ommuurde, huis van Mikhail Saakashvili, de president van Georgië en zijn Zeeuwse vrouw Sandra Roelofs. Ik tel er een dozijn grote zwarte SPS-wagens en verder ritselt het er van de lijfwachten in zwarte pakken met onder hun onberispelijke jasjes grote schietijzers, waarmee ze iedereen overhoop schieten die een vinger naar de president of Sandra durft uit te steken. Op diverse plaatsen zijn camera&#8217;s gemonteerd, die de muur, de metalen poort en de omgeving scherp in de gaten houden, dus veel aardigheid zul je er niet aan beleven om hier over de muur te klauteren.<br />
<img class="center" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/joop.jpg" alt="" align="center" /><br />
Joop mocht aanvankelijk niet mee naar de president, want wie was Joop? Toen ik echter gisteren de secretaresse van Sandra uitlegde, dat hij een goede vriend en fietsmaat is van Eduard Roelofs, de vader van Sandra, was ook hij welkom op de ontvangst.<br />
Dat ík er welkom ben lijkt natuurlijk niet zo vanzelfsprekend, want als toerist loop je nu eenmaal niet even bij een president binnen, maar ik ben hier op een speciale missie. Door toeval kwam ik een paar jaar geleden in contact met Eduard Roelofs, een gepensioneerde makelaar uit Terneuzen en enthousiaste amateurwielrenner. Toen hij hoorde dat ik van plan was op de fiets naar Georgië te gaan, het tweede vaderland van zijn dochter, bood hij aan mij op het laatste traject van mijn reis te vergezellen. En zo kwam het dat Eduard vorig jaar, nadat ik van Nederland via de Balkan en Turkije naar Georgië was gefietst, mij ergens in Georgië tegemoet kwam rijden in  de SPS 145. Met die auto op onze hielen fietsten we de volgende dag Tbilisi binnen. Enkele dagen later had hij het voor elkaar dat ik de president wat over mijn fietsreizen mocht komen vertellen, vijf minuutjes slechts, want daarna moest hij spoorslags een Navo-hotemetoot van het vliegveld gaan halen. Die vijf minuutjes werden er 20 vanwege enkele gemeenschappelijke interesses, waaronder fietsen. In de hitte van het gesprek merkte ik op: ”Ik regel voor u en Sandra twee fraaie Gazelles, dan kunt u na uw tweede ambtstermijn samen van Tbilisi naar Terneuzen fietsen”.<br />
Dat was natuurlijk een grapje, hoewel&#8230;.toen ik er later over nadacht leek het me nog helemaal niet zo&#8217;n slecht idee en na mijn terugkeer in Nederland belde ik Peter Cijs erover op, de accountmanager van Gazelle: ”Ik heb Saakashvili en zijn vrouw in een enthousiaste bui twee mooie fietsen beloofd, maar die oude van mij, waarmee ik een paar maal de aarde ben rond geweest, lijken me daar niet zo geschikt voor. Hoe gaan we dat aanpakken?” Peter wist er wel raad mee en liet twee prachtige exemplaren bouwen.<br />
En zo ben ik nu, na bijna een jaar, weer terug in Tbilisi om die twee rijwielen, die al vooruit zijn gestuurd, aan de president en Sandra te overhandigen. Dat is overigens niet de enige reden dat ik naar Tbilisi ben gevlogen. Als ik hier klaar ben ga ik mijn reis van vorig jaar vervolgen naar en door Centraal- Azië.<br />
De poort in de muur rond het huis van de president zit nog op slot, dus Joop en ik moeten wachten. Na drie kwartier heen en weer sloffen, juist als ik me begin af te vragen of het wel zo nodig was dat onze chauffeur op het ritje van 7 km bijna door de geluidsbarrière ging, zwaait de poort open en mogen Joop en ik de daarachter gelegen tuin binnengaan. Sandra komt ons tegemoet en nodigt ons uit aan een tafeltje plaats te nemen, waar enkele glazen en een kan vruchtensap op staan. Links tegen een boompje zie ik twee in het zonlicht fonkelende goudgele fietsen staan. Dat moeten de Gazelles zijn die ik zo dadelijk ga overhandigen.<br />
We praten wat over het weer en drinken een glas sinaasappelsap, terwijl Natia, die na onze avontuurlijke autorit toch weer wat kleur op haar gezicht terug heeft, een aantal foto&#8217;s van ons schiet.<br />
<img class="center" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/goudglimmend.jpg" alt="" align="center" /><br />
“Mijn man komt zo”, merkt Sandra op. “Hij moet zich klaarmaken om straks voor de kanselarij het defilé af te nemen”.<br />
Zoiets vermoedde ik al, want vandaag is het 26 mei, de Onafhankelijkheidsdag van Georgië, en dat wordt natuurlijk groots gevierd.<br />
“Hoe laat begint dat defilé?” vraag ik.<br />
“Om elf uur”, antwoordt Sandra.<br />
Ik kijk op mijn horloge. Het is vijf over half elf. Dat kon dus wel eens tijdnood worden, want natuurlijk ga ik die fietsen niet afgeven zonder een aardig praatje.<br />
Na nog eens tien minuten wachten verschijnt Mikhail Saakashvili in de deuropening. We schudden elkaar de hand en ik vraag of hij mij nog kent.<br />
“Natuurlijk ken ik je nog”, antwoordt hij. Blijkbaar heb ik vorig jaar nogal indruk op hem gemaakt, waarschijnlijk door mijn verhaal dat ik kort daarvoor in Lagodekhi bij de grens van Azerbeidzjan door een klein rothondje in mijn achterwerk gebeten werd, terwijl ik me van voren een grote agressieve hond, bijna van het formaat van een paard, van het lijf hield, die onverwacht uit een rioolput omhoog kwam. Saakashvili had dat nogal vermakelijk gevonden: ”Ha, ha. Je hebt mijn hondjes toch geen kwáád gedaan hoop ik?”<br />
Zijn hondjes?! Ik vertelde maar niet dat ik door heel Georgië wel tientallen keren door &#8216;zijn&#8217; hondjes was aangevallen. Voor mij was dat voorval in Lagodekhi niet zo vermakelijk, want ik moest als de weerlicht naar Tbilisi om een stel hondsdolheidsprikken te halen.<br />
“Kom, dan gaan we even op de foto”, zegt Saakashvili en hij loopt naar de fietsen. Sandra, Joop en ik volgen en Natia, die weer helemaal bijgekomen is, schiet plaat na plaat. Na anderhalve minuut is de seance voorbij en nog voor ik aan mijn praatje kan beginnen, waarin ik een paar ideeën voor een aardige route naar Nederland wil geven, zegt Saakashvili: “Goede reis verder” en springt in de ondertussen het tuinpad opgereden dienstauto. Geëscorteerd door een stuk of acht grote SPS-wagens met loeiende sirenes en zwaailichten verdwijnt zijn bolide in de richting van het centrum. Ik sta nog een beetje verbluft te kijken, terwijl Sandra in haar witte auto de andere auto&#8217;s achterna gaat.<br />
“Kom mee”, zegt onze chauffeur ongeduldig en loopt al in de richting van zijn machine. Joop, Natia en ik volgen gehaast, maar we rijden juist te laat weg om ons in het vacuüm het escorte mee te laten zuigen. De chauffeur zal dus wel weer kunst- en vliegwerk moeten gaan uithalen om ons op tijd af te leveren bij het defilé. Joop steeds alle vertrouwen in hem en glimt van genoegen bij het vooruitzicht op nieuwe actie. Natia voelt waarschijnlijk bij voorbaat haar maag al naar haar keel omhoog kruipen en ik sjor me voor de tweede keer in mijn leven vrijwillig vast aan de zitting. Het enige dat aan deze straaljager ontbreekt, zijn de vleugels.</p>
<p>Benieuwd naar hoe het allemaal afloopt? Lees dan de volgende 299 bladzijden van: &#8216;In de ban van Stempelstan, een reis door Centraal Azië&#8217;, waarbij u ook nog 158 kleurenfoto&#8217;s te zien krijgt.<br />
Uitgeverij Elmar. ISBN 978-90-389-2037-5</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=404</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mijn nieuwe boek</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=357</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=357#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Dec 2010 21:09:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=357</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=357.&#8216;IN DE BAN VAN STEMPELSTAN&#8217;, een reis door Centraal Azië. Het heeft lang geduurd, voor sommigen, mijzelf inbegrepen, te lang, maar eindelijk is het manuscript van mijn reis door Centraal Azië klaar. Alle puntjes staan op de i, de foto&#8217;s zijn voorzien van onderschriften [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=357">http://www.frankvanrijn.nl/?p=357</a>.<br /><p>&#8216;IN DE BAN VAN STEMPELSTAN&#8217;, een reis door Centraal Azië.</p>
<p>Het heeft lang geduurd, voor sommigen, mijzelf inbegrepen, te lang, maar eindelijk is het manuscript van mijn <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?page_id=359">reis door Centraal Azië</a> klaar. Alle puntjes staan op de i, de foto&#8217;s zijn voorzien van onderschriften en de kaartjes zijn getekend. Tijdens mijn reis door de Verenigde Staten, afgelopen zomer, heb ik de laatste hoofdstukken geschreven en thuis heb ik de in een schriftje gekrabbelde hiëroglyfen met één vinger uitgetypt op mijn gloednieuwe en eerste computer. Daarbij ontplooide dit wonderinstrument soms merkwaardige eigen initiatieven, die niet overeenstemden met mijn intenties, een situatie te vergelijken met een ruiter die voor het eerst van zijn leven op een paard zit en meteen de meeste woeste hengst van de rodeo uitkiest. Het behoeft dan ook geen betoog, dat ik vele virtuele buitelingen en valpartijen heb gemaakt.</p>
<p>Door echter bijtijds op de fiets te springen om stoom af te blazen als het toverapparaat weer eens onvoorspelbare en bijzarre kuren had, wist ik de neiging te onderdrukken om het hele zooitje het raam uit te smijten. Zoiets geeft even opluchting  maar wat heb je er verder aan? Met een handgeschreven manuscript kun je tegenwoordig niet meer aankloppen bij een uitgever, dus zelfs schrijvers moeten hun manuscript digitaal inleveren, wat eigenlijk een contradictie is, want manuscript betekent: met de hand geschreven. (Volgens mij moet een getypt manuscript &#8216;manutypt&#8217; heten. Zie de volgende editie van de Dikke van Dale.)<br />
Gisteren heb ik het manutypt ingeleverd bij de uitgever en als alles volgens zijn planning verloopt, zal het boek uitkomen op Zaterdag 26 Februari tijdens de Fiets- en Wandelbeurs in de Rai in Amsterdam. Daar houd ik zowel Zaterdag als Zondag een lezing over mijn tocht van dit jaar door Afrika (Egypte, Sudan, Kenia en Oeganda). Ik hoop dan een flink stapeltje van &#8216;In de ban van Stempelstan&#8217; bij me te hebben om vaste bezoekers in staat te stellen hun verzameling reisverhalen compleet te houden.</p>
<p>Het boek begint met mijn bezoek in Tbilisi aan Mikail Saakashvili, de president van Georgië en diens Zeeuwse vrouw Sandra Roelofs. Ik overhandigde ze elk een mooie Gazelle waarmee ze t.z.t. van Tbilisi naar Terneuzen kunnen fietsen, voor het geval er voor een president een sabatical year in zit. Door Georgië en Azerbeidzjan reed ik na de overhandigingsplechtigheid naar Bakoe, waar ik me inscheepte voor de tocht over de Kaspische Zee naar Turkmenistan. Tijdens deze oversteek, die lichtelijk uit de hand liep, kwam ik tot het besluit dat ik nooit meer over zee zal reizen naar een plek, die ik ook over land kan bereiken. Vanaf Turkmenbashi, waar de boot uiteindelijk toch nog aan kwam, vervolgde ik mijn reis door de woestijn van Turkmenistan naar Oezbekistan. In dat land bezocht ik de historische en monumentale steden Buchara en Samarkand.<br />
Voort ging het, nu door de bergen, naar Dusjanbe, de hoofdstad van Tadjikistan. Daar haalde ik Hans Koster van het vliegtuig uit Zürich, een Zwitserse fietsvriend die ik jaren geleden in Oostenrijk en enkele jaren geleden door toeval weer in Birma ontmoet heb. Gezamenlijk reden we over hoge passen van het Pamir-gebergte en door de mooie en ruige Bartang-vallei naar Muzkol aan de Pamir-highway, een doorsteek die tot de hoogtepunten van de tocht behoorde.<br />
