Dera Ghazi Khan aan de Indus

0116
ver een mooie bergpas kwam ik in Dera Ghazi Khan aan de Indus, een nogal chaotisch plekje vol mensen, fietsen en kamelen.

 

 

0117
Erg kleurrijk, maar het is niet onmogelijk dat het stadsbeeld in de 35 jaar die sindsdien verlopen zijn, erg veranderd is. Er zullen zich nu ongetwijfeld motorfietsen en auto’s door de straatjes van dit plekje wringen, met de nodige (onnodige?) luchtvervuiling. 
0140
Volgens een verhaal dat ik eens las zou Alexander de Grote veel noordelijker het huidige Pakistan zijn binnengekomen, nl. in de Chitralvallei.
0210
Op een latere reis (1989) vanaf Peking via noord China, de Kunjirappas en de Shandurpas ben  ben ik ook door die vallei gekomen, maar in tegengestelde riochting. Waar Alexander met zijn leger omhoog marcheerde sukkelde ik met mijn fiets voorzichtig omlaag, waarbij ik deze kleurrijke herders tegenkwam, die mij deden denken aan Abraham, Isaak en Jacob uit een geïllustreerde Bijbel.

Een passage uit mijn boek ‘Pelgrims en pepers’.

Baluchistan zuiden van Afganistan
In Baluchistan, juist ten zuiden van Afganistan, kwam ik in 1983 door stammengebieden waar landheren oppermachtig waren. Zo lang het verkeer op het ongeveer 650 km lange traject van de Iraanse grens tot Quetta op het smalle asfaltweggetje bleef werd het over het algemeen ongemoeid gelaten, maar daarbuiten was de reiziger vogelvrij, omdat de regering van Pakistan zich niet wilde inmengen in de interne aangelegenheden van de stammen, op straffe van een mogelijke bloedige burgeroorlog.
Hier volgt een passage uit mijn boek ‘Pelgrims en pepers’, dat de gastvrijheid van deze mensen goed illustreert

 

 

Uitgenodigd per katapult

Zo nu en dan stoof me een bus voorbij. Ik begon zo langzamerhand
een beetje een hekel aan die mooi versierde dingen te krijgen. Niet
alleen moest ik dan schielijk de berm in duiken, maar ook vlogen mij
soms klokhuizen en halve tomaten van passagiers op het dak om de
oren. Een enkele keer werd er zelfs met een steen gegooid. Die
steen moest de werper voor vertrek opgeraapt hebben, waaruit ik de
conclusie trok dat hij niet gooide uit haat of om mij te verwonden,
maar gewoon om te zien of hij zo bedreven was in zijn sport, dat hij
vanuit de bewegende bus een ander bewegend voorwerp kon raken.
Een zuiver wetenschappelijk experiment. Dan kreeg ik echter de
neiging om ook wetenschappelijke experimenten te verzinnen, die
ik op de stenenwerper zou toepassen indien hij mij in handen zou
vallen.

