3000 meter hoge pas, de Tizi-n-Ouano.

IMG-20180707-WA0001
De brede landbouwvallei met aan de overkant Timli, het grootste dorp van de vallei.

Bericht 8 zondag 8 juli

Voorbij Msemrir fietste ik door een brede groene landbouwvallei met veel dorpjes en gehuchten. Na 22 km maakte het asfalt plaats voor een goed te rijden gravelweg die aanvankelijk nog vrij rustig de vallei uit ging klimmen. Enkele kilometers verderop werd de stijging  echter serieus. Over een lengte van ongeveer 8 km trapte ik mijn fiets via vele bochten en haarspeldbochten zo’n 450 meter omhoog, waarna ik rechts van mij een mooie vrij diepe kloof  kreeg.

IMG-20180707-WA0000
Het serieuze werk begint.

 

IMG-20180707-WA0002
Een mooie, gelaagde canyon rechts beneden me.
IMG-20180707-WA0003
Een aantal van de vele slingers waar ik doorheen gekomen was

Na de grote stijging liep de weg over een lengte van ongeveer 10 km in een vrij strakke lijn langs de flank van de berg, waarbij nog enkele honderden meters hoogteverschil moesten worden overwonnen. Langs de flank groeiden bijzondere bolvormige planten, waarvan vele in bloei stonden, wat een mooi kleurenpalet opleverde.

IMG-20180707-WA0004
Kleurige bolvormige planten  langs de flanken van de berg.

Op de ongeveer 3000 meter hoge pas, de Tizi-n-Ouano, ontmoette ik een herder die daar zijn kudde schapen en geiten liet grazen. Frans sprak hij niet, maar hij wist me wel duidelijk te maken dat hij hard aan een sigaret toe was. Daarmee kon ik hem niet helpen, maar een stuk brood en enkele Vache qui rit-puntkaasjes had ik wel voor hem. Blij stak hij die in zijn zak en wees vervolgens op zijn volledig uit elkaar getrapte schoenen, waarbij hij het internationale geldgebaar maakte door wijsvinger en duim over elkaar te wrijven. Ja, als een Europese toerist iets geeft, is er misschien meer uit te halen dan een paar puntjes lachende koe. Ik maakte op mijn beurt een gebaar van: “Kom nou! We blijven niet bezig,” en liet mij aan de andere kant van de pas met mijn fiets omlaag glijden. Na 500 meter stopte ik echter en keerde ik om. “Gun die man een klein buitenkansje”, dacht ik terwijl ik weer moeizaam naar de pas terug klom. Ik wenkte de man en stopte hem 50 Dirham in de had, ongeveer 4,50 euro, waar je in Nederland een kop koffie met, als je geluk hebt, een stukje appelgebak voor hebt. Maar voor deze man was het alvast één nieuwe schoen. Een volgende fietser zou hem de andere kunnen schenken, hoewel hij daar waarschijnlijk wel een tijdje op moet wachten, gezien het feit dat ik in de ruim vijf weken dat ik door Marokko reis, nog geen enkele collega-fietsreiziger heb gezien.

IMG-20180707-WA0005
Herder op de3000 meter pas.

Geef een reactie