Tijdens deze reis ben ik in de ban geraakt van de overweldigende natuur, de interessante cultuur en bovenal de bijzonder gastvrije en vriendelijke bevolking onderweg. Dat er nogal wat stempels geplaatst moesten worden op de nodige documenten en formulieren in deze stan-landen, die nog maar betrekkelijk kort onder het juk van het communisme uit zijn en daardoor hun bureaucratie nog niet geheel de rug toegekeerd hebben, zal geen verwondering wekken. Zulk stempelgetob behoort natuurlijk tot de charmes van zo&#8217;n tocht, maar waarschijnlijk zijn die charmes charmanter voor de lezer, dan voor de reiziger.</p>
<p>&#8216;In de ban van Stempelstan&#8217; zal verschijnen bij uitgeverij Elmar. Op 14 September ging deze uitgeverij op dramatische wijze failliet, maar onlangs is er door een aantal van de oude werknemers een doorstart gemaakt, zodat Elmar weer op de boekenrails staat. En gelukkig voor hen, en ook voor mij, kunnen ze meteen aan de slag met een nieuw boek.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=357</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mijn tweede prioriteit</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=354</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=354#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Sep 2010 14:55:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=354</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=354.Onlangs deed ik Lima aan, een plaatsje waar je, als je een beetje doorfietst, in ongeveer vijf minuten van noord naar zuid doorheen bent en waar naar mijn schatting niet meer dan 300 mensen wonen. Het telt één benzinestation, één café en één schooltje. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=354">http://www.frankvanrijn.nl/?p=354</a>.<br /><p>Onlangs deed ik Lima aan, een plaatsje waar je, als je een beetje doorfietst, in ongeveer vijf minuten van noord naar zuid doorheen bent en waar naar mijn schatting niet meer dan 300 mensen wonen. Het telt één benzinestation, één café en één schooltje.<br />
Ik kan me voorstellen dat er nu een oplettende lezer is die zich afvraagt of ik geen vier nullen vergeet bij dat inwoneraantal van Peru, of die vijf minuten geen vijf uren zijn en of ik de horeca, de brandstofvoorziening en het onderwijs aldaar niet wat onderschat. Maar nee, ik vergeet geen enkele nul en die vijf minuten kun je, als je je best doet, zelfs terugbrengen tot vier. Dit Lima is dan ook niet de hoofdstad van Peru, maar een dorpje ergens in Montana in de Verenigde Staten en het wordt uitgesproken als Laaimaa, omdat Engelstaligen nu eenmaal graag de woorden uitspreken zoals het niet hoort. Al die drie openbare gebouwen van Lima heb ik aangedaan, waardoor ik er toch bijna vijf uren over deed om er door te komen: het benzinestation om er 0,1 gallon brandstof voor mijn primusje te kopen, het café om er drie en een half  uur te schuilen voor een geweldige regen- hagel- en onweersbui en het schooltje om te vragen of er een mogelijkheid was om het wereldwijde web af te speuren, want het drupte nog steeds en dan is het, als er een computer in de buurt is, meeltijd. Die mogelijkheid was er en even later kon ik een paar nieuwe berichten lezen. Eén daarvan luidde: “Ha, die Frank. Alles goed? Ik wilde weten waar je zat en keek daarom op je website. Daar las ik dat je nog steeds in Aswan, in het zuiden van Egypte, zit. Dat schiet dan niet erg op!” Deze kennis wist het weer eens fijntjes te brengen, want na mijn reis door Egypte, Sudan, Kenia en Uganda is hij bij mij thuis geweest, waar ik hem vertelde over mijn plannen om deze zomer door de VS te gaan fietsen. Hij wist dus wel beter, maar zijn berichtje was een kleine steek onder water, om mij te wijzen op mijn laksheid in het bijhouden van mijn webnieuws. Ja, inderdaad, het wordt tijd dat ik daar eens wat aan doe! Bij deze dan.<br />
Van Aswan nam ik de boot over het Nassermeer naar Wadi Halfa in Sudan, een aanrader voor iedereen die van avontuur en boten houdt: 500 man op een schuitje dat met 100 passagiers eigenlijk al overvol is, het dek zo volgestouwd met slapende Sudanezen, dat het een sport was om zonder op ledematen of vingers te trappen van bakboord naar stuurboord te komen en houten bankjes in de longue waar de fabrikant heel ingenieus een houten randje langs de rugleuning had aangebracht dat precies in je rug prikte, zodat achterover leunen een soort fakirisme (nieuw woord! onthouden!) was. Verder werd er een vracht goederen geladen van ijskasten, aggregaten en allerlei andere machines tot balen rijst en aardappelen, alles bij elkaar zo veel dat je benauwd was dat de schuit met man en muis naar de haaien zou gaan. Maar de kapitein wist blijkbaar precies hoe ver hij met het stouwen van goederen kon gaan want we bleven boven water. Na deze avontuurlijke foltering van precies 25 uur, alles verbazend genoeg precies op schema, liepen we de haven van Wadi Halfa binnen. Met mijn geploeter door Sudan in 1981 nog scherp in herinnering (Zie mijn boek: &#8216;Aan de voet van de Tour de Madeloc&#8217;, eerder verschenen onder de titel: &#8216;Vijfentwintig jaar later&#8217;.) was ik aangenaam (of onaangenaam?) verrast met 980 km gloednieuw asfalt door de woestijn tot aan Khartoum, in plaats van zand, stenen en stof.<br />
In Kenia en Uganda bezocht ik een aantal projecten van Cycling outof Poverty, een kleinschalige Nederlandse ontwikkelingsorganisatie, die mij als ambassadeur heeft aangesteld. (Ja, ja! Nooit gedacht nog eens ambassadeur te worden!) Over een van die bezoeken en wel dat in Kisumu in Kenia, heb ik verslag uitgebracht in Op Pad, nummer 4 van 2010, maar als u geen abonnee bent wordt het zoeken op rommelmarkten. (Misschien krijgt u het nummer wel cadeau als u zich alsnog abonneert!)<br />
Terug in Nederland werkte ik hard (voor mijn doen!) aan mijn nieuwe boek &#8216;In de ban van Stempelstan&#8217;, een reis door Centraal Azië, dat, als alles goed gaat, eind Februari 2011 bij uitgeverij Elmar zal verschijnen, juist voor de Fiets- en Wandelbeurs in Amsterdam (Rai), waar ik weer present zal zijn voor het houden van lezingen.<br />
Begin Juni vloog ik naar Phoenix in Arizona voor mijn reis door de VS, maar het manuscript van Stempelstan was nog niet klaar. Het laatste hoofdstuk ontbrak nog en het schrijven daarvan was, als mij &#8216;s avonds bij de tent nog wat tijd restte voordat de zon onderging, mijn eerste prioriteit.<br />
Thuis, bij het plannen van deze reis, met een zak pepernoten naast me en onder het genot van een aantal vioolconcerten van Vivaldi, had ik natuurlijk weer eens te veel hooi op mijn vork genomen. Weliswaar maakte ik het niet zo bont als veel Europese toeristen, die met een huurauto in vijf weken de hele VS afkarren en daarbij <em>alles</em> zien, of althans <em>denken</em> alles te zien, maar als je op een fiets van Phoenix eerst naar Chiricahua National Park wilt, dat dicht bij de Mexicaanse grens ligt en dan een vriend wilt opzoeken die halverwege Idaho woont en vervolgens naar Denver moet voor je vliegtuig naar Nederland, dat alles in 88 dagen, wordt het doortrappen, vooral als je onderweg intensief wandelingen wilt maken in de vele nationale parken die het land rijk is. En dat wilde ik natuurlijk allemaal. Het resultaat van deze te optimistische planning was dat ik inderdaad Chiricahua National Park bezocht, alsmede diverse andere parken, waar ik een flink aantal forse wandelingen maakte en dat ik ook mijn vriend in Idaho bezocht, maar dat ik niet alle parken kon aandoen die ik wilde zien en dat er &#8216;s avonds na het koken meestal geen tijd over bleef om aan mijn eerste prioriteit oftewel het laatste hoofdstuk van mijn boek te werken. Dankzij enkele heldere momenten van inspiratie en een dag regen, waarop ik de fiets niet aanraakte en geen stap wandelde, kreeg ik dat laatste hoofdstuk toch in mijn schriftje geklad, maar mijn websiteartikel, mijn tweede prioriteit, waarvoor u allen elke dag uw computer raadpleegde en waar ik natuurlijk voortdurend met een zeker schuldgevoel aan dacht, bleef almaar liggen.<br />
En zo brak de laatste dag van mijn reis door de VS aan en nog had ik niets op papier voor het wijde web. Ik fietste naar Denver om het vliegtuig via Houston naar Amsterdam te nemen. Mijn vlucht ging al om 10.45 in de ochtend, wat betekende dat ik, ofwel de avond tevoren op het vliegveld zou moeten aankomen en de nacht daar zou moeten doorbrengen, ofwel een hotel dicht bij het vliegveld zou moeten nemen om op tijd te komen. Nu behoren hotels dicht bij vliegvelden meestal niet tot de goedkoopste onderkomens en dus zou ik de kans lopen voor dat ene nachtje meer neer te moeten tellen dan voor een maand fietsen door de VS. Een dergelijk buitenproportioneel luxe hotel zou me stellig een slapeloze nacht bezorgen. Welnu, als het dan toch een slapeloze nacht moest worden, dan maar slapeloos op het vliegveld. Tijdens die slapeloze nacht zou het er dan eindelijk van moeten komen om iets websitewaardigs op papier te slingeren, besloot ik. En dus installeerde ik me, na aankomst op Denver International Airport op zo&#8217;n karakteristiek airportstoeltje, waarop je nooit een oog dicht kunt doen, nam mijn schriftje en begon&#8230;.met naar omhoog te staren in de hoop dat de wijsheid en inspiratie van boven zouden komen, maar er kwam geen inspiratie en de enige wijsheid die wel kwam was, dat ik de boel na drie bladzijden knoeiwerk weer opborg. Daarna zocht ik een relatief rustig hoekje op, waar het wonder boven wonder niet tochtte, rolde daar mijn slaapzak uit, kroop er in en miste zo mijn slapeloze nacht.<br />
Maar er volgde nóg een wonder: de esprit kwam, zei het aarzelend en misschien niet geheel overtuigend, in het vliegtuig van Denver naar Houston en vergezelde me verder over de oceaan naar Amsterdam. Dit bijpratertje is daarvan het resultaat. Helaas&#8230;.van wat ik op deze reis in de VS heb beleefd, blijft u voorlopig nog even in het ongewisse. Ik hoop daarover t.z.t. in Op Pad en eventueel in andere bladen het een en ander te schrijven. Mis die Op Pad dus niet (weer)!!</p>
<p>Tot besluit wil ik de mensen bedanken, die zo spontaan en enthousiast het een en ander in mijn web-gastenboek hebben geschreven. Zo&#8217;n stukje terugkoppeling geeft me altijd weer het gevoel dat mijn verrichtingen toch niet geheel zinloos zijn. Het zijn duwtjes in de rug, die weliswaar niet direct een verhaal als resultaat hebben, maar die ik wel als erg belangrijk ervaar. Dank daarvoor dus Mark, Martijn, Philippe, Marianne, Bart, Alietonnyhorrebieter, Clara, Jan, Willy, Marino, Margrieta, Bas, Jacomijn, Nel, Hetty,  Emiel en Saskia, Kees, Riet, Reinout, Jackie, Roland en Cess en Mary.</p>
<p>Frank van Rijn.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=354</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een oude bekende in Abu Simbel</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=341</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=341#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Feb 2010 12:46:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=341</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=341.Na een interessante tocht vanaf Caïro via de oasen van Farafra, Dakhla en El Kharga naar Luxor en verder naar het zuiden door het Nijldal kwam ik in Aswan aan waar in 1962 een grote dam in de Nijl gebouwd is die het Nassermeer [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=341">http://www.frankvanrijn.nl/?p=341</a>.<br /><p>Na een interessante tocht vanaf Caïro via de oasen van Farafra, Dakhla en El Kharga naar Luxor en verder naar het zuiden door het Nijldal kwam ik in Aswan aan waar in 1962 een grote dam in de Nijl gebouwd is die het Nassermeer deed ontstaan. Ik nam er een hotelletje en het eerste wat de hoteleigenaar me na inschrijven vroeg was: &#8220;Abu Simbel?&#8221;<br />
