De Meseta, de Spaanse Hoogvlakte

De Meseta, oftewel de Spaanse hoogvlakte (ca 800 m boven zeeniveau) waarop ik me voorbij Zamora bevond, zou je saai kunnen noemen, maar voor mij vormde hij, na het bergachtige Portugal, een aangename afwisseling op het zware klimwerk. Bovendien waren er best wel aardige, mooie en interessante dingen te zien, zoals bijvoorbeeld de Palmares (duiventillen) waar ik het de vorige keer over had. Hier een plaat van nog zo’n aardige duiventil.

IMG-20180924-WA0003
Restant van een oude duiventil.

Op een kaarsrechte, eindeloos lange weg tussen afgemaaide korenvelden zag ik opeens twee eenzame zonnebloemen. Wat deden die daar? Hoe kwamen die daar? Vragen waar ik weer 20 km mee vooruit kon. Dat soort details mis je vrij zeker als je in een auto met 120 km/uur voortsuist. Bovendien laat je die 20 km dan na 10 minuten al achter je.

De sporadische dorpjes vormen weer een plezierige afwisseling op de vlakke rechte wegen en de kerkjes waren vaak juweeltjes van architectuur. Zo ook die van Castroponce, althans als je er oog voor hebt. Er vlogen vogels rond de toren. Een grote vogelaar ben ik niet, maar toen ik de foto van de toren vergrootte, leek het mij niet onmogelijk dat het duiven waren. Dan was deze kerk dus een religieuze  duiventil! Maar als een ornitholoog mij op de vingers tikt en zegt dat het valken zijn, zullen het ongetwijfeld torenvalken zijn.(Waar woonden die vogels overigens in de tijd dat de mens nog geen torens bouwde?)

IMG-20180924-WA0004
Twee verdwaalde zonnebloemen langs mijn weg over de Meseta.
IMG-20180924-WA0005
Een architectonisch juweeltje als je er oog voor hebt.
IMG-20180924-WA0006
Zijn dit duiven, torenvalken of kerkuilen??

Bij een dorpje zag ik een 28 meter hoge toren uit de 12e eeuw, weer zo’n verrassing van de Meseta. Van de kerk er naast was weinig meer over dan de poort, maar juist door het ontbreken van de rest van de kerk kwam de poort geheel tot zijn recht.

IMG-20180924-WA0007
Een twaalfde eeuwse toren naast een kerk waarvan eigenlijk alleen de poort nog overeind staat.
IMG-20180924-WA0008
Poort van een twaalfde eeuwse kerk zonder kerk.

Bij Calzada de los Molinos bevond ik mij plotseling op de Camino de Santiago, waarschijnlijk de meest bewandelde route van Europa. Een paar kilometer verderop kwam ik in Carrion de los Condes, waar ik in 1986, op weg naar de Sahara, nog eens met een gestrande Santiago-ganger heb zitten schaken. Deze keer ontmoette ik er een Nederlander die met de fiets onderweg was naar Santiago. Samen bekeken we een paar kerken van binnen. In een er van bespeelde een man het orgel. Geen Bach en voorzover ik kon beoordelen ook geen Rameau, maar wie wel bleef in het duister. Misschien een Spaanse barokcomponist? De orgelpijpen waren nogal ludiek beschilderd en aan heiligenbeelden was geen gebrek.

IMG-20180924-WA0009
Mijn San Francisco naast de stenen wegwijzer naar Santiago.
IMG-20180924-WA0010
Een van de kerken van Carrion de los Condos.
IMG-20180924-WA0011
Orgel van een van de kerken van Carrion de los Condos.

Bij Aguilar de Campoo liet ik de vlakke Meseta achter me. Hier vormden de heuvels en de bergen weer een aangename afwisseling op het vlakke land. Ik kwam in het stroomgebied van de Ebro en daarover ga ik het de volgende keer hebben.

IMG-20180924-WA0012
Dorpje op de Meseta.
IMG-20180924-WA0013
Reinosa, 6 km van de bron van de Ebro.’