tribal-jongens geliefd stukje speelgoed. Daarmee kunnen ze oefe-
nen op vogels en geiten. Later als ze groot zijn kunnen ze deze erva-
ring goed gebruiken als ze overgaan op pistolen en geweren. De
katapult is dus een stukje tribal folklore en normaal zou ik me daar-
aan niet storen. Wanneer echter een geladen en gespannen katapult
op mij gericht wordt stoort me dat wel en dat was wat gebeurde.
Toch al in een slecht humeur door het gedrag van de mensen op het
dak van de bus die mij zojuist voorbijgestoven was, had ik weinig
geduld om de jongen in het Urdu uit te gaan leggen dat hij dat niet
moest doen. Ik smeet mijn fiets tegen een muur en stoof op de jon-
gen af. Verschrikt liet hij zijn katapult vallen en rende de hoek van
de straat om. Toen ik de hoek om kwam stond ik plotseling voor een
reus van een kerel, gekleed in een kaki vest en broek. Op zijn hoofd
droeg hij een grote blauwe Afghaanse tulband en in zijn hand hield
hij een oud geweer met houten kolf. Het jongetje verschool zich
achter deze indrukwekkende verschijning en daarmee was mijn
behoefte om hem de les te lezen ineens sterk afgenomen.
‘Problem?’ vroeg de man toen hij mij zag aarzelen.
‘Yes problem’, antwoordde ik. ‘Uw zoon richtte zijn katapult op
mij.’
‘Son good boy’, zei de man en streek zijn zoon door de haren
die er niet zaten.
‘Good boy of niet good boy, ik heb er weinig belang bij een
steen tegen mijn hoofd te krijgen.’
‘No stone. Joke. Good boy. Come, drink tea and stay night.’
Het is ongelooflijk hoe je het ene moment getergd kan zijn
door het gedrag van mensen en het volgende moment uitgeno-
digd wordt om thee te drinken en te logeren. Ik ging mee naar het
simpele huis en werd er met oosterse gastvrijheid ontvangen.
‘Sit’ zei de man en wees op een kussen dat op de grond tegen de
muur lag. ‘Mie miester Khan. Mie chief wielliedzje.’
‘Mie Frank’, antwoordde ik, ‘bike traveller from Holland’.
‘Good, good. Aziz other son. Speak good Ingeliesh.’ Hij liep
het vertrek uit en ik hoorde hem met een stentorstem ‘Aziz, Aziz’
roepen. Even later verscheen hij weer met een jongen van een jaar
of twintig. Aziz bleek inderdaad beter Engels te spreken dan zijn
vader en zei: ‘We are very glad that you are our guest.’
‘Ja’, antwoordde ik, ‘dat hebben jullie aan je broertje te danken’.
En ik had het ook aan zijn broertje te danken dat ik hier zo gastvrij
onderdak had gevonden. Weer hoefde ik mijn tent niet op te zetten
in deze tribal area en had ik een veilige nacht. En daaruit is te leren
dat schijnbaar onveilige dingen als geladen katapults toch tot een vei-
lige situatie kunnen leiden… en tot nieuwe vriendschappen.

0110
De bevolking was in die gebieden tot de tanden bewapend, maar erg vriendelijk en zolang ik mijn netjes en vriendelijk gedroeg, wat ik meestal ook doe en zeker daar in Baluchistan, waren de mensen ook vriendelijk en erg gastvrij tegenover mij.

mijn fietsreizen naar de bronnen van de Indus, de Ganges en de Nijl.

0267 (1).jpg

Op de Fiets- en Wandelbeurs van 2, 3 en 4 maart j.l die gehouden werd in Utrecht hield ik lezingen over mijn fietsreizen naar de bronnen van de Indus, de Ganges en de Nijl. Ik gebruikte daar dia’s en foto’s voor, die ik gedurende mijn reizen tussen 1981 en heden maakte. Voor hen, die deze beurs gemist hebben geef ik de komende dagen een beknopt resumé, hoofdzakelijk bestaande uit plaatjes van die lezingen. Veel van die reizen is na te lezen in mijn boeken. Zo hier en daar zal ik naar de betreffende titels van mijn boeken verwijzen.

1) De Indus.

Een mozaïek van Alexander de Grote, dat zich in Delphi bevindt. Vanaf Griekenland volgde ik Alex met een achterstand van ongeveer 2350 jaar op zijn veroveringstocht door Azië.
Een mozaïek van Alexander de Grote, dat zich in Delphi bevindt. Vanaf Griekenland volgde ik Alex met een achterstand van ongeveer 2350 jaar op zijn veroveringstocht door Azië.
0060.jpg
Capadocie in midden-Turkije.

Bij Gordion hakte Alexander volgens een van de vele verhalen over deze gebeurtenis, in blinde woedde de Gordiaanse knoop door na eerst uren vruchteloos getobt te hebben om die te ontwarren. Volgens het orakel zou degene die de knoop kon ontwarren Azie bezitten. Zelfs met zijn valsspelerei lukte dat Alexander, zoals we weten, maar de straf van de goden bleef niet uit: hij stierf in 323 v. Chr. aan malaria, slechts 33 jaar oud.

Ikzelf had al eerder (eerder dan toen ik in Gordion was, maar natuurlijk later dan Alexander) de knoop doorgehakt (niet de Gordiaanse, want die was al doormidden), namelijk mijn fiets gepakt om daarmee op mijn manier Azië te veroveren: Van Nederland naar Sri Lanka en verder. (Zie mijn boek: ‘Pelgrims en pepers).