Ik antwoordde natuurlijk bevestigend, want helemaal naar Aswan fietsen en dan niet Abu Simbel gaan zien is als Parijs bezoeken en niet op de Eifeltoren klimmen, naar Rome reizen en het Colosseum links laten liggen of een expeditie naar Havelte ondernemen en als cultuurbarbaar de hunebedden voorbij peddelen.<br />
&#8220;We hebben een dagelijkse toeristenbus naar Abu Simbel voor 80 pond per persoon. Reveille om 3 uur &#8216;s morgens, vertrek 3h30&#8242; en terug hier in Aswan om 3 uur &#8216;s middags&#8221; zei de hotelier.<br />
Ik antwoordde dat ik mijn eigen transport had en wees op mijn fiets.<br />
&#8220;De politie zal je niet laten gaan met een fiets.&#8221;<br />
&#8220;Waarom niet?&#8221;<br />
&#8220;Er mag daarheen alleen in konvooi gereden worden met politie escorte.&#8221;<br />
&#8220;Is het daar dan zo gevaarlijk?&#8221;<br />
&#8220;Er zitten wilde dieren. De regering wil toeristen zo veilig mogelijk door Egypte laten reizen, vandaar het dagelijkse konvooi.&#8221;<br />
&#8220;Wat voor wilde dieren?&#8221;<br />
&#8220;Slangen bijvoorbeeld en schorpioenen. En wat doet u als er plotseling voor uw fiets een vos oversteekt?&#8221;<br />
&#8220;Dan probeer ik hem aan zijn staart te trekken, maar dat is me zelfs in Nederland nog nooit gelukt.&#8221;<br />
Dat er van Aswan naar Abu Simbel slechts in konvooi gereden mag worden is me al jaren bekend, maar ik wilde toch een poging wagen er op de fiets heen te gaan. Daarom toog ik de volgende dag naar het bureau van de toeristen politie.<br />
&#8220;Kunt u mij toestemming geven om naar Abu Simbel te fietsen?&#8221; vroeg ik, nadat ik de chef te spreken had gekregen.<br />
&#8220;Er gaan bussen heen.&#8221;<br />
&#8220;Mijn fiets is comfortabeler.&#8221;<br />
&#8220;Aha een motorfiets! Haalt u daar 120 km/h mee?&#8221;<br />
&#8220;Nee een echte fiets en daar haal ik misschien wel 20 km/h mee.&#8221;<br />
&#8220;Dan kunt u het konvooi niet bijhouden.&#8221;<br />
&#8220;Dat lijkt me geen bezwaar.&#8221;<br />
&#8220;Ja dat is wel een bezwaar, want er mag daar alleen in konvooi gereden worden.&#8221;<br />
&#8220;Maar daarvoor ben ik nu speciaal naar u gekomen. Kunt u mij toestemming geven om naar Abu Simbel te fietsen, dus zonder konvooi?&#8221;<br />
Hierop ging de chef een paar nummers bellen, sommige met zijn vaste telefoon op zijn bureau, andere met zijn mobiele telefoon. Geen van alle gaven echter antwoord. Er volgde een gesprek in het Arabisch met een man die aan een bureau tegenover dat van de chef zat, waarna de chef op zijn gemak weer wat nummers ging bellen. Uiteindelijk werd er een beantwoord wat resulteerde in een gesprek, lang genoeg om een leek de volledige relativiteitstheorie tot in de finesses uit te leggen. Vervolgens legde de chef de telefoon neer, stak op zijn gemak een sigaret op en zei: &#8220;Helaas&#8221;.<br />
Ik antwoordde dat ik het niet erg vond dat ik het konvooi niet kon bijhouden en voegde er aan toe: &#8220;Ik heb een kaart en een compas, dus ik vind de weg zelf wel.&#8221;<br />
&#8220;Ik twijfel niet aan uw navigatietalent maar het is nu eenmaal de regel dat er naar Abu Simbel in konvooi gereden wordt.&#8221;<br />
&#8220;Elke regel heeft zijn uitzondering, en ik zou het zeer op prijs stellen als u voor mij die uitzondering kunt maken. Ik ben namelijk schrijver en het lijkt me razend interessant om het een en ander over die tocht naar Abu Simbel te schrijven.&#8221;<br />
De chef zoog peinzend aan zijn sigaret, legde die vervolgens nog peinzender in een asbak, nam bedachtzaam zijn mobiele telefoon ter hand en belde weer een nummer, maar na een aanvullende relativiteitstheorie in het Arabisch was het resultaat: &#8220;Helaas.&#8221;<br />
In ieder geval had de man de indruk gewekt zijn best voor me te doen, maar achteraf gezien stond het resultaat natuurlijk van tevoren al vast. Toch interessant om weer eens een politiechef gesproken te hebben en bovendien had het een gratis kop thee kunnen opleveren. Waarom dat deze keer niet lukte is me niet geheel duidelijk.<br />
Meestal begint een dergelijk gesprek in Arabische landen met het laten aanrukken van een glinsterende kan hete thee op een even glinsterend serveerblad. Misschien was de chef toch lichtelijk gepikeerd dat ik hem voor zoiets onnozels als fietsen van zijn werk had gehouden.</p>
<p>De volgende ochtend om 3 uur werd er op mijn deur gebonsd en rond half vier stopte er een minibus met 16 zitplaatsen voor het hotel. Met een lichte verwondering constateerde ik dat er, met mijzelf inbegrepen, ook 16 toeristen in zaten, maar bij de verzamelplaats van het konvooi werd die verbazing verdreven door een zeventiende toerist die er bij gewrongen moest worden. Die moest op een klapstoeltje in het middenpad plaatsnemen. Met een gul gebaar bood ik de nieuwkomer mijn plek aan, en nam ik plaats op het klapstoeltje, wat mij de mogelijkheid gaf mijn benen languit naar voren te plaatsen, terwijl de rest van het gezelschap met de knieën zo ongeveer tegen de neus zat. Comfort was hier van niet te onderschatten belang, want ons wachtte niet een uitje naar de golfbaan of de sociëteit. Er moesten 280 harde kilometers gekraakt worden om in Abu Simbel te komen en dan later natuurlijk ook weer zo&#8217;n lang eind terug. Voor geharde busreizigers natuurlijk een peulenschil, maar voor iemand die zich zijn leven lang verwend heeft met een fiets, een beproeving.<br />
Op het verzamelpunt telde ik 20 minibusjes en 10 grote bussen, wat, uitgaande van een 100% bezetting in plaats van 106%, zoals bij ons, op een totaal van ongeveer 800 toeristen uitkwam. Dat leek me een voorspelbare en rijke prooi voor een groepje gewapende bandieten, politie escorte er bij of niet.<br />
Om 4h 30&#8242; ging het konvooi van start en zodra we de dam in de Nijl over waren zaten we op de asfaltweg door de woestijn. Daar werd meteen fors op het gaspedaal gedrukt. Ik kon de snelheidsmeter van onze minibus goed in het oog houden en zag dat die tussen de 115 en 120 km/h zweefde. Regelmatig zag ik in de berm een bord langssuizen waarop de maximaal toegestane snelheden van de diverse weggebruikers vermeld stond: Personenauto&#8217;s 90km/h, minibusjes 80km/h, grote bussen 70km/h en vrachtwagens 60km/h. Een chauffeur die zich daaraan hield, zou in overtreding zijn, want die zou dan het konvooi niet bijhouden, maar door het bijhouden van het konvooi overschreed hij dus de maximale snelheid. Ik vroeg me af of het politie escorte deze snelheid zelf aangaf, maar eigenlijk heb ik de hele rit heen, zowel als terug nooit een politieauto gezien, wat niet wil zeggen dat die er niet was, want zo&#8217;n autootje kun je natuurlijk in de massa van dertig voortjagende stukken blik makkelijk over het hoofd zien.<br />
Er werd geracet, ingehaald alsof het een wedstrijd was en veelal links gereden, waarschijnlijk omdat het asfalt daar iets effener was dan rechts. Tegenliggers en ook vele bussen van ons konvooi reden zonder licht, misschien om benzine te sparen, het milieu te ontzien, of, zoals iemand mij later uitlegde &#8220;om de tegenliggers niet te verblinden&#8221;. Werd het dan werkelijk spannend dan gooide zo&#8217;n tegenligger even zijn grote lichten aan om te laten zien dat het nu toch een keertje tijd werd om naar de rechterkant terug te keren. Dat gebeurde dan ook steeds op het laatste moment, waarop de minibus meteen weer naar links zwenkte voor meer rijcomfort.<br />
Ja, ja, mijn hotelier had het bij het rechte eind: &#8220;De regering wil toeristen zo veilig mogelijk door Egypte laten reizen&#8221;.<br />
Dus &#8216;s nachts in een bus, zonder licht en op de linker weghelft met 115 km/h waar 80 is toegestaan. Dan ben je er in ieder geval zeker van dat er geen vos voor je fiets oversteekt en mocht er een voor de bus oversteken dan wordt die gewoon platgereden, dus veiliger kan het al niet.</p>
<p>En waarvoor nu om 3 uur &#8216;s morgens opstaan, 80 Egyptische ponden neertellen en vervolgens beangstigend veilig enige uren door de woestijn voortgesleept worden? Wat plaatst Abu Simbel op een lijn met de Eifeltoren van Parijs, het Colosseum in Rome en de hunebedden van Havelte? Mijn geachte weblezers zullen het ongetwijfeld weten, maar voor het geval zich onder hen iemand bevindt die er even niet op kan komen, het volgende geheugenopfrissertje:<br />
Zo&#8217;n 4000 jaar geleden kwam Ramses II, Farao van Egypte, op het aardige idee om, ter meerdere eer en glorie van zichzelf en om de werkloosheid in zijn land terug te dringen en zo tienduizenden slaven weer een baan te bezorgen, twee grote tempels uit te laten hakken in de rotsen naast de Nijl. Het werden twee meesterwerkjes waar Ramses en zijn bouwmeesters, alsmede de tienduizenden nogal onderbetaalde medewerkers met recht trots op konden zijn: Voor de ene tempel bleven, na fors bik- en hakwerk vier zittende, en voor de andere tempel zes staande giganten over. En dan de wanden! Zowel binnen als buiten werden die volgebeiteld met figuren en tekens in reliëf die hele verhalen en sagen uitbeeldden, eigenlijk dus historische stripverhalen in steen, de Egyptische Asterix, zou je kunnen zeggen. Alles werd natuurlijk oerdegelijk uitgevoerd, want het moest de millennia trotseren, ja de eeuwigheid benaderen. Maar helaas &#8230;. Ramses had er geen rekening mee gehouden dat enkele van zijn verre nazaten 4000 jaar later op het voor hem onzalige idee zouden komen om 280 km stroomafwaarts van zijn mooie tempels een hoge stuwdam in de Nijl te gaan plaatsen. Door die dam dreigden zijn pronkstukken voor eeuwig onder het Nijlwater te verdwijnen. Om Ramses te hulp te komen zaagde men de tempels en de beelden in brokken en bouwde de aldus ontstane driedimensionale legpuzzel een eind hoger op het droge weer precies in de originele stand weer op.<br />
Ziedaar een bezienswaardigheid, waar je wat voor over moet hebben om hem te zien. Logisch dat elke dag weer zo&#8217;n 800 toeristen hun fiets laten voor wat hij is en plaats nemen in de Egyptische Dinky Toys om zich afgrijselijk veilig naar Abu Simbel te laten vervoeren.</p>
<p>&#8220;Over twee uur terug bij de bus&#8221; zei de chaufeur, voordat we, gaar van de rit, naar buiten mochten. Meestal kijk ik een beetje meewarig toe als een gezelschap toeristen gekraakt een bus uitstrompelt dat dan binnen zoveel tijd weer terug moet zijn omdat anders het zo fraai berekende en opgestelde tijdschema in de soep loopt. Nu spoelde ik zelf mee in zo&#8217;n groep!<br />
Twee uur slechts! Ik had gedacht dat we daar een dagje rustig konden rondkijken. Op zo&#8217;n moment realiseer je je in ieder geval weer eens hoeveel vrijheid een fiets je verschaft!<br />
Het toegangsloket voor de tempel had moeite om de golf van 800 bezoekers te verwerken, maar uiteindelijk stond ik dan toch voor de grote tempel van Ramses II. Van de vier grote zittende beelden lag de tweede van links volledig aan puin op de grond maar de drie andere zaten er nog puntgaaf bij. Zeker een ongelukje met een hijsmachine, veronderstelde ik, maar voor de rest hadden ze het toch allemaal netjes voor elkaar gekregen met die hele verhuizing van die twee reuzentempels. Waar gehakt wordt valt wel eens een spaandertje. Daar moet je niet te moeilijk over doen!<br />