Kasteel van Zamora

56 Kilometer voorbij de Portugees- Spaanse grens kwam ik in Zamora, beroemd om zijn Semana Santa. Dat is de paasweek, maar helaas, althans wat de kleurrijke processies betreft, was het 12 augustus, dus van Pasen was weinig meer te bespeuren dan het bekende Semana-Santa-beeldje bij de cathedraal, waar de processiegangers naar mijn idee wat weg hebben van leden van de Ku Clux Clan. Toch was ik blij dat het geen Pasen was, want dan is het koud in Zamora en nu was het hoog zomer, wat een zonaanbidder als ik een stuk beter uitkomt.

Ik ging natuurlijk een kijkje nemen bij het kasteel, want op deze reis verzamel ik, zoals de trouwe lezer van mijn blog niet ontgaan zal zijn, kastelen. Ook de oeroude brug over de Duero was aardig om te zien, maar wat mij in die stad het meest trof, was een muurschildering waaraan de meeste mensen voorbij liepen zonder er acht op te slaan . Dat ‘schilderij’ was zo levensecht dat ik er een tijdje naar moest kijken om te zien waar dat kunstwerk overging in de realiteit.

IMG-20180920-WA0004
Cathedraal van Zamora met Semana-Santa beeldje ervoor.
IMG-20180920-WA0003
Het bekende Semana-Santa -beeldje voor de cathedraal.
IMG-20180920-WA0002
Brug over de Duere in Zamora.
IMG-20180920-WA0001
Kasteel van Zamora.
IMG-20180920-WA0005
De tot nu toe weinig bekende,maar binnenkort dankzij mijn blog,
  heel bekende muurschildering in een straatje in Zamora. Ziet u de
      Grens tussen kunst en realiteit?                        

In Villalpando, 53 km ten noordoosten van Zamora waren werklieden druk bezig van de centrale plaza een arena te maken: een flinke laag zand over de grond en dicht langs de huizen tribunes en afzettingen met zware houten palen en stalen buizen. Ook in de zijstraten was men druk bezig met dergelijke constructies, want hier ging weer zo’n spannend festival plaatsvinden, waarbij de stieren in de straten losgelaten worden en waar stoere macho’s kunnen laten zien hoe geweldig ze zijn en hoeveel ze durven voordat hun ribbenkast doorboort wordt door een grote scherpe hoorn. Dat uitvloeisel van de Romeinse arena-gevechten werd aanvankelijk in Pamplona gehouden maar tegenwoordig kom je het bijna overal in Spanje tegen en het is zelfs tot in Frankrijk doorgedrongen, want vorig jaar moest ik kilometers omrijden om Sommieres in de buurt van Nimes, door te komen. Er moet nu eenmaal bloed vloeien en/of veel lawaai schallen, anders is het leven saai en zinloos!

Voorbij Villalpando zag ik regelmatig merkwaardige gebouwtjes in het vlakke terrein staan, sommige nieuw en vele ook oud en in verval. Ik ging er kijken en kwam tot de conclusie dat het duiventillen waren. Binnenin zaten de muren vol kleine holtes, juist groot genoeg voor een duif. Ik vroeg me af wat de mensen met al die duiven wilden doen. Post verzenden over heel Spanje of de hele wereld? Daar hebben we nu internet voor, dus die nieuwe duiventillen spraken die mogelijkheid tegen. Misschien voor wedstrijden met postduiven? De Olympische postduivenspelen georganiseerd in Castilla y Leon?

Later las ik op een bord bij zo’n duiventil dat de duivencultuur hier al heel oud is en dat lekkerbekken aan het product hun hart kunnen ophalen, maar of het ging (gaat) om de eieren of de duiven zelf werd me niet duidelijk. Het ging in ieder geval om :’Afanado Pichon de Nidal’ Hier schoot mijn kennis van het Spaans te kort. Als het gaat om brood, gebroken remkabels of het weer kan ik me in die taal aardig redden , maar Afanado Pichon de Nidal gaat me mijlenver boven de pet. Ik vrees echter het ergste voor de arme duifjes, de smaak van de Spanjaarden kennende.