Gordion
Bij Gordion hakte Alexander volgens een van de vele verhalen over deze gebeurtenis, in blinde woedde de Gordiaanse knoop door .
0220
De Shandurpas
0230
Over de Shandurpas en kwam ik in Gilgit aan de Karakoram-Highway

 

 

 

 

0260
Alexander de Grote kwam hier rond het jaar 320 v. Chr.
0264
Over de Shandurpas kwam ik in Gilgit aan de Karakoram-Highway Dat was tot waar Alexander de Grote kwam rond het jaar 320 v. Chr. Daar hadden zijn soldaten er geen zin meer in, gekweld door heimwee. De locatie waar deze scene in de film ‘Alexander’ werd opgenomen was echter nog veel verder in Azie, namenlijk in Thailand aan de grens van Laos. Dat lijkt er dus niet op, maar waarschijnlijk was het rustiger filmen in Thailand dan in Pakistan.
0267 (1)
Alexander de Kleine (ik) fietste door (op deze uit meerdere tochten samengestelde reis) naar China met de Mount Kailash, waar de Indus ontspringt, als doel, maar daarover de volgende keer.
0290
In Tibet moest ik heel wat klimmen, alles over gravelwegen (waarvan nu misschien al wel heel wat geasfalteerd is).
0300
Op de hoogste pas, ruim 5400 meter boven zeeniveau rustte ik even uit, maar de temperatuur en de wind nodigden niet uit om daar lang te blijven zitten. Eigenlijk net lang genoeg om de zelfontspanner van mijn fototoestel de tijd te geven af te gaan, nl. 7 seconden. De was die daar te drogen lijkt te hangen, bestaat uit boeddhistische gebedsvlaggen. Die worden in dat gebied van de wereld vaak op passen, bergtoppen en andere bijzondere plaatsen opgehangen. Elke wappering van de vlag is éénmaal het erop gedrukte gebed.
0340
Vanaf het Dira-Puk-klooster op zo’n 5000 m hoogte, waar ik, ondanks het feit dat ik bijna verpletterd werd onder een geweldige hoop dekens, een gruwelijk koude nacht doorbracht, had ik ’s morgens een prachtig uitzicht op de Mount Kailash, waarop zowel de Indus als de Bramaputra ontspringt.
0360
Na een flinke klim te voet vanaf het klooster kwam ik op de Drölma-la pas van 5600 meter hoogte. Ook daar hing het vol met gebedsvlaggen. Sneeuw voor mijn voeten zou, zo die ooit smolt, de Indus gaan vormen, die achter mijn voeten de Bramaputra. Het doel van mijn reis was bereikt, althans wat betreft de tocht naar de bron van de Indus. Een ander doel op die tocht, was het zuiden van India, waar het een stuk warmer was dan op deze berg.

 

 

 

 

Naamloos-00980
In Zuid India poseerde ik onder de palmbomen met mijn Kuifje in Tibet- T-shirt dat ik in Kathmandu, na mijn geslaagde Tibet-reis, voor mezelf bij een kleermaker had laten maken.

 

 

 

Een van die verhalen zal gaan over een indrukwekkende processie die ik bijwoonde in Cuzco (Peru).

Mijn blog gaat dus weer van start.

Nadat mijn blog een tijd stil heeft gelegen (voorjaarsvacantie of luie bui van mij?) ga ik de draad weer opnemen. Ik werk momenteel aan mijn 16e boek dat een aantal korte (nooit in boekvorm verschenen) reisverhalen zal bevatten. Dat boek zal nog wel een flinke tijd op zich laten wachten, want grote ijver kan mij niet verweten worden.

Elke dag een paar woordjes maar,

Maakt een compleet boek in een jaar.

Een van die verhalen zal gaan over een indrukwekkende processie die ik bijwoonde in Cuzco (Peru). Om alvast een beetje in de sfeer te komen heb ik uit mijn verzameling (chaotische rijstebrijberg?) van 36.000 dia’s een paar exemplaren opgevist over dit onderwerp en die hierbij gevoegd. Helaas kan ik daar nog geen stukje tekst bij leveren, aangezien ik die nog niet uitgetypt heb. Die tekst staat nog handgeschreven op kladpapier en ik wil het u niet aandoen die hanenpoten (Frankiaans Sanskriet) ter vertaling voor te leggen. Voor sommigen zou dat misschien een leuke puzzel zijn, maar voor anderen eerder een grote ergernis. Geduld dus en te zijner tijd kunt u het allemaal lezen en zien in een fraai geïllustreerd boek, waarvan zelfs ik de titel nog niet ken.

Maar mijn blog gaat dus weer van start.