Terwijl ik wat foto&#8217;s maakte, probeerde ik me voor te stellen hoe je je als machinist van een enorme hijskraan voelt als er een 4000 jaar oude farao uit je grijper schiet en als een vers ei onder je op de stenen uiteen spat. &#8220;Ik drukte op het verkeerde knopje&#8221; zal hij &#8216;s avonds tegen zijn vrouw hebben gezegd &#8220;maar ik deed het niet met opzet&#8221;.<br />
Op dat moment kwam me dat andere Islamitische land voor de geest: Afghanistan, waar ze een aantal jaar geleden ongeveer even oude, even grote, historische even waardevolle uit de rots gehakte beelden wel met opzet uit elkaar hebben laten spatten, want Buddha was geen Islamiet en moest er dus aan geloven, te meer daar afbeeldingen van levende wezens door de Islam verboden zijn.<br />
Heel de wereld keek met afgrijzen toe hoe die kunstschat vernietigd werd, net zoals de hele wereld in 1962 met bewondering toekeek hoe Egypte deze Farao&#8217;s redde van de ondergang.<br />
&#8220;Waarachtig! Als dat Frank van Rijn niet is!&#8221; hoorde ik plotseling achter me zeggen. Ik draaide me verbaasd om en stond oog in oog met een bekende Nederlander: Fred uit Nijmegen. Nu zal niet iedere Nederlander deze bekende persoonlijkheid kennen, maar daar zal in de toekomst vrij zeker verandering in komen. Niet alleen weet Fred allemachtig veel van belastingzaken, wat al zeer bewonderenswaardig is, maar ook heeft hij ondertussen een onmetelijke kennis verzameld op het gebied van wereldreizen op de fiets. De laatste keer dat ik hem zag, al weer een paar jaar geleden, was hij al 16 jaar bezig met het voorbereiden van zijn eerste wereld-fietstoer. Hij vertelde me toen dat hij soms nachtmerries had van de gedachte aan een lekke band of een gebroken spaak, ergens in de rimboe van Afrika, maar dat hij een schriftelijke cursus fietsreparatie wilde gaan volgen om zijn kennis op het gebied van fietsreizen te vervolmaken.<br />
Terwijl we elkaar de hand schudden merkte ik op: &#8220;Jij bent nu zeker op wereldreis&#8221;<br />
&#8220;Een kleine&#8221; antwoord Fred bescheiden, &#8220;van Istanboel via het Midden Oosten naar Tunis&#8221;<br />
&#8220;En je fiets staat zeker ook in Aswan omdat ze je daarop niet hierheen lieten gaan. Of kon je ongemerkt om de politieposten heen komen?&#8221;<br />
&#8220;Mijn fiets staat in Nijmegen.&#8221;<br />
&#8220;In Nijmegen?&#8221;<br />
&#8220;Ja ik ben met een reisgezelschap in een omgebouwde vrachtwagen onderweg. Maar die wereldreis per fiets komt er gegarandeerd. Daar twijfelt zelfs mijn buurvrouw niet meer aan. De voorbereiding is nu bijna rond.&#8221;<br />
We praatten nog wat over Freds&#8217; plannen maar veranderden snel van onderwerp want we hadden allebei niet voor niets een enerverende busreis gemaakt. We moesten die tempels niet laten ondersneeuwen door herinneringen aan Drenthe, Nijmegen of theorieën over hoe je een gebroken trapper vervangt.<br />
&#8220;Jammer van dat ene beeld dat ze bij het verplaatsen van de tempel aan puin hebben laten vallen&#8221; merkte ik op terwijl ik op de brokstukken wees.<br />
&#8220;Nee&#8221; antwoordde Fred, &#8220;dat is niet aan puin gevallen. Ik hoorde zojuist van een gids die een groep toeristen rondleidde dat dat al in de tijd van Ramses II is gebeurd. Het was een beeld van de een of andere hotemetoot waar Ramses bonje mee kreeg. In plaats van de kerel op zijn gezicht te slaan of hem levend te mummificeren, liet hij uit nijd het beeld aan puin slaan. Die brokstukken hebben ze na het omhoog hijsen van de tempel precies in dezelfde positie neergelegd ten opzichte van de tempel als ze ze hebben aangetroffen.&#8221;</p>
<p>De kritische lezer zal zich nu ongetwijfeld afvragen of dit verhaal wel historisch verantwoord is. Het is altijd goed kritisch tegenover mooie historische verhalen te staan, maar waarom zou die gids zomaar iets uit zijn duim zuigen? Nee, die heeft het verhaal natuurlijk van een andere historicus gehoord die ook niet zwetst en die het op zijn beurt uit weer een andere oerbetrouwbare bron heeft vernomen &#8230;. En wat Fred betreft, de laatste schakel in de keten van de betrouwbare doorvertellers &#8230;. Beste kritische lezer, denk alleen maar aan zijn met Nijmeegse degelijkheid voorbereide wereld fietsreis! Nee, deze versie van &#8220;Het kapotte beeld van Abu Simbel&#8221; staat net zo stevig als de tempel zelf. Daar kan zelfs geen Egyptoloog meer omheen zonder zich onsterfelijk belachelijk te maken. En dat moet een grote geruststelling zijn voor de hijskraanmachinist, die dat beeld dus niet uit zijn grijper heeft laten vallen, zodat hij &#8216;s avonds tegen zijn vrouw kon zeggen: &#8220;Ik drukte vandaag niet op een verkeerd knopje.&#8221;</p>
<p>Nadat we de tempels tot in detail hadden bekeken en Fred nog een poging had gedaan om de hiëroglyphen te ontcijferen, waarin hij ook een schriftelijke cursus had gevolgd, was het tijd om onze bussen weer op te zoeken voor de terugreis naar Aswan.<br />
&#8220;Zullen we vanavond uit eten gaan in Aswan, als die busrit goed afloopt?&#8221; stelde Fred voor, &#8220;dan kan ik je vertellen over mijn wereldreis per fiets die er gegarandeerd komt&#8221;.<br />
&#8220;Dat lijkt me een goed idee&#8221; antwoordde ik, &#8220;ik weet een tent waar je je voor een halve Euro ongans kunt eten aan een groot bord tuinbonen.&#8221;<br />
&#8220;Ik dacht eigenlijk meer aan een grote dikke pizza voor tien Euro.&#8221;<br />
Ja, Fred zat blijkbaar een paar sterren hoger dan ik op de luxe-schaal, maar een etentje in gezelschap van zo&#8217;n fietsreisexpert is iets dat geen enkele reiziger zich wil laten ontglippen en daarom sprong ik voor die ene avond uit de band.</p>
<p>Abu Simbel ligt ondertussen al weer een flink eind achter me, want fietsen gaat een stuk sneller dan schrijven. De dikke pizza in Aswan was weer eens heel wat anders dan elke dag een bord fijngestampte tuinbonen (foul in het Arabisch). Fred zal nu met zijn gezelschap in de buurt van Tunis zitten, waarna zijn wereldfietsreis niet lang meer op zich zal laten wachten. Houd daarom het nieuws in de kranten goed bij!<br />
Ik zit nu in Kenia en ben op weg naar Katakwi en Butagaya in Uganda waar ik projecten ga bezoeken van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Cycling out of poverty. Van daar keer ik terug naar Kenia om aan het Victoriameer nog zo&#8217;n project te bezoeken. Ik zal daar t.z.t. verslag van uitbrengen. Zie ondertussen <a href="http://www.cyclingoutofpoverty.com">cyclingoutofpoverty.com</a> en <a href="http://www.eenfietsmaakthetverschil.nl">eenfietsmaakthetverschil.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=341</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>501.089 kilometer met toeclips</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=337</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=337#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Sep 2009 12:02:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=337</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=337.De ontwikkelingen in de fietswereld hebben de laatste jaren een grote vlucht genomen, waardoor het door een fiets zakken een sensatie is die slechts weinigen meer te beurt valt. Ook de droge harde, vroeger zo vertrouwde tik van een brekende spaak is in onze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=337">http://www.frankvanrijn.nl/?p=337</a>.<br /><p>De ontwikkelingen in de fietswereld hebben de laatste jaren een grote vlucht genomen, waardoor het door een fiets zakken een sensatie is die slechts weinigen meer te beurt valt. Ook de droge harde, vroeger zo vertrouwde tik van een brekende spaak is in onze tijd een zeldzaamheid en het plakken van  banden is druk op weg een curieus oud ambacht te worden. Dat zijn natuurlijk allemaal grote verdiensten van bedrijven als Gazelle, Schwalbe en Shimano, waar elke fietser blij mee is, maar deze gouden medaille heeft helaas ook een keerzijde: de toeclip, een metalen beugel aan de trapper die de voet veel steun bij het rijden geeft is van het toneel verdreven door een vernuftig kliksysteem waarmee de fietser vast vergrendeld zit aan zijn machine.<br />
Sinds mijn eerste escapades op de fiets heb ik met toeclips gereden en een van mijn gulden regels is: als iets goed voldoet moet je het zo houden en het niet verruilen voor iets dat misschien beter is maar misschien ook wel slechter. En voorts wil ik niet aan mijn fiets vastgeklikt zitten. En dus houd ik het bij de toeclip, ook al loop ik daarmee het risico door menig fietscollega als ouderwets bestempeld te worden. Nu zit ik er absoluut niet mee een ouderwetse indruk te maken, maar waar ik wèl mee zit is dat het door deze klikmode steeds moeilijker wordt om aan die, zo langzamerhand antieke, clips te komen. Zelfs Gazelle kan me er niet meer aan helpen. Ze gaven me fraaie pedalen met kliksysteem en degelijke Shimano klikschoenen in de hoop mijn conservatieve houding op dit punt te doorbreken, maar ik schroefde de klikdingen van de schoenen, draaide de pedalen om en monteerde daar mijn oude toeclips aan.<br />
De laatste jaren heb ik rommelmarkten afgelopen op zoek naar die voor mij zo onontbeerlijke clips. Soms had ik geluk en vond ik tussen stapels oud ijzer een verroeste trapper waar nog zo&#8217;n eveneens verroest wondertje van bijna prehistorische mechanische technologie aan vast zat, maar meestal was het zoeken vergeefs.<br />
Voor deze reis, van Nederland naar Griekenland, kreeg ik van een verzamelaar van oude fietsen een stel tweedehands toeclips cadeau. Met zo&#8217;n driehonderd tweewielers in zijn schuur in het Drentse Echten (waaronder een van mij, waarmee ik in 1986 door de Sahara ben getrokken) valt er hier en daar wel eens een clipje los te schroeven. Met dat setje kan ik weer 10.000 km vooruit, eventueel geholpen door een paar lassers onderweg.<br />
Dicht voor Thonon Les Bains wees mijn teller 3070 km aan (na een omweg via Normandië, Bretagne en het Massif Central) sinds mijn vertrek op 1 Juni uit Drenthe. Op zich is dat natuurlijk niets bijzonders, maar aangezien ik op al mijn vorige fietsreizen 496930 km bij elkaar getrapt had was dat een mijlpaal die gepast gevierd diende te worden. Ik had me voorgenomen me bij deze 500.000ste kilometer eens heerlijk te verwennen met een koude Cola, want een luxe mag op z&#8217;n tijd wel, te meer daar er bij mijn 400.000ste kilometer, die ik in de rimboe van Botswana vol trapte, in de verste verte geen winkeltje met Cola te bekennen was. Nu beleefde ik het tegenovergestelde, want ik stond juist voor een gigant van een supermarkt, aan de grote weg naar Thonon Les Bains. Veel Cola maar weinig sfeer en een decor van niks voor een foto. En dus reed ik, voorzien van een Freeway-Cola, 5 km verder op een zijweggetje. Daar vond ik een boom als decor waar ik wat matig interessante foto&#8217;s maakte van mijn fiets met een velletje papier er aan geplakt waarop ik 500.005 km had geschreven. Mijn Freeway drankje was helaas al niet ijskoud meer en zo ging het feestje, waar ik me honderdduizend kilometer op had verheugd, de mist in. Misschien kar ik voor mijn 600.000ste kilometerparty wel naar het bordje &#8220;Poolcirkel&#8221;. Dat vormt een aardig decor en het zal voor mij een dubbele mijlpaal zijn want noordelijker dan Ameland ben ik nooit geweest. En dan het extra voordeel: de Arctic Cola die ik daar in mijn fietstas zal hebben zal ongetwijfeld nog ijskoud zijn.<br />