IMG-20180921-WA0002
Binnenin zo’n duiventil.
IMG-20180921-WA0003
De ruïne van een duiventil.
IMG-20180921-WA0001
De plaza van Villapando wordt omgebouwd tot arena voor het stoere werk.

 

De Gorge de la Nesque.

Bericht 16

Mijn geachte volgers, zo die er zijn, zullen zich zo langzamerhand gaan afvragen: ‘Wat is er met Frank aan de hand? Waar blijven zijn berichten van onderweg? Heeft hij er de brui aan gegeven?

En terecht , die vragen, want met mijn berichtgeving ben ik blijven steken op de grens van Portugal met Spanje, terwijl ik met mijn Santos-fiets al gevorderd ben tot Sault aan de voet van de Mont Ventoux. Ik laat even een foto zien om te bewijzen dat ik er nog ben, of in ieder geval 3 dagen geleden nog was toen ik op de Pont du Gard stond.

IMG-20180917-WA0000
Mijn Santos fiets ( De San Francisco) en ik op De Pont du Gard.

De goede wil om u op de hoogte van mijn belevenissen te houden is er zeer zeker, maar er komt steeds wat tussen als ik de elektronische pen (mijn platte Chinees) ter hand wil nemen om verslag uit te brengen over wat ik gezien en gedaan heb: geen wifi, wel wifi, maar niet goed genoeg om fotootjes te verzenden, wel goede wifi, maar geen tijd meer omdat ik ook nog een maaltje macaroni moest opwarmen, te veel tijd besteed aan fietsen, wandelen , het bezoeken van bezienswaardigheden, mijn kleren wassen, een gat in mijn broek afplakken met een oude lap of mijn fiets onderhouden.

Ja, het leven van een reizende fietser kan zwaar zijn, vooral als hij zich, als andigibeet, gaat bezighouden met een website en een blog!

Vandaag moet ik nog een eind rijden, maar over twee dagen houd ik een rustdag en dat wordt helaas voor mij geen echte rustdag, want dan moet er gewerkt worden: een verslag voor mijn blog om u virtueel mee te laten reizen door Noord  Spanje.

Dit korte bericht had voorrang op het vervangen van een set remblokken, want wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen.

Tot over 2 of 3 dagen …… als er niet weer wat tussen komt.

Tot besluit ter compensatie van het lange wachten nog een fotootje, gisteren genomen bij de Gorge de la Nesque.

IMG-20180917-WA0001
Ik bij De Gorge du la Nesque, helaas zon onder.

Kasteel van Celorico da Beira.

Bericht 15

Ik heb een vrij goede wegenatlas van Spanje en Portugal en het mooie ervan is dat hij ook informatie geeft over campings. Als er bij een plaats een symbooltje van een tent staat, weet je vrijwel zeker dat daar géén camping is. Die was er misschien maar is ondertussen opgedoekt, weggespoeld door een vloedgolf of door een andere oorzaak verdwenen. Als er bij een plaatsje niet zo’n symbooltje staat, heb je een kleine kans dat er wel een camping is. En als deze regel geen uitzonderingen had zou die atlas enige campinginformatie hebben wat natuurlijk zeer bruikbaar is voor een reizende fietser die zo nu en dan te lui is om zelf een plek in de bush te zoeken. Helaas blijkt deze regel wel uitzonderingen te hebben  zodat de enige informatie die de gebruiker van de atlas heeft, als het hem om campings gaat, dat hij beter naar een toeristenbureau kan gaan. Het probleem daarbij is echter dat zo’n bureau nogal eens gesloten is in verband met siësta, fiesta of zomaar. Ik prees mij daarom gelukkig dat het toeristenbureau in Celorico da Beira open was. Daar wist de dame me te vertellen dat er in Pinhel, een kilometer of 40 naar het noordoosten, een camping was. Op mijn adlas stond er bij Pinhel geen symbooltje van een tent dus dat droeg bij tot de geloofwaardigheid van haar informatie, maar met die mogelijke uitzonderingen weet je maar nooit. De dame veegde vervolgens met één machtige haal alle twijfels aan de kant door op haar computer de camping op te zoeken. En waarachtig op het scherm verschenen plaatjes van tenten caravans , campers, een zwembad met zonnende zwemmers er omheen en al die andere dingen die je tegenwoordig op drie- en viersterrencampings ziet. Dat kwam mij goed uit, niet dat zwembad, maar wel die afstand van 40 km want die zou juist een goede etappe volmaken. En dus bezocht ik nog even op mijn gemak het kasteel van Celorico da Beira, wat altijd leuk is, want een kasteel is nooit weg , en peddelde vervolgens via Vila Franca das Naves naar Pinhel.