Via St.Gallen en over de Resia-pas zakte ik af naar Verona waar ik, om het mislukte mijlpaalfeestje te compenseren, in de grote Romeinse arena een uitvoering van Verdi&#8217;s Aïda bijwoonde. Ook dat drama liep verkeerd af, maar dat was geen verrassing, want Verdi&#8217;s opera&#8217;s lopen vrijwel allemaal verkeerd af. Dat hoort er nu eenmaal een beetje bij met Verdi. Hoe fouter het loopt , hoe mooier de muziek en dus hoe geweldiger de avond.<br />
Na dit hoogtepunt volgde er nog een: een bezoek aan het Italiaanse Giethoorn, de mooiste stad van Europa. Ik slenterde er een dag rond en dat was vandaag. Ik logeer nu bij een marketingmanager van Brooks-zadels (het Engelse Brooks is opgekocht door het Italiaanse Selle Royal). Hij woont in een oud fraai landhuis, dat veel weg heeft van een paleis, 15 km buiten Venetië. En zo geniet ik weer eens wat luxe.<br />
&#8220;Kijk&#8221; zegt Andrea, mijn gastheer, &#8216;s avonds na een overvloedig diner, &#8220;hier heb ik de nieuwste Brooks brochure. Jij staat er ook in.&#8221; en hij wijst op <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?page_id=323">een foto</a> waarop ik naast mijn tent aan de voet van een hoge berg zit, ergens op het Tibetaanse plateau. Dat is eigenlijk geen toeval, want ik heb hem die foto zelf gestuurd.</p>
<p>Als ik wat later in de brochure zit te bladeren ontdek ik dat Brooks behalve uitmuntende zadels, waarmee ik al twaalf en een half maal de aardomtrek heb gereden, ook andere producten maakt. En wat zie ik daar opeens? Leren toeclipsriempjes!!</p>
<p><a href="http://www.brooksengland.com/en/Shop_CategoryPage.aspx?cat=bags+-+other+brooks+products"><img src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/riempjes.jpeg" alt="" width="84" height="70" /></a></p>
<p>&#8220;Maken jullie er ook toeclips bij?&#8221; vraag ik Andrea.<br />
&#8220;Jazeker, want wat heb je aan toeclipsriempjes zonder toeclips?&#8221;</p>
<p><a href="http://www.brooksengland.com/en/Shop_CategoryPage.aspx?cat=bags+-+other+brooks+products"><img src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/clips.jpeg" alt="" width="84" height="70" /></a><br />
En hier, na 501.089 km dolen over de wereld is mijn toeclipprobleem plotseling opgelost. Voortaan hoef ik, als ik over rommelmarkten slenter, niet meer uit te kijken naar oude verroeste trappers waar misschien nog een bruikbaar clipje aan zit en kan ik al mijn aandacht wijden aan schoteltjes uit de Ming-dynastie, etsen van Rembrandt, originele, zoekgeraakte manuscripten van Johan Sebastiaan  Bach en cowboyfilms van John Wayne op de video.</p>
<p>PS<br />
Door te grote (of gepaste?) zelfkritiek heb ik een aantal passages van bovenstaand verhaal wel tien keer overgeschreven. Daardoor heeft dit verhaaltje in status nascendi 1985 km meegereisd in mijn fietstas sinds ik het Italiaanse Giethoorn achter me liet. Ondertussen ben ik ben ik dan ook al via Slovenië, Kroatië, Bosnië, en Herzegowina en Montenegro tot in het noorden van Albanië doorgedrongen.<br />
Ik zit nu in een dorpje van 10 huizen aan de voet van hoge bergen. Nu moet ik het verhal nog kopiëren, in een envelop stoppen, een postzegel er op plakken en in een brievenbus gooien, maar in dit dorpje is natuurlijk geen kopieerapparaat  en zeker geen postkantoor.<br />
Daarna moet de brief nog bij mijn webmaster afgeleverd worden, maar dan staat het ook binnen een kwartier op mijn website.<br />
Hoeveel kilometers gaat dat hele proces nog duren, oftewel hoe ver zal ik dit dorpje al weer voorbij zijn als u dit leest?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=337</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lectori Digitali Salutem</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=327</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=327#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Apr 2009 09:33:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=327</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=327.Een stel peperdure visa, letters of invitation, travelpermits en een dag lang bureaucratisch mens-erger-je-niet spelen in een sombere overheidsspelonk voor een stukje voddig papier van 6 x 8 cm met een stempel er op &#8230;. Je moet er wat voor over hebben om een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=327">http://www.frankvanrijn.nl/?p=327</a>.<br /><p>Een stel peperdure visa, letters of invitation, travelpermits en een dag lang bureaucratisch mens-erger-je-niet spelen in een sombere overheidsspelonk voor een stukje voddig papier van 6 x 8 cm met een stempel er op &#8230;. Je moet er wat voor over hebben om een stel voormalige Sowietrepublieken te mogen bezoeken. Dat erger-je-niet spelen gaat mij normaal al niet zo soepeltjes af maar toen in Dushanbe, de hoofdstad van Tadjikistan, door de een of andere belangrijke bons het honderdeneerste probleem werd gecreëerd, met de opmerking: &#8220;Er staat geen nummer boven uw travelpermit&#8221;, werd het me te machtig.<br />
&#8220;Het barst van de nummers op de permit&#8221; antwoordde ik geïrriteerd.<br />
&#8220;Maar op het randje hierboven moet ook een nummer staan en dat ontbreekt&#8221;<br />
&#8220;Dit is mijn laatste reis door zo&#8217;n stempel-nummer-registratie-permitland&#8221; siste ik in het Nederlands, de wanhoop nabij &#8220;volgend jaar ga ik naar het Tjeukemeer&#8221;.<br />
&#8220;Wablief?&#8221; vroeg de bons.<br />
Ik dwong me opnieuw tot geduld en diplomatie van de hoogste orde en na anderhalf etmaal kon ik zo waar het zo vurig verlangde vodje met stempel in ontvangst nemen. Kosten: slechts $ 38,- en daarvoor waren misschien wel vijf mensen een dag voor in de weer geweest. Dat is een uurloon van tweeënzeventig eurocent. Een koopje! Zoiets lukt je in Nederland niet meer!</p>
<p>Afgezien van dit mens-wat-heb-je-je-weer-geërgerd spel, had ik een mooie reis van ruim vier maanden door Centraal Azië, maar verderop doemde al weer een nieuw probleem op. &#8220;Hoe meer fietstoeristen in ons land tijdens de Olympische Spelen, hoe meer kans op revolutie&#8221; dachten de Chinezen en die bezorgdheid is natuurlijk volkomen terecht. Stel je voor: honderdduizenden fietsers die vanuit Europa komen aanzwermen, zoiets als indertijd de horden van Jengiz Khan op hun paarden. Die zouden gemakkelijk Peking kunnen bezetten met en passant heel Tibet er bij. En daar houden de Chinezen niet van, reden om van de ene dag op de andere, de visum afgifte aan de toeristenstop te zetten.</p>
<p>Mijn plannetje om door China naar Laos en Thailand te fietsen viel daardoor in duigen en bovendien kwam ik, in het in September steeds kouder wordende Centraal Azië, vast te zitten. Om de barre winter te ontlopen bood het vliegtuig de enig redelijke oplossing. Daarbij had ik de keuze tussen terug te keren naar Nederland en daar in mijn comfortabele huisje de winter door te brengen met het inplakken van dertig schoenendozen vol krantenknipsels van Heer Bommel, Panda, Koning Hollewijn en Eric de Noorman of een sprong over de Himalaya te maken naar een warme plek om va deze, door de Chinezen in duigen geslagen tocht toch nog iets te maken. Ik koos voor het laatste, namelijk Delhi en bewaar die Bommels, Panda&#8217;s, Hollewijns en Noormannen voor na mijn pensioen. Dan heb ik nog wat te doen en val ik niet in het beruchte vacuüm dat iedere Workaholic als het zwaard van Damocles boven het hoofd hangt.</p>
<p>Vanaf Delhi trok ik vijf maanden rond door het Indiase subcontinent. In het altijd weer mooie Nepal deed ik hoewel het al vrij laat in het jaar was een trekking naar het basiskamp van de Annapurna midden in een overdonderend sneeuwtoppen massief. Bangladesh, waar ik een week rond reed, was nieuw voor me, hoewel het met zijn mensenmassa&#8217;s en legers van fietsriksja&#8217;s sterk leek op het India van 1983. Het grootste deel van deze vijf maanden trok ik rond door het reusachtige India voordat ik van Bombay terugvloog naar Nederland.</p>
<p>In mijn vorige web-nieuwsbrief (al weer een tijdje geleden!) schreef ik over de veranderingen in India, de laatste 25 jaar. Ik wil daar nog een drietal opmerkingen aan toe voegen:</p>
<p>1. Filmster<br />
Er blijken, anders dan ik vorige keer schreef, toch nog veel gebieden in India te zijn zoals Bihar en West-Bengalen (en zeker ook het buurland Bangladesh) waar je het absolute middelpunt van de belangstelling bent met elke keer als je een pauze houdt drommen mensen om je heen en waar je als een gevierde filmster handtekeningen kunt uitdelen. Dat zijn voornamelijk de arme en minder ontwikkelde gebieden waar je ook nog veel fietsen en fietsriksja&#8217;s ziet die in de rijkere gebieden en steden vrijwel geheel vervangen zijn door motorfietsen en scooter-riksja&#8217;s.</p>
<p>2. Banken<br />
Ik schreef in mijn vorige nieuwsbrief dat je tegenwoordig in India heel makkelijk geld kunt wisselen, in tegenstelling tot 25 jaar geleden. Dat geldt zeker voor de toeristische plaatsen waar privé wisselbureaus zijn, maar bij banken gaat dat toch nog steeds op z&#8217;n elfendertigst. Loop voor de aardigheid maar eens een bank binnen in een stad die niet toeristisch is. Dat deed ik, hoewel beslist niet voor de aardigheid, toen ik vanuit Bangladesh India weer in reed en dat ging zo:<br />
&#8220;Goedemorgen kan ik hier dollars of euro&#8217;s wisselen?&#8221;<br />
&#8220;No sir, deze bank is niet gerechtigd buitenlands geld te wisselen. Ga naar Calcutta.&#8221;<br />
&#8220;Ik moet helemaal niet naar Calcutta.&#8221;<br />
&#8220;In Bhupaneshwar, de hoofdstad van Orissa kan het ook. No problems in India!&#8221;<br />
&#8220;Maar dat is 400 km hier vandaan!&#8221;<br />
&#8220;Yes, no problem!&#8221;<br />
En dus reed ik op een krap budget naar Bhupaneshwar terwijl mijn zakken uitpuilden van de dollars en de euro&#8217;s. Waar ik onderweg ook probeerde te wisselen, ik werd doorverwezen naar Bhupaneshwar (merkwaardig toch, die Indiërs die wel graag buitenlandse deviezen krijgen, maar het de wissel- en bestedingsgrage toerist zo moeilijk maken!)<br />
In Bhupaneshwar liep ik een bank binnen.&#8221;Goedemorgen kan ik hier dollars of euro&#8217;s wisselen?&#8221;<br />
&#8220;No Sir u moet bij de Main Branch van de Statebank of India zijn, aan de andere kant van de stad&#8221;.<br />
Aan de voorkant van die Main Branch stond een groot bord met daarop: &#8220;The customer is the most important person in this bank&#8221;. Fijn! Eindelijk een bank waar goed zaken mee te doen was! &#8220;Goedemorgen kan ik hier dollars of euro&#8217;s wisselen?&#8221;<br />
&#8220;Please Sir, sit down.&#8221;<br />
&#8220;Nee, ik kom niet om te zitten maar om te wisselen.&#8221;<br />
&#8220;Yes wait&#8221;.<br />
Na een kwartier kwam er al beweging in de zaak. Ik moest mijn pas laten zien en de cheque tekenen. Daarna ging de man aan de slag met zijn computer. Al een geweldige vooruitgang met vroeger, toen alles met een pennetje in grote boeken geschreven werd. Er volgde een klik- en typewerk waar geen einde aan leek te komen, en na dit een tijd aanschouwd te hebben vroeg ik: &#8220;Bent u een boek aan het schrijven of alleen maar een artikel?&#8221;<br />
&#8220;No Sir, sit down.&#8221; Eindelijk kwam het computerwerk dan toch tot een einde, maar in plaats van me de rupees te geven haalde de noeste werker een groot boek tevoorschijn en begon daarin met een pennetje het hele verhaal op te schrijven dat hij zojuist met zijn computer had gemaakt.<br />
&#8220;Vertrouwt u uw computer niet?&#8221;<br />
&#8220;Safety first.&#8221;Daarin kon ik hem geen ongelijk geven, maar waarom dan al dat computerwerk? Als je geen vertrouwen in het ding hebt, zet hem dan bij het grof vuil!Na het schrijfwerk in zijn grote boek kwam het bonnenboekje met vier carbonvelletjes op tafel, en daarna &#8230;. werd het hele spul naar de buurman geschoven die echter met andere gewichtige zaken bezig was. &#8220;Mijn&#8221; employé ging ondertussen een andere klant &#8220;helpen&#8221;!<br />
&#8220;Hoe is het nu met mijn rupees?&#8221; vroeg ik.<br />
&#8220;Wait. Over 15 minuten of zo is alles al voor elkaar.&#8221;<br />
Nog eens 15 minuten!! Dat werd me te gortig en daarom verloor ik mijn alom geroemde bank-diplomatie:<br />
&#8220;Meneer, ik ben naar India gekomen om India te zien, om jullie fraaie tempels te bekijken, om te reizen en om geld uit te geven. Niet om een dag in de catacomben van de State Bank of India door te brengen! Voor dit gebouw heb ik een groot bord gezien waarop staat dat ik hier de belangrijkste persoon ben. Welnu, als ik dan zo belangrijk ben wil ik niet, na al een half uur gewacht te hebben, nog eens 15 minuten wachten enkel om een paar rupees te wisselen. En waarop? Moet het geld nog gedrukt worden? Ik dacht dat India bezig is the Number One in the World te worden, maar op deze manier kan het nog wel een tijdje duren voordat het zover is.&#8221;<br />
Daarna had ik verrassend snel mijn rupees en kon ik terug de zon in en de interessante oude tempels van Bhupaneshwar gaan bekijken.</p>
<p>3. Afval<br />
Kort nadat ik mijn vorige nieuwsbrief schreef met daarin een verhaal over hoe men in India met afval omgaat, ontdekte ik dat men hier een grote sprong voorwaarts had genomen, op hygiënisch gebied. Dronk met tot voor kort thee uit glaasjes, die vervolgens in een bak niet al te schoon water werden omgespoeld, nu zie je steeds meer dat men thee drinkt uit kleine plastic bekertjes. Die hoeven niet omgespoeld te worden en kunnen zo de straat op of de goot in. Ik heb uitgerekend dat, aangezien alle Indiërs elke dag herhaaldelijk thee drinken, heel India over ongeveer 5 jaar bedekt zal zijn met een 30 à 40 cm dikke laag van die bekertjes. Als Mars bewoond is zullen de Marsmannen onze mooie aarde meer zien glinsteren dan voorheen. Interessant voor de Marsmannen maar misschien (hopelijk!) gaan de Indiers zich tegen die tijd eens afvragen of ze wel op de juiste weg zijn met hun hygiene.<br />
Afgezien van deze en nog enkele andere merkwaardige en hinderlijke ervaringen, heb ik een mooie aangename reis door India gehad. Het blijft een land dat altijd weer boeit door zijn interessante cultuur en bonte couleur locale, een land waar het weer in de droge tijd elke dag prachtig is, waar erg schilderachtige plaatsjes zijn, waar adembenemend mooie forten, tempels en moskeeën voor het oprapen liggen, waar je in geweldig indrukwekkende landschappen kunt rondtrekken en waar je veel bijzondere ontmoetingen hebt, de meeste sympathiek, maar vaak wel met een groot taalprobleem (als je geen Hindi, Punjabi, Tamil, Telegu, Marati, en nog zo&#8217;n 80 andere talen spreekt).</p>
<p>Na elke reis door India denk ik dat ik het er verder maar bij moet laten aangezien ik er al erg veel van heb gezien en het toch in nogal wat opzichten een vermoeiend land is. En toch was dit al weer mijn zesde India-reis. Nu, na bijna 30.000 km op al mijn India-reizen bij elkaar (28.965 volgens mijn grote administratieboek) vind ik het toch echt wel welletjes. Vaarwel India!<br />
Hoewel &#8230;.. In Kasjmir, Sikkim en Assam ben ik nog nooit geweest en daar moet het wel erg mooi zijn, dus wie weet? En als ik dan weer de smaak te pakken heb&#8230;&#8230;.</p>
<p>Ik ben u al weer een tijdje terug in Nederland. &#8220;Ben je al geacclimatiseerd?&#8221; vragen vrienden mij vaak. Na maandenlang zon bij temperaturen van 20 à 30° Celsius, ploffen de Maartse buien natuurlijk hard op me neer, maar wat nog harder op me neerploft is de stapel post van 9 maanden, waarvan sommige brieven leuk en vele brieven (gas, water elektra, belasting, verzekering etc, u kent ze misschien ook wel) vervelend tot ronduit onaangenaam zijn en die erg veel werk en tijd vergen.<br />
Bij een vriend die een computer heeft ontdekte ik dat er ook een flinke stapel digitale post in mijn gastenboek is binnengekomen. Dat is natuurlijk wèl erg aardige post. Helaas heb ik gedurende mijn reis niet veel gelegenheid gehad daarop te reageren, maar nu is er dan eindelijk de tijd gekomen om allen die zo spontaan en sympathiek hun bericht in dit gastenboek hebben geschreven te bedanken. De vele positieve reakties op mijn boeken en lezingen waren erg bemoedigend. Sommigen vroegen me of ik weer met een nieuw boek bezig ben, een vraag waar ik weliswaar &#8220;ja&#8221; op kan antwoorden, maar waar ik onmiddellijk aan toe moet voegen dat ik er nog niet veel van op papier heb staan. Hopende op genoeg inspiratie pak ik de pen weer op om tijdens mijn verblijf in Nederland mijn belevenissen in Centraal Azie op papier te zetten.</p>
<p>Suzanne, Jackie, Jan, Annie, Nel, Dmitri, Adrie, Jan, Peter en Monique, Jos en Annemarie, Ernie, Rineke, Willy, Samuel, Martijn, Rob, Kor, Michael, Andre, Adriana, Ingeborg, Hans en Joke, Hans en Marianne, Annemiek, Yvette en Vera, allen hartelijk dank voor jullie enthousiaste en aardige reakties in mijn gastenboek. En verder natuurlijk een groet aan al mijn trouwe web-lezers (lectori digitali), die steeds weer (en soms vergeefs)  kijken of ik wat nieuws geschreven heb. De frequentie van mijn berichtgeving is wat aan de lage kant, geef ik toe. Ik zal echter proberen die frequentie in de toekomst wat op te voeren. Een goed voornemen, nu eens niet op 1 Januari maar op 1 April.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=327</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>India toen en nu</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=286</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=286#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 29 Nov 2008 15:13:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=286</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=286.Ik bewonder de mensen die kans zien tijdens hun reis verslagen op hun website te zetten die zo lang zijn dat je er een huis mee kunt behangen. Ik vraag me wel eens af waar ze de tijd voor zulk monnikenwerk vandaan halen. Mij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=286">http://www.frankvanrijn.nl/?p=286</a>.<br /><p>Ik bewonder de mensen die kans zien tijdens hun reis verslagen op hun website te zetten die zo lang zijn dat je er een huis mee kunt behangen. Ik vraag me wel eens af waar ze de tijd voor zulk monnikenwerk vandaan halen. Mij kost het fietsen, dingen bekijken, wandelingen maken, voedsel kopen, slaapplekken zoeken, de was doen en uit elkaar vallende kleren oplappen zoveel tijd dat het bijhouden van mijn dagboek soms al in het gedrang komt. Maar gezegend met een vingervlugheid van 750 tot 1000 aanslagen per minuut rammel je toch nog wel redelijk snel een vierkante meter literair behang uit de computer, die dan meteen het web op kan om de verste uithoeken van onze aardbol te veroveren.<br />
Bij mij ontstaat een stuk tekst pas na een hoop geklad in een schriftje met doorhalingen en tussenvoegingen, correcties en correcties op correcties. Maar mijn grootste remmende factor is de inspiratie die het nogal eens laat afweten. En als die dan soms toch de kop op steekt en ik zit juist op de fiets, krijg ik nog niets op papier. Dat is waarom mijn website niet iedere dag bol staat van de nieuwe verhalen. Het wordt nu echter tijd de trouwe volger van deze site tevreden te stellen met een nieuw verhaal en daarom heb ik mijn schriftje maar eens uit de diepten van mijn fietstas omhoog gehaald. Als ik straks tevreden ben over de tekst, wat ik nog maar moet afwachten, gaat die per c-mail (conventional mail, oftewel in een envelop met een postzegel erop) naar mijn geweldige webmaster in Nederland, die vervolgens <a class="thickbox" title="geknoei" href="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/schriftje.jpg" rel="lightbox[286]">mijn geknoei</a> omzet in fraai getypte vorm op mijn site. Een even moeizaam proces als het fietsen zelf, en dat is dus eigenlijk heel passend voor deze website.</p>
<p>Na een reis door Centraal Azië , waar ik een boek over aan het schrijven ben (al vijf kantjes in klad klaar, weer in een ander schriftje) ben ik in India aangekomen. Daarbij heb ik helaas wat moeten sjoemelen: per vliegtuig van Almaty in Kazakhstan naar Delhi, want de Chinezen gaven in verband met de Olympische spelen geen toeristen visa meer af. Dat was om een zo goed mogelijke indruk naar de buitenwereld te maken iets wat hen helaas maar zeer ten dele gelukt is aangezien ze daarmee vele duizenden reizigers een spaak in het wiel gestoken hebben.<br />
India is sinds mijn eerste bezoek in 1983 enorm veranderd, gedeeltelijk ten goede en gedeeltelijk ten slechte. Moest ik vroeger vijf tot tien uur wachten tussen drommen mensen in een somber telefoonkantoor, op een peperdure telefoonverbinding met Nederland (zo rond de tien gulden per minuut), iets wat je in een stad kleiner dan een miljoen inwoners in het geheel kon vergeten, nu struikel je in de straten over de PCO&#8217;s (Public Call Office) waar je voor een paar centen direct verbinding hebt. Internet bestond niet en een fax was een soort Jules Verne-achtige sciencefiction. Mobiele telefoons waren slechts mobiel tot de spiraaldraad tussen de hoorn en het toestel geheel uitgerekt was, dus daar liep je niet verder mee weg dan één meter dertig. De telecom is dus enorm verbeterd en dat is natuurlijk fijn, hoewel &#8230;. als je nu op straat aan iemand de weg vraagt heb je een vlotte kans dat hij &#8220;bezet&#8221; is met zijn mobiel tegen het oor.<br />
Een andere grote vooruitgang is dat er tegenwoordig in India veel meer Engels wordt gesproken dan vroeger. Nu vind je zelfs buiten de grote steden soms mensen met wie je in mindere of meerdere mate Engels kunt spreken. In 1983 was het buiten de grote steden gebeurd met Engels en kon je met gebarentaal aan de slag die meestal verkeerd begrepen werd.<br />
Tijdens deze reis kan ik er bij een theehuisje of eethuisje halt houden en op mijn gemak een theetje drinken en de kaart bekijken. Dat was in 1983 uitgesloten. Waar en wanneer ik ook maar stopte, meteen verdrongen zich tientallen, zo niet honderden mensen om me heen om me aan te staren alsof ik een vers uit een UFO gestapte Jupiterman was. Soms werkte zich dan een linguïstisch wonder door de menigte naar voren om me te bestoken met vragen als:<br />
&#8220;Your sweet name please?&#8221;<br />
&#8220;Which country belongs to you?&#8221;<br />
&#8220;What is this?&#8221;<br />
&#8220;Where are you?&#8221;<br />
&#8220;Are you married?&#8221;<br />
&#8220;Do you travel lonely?&#8221; en meer van dat soort apekool, want als ik dan vroeg hoe ver het nog naar de de een of andere plek was, dirkte de ijverige vragensteller er gewoon over heen met:<br />
&#8220;What are your qualifications?&#8221; of<br />
&#8220;Where is your headquarters?&#8221;<br />