IMG-20180901-WA0002
Kasteel van Celorico da Beira met teveel electriek-draad op de voorgrond.
IMG-20180901-WA0003
Kasteel van Celorico da Beira.

Toen ik tegen het vallen van de avond in Pinhel aan kwam waar ik borden verwachtte die mij naar die fraaie camping verwezen, zag ik nergens zo’n bord. En dus vroeg ik aan een man op straat de weg naar de camping.

“Hier is geen camping” antwoordde hij. “Als u naar een camping wilt, moet u naar Celorico da Beira, zo’n 40 km naar het zuidwesten.”

“Daar hoorde ik op het toeristenbureau dat hier een prachtige camping camping is.”

“Meneer, ik woon al 60 jaar in Pinhel en ik ken elke straat en steeg. Er is hier géén camping.”

“Ik heb er een paar uur geleden foto’s van gezien op de computer van het toeristenbureau in Celorico da Beira”

“Een computer met een hoop fantasie, lijkt me”.

En zo zag ik weer eens dat zekerheden, hoe zeker ze ook lijken, toch niet altijd zo heel zeker zijn.

Snel vulde ik mijn vier flessen van anderhalve liter met water bij een fontijn en verliet Pinhel want veel daglicht restte mij niet meer. Ik kreeg een grote afdaling naar de Rio  Côa. Halverwege die afdaling vond ik in een rotsachtig gebied een fantastisch plekje voor mijn tent, maar daarvoor moest ik mijn zwaar beladen fiets een flink eind steil omhoog duwen door omgeploegd land. Zo’n prachtig plekje had ik op geen viersterren camping gevonden. Dit soort treffers zijn de krenten in een reis waar bijna alles onzeker is.

IMG-20180901-WA0004
Afdaling naar de Rio Côa .
IMG-20180901-WA0005
Mijn tent, mijn fiets en ik tussen de rotsblokken. De alternatieve camping van Pinhel

De volgende dag reed ik naar het schilderachtig op een heuvel gelegen Castelo Rodrigo, waar weer een hoop pittoresk puin te zien was.

IMG-20180901-WA0006
Castelo Rodrigo,schilderachtig  gelegen op een heuvel.
IMG-20180901-WA0007
Poort van Castelo Rodrigo.
IMG-20180901-WA0008
Pittoresk puin van Castelo Rodrigo.

Na een aardige op en neer gaande route van ca. 23 kilometer kwam ik bij  Barca de Alva aan, gelegen aan de Rio Douro. Deze rivier vormt vanaf hier over een flinke afstand in noordoostelijke richting de grens met Spanje. Mijn weg volgde ongeveer 25 km lang deze weg waarbij ik steeds mooie uitzichten had over de rivier en op de bergen aan de overkant in Spanje. Met een bootje vol toeristen hield ik een soort race om te laten zien dat een fiets sneller gaat dan een boot. Die machtsdemonstratie mislukte helaas door een paar gemene hellingen. Omhoog ging ik meteen een stuk langzamer dan de boot. Op de afdaling dichtte ik het gat weliswaar enigszins, maar over het totaal verloor ik toch terrein. Na de tweede helling van hetzelfde kaliber lag het bootje zover voor dat voor mij de aardigheid er af was. De passagiers zullen wel lol gehad hebben om die zwetende sukkelaar aan de Portugese kant: “Ha, ha! Probeer dan niet zo stoer te doen!”