Dat vermoeiende opvoeren van de One Man Show is nu grotendeels voorbij en dat is natuurlijk een opluchting. Maar ja &#8230;. daarmee is toch ook wel iets van de charme van India verdwenen. Vroeger kon een Westerling zich twintig maal per dag het absolute middelpunt van het heelal voelen of op z&#8217;n minst een gevierde filmster. Nu ben je, zelfs met een fraai gekleurde fiets, gedevalueerd tot een misschien nog enigszins merkwaardige figurant in het Indiase straatbeeld.<br />
Plastic afval is, net zoals op zoveel plekken in de wereld, zachtjesaan een ramp aan het worden. Snoepjes die vroeger per kilogram verkocht werden en in een stuk krant gewikkeld werden, worden nu door de fabrikant netjes elk afzonderlijk in plastic verpakt. Reuze hygiënisch! De winkeltjes hangen vol met plastic zakjes met chips zoutjes en koekjes en elke aankoop wordt nog eens extra in een plastic zakje gedaan. En waar komt al dat plastic uiteindelijk terecht? In de vuilnisbak? Ja, want heel India is druk op weg een groot vuilnisvat te worden.  Als je met een zak netjes gespaard vuilnis in de hand vraagt naar een vuilnisbak heb je een vlotte kans vol onbegrip aangestaard te worden.<br />
&#8220;Wil je dat verkopen? Nee? Wat wil je er dan mee? O weggooien? Nou doe dat dan! Waar? Gewoon hier op straat of daar in de rivier. In de rivier gaat het vanzelf weg. Dan heb je er helemaal geen omkijken meer naar.&#8221;<br />
En als je dan vervolgens de zak weer in je fietstas opbergt in de hoop toch nog ooit ergens een vuilnisbak te vinden, ben je de clown van de dag. En zo kun je tegenwoordig dus toch nog het absolute middelpunt van de belangstelling worden.<br />
Met geld wisselen is sinds 1983 een grote vooruitgang geboekt. Je loopt nu een bank of wisselkantoor binnen en in een paar minuten heb je dollars of euro&#8217;s omgezet in rupies. Zelfs voor het verzilveren van een travellercheque is men hier niet meer benauwd (iets waar de banken in Nederland nog wat van kunnen leren!).<br />
In 1983 kon ik voor geld wisselen een halve dag uittrekken. Als ik na veel zoeken uiteindelijk de bank gevonden had waar het kon, waren er tien mensen een paar uur mee bezig: de één moest de cheque bestuderen en vergelijken met afbeeldingen in een voorbeelden boek, een ander moest mijn pas bestuderen, een derde moest een reçu in vijfvoud uitschrijven omdat het carbonpapier zoek was, een vierde zette zijn handtekening op de reçus, een vijfde duwde een speld door de reçus om ze bij elkaar te houden, een zesde trok die er vervolgens weer uit en verving hem door een paperclip. Als er uiteindelijk stempels op stonden en je dacht dat je je rupies nu weldra in de hand gedrukt zou krijgen, kreeg je in plaats daarvan een damschijf met een nummer erop en kon je achter aansluiten bij de rij voor de kassa, een wanordelijke rij met een omvang waar je onpasselijk van werd.<br />
Met het verkeer is het daarentegen niet alleen achteruit gegaan maar veeleer volledig uit de hand gelopen. Vroeger waren de straten gevuld met voetgangers, fietsers en fietsriksja&#8217;s, waar zich zo nu en dan een auto scooter of vrachtwagen doorheen wrong, een chaotisch straatbeeld met echter een zekere charme, als je er oog voor had. Nu rijdt iedereen die vroeger fietste op een motorfiets en iedereen die vroeger op een motorfiets reed in een auto. Osse- en kamelenkarren hebben plaats gemaakt voor tractoren en vrachtwagens en het aantal bussen is vertienvoudigd. De charmante chaos van weleer is veranderd in een gemotoriseerde gassen uitstotende heksenketel. Delhi uitfietsen was een onderneming die zelfs Hercules de haren ten berge had doen rijzen. Het leek alsof met mij alle vrachtwagens van India de uitvalsweg richting Chandigarg hadden gekozen. Flyovers en rotondes in aanbouw leverden hun niet geringe bijdrage aan het perfectioneren van de totale inferno.<br />
Dit alles zou nog te overkomen zijn geweest als de Indiër de claxon nooit had ontdekt, maar helaas &#8230;. hij heeft hem wèl ontdekt en hem als een soort godheid zijn cultuur binnengesleept zodat India&#8217;s straten nu gevuld zijn met zinloos, keihard, krankzinnig makend getoeter. Zodra een weggebruiker iets voor zich ziet bewegen, het doet er niet toe of het een auto, fiets, voetganger, olifant of vlinder is, drukt hij op zijn claxon en blijft dat doen, continu of met een drie, vier of vijftonig zenuwendeuntje, totdat hij het bewegende object een eind voorbij is. Het resultaat is een huiveringwekkend dissonanten-concert dat menig hardrock musicus zou inspireren tot het ontlokken van nog mooiere tonen aan zijn elektrische gitaar. Deze overdosis aan decibels (zo het geen megabels zijn) schijnt geen enkele Indiër te storen, maar mij stoorde het dermate, dat ik na een week fietsen door de staten Haryana en Pujab overwoog het vliegtuig terug naar Nederland te nemen.<br />
De dag na dit psychologische dieptepunt reed ik de bergen van Himachal Pradesh in, waar ik met een redelijke kaart de kleine wegen opzocht. Hoewel daar zo nu en dan ook bussen en vrachtwagens toeterend langs kwamen denderen was het er toch veel rustiger dan in Haryana en Punjab, twee vlakke en relatief dichtbevolkte landbouwstaten. Met de prachtige, met dennenbossen begroeide bergen om me heen, keerde het plezier terug. Over bochtige smalle hobbelige asfaltweggetjes vol gaten en stukken gravel, klom ik naar passen van Alpen-niveau en daalde ik af in valleien waar blauwe kolkende beken en rivieren door stroomden. Het absurde plan om overhaast het vliegtuig terug naar Nederland te nemen smolt uiteraard weg als sneeuw voor de Indiase zon.<br />
<img src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/centrazie.jpg" alt="centraal Azie" width="" height="" align="middle" /><br />
Ondertussen ben ik in Rishikesh aangekomen, een van de belangrijkste spirituele plaatsen van India, gelegen aan de Ganges, niet zo heel ver van de oorsprong van deze heilige rivier. Hier kun je je hart ophalen aan yoga en allerlei soorten meditatielessen en verder kun je er Hindi leren spreken en je bekwamen in koken op z&#8217;n Indiaas. En er is nog veel meer te doen en te leren, maar ik heb al die wijsheid voorlopig aan mij voorbij laten gaan aangezien het afmaken van dit stuk tekst prioriteit nummer één was. Die klus is nu bijna voltooid, zodat ik vanmiddag misschien nog even een cursusje Sanskriet of zo kan gaan volgen, iets waar je toch al gauw een paar uur mee bezig bent om dat geheel onder de knie te krijgen. Maar voordat ik de pen neerleg wil ik dit verhaal van veranderingen die zich in India hebben voltrokken besluiten met iets dat in al die 25 jaar geheel onveranderd is gebleven, zo stabiel als een granietrots in de branding en dat is de gewoonte van de Indiër om zijn voedsel overdadig te &#8220;verrijken&#8221; met chilli&#8217;s, pepers, masala en allerlei andere afschuwelijke kruiden die je al in je mond voelt branden als je er alleen nog maar naar kijkt. Maar gelukkig zijn er, net als vroeger, overal bananen te koop dus ook deze reis door India ga ik overleven.</p>
<p>PS:<br />
In mijn boek Pelgrims en Pepers, dat kort geleden bij Rainbow Pockets in herdruk is verschenen (met zwart-wit foto&#8217;s) is te lezen hoe het reizen door India vroeger was. Dat boek zal dit najaar (2008) ook weer uitkomen bij Uitgeverij Elmar, maar geheel in kleur.<br />
Een ander boek van mij: &#8220;Revanche in de Andes&#8221; zal eveneens dit najaar bij uitgeverij Elmar in herdruk verschijnen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=286</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cuba op z&#8217;n breedst</title>
		<link>http://www.frankvanrijn.nl/?p=227</link>
		<comments>http://www.frankvanrijn.nl/?p=227#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 19 Feb 2008 16:30:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank van Rijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Laatste Nieuwsbrief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.frankvanrijn.nl/?p=227</guid>
		<description><![CDATA[Copyright &#169; 2012 Frank van Rijn. Visit the original article at http://www.frankvanrijn.nl/?p=227.Cuba is een lang smal licht gebogen eiland in de vorm van een banaan die klem heeft gezeten in een fietstas en zo 100 km heeft mee geschud over een asfaltweg vol gaten en scheuren. De banaan is nog wel herkenbaar maar is gedeeltelijk [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Copyright &copy; 2012 <a href="http://www.frankvanrijn.nl">Frank van Rijn</a>. Visit the original article at <a href="http://www.frankvanrijn.nl/?p=227">http://www.frankvanrijn.nl/?p=227</a>.<br /><p><img class="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/cuba.png" alt="" vspace="5" width="100" height="68" align="left" />Cuba is een lang smal licht gebogen eiland in de vorm van een banaan die klem heeft gezeten in een fietstas en zo 100 km heeft mee geschud over een asfaltweg vol gaten en scheuren. De banaan is nog wel herkenbaar maar is gedeeltelijk in elkaar gedrukt zodat hij op sommige plaatsen niet meer te genieten is. De smalste plek van dit bananenland bevindt zich iets ten westen van Havanna. Daar ben je in een rechte lijn in 32 km van de noordkust naar de zuidkust. In de buurt van Holguin is Cuba op z&#8217;n breedst met ongeveer 168 km. Daar heeft de banaan het minst te lijden gehad en is hij dus op z&#8217;n lekkerst.</p>
<p><a title="googlemap;w:100%;h:300" href="http://maps.google.nl/maps?f=q&amp;hl=nl&amp;geocode=&amp;q=cuba&amp;ie=UTF8&amp;ll=21.677848,-79.343262&amp;spn=8.588862,13.623047&amp;t=h&amp;z=6"></a><br />
Het toeval wil dat dit oostelijke gebied van Cuba ook het mooiste is van heel het land. Daar bevindt zich het grootste en hoogste gebergte van Cuba, de Sierra Maestra met veel tropisch groen en alleraardigste bergpassen. Ruim drie weken trok ik daar op mijn fiets rond. <img class="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/Cuba (081).JPG" alt="" width="279" height="418" align="left" />Aangezien mijn visum voor Cuba slechts 30 dagen geldig was en ik twee maanden op dit heel bijzondere eiland wilde blijven, waar de politieke denkbeelden uit dezelfde tijd schijnen te stammen als de vele prachtige Buicks, Chevrolets en Cadillacs die er rondtuffen, moest ik mijn visum laten verlengen. Daarvoor had ik Holguin uitgekozen, dus waar Cuba op z&#8217;n breedst is.<br />
Dinsdag 25 December, eerste Kerstdag, kwam ik om een uur of één in de middag deze stad binnenrijden. Ik ging meteen naar het bureau van de vreemdelingenpolitie (immigración), maar dat was op deze feestdag gesloten, zoals ik eigenlijk ook wel verwacht had. Toch waren er drie beambten aanwezig, waarschijnlijk omdat een dergelijk belangrijk bureau hier permanent bemand moet zijn. Van hen kreeg ik te horen dat ik de volgende ochtend om 8 uur terug moest komen. Dan zou de klus in een kwartiertje gefikst zijn. Dat klonk positief en goedgemutst ging ik op zoek naar een Casa Particular, de Cubaanse variant van het Engelse Bed and Breakfast.<br />
In mijn reisgids had ik er al een paar aangestreept met een patio, tuin of dakterras, want als ik niet kampeer ben ik natuurlijk erg op luxe gesteld. Het mooiste bleek echter vol te zijn en het op één na mooiste ook. Dan maar het op twee na mooiste. Helaas ook dat had zijn kamers al verhuurd. Al dwalende van het ene Casa naar het andere kwam ik tot de ontdekking dat alle kamers in Holguin bezet waren en daarom klopte ik uiteindelijk aan bij het toeristenhotel.<br />
“Jammer meneer, maar we zijn vol”<br />