IMG-20180902-WA0011
Op de voorgrond de Rio Agueda, die voorbij de brug uitmondt in de Rio Duoro. Rechts Spanje links Portugal.
IMG-20180902-WA0012
Het bootje waar ik eerst ver op voor lag.
IMG-20180902-WA0014
Maar dat mij later zover achter me liet, dat ik maar naar de vogels en planten ging kijken.

Mogadouro, zo’n 50 km naar het noorden , was weer een typisch Portugees plaatsje, waar de gemiddelde toerist flink wat meter film op kon verschieten. Zo ging dat vroeger met dia- en fotofilm, maar tegenwoordig plaatsen we een geheugenkaart van een paar tientallen gigabites in onze platte telefoon en dan kunnen we er weer een tijdje tegen. Ik vraag me overigens af wat ik na afloop van deze reis met een paar honderdduizend foto’s in mijn computer moet doen. Zeven avonden per week foto’s vertonen op een tv-scherm van zestien vierkante meter met een frequentie van één per 3 seconden? En dat van 7 tot 12? En wie wil een dergelijke marteling ondergaan?

Daar dacht ik maar niet aan toen ik door de leuke straatjes van Mogadouro liep en het knallen weer niet kon laten.

IMG-20180902-WA0015
Leuk straatje in Mogaduoro.
IMG-20180902-WA0016
En voor de verandering maar weer eens een kasteel op een rots.

Na een paar honderd megabytes verschoten te hebben op al het moois van Mogadouro, vervolgde ik mijn weg in noordoostelijke richting naar Miranda do Douro, gelegen aan de Douro, zoals de naam al suggereert. (Uitkijk op de Douro, betekent dat, of iets dergelijks). En dat had ik, een mooi uitzicht zelfs op de canyon van de rivier, dat echter enigszins verknoeid werd door electriciteitskabels. (Die electrokerels toch!! Die hangen maar slingers over de hele wereld, alsof het overal feest is)

Het was hier dat ik over een dam in de Douro Spanje voor de tweede keer deze reis binnenreed. En daar heette de rivier Rio Duero.

En nu op weg naar Zamora, waar vermoedelijk wel een kasteel uit de grond was gestampt….. en nog veel meer bezienswaardigs.

Maar daarover leest u dan hopelijk in het volgende bericht het een en ander.

IMG-20180902-WA0017
Canyons van de Rio Duoro helaas ‘versierd’ met een elektrische slinger.
IMG-20180902-WA0018
Cathedraal van Miranda do Duoro.
IMG-20180902-WA0019
De dam in de Rio Duoro met aan de overkant de weg naar Zamora.
IMG-20180902-WA0020
De minst mislukte foto van mezelf uit een serie van 20. De rest gaat de elektronische prullenbak in.

Kasteel Van Monsanto 50 km ten noordoosten van Castelo Branco

Garry, de eigenaar van de camping in Santo Antonio dos Areias, had me verteld dat Monsanto, ongeveer 50 km ten noordoosten van Castelo Branco, een van de oudste plaatsjes is van Portugal en dat het de moeite waard was om er te gaan kijken. Het was wel weer een eind om, maar eigenlijk was alles op deze reis om. Reizen is omrijden, dus waarom ook niet?

En dus reed ik om naar Monsanto, waarbij ik me de laatste kilometers min of meer te pletter trapte omdat de plek, zoals te verwachten was, boven op een steile heuvel ligt. Elke oude plek met kasteel ligt natuurlijk boven op een heuvel, want daar was hij goed te verdedigen tegen lieden met verkeerde bedoelingen. En die waren er in het verleden nogal eens, zoals we ook uit onze vaderlandse geschiedenis weten.

IMG-20180822-WA0004
Toren op de enorme rotsblokken van Monsanto.