“Mag ik dan mijn tent voor één nachtje in die groene tuin van jullie opzetten?”<br />
“De directeur is er niet.”<br />
“Dan bent u toch de chef?”<br />
Maar hij was geen chef en hij kon de directeur niet opbellen en durfde geen toestemming te geven de tent op te zetten.<br />
Toen ik naar buiten kwam zei een fietstaxi eigenaar dat hij wel een kamer voor me wist: ”Fiets maar achter me aan”.<br />
De kamer bleek voor twee maanden verhuurd te zijn aan een overwinterende Duitser.<br />
“Ik weet nog wel een andere Casa,” zei de man,”daar kun je gegarandeerd terecht”.<br />
Ik fietste weer met hem mee en kwam bij een huis waarvan de eigenaar op zijn balkon zat.<br />
“Ik heb een klant voor je” riep mijn kamer makelaar hem toe.<br />
“Vol” was het antwoord.<br />
“Kan ik dan mijn tent in uw tuin opzetten?” vroeg ik.<br />
De man staarde me een volle minuut lang doordringend over zijn bril aan, zoals een strenge schoolmeester uit de 19e eeuw een leerling aankeek die gespiekt had en schudde daarna langzaam maar resoluut van nee.<br />
“Kom mee”, zei de fietstaxibestuurder, die zo langzamerhand mijn siteseeing-gids aan het worden was, “iets verderop weet ik een Casa waar 100% zeker plaats is”.<br />
“Zou het?”<br />
“110%, let maar op!”<br />
Toen die 110% even later ook tot 0% gereduceerd bleek te zijn wist de man het niet meer en ging zitten nadenken. De zon begon al flink te dalen en ik had ondertussen de hoop opgegeven hier nog onderdak te vinden. Daarom bedankte ik de man, fietste de stad uit en ging op zoek naar een plek voor mijn tent. Bij een huis met een grote tuin vroeg ik of ik er één nachtje mocht kamperen.<br />
“Ik ben de eigenaar niet”<br />
Bij het tweede huis met een grote tuin:”Dat is verboden. Prohibido!”<br />
Bij het derde: “Kom morgen terug, dan is de baas er”.<br />
Bij het vierde: “Dat is moeilijk, want ……”<br />
Bij het vijfde: “Ik weet eigenlijk niet of ……….”<br />
Bij het zesde: “Waarom ga je niet naar …….”<br />
Het was duidelijk dat geen mens mij de toestemming durfde te geven. Het leek wel alsof de mensen bang waren een vreemdeling op hun erf toe te laten. In vrijwel elk ander land van de wereld schiet je bij de eerste of hooguit de tweede poging in de roos, maar dit was niet “elk ander land”. Dit was Cuba, en Cuba is anders. Het deed me soms aan Roemenië in de tijd van Ceaucescu denken. De omgeving leende er zich helaas niet toe om de struiken in te duiken en mijn tent te verstoppen. Ik zat daarvoor te dicht bij de stad en het was te laat om nog een eind verder te gaan, want de zon was bijna onder.<br />
<img class="left" src="http://www.frankvanrijn.nl/wp-content/uploads/Cuba (245)a.JPG" alt="" width="400" height="267" /><br />
Maar het geluk lachte me uiteindelijk toch toe, althans zo leek het. Ik kwam, een eindje van de weg, bij een soort werkplaats voor vrachtwagens: een loods op een braakliggend veldje met een afzetting er omheen. Bij het toegangshek stond een huisje met een portier. Na veel overleg met enkele omwonenden kwam de oplossing: “Je kunt op dat veldje daar je tent opzetten” en hij wees naar een door prikkeldraad afgeschermd weitje vol paardenkeutels.<br />
“Daar komt niemand langs en bovendien ben ik hier de nachtwaker, zodat je niets zal overkomen”<br />
Toen ik mijn tent had staan was de duisternis al gevallen. Vermoeid van het met mijn volle fiets urenlang ronddolen door de stad, ging ik voor mijn tent zitten en at mijn kerstmaal: een stuk brood met een banaan.<br />
Plotseling hoorde ik achter me: “De vreemdelingenpolitie wil je spreken”<br />
Ik moest mee naar de portier die me door het luikje van zijn wachthokje de hoorn van zijn telefoon aanreikte.<br />
“Goedenavond” klonk het door de telefoon “we hebben een Casa Particular voor u gevonden. Komt u maar naar ons toe, dan brengen we u er heen.”<br />
“Bedankt voor de moeite, maar ik heb juist mijn tent opgezet en ik ben moe van de hele middag vergeefs zoeken. Ik blijf nu liever hier.”<br />
“Het is toch beter dat u hierheen komt. Dan heeft u een kamer, een goed bed, een warme douche en alle comfort.”<br />
“Sorry, maar ik geef er de voorkeur aan vannacht hier te blijven, aangezien het al donker is en het gevaarlijk is nu langs de grote weg te fietsen. Bovendien ben ik moe, dus als u het goed vindt kruip ik in mijn tent.”<br />
“Wat u doet is veel gevaarlijker. Stel dat er bandieten komen. Wat doet u dan?”<br />
“Is Cuba dan zo’n gevaarlijk land?”<br />
“Nee, nee! Helemaal niet! Cuba is een zeer veilig land! Maar je weet maar nooit!”<br />
“Als het dan zo veilig is blijf ik lekker in mijn tent.”<br />
“We raden u zeer dringend aan om hierheen te komen voor uw veiligheid en comfort.”<br />
Het was duidelijk: ik móést mijn tent afbreken en terugkeren naar het bureau. Meer weerstand bieden zou alleen maar problemen creëren. En dus brak ik de tent af en reed terug naar de stad.<br />
Hoe was de politie er zo snel achter gekomen waar ik mijn tentje had opgezet? Heel eenvoudig: de portier was natuurlijk bang geworden dat hij zijn boekje te buiten was gegaan. Angst voor strafmaatregelen had hem doen besluiten de politie te bellen om te zeggen dat er een bleekgezicht met zijn tent op het veldje tegenover hem stond en daarmee was de kampeerpartij uiteraard naar de maan. Stel je voor: een toerist in een tent in Cuba!! Dat kan niet, dat mag niet, dat is verboden! Prohibido, zoals zoveel andere dingen. Prohibido,  Prohibido, Prohibido!! Je hoort het woord zo vaak dat je er de salsa op kunt dansen.<br />
Terug bij het bureau werd er een man met me meegestuurd om me bij het Casa Particular te brengen.<br />
“Geef me het adres maar” zei ik, “Ik heb een kaartje van Holguin en daarmee vind ik het wel.”<br />
“Nee nee, we willen niet dat u verdwaalt.”<br />
“Ik heb de weg over de hele wereld gevonden dus hier in Holguin vind ik het ook wel.”<br />
“Nee, nee. Je weet maar nooit. Deze man gaat met u mee op zijn fiets.”<br />
Nog voor hij zijn fiets gehaald had wist ik dat de banden lek zouden zijn en jawel hoor. En dus liep ik een eindeloos stuk achter mijn trouwe gids aan. Die ging pas terug toen het achterwiel van mijn fiets over de drempel van het huis was. Fijn toch, dat de overheid in Cuba zo goed zorgt voor de veiligheid en het welzijn van de toerist die vast en zeker zou verdwalen!?!</p>
<p>De volgende ochtend kreeg ik op het immigratiebureau te horen dat ik eerst naar de bank in het centrum moest om voor 25 dollar leges-zegels te halen voor de verlenging van het visum.<br />
“Heeft u die zegels niet hier te koop? Dat zou een hoop tijd en moeite besparen” vroeg ik, maar dat was natuurlijk een zinloze vraag.<br />
Toen ik terugkwam van de bank moest ik mijn pas afgeven en wachten in het halletje. Daar zat een administratrice in een groot boek de namen, geboortedata en paspoortnummers van toeristen over te nemen uit de gastenboeken van een eindeloze sleep Cubaanse B&amp;B eigenaars. Die mensen moeten elke keer als ze een gast krijgen naar het bureau voor een stempeltje en o wee, als er een handtekening of een stempeltje in hun boek ontbreekt! Dat staat ongeveer gelijk met landverraad.<br />
Nadat ik lang gewacht had en vele Casa eigenaren vol geduld en gelatenheid met hun boek had zien passeren, kwam er een jongeman van een jaar of 20 met mijn pas en een kladblok in de hand naar me toe: “Kom mee!”<br />
Ik volgde hem een trap op en een grote lege vergaderzaal in. De man wees me een stoel aan de vergadertafel en nam zelf tegenover me plaats.<br />
“Waar ben je het land binnen gekomen?” vroeg hij.<br />
“Bij Varadero”<br />
“Met welke vliegmaatschappij?”<br />
“Met Martin Air”<br />
“Waar heb je daar de nacht doorgebracht?”<br />
“In hotel Viazul”<br />
“Hoeveel nachten?”<br />
“Eén”<br />
“En toen?”<br />
“Per bus naar Las Tunas om daar mijn fietstocht te beginnen.”<br />
“Met welke busmaatschappij? In welk hotel heb je daar gezeten? Hoeveel nachten? Wat heb je er gedaan? Waar ben je toen heen gegaan? En daarna?? En daarna??? En heb je wel genoeg geld bij je?”<br />
Alleen de verblindende lamp recht in mijn gezicht en een stel duimschroeven ontbraken aan dit kruisverhoor.<br />
“Kom mee!”<br />
Ik liep weer achter mijn grootinquisiteur aan, nu naar beneden waar hij ruggespraak hield met een man van middelbare leeftijd, wiens hoofd wat scheef op zijn romp stond, waarschijnlijk het grote opperhoofd van dit toeristenvriendelijk instituut. Toen hun onderonsje klaar was moest ik weer mee naar boven.<br />
Opnieuw sjokten we de trap op en de vergaderzaal in. Terwijl de grootinquisiteur op een voorbedrukt formulier mijn naam, geboortedatum, paspoortnummer, lengte, breedte, kleur haar, en alles wat maar enigszins van belang kon zijn, noteerde, viel mijn oog op een bord in de hoek met een van de vele honderdduizenden uitspraken van Fidel Castro: “Met intelligentie en met ideeën krijg je alles voor elkaar.”<br />
Mooi van toepassing want aan ideeën en intelligentie ontbrak het deze mensen zo te zien niet en reken maar dat ze heel wat voor elkaar konden krijgen!<br />
Welnu, dat bleek al meteen: “Teken dit formulier! Hier!!” en hij wees waar ik mijn handtekening moest zetten. Daar stond: “El infractor” (de wetsovertreder).<br />
Ik las het papier door waarop een verhaal stond dat min of meer inhield dat ik een halve crimineel was en dat als nog éénmaal geconstateerd werd dat ik ergens illegaal de nacht doorbracht, ik ofwel onmiddellijk het land uitgegooid zou worden, ofwel een zware geldboete zou krijgen ofwel in de gevangenis zou belanden.<br />
“Ik heb de nacht niet illegaal doorgebracht” antwoordde ik “Ik heb braaf mijn tent weer afgebroken en ben onmiddellijk naar jullie toegekomen.”<br />
“Je hebt er mee gedreigd”<br />
“Luister, ik heb vier uren lang gezocht naar een legale overnachtingsplek en alles was vol. Wat moest ik dan doen?”<br />
“Toch een Casa Particular of een hotel zoeken, want je tent opzetten is verboden. Prohibido!”<br />
“En als alles nu vol is en er niets te vinden is?’<br />
“Toch een Casa Particolar of een hotel zoeken, want je tent opzetten is verboden. Prohibido!”<br />
“Weet je, die Fidel van jullie heeft ook een hoop illegale dingen gedaan, samen met Che Guevara, toen hij in 1956 met zijn bootje bij Las Coloradas landde om Battista te verdrijven. Dat was ook Prohibido!!”<br />
Dat laatste van Fidel en Che dàcht ik natuurlijk alleen maar, want als ik dat had gezegd was ik beslist niet meer op tijd geweest voor de Fiets- en Wandelbeurs. Ik had op dat moment in het Holguinse inquisitiepaleis nog slechts één behoefte: weg uit dat sinistere hol en wel zo snel mogelijk. Weg van daar, weg van die kleverige greep van een al 49 jaar lang vastgeroest, rigide, beklemmend systeem. En dus tekende ik het formulier waarmee ik officieel een Cubaanse wetsovertreder werd.<br />
Bij Holguin is Cuba op zijn breedst, maar in dit bureau toonde Cuba zich op z’n smalst. Jammer. Gemiste kans voor Cuba om een sympathieke indruk naar buiten te maken. Ik had een aardig boek over mijn reis willen schrijven maar dat is na deze ervaring natuurlijk van de baan. Ik schrijf liever over plezierige landen, waar je je tent mag opzetten, waar de plaatselijke bevolking je zonder controle en stempeltjes bij zich thuis mag uitnodigen en waar je als brave fatsoenlijke toerist niet met gevangenisstraf bedreigd wordt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.frankvanrijn.nl/?feed=rss2&#038;p=227</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