Ik mocht mijn fiets tegenover het toeristenbureau plaatsen zodat ik, verlost van die last, als een berggeit de laatste tientallen meters over een nog steiler pad omhoog kon lopen. Op en langs deze rotsheuvel lagen enorme rotsblokken en daarvan had men bij de constructie van het fort gaarne  gebruik gemaakt. Waar zo,’n blok lag hoefde immers geen muur gebouwd te worden. Daarom bestond het kasteel gedeeltelijk uit rotsblokken en gedeeltelijk uit geconstrueerde muren.

IMG-20180822-WA0005
Rotsblokken en muren van het kasteel van Monsanto.

Het was een plezier om tussen deze verdedigingswerken, die meer dan 1000 jaar stand hadden gehouden, door te lopen.

IMG-20180822-WA0006
Oud straatje in Monsanto.
IMG-20180822-WA0007
Een natuurlijk fort bij Monsanto.
IMG-20180822-WA0008
Blik omlaag naar het nieuwere dorp.

Ik was precies op sluitingstijd terug bij het toeristenbureau, zodat ik mijn fiets kon ophalen en mijn weg kon vervolgen.

In  centraal Portugal zijn vorig jaar october enorme bosbranden geweest. Het is daar ’s zomers, en blijkbaar in october ook nog, zo droog dat de boel daar in de fik staat voor je het goed en wel in de gaten hebt. Oppassen dus, als je je potje bonen wilt  opwarmen!! De camping bij Ponte das tres Entradas, midden in zo’n afgebrand gebied, bleef gelukkig gespaard, waarschijnlijk omdat hij pal aan een riviertje ligt. Ik zette er mijn tent op en maakte de volgende dag, ondanks al dat verkoolde hout, een aardige wandeling. Dit tegen het negatieve wandeladvies van de Nederlandse eigenares van de camping. ‘Blijf tussen 11 en 16 uur uit de zon of in het zwembad vanwege de hitte!’

Ja, eindelijk werd ook Portugal getroffen door een hittegolfje van 41 graden.

Het werd een heerlijke wandeling, maar het geheim is dat je genoeg water moet drinken, meer dus dan alleen je dorst lessen. Ik denk dat ik op menige weg waar langs ik gepeddeld heb, meer gevaar heb gelopen om ondersteboven gereden te worden, dan dat ik hier liep om uit te drogen.

IMG-20180825-WA0004
Afgebrand bos in centraal Portugal. Het nieuwe groen komt er alweer op.
IMG-20180825-WA0005
Ponte das tres entradas met de brug over de Rio Alva. De derde boog is rechts nog juist te zien.

De volgende dag was het gelukkig opnieuw prima weer en daarom reed ik per fiets zonder bagage van de camping naar Monte Colcorinho, een bergtop van 1244 meter. 647 Jaar voordat ik er arriveerde was daar voor een herder Nossa Senhora das Preses of ook wel Nossa Senhora das Necessidades verschenen. Reden genoeg om er een kapelletje te plaatsen, maar omdat een kapelletje wat magertjes is voor een verschijning van de Heilige Maagd zette men een eind lager op de berg nog een cathedraaltje neer. Dat werd uiteraard een bedevaartsoord.

IMG-20180825-WA0006
Kapelletje op de top van de Monte Colcorinho.
IMG-20180825-WA0007
Stenen kruis op de top van de Monte Cocorinho, dat de plek markeert Waar Nossa sen hora des Preses In 1371 verscheen.
IMG-20180825-WA0008
Op 20 mei 2018 zijn er ongetwijfeld meer mensen verschenen op de top van de Monte Colcorinho.
IMG-20180825-WA0009
Flinke kerk ( cathedraaltje) halverwege de top van de berg.
IMG-20180825-WA0010
Een fontein met heerlijk koel water bij de kerk.

Van Ponte das tres Entradas vervolgde ik mijn tocht in noordoostelijke richting en daarover ga ik de volgende keer berichten.